
De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
EEN SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS DRAAGT EEN GEESTELIJKE WAPENRUSTING EN
GEBRUIKT HELE SPECIALE VERDEDIGINGSWAPENS.
Een wapenrusting, zegt Koenen's woordenboek, is de uitrusting van een krijgsman b.v. van
een middeleeuwse ridder = een harnas met toebehoren. Oorlog voeren is echter zo oud als deze
wereld en wel vanaf het moment dat Kaïn zijn broer Abel dood sloeg. Vanaf dat ogenblik zijn
de wapens alleen maar geavanceerder en geraffineerder geworden. We zijn nu in staat op verre
afstand onze tegenstanders dodelijk te treffen, zonder deze zelfs maar te zien. Het is een zaak
geworden van "SLECHTS DE KNOPPEN GOED WETEN TE BEDIENEN".
Maar om jezelf te kunnen verdedigen moet je toch TENMINSTE weten, welke wapens je tegenstander in
huis heeft. Luther zong daar reeds van en zei dat de ware vijand in de geestelijke wereld, de
satan, de duivel, nu met "OPGESTOKEN VAAN" ons tegemoet treed en zijn WAPENRUSTING draagt van
gruwel en bedrog, maar... als kaf zal verdwijnen.
Hij zingt van DE STERKE HELD, JEZUS CHRISTUS, die ons terzijde staat. Tegen het woeden van satan
stelt Luther dat wij het krijgslied moeten laten horen, want het Koninkrijk zullen we
beërven.
DE LES DER GESCHIEDENIS, DE WAPENRUSTING.
Toen koning Saul's wapenrusting in de tempel van Astarte werd neergelegd, was dat een
beeld van een smartelijke nederlaag van een koning die afgeweken was van Gods opdrachten, dus...
t.g.v. ONGEHOORZAAMHEID.
De geestelijke diagnose van Samuël was duidelijk. Zie 1 Sam. 15 v.10-23: "VOORWAAR,
WEERSPANNIGHEID IS ZONDE DER TOVERIJ EN ONGEZEGGELIJKHEID IS AFGODERIJ EN DIENEN VAN TERAFIM."
Jonathan zag in David de komende koning van Israël en daarom droeg hij als een profetische
handeling zijn gehele wapenrusting over aan David, omdat hij IN HEM ZAG: DE ZOON VAN DAVID, JEZUS
CHRISTUS. Zie deel 1 les 9.
Jezus Christus is de sterkere, die in staat is de wapenrusting van satan te roven, leert ons Luc.
11 v.22. Indien ook wij ons met Christus bekleden dan doen we wat Paulus zegt in Efeze 6 v.11-13:
"DOET DE WAPENRUSTING GODS AAN."
EFEZE 6 DE NORM...
De wapenrusting Gods aandoen is de enige weg om stand te kunnen houden tegen alle duivelse
verleidingen. Omdat het geen strijd is met natuurlijke, aardse wapens tegen mensen of landen, maar
omdat het een geestelijke strijd, ja een geestelijke oorlog is tegen de boze geesten in de hemelse
gewesten (v.12) is dat wat Ef. 6 v.11 zegt, de enige garantie dat we voldoende weerstand zullen
kunnen bieden (v.13), dus om stand te kunnen houden.
Deze eindtijd heeft "REUZEN" voortgebracht, maar nu niet op de wijze zoals ze er in vroeger
dagen waren. De "BERGBEWONERS" van deze eindtijd heten JISBI-BENOB, dat betekent REUS of
BERGBEWONER.
Deze "REUZEN" van de eindtijd dragen een NIEUW ZWAARD of NIEUWE WAPENRUSTING. Zie 2 Sam. 21
v.15-17 en DEEL 2 les 35. Kenmerken in deze eindtijd zullen ook zijn dat Gods kinderen worden
gehoond (1 Kron. 20 v.7) en getart, denk aan Goliath. 1 Sam. 17 v.25-26.
VERDEDIGINGSWAPENS.
Er is een grote overeenkomst tussen de geschiedenis van Jozef, die in Egypte onderkoning
werd, met de titel: SAFENAT-PANEACH, wat betekent REDDER VAN DE WERELD en Jezus Christus. Zoals
het leven van Jozef een zeer duidelijk beeld is van de WARE REDDER DER WERELD n.l. JEZUS CHRISTUS,
zó is ook Mordechai, ten tijde van de heidense koning AHASVEROS (=SHAH DER SHAHS van het
Medische Perzische koninkrijk) een BEELD van DE REDDER VAN ZIJN VOLK.
Het boek Esther hfst.10 schrijft over de grootheid, waartoe de koning Mordechai verheven had.
(v.2)... en v.3. zegt: "WANT DE JOOD MORDECHAI WAS DE EERSTE NA KONING AHASVEROS, hij was in
aanzien bij de Joden en bemind bij de menigte van zijn broederen want hij zocht het goede voor
zijn volk en sprak tot heil van al zijn volksgenoten."
Welk een treffend beeld, net als Jozef, van de Zoon van God. Zie Gen. 41 v. 37 - 45. Zo zegt ook
de profeet Jesaja in hfst. 52 v.19: "ALLE EINDEN DER AARDE ZULLEN ZIEN HET HEIL VAN ONZE GOD."
Jes. 62 v.11 verkondigt: "ZEGT TOT DE DOCHTER SIONS, ZIE UW HEIL KOMT." Over dit HEIL spreken ook
resp. Hab. 3 v.18 en Hand. 13 v.44-49. Ook Jezus Christus, ja juist Hij zocht het goede voor Zijn
volk, zoals duidelijk wordt uit o.a. Luc. 1 v.17 en 68; Joh. 11 v.50-51; Hebr. 13 v.12, met een
climax in Openb. 5 v.9-10 waar het aldus staat: "EN ZIJ ZONGEN EEN NIEUW LIED... WANT U BENT
GESLACHT EN HEBT MET UW BLOED MENSEN VOOR GOD VRIJGEKOCHT UIT ALLE RASSEN, VOLKEN, STAMMEN en
TAALGROEPEN. U HEBT HEN BIJEENGEBRACHT IN EEN KONINKRIJK... EN ZIJ ZULLEN OP DE AARDE HEERSEN."
(vert. HET BOEK.)
Behalve voor Jozef, Mordechai en Jezus Christus geldt dit óók voor ons. Maar wat zijn onze VERDEDIGINGSWAPENS DAN EIGENLIJK voor heden en morgen, dus onze NIEUWTESTAMENTISCHE wapenrusting? Het wapen waarmede de reuzen van deze) eindtijd, de"JISBI-BENOB's, verslagen kunnen worden en ook zullen worden, dat is:
HET WOORD VAN GOD.
Paulus instrueert zijn jonge broeder Timótheüs: "VERKONDIG HET WOORD, DRING ER
OP AAN, GELEGEN OF ONGELEGEN, WEDERLEG, BESTRAF EN BEMOEDIG... WANT ER KOMT EEN TIJD (en die tijd
lijkt NU te zijn) DAT DE MENSEN DE GEZONDE LEER (de bijbel) NIET MEER ZULLEN VERDRAGEN..."
Immers.... "ELK VAN GOD INGEGEVEN SCHRIFTWOORD IS OOK NUTTIG OM TE ONDERRICHTEN, TE WEERLEGGEN, TE
VERBETEREN EN OP TE VOEDEN IN DE GERECHTIGHEID..." 2 Tim. 3 v.16-4 v.1-5. God heeft ons het WOORD
DER VERZOENING toevertrouwd (2 Cor. 5 v.19) maar óók het WOORD ALS VERDEDIGINGSWAPEN,
als zwaard des Geestes. Ef. 6 v.17. Hebr. 4 v.12 stelt: "WANT HET WOORD GODS IS LEVEND EN KRACHTIG
EN SCHERPER DAN ENIG TWEESNIJDEND ZWAARD EN HET DRINGT DOOR, ZO DIEP, DAT HET VANEENSCHEIDT ZIEL
EN GEEST, GEWRICHTEN EN MERG EN HET SCHIFT OVERLEGGINGEN EN GEDACHTEN DES HARTEN..." Het woord van
Gods tegenstanders zal niet kunnen voortwoekeren als de kanker, zoals 2 Tim. 2 v.17 vermeldt, als
het door Gods woord "DOORSNEDEN" wordt.
HET GEHEIM VAN DAVID.
Goliath werd niet in eerste instantie geveld door een steentje of een zwaard van metaal,
maar zoals Openb. 12 v.11 getuigt: "EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN DOOR HET BLOED VAN HET LAM EN
DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS." Vooraf aan de voltrekking van het doodvonnis, gaan David's
woorden, zijn BELIJDENISSEN t.w:
Zie 1 Sam. 17 v.45-49 en deel 1 les 6, 7 en 8.
GELOOF, DE SLEUTEL TOT DE OVERWINNING.
Alleen als wij geloven dat Jezus de Zoon van God is, kunnen wij de verleidingen van de
wereld weerstaan. Maar dit geloof dient met onze mond te worden beleden b.v. zoals Paulus schrijft
in Rom. lo v.9-10: "WANT ALS U ZEGT DAT JEZUS CHRISTUS UW HEER IS EN ALS U MET UW HELE HART
GELOOFT DAT GOD HEM UIT DE DOOD HEEFT OPGEWEKT, ZULT U GERED WORDEN. DOOR MET UW HELE HART OP
CHRISTUS TE VERTROUWEN, WORDT U RECHTVAARDIG VERKLAARD. EN DOOR DAARVOOR UIT TE KOMEN, WORDT U
GERED."
EN DAT IS NU OVERWINNING. Maar bedenk goed dat het NIET hanteren van slechts één
onderdeel van je geestelijke wapenrusting jou en mij fataal kan worden.
Ef. 6 v.13 zegt: "BEWAPEN U DUS MET AL GODS WAPENS OM U TE KUNNEN VERDEDIGEN ALS DE VIJAND
AANVALT. DAN ZULT U, NA GROTE DINGEN TE HEBBEN GEDAAN, ONGESLAGEN UIT DE STRIJD TE VOORSCHIJN
KOMEN."
JOHN BUNYAN beschrijft in één van zijn bekendste boeken hoe "CHRISTEN" in grote
moeilijkheden kwam door van de GOEDE = BIJBELSE WEG af te wijken en in plaats van richting DE ENGE
POORD = JEZUS CHRISTUS te gaan, een poosje MISLEID werd om het van "DE WET" te gaan verwachten.
Gelukkig werd hij door "EVANGELIST" weer op de GOEDE = SMALLE WEG GEWEZEN.
Zie Gal. 1 v.8-9 en 3 v.11-13. "CHRISTUS HEEFT ONS VRIJGEKOCHT VAN DE VLOEK DIE DE WET OVER ONS
BRACHT, DOOR VOOR ONS DIE VLOEK OP ZICH TE NEMEN. Gal. 3 v.13.
IN DE EINDTIJD ZAL DE SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS ZONDER ERNSTIGE GEVOLGEN OP
VIJANDELIJK GEBIED KUNNEN OPEREREN.
Er zijn natuurlijke en geestelijke begrenzingen. Er is heilig gebied en onheilig gebied en
dus beschermd en onbeschermd gebied. Indien we voldoen aan bepaalde bijbelse principes zullen we
als overwinnaars op vijandelijk gebied kunnen opereren, als we de duivel maar geen voet geven in
ons hart.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 16:
Als we lezen van "EIGEN" en "VIJANDELIJK GEBIED" zijn we geneigd om in gedachten een rode
streep te trekken tussen twee territoria. De geestelijke) realiteit is echter enigszins anders. De
bijbelse gegevens leren ons het volgende.
Johannes stelt in 1 Joh. 5 v.19: "WIJ WETEN, DAT WIJ UIT GOD ZIJN EN DE GEHELE WERELD IN HET BOZE
LIGT." Of in de vertaling van HET BOEK: "WIJ WETEN DAT WIJ KINDEREN VAN GOD ZIJN EN DAT DE HELE
WERELD IN DE MACHT VAN DE DUIVEL IS." Jezus Christus wordt aangeduid als de OVERSTE (of heerser)
van alle koningen der aarde. Openb. 1 v.5.
Met Golgotha in het zicht kwam er een stem uit de hemel die sprak. In Joh. 12 v.31-33 verklaart Jezus hier zelf over: "NU WORDT HET OORDEEL OVER DE(ze) WERELD UITGESPROKEN. HET IS ZOVER DAT DE OVERHEERSER VAN DEZE WERELD WORDT WEGGEJAAGD."
WERKGEBIED...
De gehele wereld moge dan het werkgebied van de boze zijn, óók voor ons geldt
het HOGEPRIESTERLIJKE GEBED, waarin Jezus bad: "IK BID... DAT GIJ HEN BEWAART VOOR DE BOZE." Joh.
17 v.14-15. God is (óók daarin) getrouw, stelt Paulus in 2 Thess. 3 v.3: "WIJ WETEN DAT
DE HERE WEL TE VERTROUWEN IS. HIJ ZAL U STERK MAKEN EN U TEGEN DE AANVALLEN VAN DE DUIVEL
BESCHERMEN." Johannes zegt zelfs: "IK SCHRIJF DIT ALLEMAAL, JONGELUI, OMDAT U HET VAN DE DUIVEL
HEBT GEWONNEN." 1 Joh. 2 v.13. Helemaal een opsteker is het wat Johannes even verder schrijft:
"WIJ WETEN DAT IEDER DIE EEN KIND VAN GOD IS, NIET ZONDIGT; WANT DE ZOON VAN GOD BESCHERMT HEM EN
DE DUIVEL KAN HEM NIETS DOEN." 1 Joh. 5 v.18 en in v.19 verduidelijkt hij nog eens: "WIJ WETEN DAT
WIJ KINDEREN VAN GOD ZIJN EN DAT DE HELE WERELD IN DE MACHT VAN DE DUIVEL IS."
HEILIG OF ONHEILIG GEBIED.
Johannes sluit zijn brief dan af met de praktische tip: "VRIENDEN, HOUDT U VER VAN ALLES
WAT GODS PLAATS IN UW HART ZOU KUNNEN INNEMEN." Dán zullen we in staat zijn om én
staande te blijven én overwinnaar te zijn en te blijven als we doen wat Ef. 6 v.16 zegt,
n.l.: "IN ELK gevecht zult U het geloof nodig hebben, als een schild waarop alle brandende pijlen
van de duivel afketsen." Al dit bovengenoemde is toch nog wel iets anders dan de denkbeeldige rode
streep die vlijmscherp de twee territoria afbakent. Toch is er in de geestelijke wereld echter wel
degelijk een MESSCHERPE afscheiding van heilig en onheilig gebied. Zie hiertoe Ezechiël 42
v.13-14 en 20. Zo bestaat er in geestelijk opzicht wel degelijk een duidelijk ommuurd gebied = EEN
HEILIG GEBIED.
Er bestaat dus resp. geheiligd gebied, niet geheiligd gebied en onheilig gebied.
EEN MUUR VAN VUUR...
Met het oog op de (toen nog komende) REDDER DER WERELD, Jezus Christus zegt de profeet
Zacharia tot onze bemoediging: "WEES STIL VOOR DE HERE, AL WAT LEEFT, WANT HIJ IS VANUIT ZIJN
HEILIGE WONING IN DE HEMEL NAAR DE AARDE GEKOMEN." Zach. 2 v.13. En in v.5-7 klinkt zowel de
belofte als de waarschuwing: "WANT DE HERE ZELF ZAL ALS EEN MUUR VAN VUUR RONDOM HÈN EN DE
STAD ZIJN. EN HIJ ZAL MET ZIJN MACHT EN MAJESTEIT IN HAAR WONEN."
Hen die nog niet behoren tot de gemeente van Jezus Christus, HET NIEUWE JERUZALEM, de z.g.
"BALLINGEN", zegt de profeet aan: "GAUW, VOORUIT, VLUCHT WEG UIT BABEL... VLUCHT NU NAAR SION."
Dus... van ONHEILIG = zeer gevaarlijk gebied, naar het HEILIGE GEBIED = het door God beschermde
gebied.
OPEREREN OP VIJANDELIJK GEBIED.
Hoe kunnen we nu dus opereren op vijandelijk gebied? Zoals gezegd, de "SCHEIDINGSLIJN" is
in de natuurlijke, ZICHTBARE WERELD niet altijd direct en/of duidelijk waar te nemen, of vast te
stellen. De "SLEUTEL" ligt echter hier:
SAUL EN DAVID IN ACTIE, negatief en positief...
In 1 Sam. 26 lezen we een paar voorbeelden van opereren op vijandelijk gebied van resp.
Saul en David. Dit NATUURLIJKE VOORBEELD leert ons een NEGATIEF en een POSITIEF voorbeeld. Zie
DEEL 1 les 20.
Saul werd zelf "BEZET GEBIED" door ONGEHOORZAAMHEID zoals 1 Sam. 28 nog eens duidelijk bevestigt.
David daarentegen werd OVERWINNAAR door zijn oprechte houding tot zijn God.
Voor David was de woestijn van ZIF wel in eigen land, maar toch óók "VIJANDELIJK
GEBIED." Als er dan een diepe slaap des Heren op "JE VIJAND" is gevallen, kun je aldaar veilig
opereren en vallen natuurlijke begrenzingen geheel weg. Zie 1 Sam. 26 v.2 en 12.
HET PLEGEN VAN SABOTAGEDADEN ZAL VOOR DE SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS IN DEZE
EINDTIJD EEN ABSOLUUT NOODZAKELIJKE "MUST" ZIJN.
Om sabotagedaden te kunnen verrichten, gericht tegen de vijand, moet men zich IN ZEKERE
ZIN op "het gebied" van de vijand bevinden of begeven. Met de talloze voorbeelden uit de
natuurlijke wereld voor ogen, speciaal die uit de periode van de Tweede wereldoorlog, zullen we
dienen te leren om de WARE VIJAND in onze GEESTELIJKE OORLOG zo effectief mogelijk op zijn "EIGEN
TERREIN" schade toe te brengen in zijn VITALE BELANGEN. En inventarisatie van satan's huidige
activiteiten is van essentieel belang en kennis van wat hier verder over wordt geschreven is wel
het minimale wat vereist is om dit met succes te volbrengen.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 17:
Sabotage plegen op het gebied van de vijand zal in de natuurlijke wereld betekenen dat men
zich op GEVAARLIJK terrein moet begeven. In de Tweede W.O. werd men zonodig gedropt om achter de
linies van de vijand te kunnen komen. Men verrichtte aldaar sabotagedaden tezamen met de zg.
ondergrondse ter plaatse.
De daden bestonden dan b.v. uit het plaatsen van z.g. kneedbommem, die op een vastgestelde tijd
tot ontploffing kwamen b.v. onder een belangrijke brug. Ook olie en electriciteitsvoorzieningen
werden d.m.v. sabotagedaden onderbroken m.b.v. springladingen die op afstand tot ontploffing
konden worden gebracht. etc. etc.
Het is duidelijk dat dit andersoortige gevechtsactiviteiten zijn dan die der frontsoldaten, maar
het één en ander dient één en hetzelfde doel, n.l. de tegenstander op de
knieën krijgen, zoals we dat gezien en evt. ervaren hebben gedurende o.a. de Tweede W.O.
"VERTALING" VAN NATUURLIJKE VOORBEELDEN NAAR GEESTELIJKE OORLOGVOERING.
Uitgaande van de bijbelse onomstotelijke waarheid (axioma) dat deze hele wereld in de
macht van de duivel is, uitgezonderd Gods kinderen, (zie 1 Joh. 5 v.19 en instructie 16) zullen
we overal om ons heen de vijand tegemoet dienen te treden, maar dan wel overeenkomstig de Nieuw
Testamentische principes.
VITALE BELANGEN.
Vitale belangen zijn voor het leven van groot gewicht en in oorlogstijd voor een land van
het meeste gewicht zijnde, leert ons het woordenboek. In biibelse termen_ vertaald: "VOOR HET
GEESTELIJK LEVEN VAN DE MENS GODS VAN ZEER GROOT GEWICHT.
"IN ONZE GEESTELIJKE EINDTIJDOORLOG IS ZO IETS VOOR DE BURGERS VAN EEN RIJK IN DE HEMELEN (maar nu
nog wel levend op deze planeet) VAN HET ALLERGROOTSTE BELANG."
De volgende drie vragen voor deze "HEMELBURGERS" dienen zich aan:
DE UITWERKING VAN DEZE DRIE VRAGEN.
AD. 1. WIE IS DEZE VIJAND??
De vijand die al het ONKRUID in deze wereld heeft gezaaid, wordt door Jezus Christus zelf
aangeduid, in de zin van ONTMASKERD, als de duivel. Matth. 13 v.39. Deze Jezus werd óók
zelf in de woestijn verzocht door de satan. Marc. 1 v.13. En als het goede zaad, HET WOORD,
GEZAAID WORDT, is het de satan die dat terstond weer wegrooft, althans bij hen wier hart er niet
voor open gezet wordt. Zie Marc. 4 v.15. Onze vijand is de satan = TEGENSTANDER, die Gods
kinderen probeert te ziften als de tarwe. Luc. 22 v.31. En het is de satan die de GEHELE WERELD
VERLEIDT. Openb. 12 v.9-12. De "HEMELBURGERS" zijn echter tot OVERWINNAARS GEWORDEN, maar... wee
de aarde, want de duivel is nedergedaald in grote grimmigheid wetende dat hij nog weinig tijd
heeft.
AD. 2. HOE EN WAAR OPEREERT DEZE VIJAND??
Hier boven (ad.1) werd reeds aangegeven dat DEZE GEHELE WERELD = onze aarde, het
werkgebied is van onze tegenstander(s). Belangrijk is het om méér te weten over zijn
werkwijze. De bijbel is óók hierin ons leerboek. Over het "HOE" lezen we iets in
resp.:
Niet alleen Paulus, maar ieder die God wil volgen en dienen zal meer dan eens ervaren dat satan
iets tracht te verhinderen. Zie bv. 1 Thess. 2 v.18: "IK, PAULUS HEB ÉÉN EN ANDERMAAL
TOT JULLIE WILLEN KOMEN, DOCH DE SATAN HEEFT HET ONS BELET." Het leven van b.v. een jonge weduwe
die niet haar bijbelse verplichtingen nakomt en bezig is met (laster)praatjes etc. dáár
zal de satan vat op krijgen en ze zal afwijken, de satan achterna. 1 Tim. 5 v.3-16.
Ook tegen hen die onberispelijk staan tegenover God zal de duivel proberen als aanklager op te
treden, zo leert ons de geschiedenis in Zacharia hfst. 3 beschreven. Maar op één dag
zijn al onze zonden voor eeuwig weggedaan toen we ons geloof beleden dat Jezus Christus (DE
SPRUIT) óók voor onze zonden stierf op Golgotha. Dát betekent FEEST VIEREN.
v.10.
AD. 2. (vervolg) WAAR OPEREERT DEZE VIJAND, ONZE TEGENSTANDER??
Op de vraag (ad. 1.) HOE de duivel opereert kan n.a.v. het zojuist genoemde gesteld worden
dat ALTIJD en OVERAL waar de satan "EEN VOET" gegeven wordt, dan is dat VAN SATAN'S KANT, min of
meer "WETTIG". Bovendien zal hij "ONWETTIG" proberen aan te klagen, te verzoeken of te
pressen.
Jezus Christus steekt Zijn kinderen een hart onder de riem door ons in Openb. 2 v.13 te zeggen:
"DIT ZEGT HIJ DIE HET TWEESNIJDENDE SCHERPE ZWAARD HEEFT; IK WEET WAAR GIJ WOONT, DAAR WAAR DE
TROON DES SATANS IS, MAAR... GIJ HOUDT VAST AAN MIJN NAAM EN HEBT HET GELOOF IN MIJ NIET
VERLOOCHEND..." Maar... zegt dan v.14-15: "PAS GOED OP VOOR VALSE LERINGEN, ANDERS ZUL JE JEZUS
CHRISTUS ALS TEGENSTANDER ONTMOETEN." v.16. Anders gezegd, Jezus Christus leerde ons in Matth. 24
v.28: "WAAR HET AAS IS, DAAR ZULLEN DE (demonische)GIEREN ZICH VERZAMELEN."
AD. 3. HOE EN WAAR KAN IK IN DEZE GEESTELIJKE OORLOG HEM (=onze geestelijke
vijand) HET MEEST EFFECTIEF TREFFEN IN ZIJN VITALE BELANGEN?
Het antwoord op deze vraag is van zéér groot belang in deze eindtijd, want het
komt er NU op aan om alle listen en lagen zo snel mogelijk te onderkennen. De BOLWERKEN of
SCHANSEN die de satan reeds heeft opgeworpen in zijn strijd tegen het Koninkrijk Gods, rond zijn
eigen veroverde gebieden, zullen genomen moeten worden. Te lang reeds heeft de Chr. religieuze
wereld zich te veel verschanst achter hun kerkmuren, hun evt. onbijbelse leringen, tradities of de
tale Kanaäns, als een soort "HEILIG VAKJARGON".
Heden is JERUZALEM 3000 jaar stad van koning David. De inname, zo'n 3000 jaar geleden, was een heldendaad,
maar wel profetisch geïnspireerd. Zie DEEL 2 les 29. Daar zou de koning gaan wonen en de tempel
worden gebouwd. Maar zo'n 2000 jaar geleden weende de ZOON van David over Jeruzalem. Luc. 19 v.41-48.
De dag werd aangekondigd dat de vijanden een BOLWERK tegen hen zouden opwerpen, hen OMSINGELEN en
zeer in het nauw brengen etc. etc. Ze hadden de goede gelegenheid voorbij laten gaan (v.44) en van
de TEMPEL als GEBEDSHUIS een ROVERSHOL gemaakt. (v.46).
DE LOOPGRAVEN UIT....
Met spoed zullen we onze "LOOPGRAVEN" dienen te verlaten en met het zwaard des GEESTES in
de hand een stormaanval, een tegenaanval ondernemen. Met 2 Cor. 10 zeggen we: "...WIJ TREKKEN NIET
TEN STRIJDE NAAR HET VLEES, WANT DE WAPENEN VAN ONZE VELDTOCHT ZIJN NIET VLESELIJK, MAAR KRACHTIG
VOOR GOD TOT HET SLECHTEN VAN BOLWERKEN, ZODAT WIJ DE (valse en leugenachtige) REDENERINGEN EN
ELKE SCHANS DIE OPGEWORPEN WORDT TEGEN DE KENNIS VAN GOD, SLECHTEN, ELK BEDENKSEL ALS
KRIJGSGEVANGENE BRENGEN ONDER DE GEHOORZAAMHEID AAN CHRISTUS." v.3-5. Zie vert. HET BOEK.
INVENTARISEREN.
Om de vijand te kunnen treffen in zijn vitale belangen dient er een inventarisatie te
komen van zijn huidige activiteiten. Daaruit dient een selectie te komen van DIE vijandelijkheden,
die voor ons van direct belang zijn. Paulus zegt in 1 Cor. 9 v.26: "DAAROM LOOP IK (op de
wedstrijdbaan) NIET ZOMAAR WAT IN HET WILDE WEG EN IK STA OOK NIET (als vuistvechter) IN DE LUCHT
TE BOKSEN." Dus... we dienen raak te slaan....
We behoeven ons geen illusies te maken over wat onze tegenstander (al of niet door mensen heen)
zal trachten te doen met het NIEUWE JERUZALEM = de gemeente van Jezus Christus. Hij heeft
hetzelfde op het oog als wat beschreven is in Luc. 19 v.43 en b.v. is beschreven door Flavius
Josefus, n.l. BELEGEREN, OMSINGELEN, OPDRINGEN en uiteindelijk geheel VERTRAPPEN en VERWOESTEN
(v.44), terwijl Gods eeuwige vrede binnen het bereik ligt. v.42.
GODS VOLK ZAL MET HET OOG OP HETGEEN IN DEZE INSTRUCTIES IS GESTELD, DE HIERONDER TE NOEMEN DINGEN KUNNEN (of eigenlijk moeten) DOEN.
HET EINDTIJD-MILITIA CHRISTI ZAL ZICH OOK DIENEN TOE TE LEGGEN OP HET OPLEIDEN VAN
z.g UNDERCOVER AGENTEN EN HET TRAINEN TOT EEN EFFECTIEVE VIJFDE COLONNE.
Over en weer wordt meer gebruik gemaakt van de z.g. undercover agenten met hun undercover methoden
dan wij beseffen. Het is voor wat de helden van DE ZOON VAN DAVID betreft, een bijbels legale methode,
met dit verschil dat we nu blijven binnen het kader van de wetten van het Koninkrijk van God. Wat Nehemia
meemaakte met Sanballat en Tobia is een schoolvoorbeeld van hetgeen we heden veel zien gebeuren.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 18:
Het begrip UNDERCOVER AGENTEN (verder te noemen U.A.) is niet zo nieuw als we zouden
vermoeden. Al vinden we het amper in de moderne woorden boeken terug, in de bijbel komen ze wel
voor. Het werk van een z.g. U.A. is als volgt te definiëren.
DEFINITIE:
Een U.A. is iemand die of uitsluitend voor eigen belang of voor de belangen en in opdracht
van anderen een opdracht uitvoert met de vooropgezette bedoeling om bruikbare gegevens in te
zamelen en/of invloed uit te oefenen, zonder dat de betreffende personen of instanties dat mogen
onderkennen, maar met het besliste EINDDOEL om op het meest geschikte moment toe te slaan en de
andere partij of schade te berokkenen of uit te schakelen of tenminste te beïnvloeden in het
voordeel van de "UNDERCOVER PARTIJ". De U.A. kan qua uiterlijk, gedrag, omgangsvorm, handel of
spreekwijze zodanig afgeschermd zijn dat zijn ware identiteit of bedoeling heel moeilijk is te
onderkennen. Onder bovenstaande omschrijving vinden we in de bijbel een aantal duidelijke
voorbeelden, die ons heden nog veel kunnen leren.
ENKELE BIJBELSE VOORBEELDEN IN CHRONOLOGISCHE VOLGORDE.
a. Numeri 13 leert ons iets over de 40 dagen die de 12 verspieders voor hun opdracht nodig
hadden. Zonder als zodanig te worden onderkend, moesten ze veel informaties verzamelen over LAND
en VOLK, STEDEN en LEGERPLAATSEN, VESTINGEN, VRUCHTBAARHEID, BEBOST of niet en als bewijs moesten
ze vruchten des lands mee terug nemen. Zie v. 18-20.
b. Jozua 2 spreekt ook over 2 U.A. die als verspieders werden uitgestuurd om opnieuw, na zo'n 40 jaar,
het land en speciaal Jericho in ogenschouw te nemen (v.1). Dank zij Gods bescherming werden ze niet
gevangen en gedood. (v.3 en 23).
c. Jozua 9 vertelt ons over de z.g. list der Gibeonieten. Deze Kanaänieten handelden eveneens als
U.A. maar nu met de positieve bedoeling om een paar steden met al haar inwoners te redden van de dood.
(v.17). Hun list was een "MEESTERSTUKJE" (v.4 en 15). Denk ook aan Ninevé.
d. Richteren 14 verhaalt van een zeer doorzichtige "UNDERCOVERPOGING" door de 30 metgezellen op
Simson's bruiloft, waarbij ze onder pressie en bedreiging misbruik van zijn bruid maakten.
(v.12-18). Bedenk dat het niet ging om een gewone bruiloft, nee Simson was door God aangesteld als
een richter van Israël. Zie Richt. 13 v.5 en 25.
e. Een van de duidelijkste voorbeelden uit de bijbel, waar het begrip "UNDERCOVER AGENT" duidelijk
wordt is de AMALEKIET. Zie DEEL 1 les 25. Onder diverse vermommingen probeert deze zijn
gevaarlijke werk uit te voeren. Van de Amalekiet, het geestelijk nageslacht van EZAU, wordt gezegd
in Maleachi 1 v.4 dat het is: "GEBIED DER GODDELOOSHEID" en... "HET VOLK WAAROP DE HERE VOOR
EEUWIG TOORNT."
Zie 2 Sam. 1 v.1-16 waar de lijken-berover zich de misleidende rol aanmeet van een soort
uitredder. Er is echter niets nieuws onder de zon. "AMALEKIETEN" lopen er veel rond. Ziet U ze ook
???
f. Met Nehemia hst. 2 v.10 en 19-20 en hst. 4 v.1-3 leren we dat de vijanden van Nehemia, toen deze
de muren van Jeruzalem herstellen ging, n1. Sanballat, Tobia en de hunnen, zich als UNDERCOVER
AGENTEN gingen gedragen en een samenzwering maakten (hst. 4 v.7-9) en zeiden: "ONZE TEGENSTANDERS
ZEIDEN: ZIJ ZULLEN NIETS MERKEN NOCH GEWAAR WORDEN, TOTDAT WIJ IN HUN MIDDEN KOMEN, HEN DODEN EN
HET WERK STOPZETTEN. (v.11). En dan komen de geheime plannen aan het licht en proberen de vijanden
om Nehemia te doden. (hst. 6 v.1-4). Als dan de UNDERCOVER ACTIVITEITEN niets opleveren, gaat de
vijand over tot laster en intimidatie. (v.5-9). Met al deze voorvallen, positief of negatief,
krijgen we een beeld van "bijbelse" voorbeelden. Moderne methoden in een oud jasje, of .... oude
methoden in een modern jasje.
g. Tenslotte is daar ten tijde van David, de vriend van hem, nl. Husai die met gevaar voor eigen
leven probeert om zijn vriend de koning te helpen in zijn strijd tegen Absalom. Husai stortte zich
(als U.A.) in het gewoel van een opstandige meute oproerkraaiers, en zou zeker gedood zijn indien
zijn opdracht, zijn geheime missie, was ontdekt. Zie 2 Sam. 16 v.15-23 en hst. 17 v.5-14.
ER IS WERKELIJK NIETS NIEUWS ONDER DE ZON.....
IN DE GEESTELIJKE EINDTIJDOORLOG ZULLEN WE ONS MOETEN TOELEGGEN OP EN
BEKWAMEN IN HET LIQUIDEREN VAN DE "GEHEIME AGENTEN" DE U.A. VAN DE TEGENSTANDER.
Zoals in een aardse oorlog alle partijen hun geheime agenten hebben uitgezet in het gebied
van de tegenstander, zo dienen in de geestelijke oorlog ook de strijders voor het Koninkrijk Gods,
hun natuurlijke, maar speciaal hun GEESTELIJKE OREN EN OGEN wijd open te hebben, om op te vangen
en zo mogelijk door te geven, wat ze hebben waargenomen, zonder te veel ruchtbaarheid daar aan te
geven. Minstens zo belangrijk is, om het DESTRUCTIEVE WERK van de "AMALEKIET" te leren onderkennen
en een inhaal manoeuvre te doen, teneinde het GEBIED DER GODDELOOSHEID drastisch terug te dringen
of te heroveren. Dus de afgod van de NEW AGE moet onthoofd worden net zoals DAGON beschreven in 1
Sam. 5 v.1-4.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 19:
Onder andere de 2e W.O. heeft vele voorbeelden opgeleverd van activiteiten van GEHEIME
AGENTEN, die bv. per parachute neergelaten werden in het vijandelijke (bezette) gebied. De
tegenstander deed er alles aan om ze op te sporen en zo mogelijk onschadelijk te maken. Hun kracht
lag NIET in het AANTAL, maar toch brachten deze enke1ingen zeer waardevolle informaties over bv.
via de radio met geheime codes etc. Ze deden dit dus vanaf (of van achter) de vijandelijke linies,
richting hun eigen leger/linies. Natuurlijk was de vijand er gebeten op om deze enkelingen te
vinden en onschadelijk te maken. Laten we eens proberen het (voor)beeld van deze "GEHEIME
AGENTEN," bv. gedurende de 2e Wereld oorlog, over te zetten naar de GEESTELIJKE WERKELIJKHEID van
heden en morgen. Onze vijand, de duivel, met zijn zeer vele medewerkers, ook onder de mensen,
heeft al vele jaren, maar wel in het bijzonder de laatste decennia, veel geestelijk terrein
veroverd. Alhoewel je in een geestelijke oorlog de beide territoria niet kunt afmeten of weergeven
in meters of km. is het toch goed, terwille van de duidelijkheid om te spreken van resp.
"TERREINWINST" of van "TERREINVERLIES." Het gebied van de geestelijke Amalekiet is duidelijk
"GEBIED DER GODDELOOSHEID" en het volk waarop de Here voor EEUWIG toornt. Zie Mal. 1 v.4 en
instructie 18e. Er is op deze planeet geen TERREIN te bedenken waarin de "Amalekiet" niet is
binnen gedrongen. Om een paar terreinen te noemen.
De "AMALEKIET" is als "GEHEIM AGENT" gepenetreerd in zowel:
Het moge duidelijk zijn dat de ware gemeente van Jezus Christus een "INHAALMANOEUVRE" heeft te
doen om de enorme schade te herstellen die er is aangericht door onze tegenstanders.
Op bijbelse gronden staat ons het volgende te doen, t.w: net als in de tijd van David, toen deze gevlucht
was voor zijn rebellerende zoon Absalom, waren daar op het terrein van de vijand twee priesterzonen,
betrouwbare mannen, die op aanwijzing van de vluchtende koning David, een positie innamen in "HET HOL
VAN DE LEEUW."
GEHEIME AGENTEN.
David stelde hen aan als GEHEIME AGENTEN, die alle berichten, die van belang waren voor
deze oorlog, over zouden kunnen brengen. We zagen in deze geschiedenis reeds dat Husai door David
werd aangesteld als "UNDERCOVER AGENT." Zie instr. 18 en 2 Sam. 16 v.15-19. In deze oorlog zagen
we dat niet alleen David met geheime agenten werkte, tot in het door Absalom veroverde paleis toe.
(2 Sam. 15 v.27-29 en v.35-36).
DE VIJF HELPENDE REDDERS.
De vijf volgende personen zouden voor een aanzienlijk deel de goede afloop van de
revolutie bepalen, t.w: HUSAI; ZADOK; AHIMAÄZ; ABJATHAR; JONATHAN alsmede een slavin, die je
genoemd vindt in 2 Sam. 17 v.17. Maar...ook Absalom had "IJZERS IN HET VUUR." De spionnen van
Absalom waren onder ALLE STAMMEN van Israël met een bepaalde opdracht nl. tot een
SAMENZWERING. (2 Sam. 15 v.10-12). Ook aan verraders ontbrak het bepaald niet. Zie 2 Sam. 17
v.18-21.
HET VOORTWOEKERENDE GEZWEL.
Indien een kwaad als een gezwel al te ver ontwikkeld is, is het bijna onomkeerbaar. Dat
begreep David en geheel Jeruzalem met hem, toen ze vernamen dat DE MANNEN VAN ISRAËL voor
Absalom partij gekozen hadden. (2 Sam. 15 v.13-18).
TWEE GEVAREN BEDREIGEN DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS.
De OUDE MENS = ons eigen "vlees," daar is "liefde" altijd gericht op zichzelf, zeg maar
ZELF-LIEFDE. Het woord EGO past op dit alles. De "OUDE MENS" is een rebel in optima forma. Gen. 11
leert ons dit reeds. Daar wordt de vraag gesteld: "WAAR IS HET WACHTEN EIGENLIJK NOG OP." Het
antwoord is tweeledig. Indien onze "oude mens," met Christus gekruisigd en gestorven is, dan is de
rebel IN ONS, dood. In ieder geval houden we hem voor dood. Gods kracht door de Heilige Geest kan
dan door ons heen werken om de tweede vijand te verslaan.
De tweede vijand:
Satan en zijn rijk, de tweede vijand, werkt tezamen met ons vlees, als een soort compagnons. Ef. 4
v.27 stelt: "GEEFT DE DUIVEL GEEN VOET." Indien dat het geval is kan de strijd tegen deze tweede
vijand beginnen. Het gaat hier om de "TORENS VAN BABEL," de ziggurats van deze twintigste eeuw,
als platvorm van de hemel en de aarde, oftewel SATAN'S PRAATPAAL of COMMUNICATIECENTRUM, zijn
COMMANDOTOREN, dit alles onder de schuilnaam: NEW (age) BABYLONCENTRUM.
De kop van DE SLANG, van DEZE slang, zal vermorzeld worden, zegt Gen. 3 v.15. Tussen deze slang en
DE VROUW = DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, is een door God gewilde strijd en deze eindigt pas als
de kop van de slang is vermorzeld, VOLKOMEN VERMORZELD.
HET IS NU MEER DAN TIJD DAT WE OPSTAAN OM ALLE GEESTELIJKE BOLWERKEN TE LEREN
SLECHTEN DIE DE VIJAND HEEFT KUNNEN OPWERPEN IN HET DENKEN VAN GODS KINDEREN.
In het kader van de geestelijke oorlogvoering hebben we te maken met geestelijke
bolwerken, die in het denken van de mens zijn opgeworpen. De bolwerken uit de natuurlijke wereld
zijn er een duidelijk voorbeeld van, hoe het in GEESTELIJK OPZICHT werkt. Met GEESTELIJK INZICHT,
dienen in de kracht van de Heilige Geest, deze bolwerken ONTMASKERD en weggeruimd te worden. Denk
aan de occulte geesten. Gehoorzaamheid en geloof in de volle waarheid van Gods woord, vormen
daartoe de sleutels.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 20:
Een bolwerk was in het verleden een UITSPRINGEND VERDEDIGINGSWERK, een bastion ter
verdediging tegen aanvallende vijanden. Een VERSCHANSING als versterking, dat was bedoeld als
verdediging, kan ook als UITVAL/AANVALSBASIS fungeren, zoals Luc. 19 v.43 ons leert: "WANT ER
ZULLEN DAGEN OVER U KOMEN, WAARIN UW VIJANDEN EEN BOLWERK TEGEN U ZULLEN OPWERPEN EN U OMSINGELEN
EN U VAN ALLE ZIJDEN IN HET NAUW BRENGEN ... etc. In figuurlijke zin bestaan er vele bolwerken.
Een gesproken woord kan in het denken van een ander een bolwerk oproepen dat of verlammend werkt
of rebellie oproept, zoals bv. Deut.1 v. 28 ons leert: "WAARHEEN TREKKEN WIJ OP? ONZE BROEDERS
HEBBEN ONS HET HART DOEN SMELTEN MET DE TIJDING: DIE MENSEN ZIJN GROTER EN LANGER DAN WIJ, DE
STEDEN ZIJN GROOT EN HEMELHOOG VERSTERKT EN OOK HEBBEN WIJ DAAR ENAKIETEN GEZIEN." Deze uitspraak
bewerkte EEN ONNEEMBAAR BOLWERK in het denken van deze WEERSPANNIGE, MORRENDE, REBELLERENDE,
VERLEUGENDE Israëlieten. (v.26-27). Mozes deed een poging om dit BOLWERK te slechten door het
belijden van DE WAARHEID, GODS WOORD, en Mozes zei en beleed: "IK ZEIDE WEL TOT U: beeft niet;
VREEST NIET VOOR HEN. DE HERE, UW GOD, DIE VOOR U UIT GAAT, HIJ ZAL VOOR U STRIJDEN IN
OVEREENSTEMMING MET ALLES WAT HIJ VOOR UW OGEN MET U GEDAAN HEEFT IN EGYPTE EN IN DE WOESTIJN."
etc. (v. 29-31) .
HET BRAK MOZES BIJ DE HANDEN AF.
Mozes moest toegeven dat hij geen kans had gezien om dit bolwerk in hun denken omver te
halen, te slechten, en zei: "DOCH ONDANKS DIT WOORD GELOOFDE GIJ NIET IN DE HERE, UW GOD, DIE VOOR
U UITGING OP DE WEG OM VOOR U EEN PLAATS TE ZOEKEN, WAAR GIJ U KONDT LEGEREN." (v. 32-33 uit Deut.
l).
CONCLUSIE:
Het uitspreken van ongeloof kan dus een vijandelijk bolwerk doen opwerpen in het denken
van Gods kinderen. VREES is dikwijls "DE POORT". VREES is ook een vorm van GELOOF, nl. in dat wat
de vijand zegt: DE LEUGEN.
GOD KAN OOK DE TEGENSTANDER GEBRUIKEN
In het kader van belegeringen, het opwerpen van bolwerken etc. wordt koning Nebukadrezar
enkele keren genoemd. Jer. 52 v. 4-11 beschrijft de ondergang van Jeruzalem met de
Israëlitische koning ZEDEKIA na een langdurige belegering door Nebukadrezar, die er een
belegeringswal omheen bouwde. ZONDE deed hen de nederlaag lijden en door honger gedreven deed men
een WANHOOPSDAAD. Dood of levenslange gevangenschap werd hun lot... Jesaja verwoordt niet alleen
de droevige historie van het volk Israël, maar het is tevens een voorafspiegeling van de weg
die het ISRAËL GODS = DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, speciaal in deze tijd tentoonspreidt.
(Jes. 1 v. 2-20). Jes.1 v. 8 zegt in de vertaling v.h. BOEK: "U STAAT DAAR HULPELOOS EN VERLATEN
ALS EEN HUTJE VAN EEN BEWAKER OP HET LAND, NADAT DE OOGST IS BINNENGEHAALD. EVEN MACHTELOOS ALS
EEN OMSINGELDE STAD." Maar Jesaja 2 v.2 brengt nieuwe hoop .... want daar staat: "IN DE LAATSTE
DAGEN ZULLEN JERUZALEM EN DE TEMPEL VAN DE HERE EEN GROTE AANTREKKINGSKRACHT OP DE WERELD
UITOEFENEN, "MENSEN UIT VELE LANDEN ZULLEN DAAR NAAR TOE TREKKEN OM DE HERE TE AANBIDDEN."
INVLOED UIT HET OOSTEN.
Alhoewel Jes. 2 een hoopvolle toekomst schetst voor de toekomst (v.1-5), zwaait er boven
"HET HUIS VAN JACOB" een zwaard ten oordeel (v.6). GODS DIAGNOSE IN VERBAND MET ZONDIG
HANDELEN.
Het zwaard ten oordeel dat boven "HET HUIS VAN JACOB" zwaaide, betreft minstens zo zeer DE GEMEENTE GODS rond het jaar 2000 na Christus. Jes. 2 v.6 luidt: "DE HERE HEEFT u VERSTOTEN, OMDAT U BUITENLANDERS UIT HET OOSTEN BINNENHAALT, DIE MAGIE BEDRIJVEN EN IN CONTACT STAAN MET DE BOZE GEESTEN, ZOALS DE FILISTIJNEN DAT OOK DOEN." Het zijn deze geestelijke bolwerken van de satan die neergehaald dienen te worden. Gods kinderen hebben daar voor nodig om geestelijk inzicht en onderscheidingsvermogen te hebben. Een vijand waarvan men geen weet heeft is immers moeilijk te bestrijden. De diagnose vertelt verder dat HOOGMOED de INVALSPOORT is geworden voor de vele afgoden (lees demonen). Alvorens deze bolwerken van satan weer ingenomen kunnen worden is er nodig:
IN PLAATS VAN....
In plaats van te zeggen tot de "BERGEN" (demonen): "VALT OP ONS" en tot de "HEUVELEN
BEDEKT ONS" (Luc. 23 v.30) en zoals ook de profeet Jesaja reeds ver daarvoor schreef in Jes. 2
v.10 en 19: "VERBERG U IN DE GROTIEN,VERBERG U VOOR DE VERSCHRIKKELIJKE MAJESTEIT VAN DE HERE.
"Ja...IN PLAATS VAN TE WACHTEN TOT DE HERE VAN ZIJN TROON OPSTAAT (Jes. 2 v.19) EN DE MENS TRACHT
EEN "GOED" HEENKOMEN TE ZOEKEN BIJ DE AFGODEN (demonen) DIE HIJ HEEFT GEDIEND (de bergen en
heuvels) EN ZIJN AFGODEN VOOR DE MOLLEN EN VLEERMUIZEN GOOIT IN ZIJN ANGST EN OVERHAASTE VLUCHT
.... IS HET EINDELOOS VEEL BETER DE WEG TE GAAN DIE HIERBOVEN GENOEMD IS(onder a t/m d), DAN HAD
DIT BOLWERK IN ZIJN LEVEN NOG HEROVERD KUNNEN WORDEN, VOOR HET TE LAAT WAS. (Jes. 2 v.19-22).
GODS OPROEP.
God roept de getrouwen in de lande "JUDA" op, om ondanks alles trouw te blijven ook al
wordt ons land werkelijk overspoeld door een vloedgolf van occultisme. En omdat God aan onze zijde
staat, zal deze "NEW AGE" uiteindelijk radicaal verslagen worden. Zie Jes. 8 v.5-10. Zij die God
geheel gehoorzaam zijn, hebben niets te vrezen. (v.11-15).
NEDERLAND HEEFT EEN NIEUW DIJKLEGER NODIG.
Opnieuw heeft Nederland een "DIJKLEGER" nodig, maar NU om de VLOEDGOLF VAN DE GEESTELIJKE
RIVIER DE EUFRAAT TE KEREN. Een GEESTELIJK DELTAPLAN is noodzakelijk, maar het zal alleen
effectief blijken te zijn als GOD ZELF de "ONTWERPENDE INGENIEUR" is. Laten we ons aanmelden voor
dit geestelijke dijkleger, WANT.... DE TIJD DRINGT. Het wordt "SPRINGVLOED". Het zal dus zijn
NU... of nooit.
HET IS EINDTIJDOORLOG. DUS ZAL HET MILITIA CHRISTI ALLE GEVANGEN GENOMEN
VIJANDEN, GEKNEVELD, LEGGEN ONDER DE VOETEN VAN ONZE LEGEROVERSTE, JEZUS CHRISTUS.
De bijbel is klaar en duidelijk, daar waar het de opdracht betreft om de geestelijke
vijanden die in de naam van onze legeroverste, Jezus Christus door de kracht van de Heilige Geest
gevangen zijn genomen. Als uitdrukking van het totaal verslagen zijn, worden ze in de geestelijke
wereld, onder Jezus' voeten gelegd, zoals Jozua destijds demonstreerde aan zijn strijders. Deze
opdracht is NIET vrijblijvend, want Jezus Christus wacht nu af dat door ons al Zijn vijanden onder
Zijn voeten gelegd worden. (Hebr. 10 v.13).
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 21:
Jozua de grote leider en generaal van het Israëlitische leger, demonstreerde aan zijn soldaten
op een duidelijke, zichtbare wijze hoe men met zijn vijanden moest handelen. En zoals hij het in de ZICHTBARE
WERELD voor deed, zo zullen wij het NU EN "MORGEN" dienen te doen in de geestelijke wereld. We lezen
Jozua 10 v.24-26: "ZODRA MEN DIE (gevangen genomen) KONINGEN TOT JOZUA GEBRACHT HAD, RIEP JOZUA ALLE
MANNEN VAN ISRAËL TOT ZICH EN ZEIDE TOT DE AANVOERDERS DER KRIJGSLIEDEN: ....TREEDT NADER, ZET UW
VOET OP DE NEK DEZER KONINGEN. ZIJ KWAMEN NADERBIJ EN ZETTEN HUN DE VOET OP DE NEK. TOEN ZEI JOZUA TOT
HEN: VREEST NIET EN WEEST NIET VERSLAGEN, WEEST STERK EN MOEDIG, WANT ALDUS ZAL DE HERE DOEN AAN AL UW
VIJANDEN, TEGEN WIE GIJ STRIJDT."
Het moge bekend zijn dat de naam JOZUA dezelfde is als JESHUA = JEZUS, en betekent: DE HEER REDT.
In 1 Cor. 15 v.25 staat over de opgestane Heer Jezus Christus: "WANT HIJ MOET ALS KONING HEERSEN, TOTDAT
HIJ AL ZIJN VIJANDEN ONDER ZIJN VOETEN GELEGD HEEFT."
Omdat Jezus Christus, onze LEGERAANVOERDER, bevolen heeft om te strijden tegen de boze geesten in de
hemelse gewesten, delegeert HIJ deze opdracht nu aan Zijn lichaam, DE GEMEENTE. Zie Ef. 6 v.12; Matth.
10 v.8: Marc. 16 v.17. Paulus wenst Gods kinderen veel genade toe van onze Heer Jezus, want in Zijn
naam en kracht zal de GOD DES VREDES, weldra de satan onder onze voeten vertreden. (Rom. 16 v.20). Hebr.
10 v.13 vertelt ons zelfs dat Jezus Christus die nu gezeten is aan de rechterhand van God: " ....AFWACHTENDE
IS, TOTDAT ZIJN VIJANDEN GEMAAKT WORDEN (door ons) TOT EEN VOETBANK VOOR ZIJN VOETEN."
Dit alles laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Wie door het overtreden van de wetten v/h Koninkrijk
van God, terecht komt op het gebied van en in de valstrikken van onze tegenstander, komt geestelijk gezien
in een "MOERAS," in "DRIJFZAND." Alleen het te hulp roepen van Jezus Christus zal hem of haar in staat
stellen er door Gods dienstpersoneel te worden uitgetrokken en op de VASTE GROND van "ONZE ROTS" te
worden geplaatst. Wie meent de regels (wetten) v/h Koninkrijk Gods te kunnen negeren, maakt een zeer
grote, gevaarlijke vergissing.
DE WARE GETUIGEN VAN JEZUS CHRISTUS IN DEZE EINDTIJD ZULLEN GODS WOORD ZODANIG HANTEREN
DAT HET TE VERGELIJKEN IS MET LOUTEREND OF VERTEREND VUUR UIT HUN MOND.
De zonen Gods in deze eindtijd spreken met Goddelijk gezag. Van deze geestelijke tempel
(her)bouwers is hun woord met gezag, dat oordelend werkt. Het is te vergelijken met de werking van
vuur. Hun woord van macht en gezag "VERTEERT" HUN VIJANDEN, DE VIJANDEN VAN HET KRUIS,
overeenkomstig Openb. 11 v.5.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 22.
In Openbaring 11 wordt gesproken over de twee getuigen. Zij zijn het beeld van de ZONEN
GODS in deze eindtijd. De verzen 4-6 spreken overduidelijk over het GEZAG dat zij hebben, net als
in het oude verbond Mozes en Elia ten toon spreidden. Dit zo juist genoemde komt ook overeen met
twee andere gezalfden des Heren, die voor de Here der hele aarde staan. (Zach. 4 v.14). Zoals
Mozes -DE WET- en Elia -DE PROFETEN- vertegenwoordigen, zo representeert Jozua, de hogepriester
genoemd in Zach. 3, het HOGEPRIESTERSCHAP en Zerubbabel genoemd in o.a. Zach. 4 v.6-14, de
landvoogd uit David's nageslacht, deze laatste vertegenwoordigt HET KONINGSCHAP. Tezamen staan ze
model voor de TEMPEL(her)BOUWERS. Zie Zach. 4 v.8-14; Haggaï 1 v.14 en 2 v.21-24. Maar...dan
NIET MEER een tempel van hout en steen, maar de tempel zoals Jezus Christus, de ware grote
tempelherbouwer dat leerde nl. in o.a. Hand. 17 v.24; 1 Cor. 3 v.16 en 6 v.19; 2 Cor. 6 v.16; Ef.
2 v.21; Openb. 3 v.12 en 21 v.22. Het "VUUR" zal uit de mond van deze gemeente (tempel)BOUWERS in
deze tijd van geestelijke afva1, OORDELEND WERKEN. Vergelijk dit eens met de tijd van Elia in 1
Kon. 17 v.20-46. Als antwoord op de bedrieglijke wonderen en tekenen van de antichrist en alle
valse leringen, gepaard gaande met OCCULTE MANIFESTATIES, komt er "VUUR" uit de mond van deze
getuigen van Jezus Christus. Dit woord van macht en gezag "VERTEERT" de vijanden van het KRUIS.
Deze worden aan het verderf overgeleverd. Niet alleen hun inwendige mens (ziel en geest) worden
dan geheel gescheiden van de geestelijke gemeenschap met God en de gemeente van Jezus Christus,
maar van menigeen zal DAARENBOVEN ook het lichaam gedood worden in deze eindtijd. Vergelijk dit
met resp. 2 Thess. 2 v.7-12; Jer. 5 v.14; Obadja v.18 en 21 en 2 Kon. 1 v.2-17. Ik bestrijd op
bijbelse gronden de gedachte dat "HET VUUR" alleen en uitsluitend betrekking zou hebben op de
inwendige mens van Gods vijanden. Hier en daar zal God Zijn macht en majesteit tonen en ...tevens
het lichaam doden. Zie bv. Ps. 78 v.49; 1 Cor. 10 v.10; Matth. 10 v.28; Jac. 4 v.12; Openb. 11
v.18 in de vert. van HET BOEK:" .....DE VOLKEN WAREN SLECHT, MAAR NU IS UW TOORN GEKOMEN .... DIT
IS DE TIJD OM ALLEN TE VERWOESTEN, DIE DE AARDE EEN WOESTENIJ MAKEN." Johannes zegt in Openb. 11
v.5 over deze twee getuigen: "ALS IEMAND PROBEERT HEN KWAAD TE DOEN, KOMT ER VUUR UIT HUN MOND,
WAARDOOR HUN VIJANDEN WORDEN VERTEERD. ZO ZAL IEDER GEDOOD WORDEN, DIE HEN KWAAD WIL DOEN."
David wordt vaak ten voorbeeld gesteld in de bijbel. B.v. dat de herderlijke taak alleen dan op
een adequate wijze kan worden uitgeoefend in de gemeente (kudde) van Jezus Christus indien de
herder ook, net als David en DE ZOON VAN DAVID gezalfd is met de Heilige Geest.
Ook het oude verbond demonstreert o.a. door David heen, hetgeen hierboven werd geschreven. In het
terebintendal staan de twee legers tegenover elkaar met elk hun vertegenwoordigers resp. Goliath
en David. Maar... alvorens David tot de tegenaanval overging en zijn hand in de herderstas stak om
een der vijf gladde stenen weg te slingeren, waardoor Goliath in zijn "DENKWERELD" werd getroffen,
was de reus eigenlijk al verslagen.
Het ging zoals David voorzegde, want David naderde de reus in de naam van de Heer Zebaoth = DE
HERE DER HEERSCHAREN. Vooraf werd echter betuigd dat de Heer niet verlost door zwaard of spies,
want de strijd is des Heren en... Goliath was in wezen al gedood door het "VUUR" dat uit de mond
van David kwam. Hij kakelde nog wel wat als "EEN KIP ZONDER KOP." Deze Filistijn had reeds 40
dagen elke morgen en elke avond de God van Israël getart. (1 Sam. 17 v.16 en 25-26). Omdat hij
de Heilige Israëls gesmaad had en gehoond. Het dodende vuur uit David's mond luidde
aldus:
"VANDAAG ZAL DE HERE U IN MIJN MACHT OVERLEVEREN EN IK ZAL U VERSLAAN EN U HET HOOFD AFHOUWEN." (1
Sam. 17 v.46).
Door deze woorden, gesproken door David, werd deze reus in wezen reeds machteloos gemaakt, zoals
later van de Zoon van David gezegd zou worden:
"DAN ZAL DE WETTELOZE ZICH OPENBAREN, HEM ZAL DE HERE JEZUS DODEN DOOR DE ADEM ZIJNS MONDS EN
MACHTELOOS MAKEN DOOR ZIJN VERSCHIJNING." (2 Tim. 2 v.8).
DAVID MET "VUUR" IN DE MOND.
De woorden in David's mond werden tot vuur, en Goliath en de zijnen tot (brand)hout, dat
hen verteert. Zo zegt Jer. 5 v.14. Zo waren eveneens Gods woorden in de mond van de toenmalige
profeet Jeremia, maar toen helaas ten opzichte van het EIGEN, zondige, ongehoorzame volk
Israël. LIJKT DIT NIET EEN BEETJE OP DE HUIDIGE TIJD??? EN HEBBEN WE DAAR GEEN ANTWOORD
OP...???
De mannen van Israël zagen reus WANHOOP; sloegen voor hem op de vlucht en vreesden zeer. (1
Sam. 17 v.23-24). Eigenlijk waren zij reeds gevangenen die zaten in de kerker van kasteel Twijfel,
zoals John Bunyan beschreef, over Christen en Hoop. David wist dat zij als leger niet op het
terrein van reus wanhoop waren gekomen, maar juist omgekeerd was reus Goliath (Wanhoop) op
verboden gebied en daarom werd hij door David geveld.
ZOALS HET NATUURLIJK ISRAËL, JOZUA ALS KRIJGSOVERSTE HAD, HEEFT HET
MILITIA CHRISTI, HET ISRAËL GODS VAN DEZE EINDTIJD: JEHOSJOEA = JOZUA of JEZUS ALS ENIGE
BEVELHEBBER OM HET GEESTELIJK KANAÄN TE VEROVEREN.
Jozua was de beelddrager van de latere naamgenoot JEZUS (de Christus = de GEZALFDE met de
Heilige Geest). Zoals Jozua aan het hoofd van het leger van Israël het beloofde land moest
veroveren, zó heeft onze "JOZUA" n.l. Jezus Christus, onze OPPERBEVELHEBBER, de taak om Zijn
volk, het Israël Gods, het beloofde land te laten veroveren, n.l. HET GEESTELIJK
KANAÄN.
Zoals Jozua, door Goddelijk ingrijpen de sterke TOEGANGSVESTINGSTAD Jericho kon innemen, zó
heeft Jezus Christus de toegang voor ons geopend tot HET WARE beloofde land, door Zijn strijd en
overwinning op GOLGOTHA.
Evenals voorheen in de zichtbare wereld, zullen de muren die de TOEGANG en DOORGANG tot het
GEESTELIJK KANAÄN, HET WARE BELOOFDE LAND beletten, vallen door het geloof, overeenkomstig
Hebr. 11 v.30.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 23:
Allereerst dit: Jericho, de palmstad, kan bij de inname van het "BELOOFDE LAND" gezien
worden als het eerste en sterkste bolwerk van de vijand. Het land Kanaän was hen beloofd, dus
toegezegd, maar moest eerst nog worden veroverd.
Jericho, de absoluut onneembare vestingstad is een beeld van satan's machtspositie. Satan zal met
alle middelen proberen te voorkomen dat "HET BELOOFDE LAND" door het ISRAËL GODS zal worden
ingenomen. Zo deed de duivel het reeds ten tijde van JOZUA. Alhoewel er grote gebieden en steden
zijn veroverd door het leger van Israël o.l.v. Jozua, leert ons de bijbel dat deze opdracht
nimmer voor 100% is uitgevoerd. EN DAT HEBBEN ZE GEWETEN OOK....
OPNIEUW DE OPDRACHT UITVOEREN.
Nu Gods volk, als het Israël Gods, opnieuw de opdracht heeft om het GEESTELIJK
KANAÄN te veroveren, ondervinden ze in de geestelijke wereld een enorme weerstand van SATAN.
Zijn naam betekent immers TEGENSTANDER. Maar het geestelijk Jericho IS gevallen, want Jezus
Christus heeft hem op Golgotha van de troon gestoten, die hij op wetteloze wijze had veroverd.
Luister naar de "ADEMBENEMENDE" woorden, die de Hebreeënschrijver ons voor houdt in hfst. 2
v.14-16: "OMDAT WIJ MENSEN VAN VLEES EN BLOED ZIJN IS HIJ, OOK EEN MENS VAN VLEES EN BLOED
GEWORDEN; WANT ALLEEN ALS MENS KON HIJ STERVEN EN ZO DE DUIVEL, DIE DE MACHT OVER DE DOOD HAD,
MACHTELOOS MAKEN (=onttronen). ALLEEN OP DIE MANIER KON HIJ DE MENSEN, DIE HUN LEVEN LANG VREES
VOOR DE DOOD HADDEN, UIT DE SLAVERNIJ BEVRIJDEN. WIJ WETEN ALLEMAAL DAT HIJ ZICH HET LOT VAN DE
(gevallen) ENGELEN NIET AANTREKT, MAAR WEL VAN DE NAKOMELINGEN VAN ABRAHAM."
Paulus beklemtoont dit in 1 Cor. 15 v.24-26, sprekende over de enorme betekenis van Christus (en
onze) opstanding: "...WANNEER HIJ ALLE HEERSCHAPPIJ, ALLE MACHT EN KRACHT ONTTROOND ZAL HEBBEN.
WANT HIJ (Jezus Christus) MOET ALS KONING HEERSEN, TOTDAT HIJ AL ZIJN VIJANDEN ONDER ZIJN VOETEN
GELEGD HEEFT, INCLUSIEF DE DOOD."
En deze OPPERBEVELHEBBER, KONING en HEERSER, Jezus Christus, waar Jozua een beeld van was, deze
twee ontmoetten elkaar.
VERGADERING VAN DE GENERALE STAF.
Wie Jozua 5 v.13-15 goed leest, ontdekt dat de "HEMELSE JOZUA" = Jezus Christus, de ANDERE
JOZUA ontmoet, terwijl deze bezig is in de nabijheid van Jericho, zijn aanvalsstrategie uit te
denken. Jozua was pas bevorderd tot de hoogste bevelhebber van het Israëlitische leger. Joz.
1 v.1-9.
Tot nu toe had hij als onderbevelhebber gediend onder de grote leider Mozes, maar nu stond hij er
"alleen" voor. De onneembare hoge en dikke muren van de grote toegangsvestingstad, tot het daar
achter liggende beloofde land, was alleen in te nemen door geloof in Gods belofte toen HIJ tot
Jozua sprak: "ELKE PLAATS DIE UW VOETZOOL BETREDEN ZAL, GEEF IK ULIEDEN EN NIEMAND ZAL VOOR U
STANDHOUDEN AL DE DAGEN VAN UW LEVEN..." Joz. 1 v.3 en 5.
Als je (natuurlijke) ogen die "ONNEEMBARE" muren bekijken en de poorten die zorgvuldig gesloten
gehouden worden (6 v.1), ja dan kun je een directe bemoediging vanuit de hemel best gebruiken. We
lezen dat Jozua er over nadacht hoe hij de stad Jericho zou innemen (...dat hij zijn ogen
opsloeg). Joz. 5 v.13. Vandaag de dag krijgen de legerleiders zeer gedetailleerde foto's onder
ogen, die door spionagesatellieten zijn genomen, waar alle details op te zien zijn.
MANNEN VAN GELOOF.
Omdat Jozua niet achter die dikke muren kon kijken, had hij er reeds eerder een paar
verkenners op afgestuurd, om eens poolshoogte te nemen. Jozua 2.
Toen ze uitgebreid verslag uitbrachten, bleken het, net als Jozua zelf, mannen van geloof te zijn
door te belijden: "DE HERE HEEFT HET GEHELE LAND IN ONZE MACHT GEGEVEN, JA ZELFS SIDDEREN VOOR ONS
ALLE INWONERS VAN HET LAND." Jozua 2 v.24.
Zoals gezegd ontmoette Jozua een andere generaal (Joz. 5 v.14) die zich op bevel van Jozua
legitimeerde. Als het op strijd of oorlog aankomt dienen we heel goed te weten wie onze
VRIENDEN/bondgenoten en wie onze VIJANDEN/tegenstanders zijn.
EEN GOEDE LEGITIMATIE.
Op de dringende vraag of deze plotseling opgedoken/verschenen persoon tot Jozua's eigen
leger of tot de tegenstanders behoorde, was het antwoord duidelijk NEEN, onmiddellijk gevolgd door
een legitimatie, t.w: "IK BEN DE VORST VAN HET HEER DES HEREN..." Joz. 5 v.14. Of zoals HET BOEK
het zegt: "GEEN VAN BEIDE," antwoordde de man: "IK KOM ALS DE AANVOERDER VAN HET HEMELSE LEGER VAN
DE HERE," dus het derde leger.... Deze AANVOERDER stond met een getrokken zwaard in de hand, dus
gevechtsgereed. Ik geloof dat deze persoon, deze AANVOERDER, JEZUS CHRISTUS was. Het getrokken
zwaard symboliseert dat hij als MEDESTRIJDER strijdt met het WOORD, zoals o.a. staat in Openb. 1
v.16: "EN UIT ZIJN MOND KWAM EEN TWEESNIJDEND SCHERP ZWAARD..." en "...IK ZAL STRIJD TEGEN HEN
VOEREN MET HET ZWAARD MIJNS MONDS." Openb. 2 v.12 en 16.
HEMELSE LUCHTLANDINGSTROEPEN.
Opeens kreeg Jozua ondersteuning van een AANVOERDER, die over HEMELSE LUCHTLANDINGSTROEPEN
beschikte, ja... DE TROON VAN GOD STOND ACHTER DEZE AANVOERDER. Zoals die onneembare, dikke, hoge
muren van Jericho door de Israëlieten NIET te slechten waren, zó heeft Jezus Christus op
Golgotha de onneembare muren, DAT VRESELIJKE BOLWERK neergehaald dat satan door zijn MISLEIDING en
VERLEIDING had weten op te trekken tussen God en Zijn schepping. DIE MUUR HEETTE DE ZONDE.
DE BLOKKADE DOORBREKEN.
We zien het volk Israël door de kracht van God uitgeleid worden en om dat slavenhuis
der zonde (Egypte) te kunnen verlaten, moest dat omringende, omsingelende leger van satan en zijn
demonen, doorbroken worden. Deze blokkeerden de UITWEG naar het BELOOFDE LAND.... Let op hoe God
deze blokkade liet doorbreken. In Ex. 14 v.13-14 en 21-28 kunnen we het lezen. Mozes riep zijn
volk toe: "VREES NIET, HOUDT STAND, DAN ZULT GIJ DE VERLOSSING DES HEREN ZIEN, DIE HIJ U HEDEN
BEREIDEN ZAL..." v.13.
Mozes moest zijn staf opheffen/uitstrekken over de zee en zo zou de zee gespleten worden.
v.16.
DE STAF IN DE HAND.
Die ZONDEMUUR, waarmede het demonenleger trachtte het volk van God binnen zijn grenzen,
zijn MACHTSGEBIED te houden, wordt uitgebeeld door DE ZEE en deze muur werd radicaal verbroken
door het machtswoord van God. De staf in de hand van Mozes is een beeld van het WOORD VAN GOD.
Toen deze in geloof werd gebruikt door Mozes, spleet de zee, oftewel het DEMONENLEGER MOEST
WIJKEN. Door het geloof in het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus Christus voor onze
zonden, werd ook de ZONDEMUUR, die ons van God gescheiden hield, verbroken.
JEZUS CHRISTUS, DE MURENSLECHTER.
Paulus zegt in Ef. 2 v.14-22: "WANT HIJ IS ONZE VREDE, DIE DE TWEE (heidenen en Joden)
ÉÉN HEEFT GEMAAKT EN DE TUSSENMUUR, DIE SCHEIDING MAAKTE... WEGGEBROKEN... EN DE TWEE...
WEDER MET GOD TE VERZOENEN DOOR HET KRUIS... DOOR HEM (Jezus Christus) HEBBEN WIJ BEIDEN... DE
TOEGANG TOT DE VADER."
Jezus Christus doorbrak immers die ZONDEMUUR ... en DE TUSSENMUUR, ja ALLE MUREN. Toen ze na zo'n
40 woestijnjaren eindelijk voor Jericho stonden en hun lessen hadden geleerd, zegt Hebr. 11 v.30:
"DOOR HET GELOOF ZIJN DE MUREN VAN JERICHO NEERGESTORT, NADAT HET VOLK ER ZEVEN DAGEN LANG OMHEEN
GETROKKEN WAS."
Als dan later in de geschiedenis van het volk Israël het toch weer fout gegaan is en ze
uiteindelijk allemaal in BALLINGSCHAP terecht zijn gekomen, dus opnieuw in de greep van de
tegenstander, de duivel, dan is daar toch weer opnieuw Gods erbarmen. Jeremia beschrijft dit
uitvoerig in hfst. 51 waar BABEL een beeld is (net als voorheen Egypte) van de geestelijke
gevangenschap, binnen welks muren, ongehoorzame, zondigende of soms onwetende Christenen terecht
zijn gekomen.
BIJ JERICHO BUITEN, IN BABEL BINNEN DE MUREN VAN DE VIJAND.
Maar de profeet mag schrijven o.a. in Jer. 51 v.25: "WANT KIJK, IK BEN TEGEN U, MACHTIGE
BERG BABEL, VERNIETIGER VAN DE AARDE. IK ZAL MIJN HAND TEGEN U UITSTREKKEN...." "WANT DE HERE
VERNIETIGT BABEL, HAAR STEM WORDT HET ZWIJGEN OPGELEGD..." (v.55) en vervolgens: "WANT DE DIKKE
MUREN VAN BABEL (waarbinnen de ballingen gevangen werden gehouden) ZULLEN MET DE GROND WORDEN
GELIJKGEMAAKT EN HAAR GROTE POORTEN ZULLEN WORDEN VERBRAND." v.58. (Zoals voorheen Jericho's
muren).
Heerlijk is het te weten dat zoals de door Jeremia in een boekrol opgeschreven ondergang, in de
EUFRAAT gegooid moest worden met de duidelijke woorden: "ZO ZAL BABEL ZINKEN OM NOOIT MEER OMHOOG
TE KOMEN..." Jer. 51 v.60-64. Zo zal het eveneens gaan met het RIJK DER DUISTERNIS en al haar
medewerkers.
TERUG NAAR JERICHO EN JOZUA OP HEILIGE GROND.
We gaan even terug naar Jozua in hfst. 5 v.14. Toen Jozua in aanbidding voor HEM neerviel,
vroeg hij: "WELKE OPDRACHT HEEFT DE HERE VOOR MIJ???"
Wat Jezus Christus verder te zeggen had en ook zeker gezegd heeft, wordt ons niet vermeld. Waar
Jozua met Jezus sprak, was HEILIGE GROND. Zulke vormen van een "PERSOONLIJK, HEILIG ONDERHOUD MET
GOD" treffen we meerdere keren aan bij Mozes. Zie b.v. Ex. 19 v.19-25 en Ex. 33 v.18-23 en Deut.
31 v.14-23 en 34 v.9-12 etc. Als we heden een ontmoeting hebben (in welke vorm dan ook) met onze
Veldmaarschalk, Jezus Christus, dan staan we eveneens op HEILIGE GROND.
AAN DE VOORAVOND VAN....
Zoals Jozua aan de vooravond stond van de verovering en dus inname van het hun beloofde
land, zó staan wij heden opnieuw aan de vooravond van de totale verovering van het GEESTELIJK
KANAÄN.
Het HOOFD (Jezus Christus) en het LICHAAM (de gemeente van Jezus Christus) zijn nooit meer te
scheiden. In de vertaling van HET BOEK zegt Col. 2 v.10: "IN CHRISTUS BENT U DUS VOLMAAKT, WANT
HIJ IS DE HOOGSTE HEERSER EN AUTORITEIT OVER ELKE ANDERE MACHT."
Het verschil tussen Jozua, toen op die bewuste avond en ons NU is dit: Ons "JERICHO" is reeds
gevallen op Golgotha. De vijand heeft eigenlijk de "NEKSLAG" reeds ontvangen, maar het is net als
toen David later Goliath onthoofdde, de resterende Filistijnen gaven zich (nog) niet over, maar
vluchtten weg om zich te hèrgroeperen, alhoewel ze gezegd hadden zich over te zullen
geven.
ONZE KRACHT en ons GELOOFSFUNDAMENT berust hierop dat: Jezus Christus ons strafblad heeft
verscheurd, door dat bewijs aan het kruis te slaan. Op die manier ontnam God de duivel en zijn
trawanten volledig hun macht. Hij heeft hen in het openbaar te kijk gezet en daarmede laten zien
dat zij door het KRUIS VAN CHRISTUS overwonnen en verslagen zijn.
Col. 2 v.14-15 en Ef. 3 v.10 zegt het zo: "GOD WIL DOOR MIDDEL VAN DE GEMEENTE AAN DE
GEESTELIJKE HEERSERS EN MACHTEN LATEN ZIEN HOE RIJK EN VOLMAAKT ZIJN WIJSHEID IS."
Deze GEESTELIJKE OORLOG zal net zo lang gevoerd worden tot het woord uit 1 Cor. 15 v.25-26 vervuld
is, oftewel GEREALISEERD, n.l.: "WANT HIJ MOET ALS KONING HEERSEN TOTDAT HIJ AL ZIJN VIJANDEN
ONDER ZIJN VOETEN GELEGD HEEFT. DE LAATSTE VIJAND DIE ONTTROOND WORDT, IS DE DOOD."
Van deze OVERWINNAARSSCHARE, zeg maar het MILITIA CHRISTI, zegt Openb. 22 v.1-5: "...ZIJ ZULLEN
(met Christus) ALS KONINGEN HEERSEN TOT IN ALLE EEUWIGHEDEN."
En zo is de OUDTESTAMENTISCHE JOZUA actueel geworden voor ons nu, die Jezus Christus kennen als
VERLOSSER, BEVRIJDER, REDDER, GOEDE HERDER, maar NU zeker in deze (eind)tijd als onze HEER, DE
LEGERAANVOERDER, die zich aldus legitimeert: "DIT (alles) ZEGT HIJ, DIE HET TWEESNIJDENDE SCHERPE
ZWAARD HEEFT: IK WEET, WAAR GIJ WOONT, DAAR WAAR DE TROON DES SATANS IS EN GIJ HOUDT VAST AAN MIJN
NAAM EN HEBT HET GELOOF IN MIJ NIET VERLOOCHEND..." Openb. 2 v.12-13. Dat wordt gezegd tegen de
PERGAMUM GEMEENTE. Dat betekent: BURCHT, waar enige tempels en een altaar van de (hoofd)afgod ZEUS
staan, de troon van satan, en waar de Christelijke gemeente Antipas als martelaar heeft verloren
en waar evenzeer ketters zijn zoals de Nicolaïeten.
Jezus Christus zal strijd gaan voeren tegen hen die de ketterijen vasthouden, met het zwaard Zijns
monds, dus... wie een (geestelijk) oor heeft, die hore wat de Geest (ook nu, of juist NU) tot de
GEMEENTE ZEGT. Openb. 2 v.15-17.
ZOALS DE HELDEN VAN DAVID, ZIJN LIJFWACHT, ZICH IN DE BIJBEL PRESENTEERDEN,
ZO DIENEN IN DEZE EINDTIJD DE HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID, JEZUS CHRISTUS, ZICH TE
REPRESENTEREN.
Evenals de helden van David hem vergezelden in zijn druk en vervolging, staat dit
óók vermeld over Jezus' discipelen en hun opdracht luidde dat ze daarvan moesten
getuigen. Joh. 15 v.27. Elke nieuwe generatie wederomgeborenen zal dienen te getuigen van de ZOON
VAN DAVID, Jezus Christus.
Zoals een lijfwacht borg staat voor zijn heer, zó zullen DE ZONEN GODS hun leven niet
liefhebben tot in de dood, maar zoals Openb. 12 v.10-11 zegt in de vertaling van het BOEK: "IK
HOORDE EEN LUIDE STEM IN DE HEMEL ZEGGEN: "EINDELIJK IS HET ZOVER. GOD HEEFT DE BEVRIJDING
GEBRACHT. HIJ HEEFT ZIJN MACHT GEBRUIKT OM ZIJN KONINKRIJK TE VESTIGEN. ZIJN CHRISTUS HEEFT NU HET
GEZAG. DE AANKLAGER, DIE ONZE BROEDERS DAG EN NACHT VOOR GOD BESCHULDIGD HEEFT, IS UIT DE HEMEL
GEGOOID. ONZE BROEDERS HEBBEN HEM OVERWONNEN, DOORDAT HET LAM ZIJN BLOED VOOR HEN GEGEVEN HEEFT EN
DOORDAT ZIJ DAAR IN HUN SPREKEN VAN HEBBEN GETUIGD. ZIJ WAREN BEREID HUN LEVEN ERVOOR TE
GEVEN.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 24:
De Bijbel geeft ons in David en in zijn lijfwacht een PROFIELSCHETS van DE ZOON VAN DAVID
en de helden van de Zoon van David, die onze aandacht verdient. De in 1 Sam. 16 v.12 en 18
genoemde zeven kwaliteiten zouden we "DE NORM" kunnen noemen waaraan je David en de z.g. helden
van David kunt herkennen. Het waren de helden van David, die vanaf het begin bij David zijn
geweest, vanaf zijn jaren als vluchteling waarin hij van grot naar spelonk moest vluchten tot in
zijn koningschap.
Ook NU, ná Zijn rondwandeling op aarde en de verhoging van Jezus Christus waren en zijn er
HELDEN VAN DAVID, beter gezegd: HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID, waaraan Jezus de opdracht gaf.
John Bunyan had eeuwen geleden al meer begrepen van de geestelijke wapenrusting en de geestelijke strijd dan wat zich heden ten dage als Christenheid pleegt aan te dienen. Zie wat kortelings nog geschreven werd: "TEVEEL CHRISTENEN ZIJN VERGETEN (als ze het ooit al geweten en begrepen hebben) HOE ZE STRIJD MOETEN VOEREN EN HOE ZE DE VIJAND MOETEN VERDRIJVEN UIT HUN TERRITORIUM."
DE OPDRACHT DIE JEZUS CHRISTUS MEEGAF....
"...JULLIE MOETEN OOK GETUIGEN, WANT JULLIE ZIJN VAN HET BEGIN AAN MET MIJ (geweest)."
Joh. 15 v.27.
Iedere volgende generatie zal weer opnieuw HELDEN VAN DAVID dienen voort te brengen. Zeker... ze
zullen niet meer de namen dragen van Petrus, Paulus, Dodai, Benaja, Abiëzer etc. maar... ze
zullen gewoon heten: Jan, Piet, Klaas en Marie.
In nr. 246 (1994) van het blad JONG EN VRIJ stonden enkele rake dingen. In een zéér
behartenswaardig artikel, geheten: "SLAPJANUS OF STRIJDER", staat o.a. dit: "DE BIJBEL LEERT HEEL
DUIDELIJK DAT EEN BELANGRIJK DEEL VAN HET CHRISTELIJK LEVEN ER ÈÈN IS VAN STRIJDVOERING.
EEN STRIJD VAN HET GOEDE TEGEN HET KWADE IN HET HART EN EEN (op)ROEP OM TEGEN DE VIJAND VAN DE
MENSELIJKE ZIEL TE STRIJDEN." En even verder nog... "TEVEEL CHRISTENEN ZIJN VERGETEN HOE ZE STRIJD
MOETEN VOEREN, HOE ZE DE VIJAND MOETEN VERDRIJVEN UIT HUN TERRITORIUM EN HUN DOOR GOD GEGEVEN
ERFENIS."
En daar sluit mijn verhaal weer aan bij de laatst geciteerde woorden van de schrijver uit Jong en
Vrij, waar hij zegt: "...EN DE DOOR GOD GEGEVEN ERFENIS." De spijker is volmaakt op de kop
geslagen. Er is een ENORME ERFENIS IN HET GEDING. Geen goud of zilver etc. óók geen
land, aanwijsbaar op onze aardse globe. En ook al is of was het aanwijsbaar in meridianen en
breedtegraden, desondanks blijft het van secundair belang. Als de bijbel in NIEUWTESTAMENTISCHE
zin spreekt over onze EEUWIGE ERFENIS, dan is dat primair een erfenis die we ".ELDERS" moeten
zoeken. Hoe paradoxaal het ook moge klinken, maar we mogen ons verblijden in de dood van onze
erflater = Jezus Christus, maar meer nog in zijn verrijzenis. Hebr. 9 v.11-28, spec. v.15 en 24.
Het loon van Jezus is 100x beter, zegt Matth. 19 v.27-30 in de vert. van HET BOEK, en kenmerkt
zich door een erfenis van HET EEUWIGE LEVEN. v.29.
DE SCHIJNWERPER OP HET WARE ERFDEEL.
Paulus spreekt over het geheel andere erfdeel, bepaald geen zilver of goud, maar dat
erfdeel wordt bewerkt door Gods woord van Zijn genade en door Jezus Christus zelf. Hand. 19
v.32-33. Zie ook Hand. 26 v.18. Ook Ef. 1 v.3-14 vertelt dit zo:
En dat nu noemen we ONZE ERFENIS. Met Petrus kunnen we belijden in 1 Petr. 1 v.4 en 5 dat God ons heeft doen wedergeboren worden: "....TOT EEN LEVENDE HOOP, TOT EEN ONVERGANKELIJKE, ONBEVLEKTE EN ONVERWELKELIJKE ERFENIS, DIE IN DE HEMELEN WEGGELEGD IS VOOR U, DIE IN DE KRACHT GODS BEWAARD WORDT DOOR HET GELOOF TOT DE ZALIGHEID, WELKE GEREED LIGT OM GEOPENBAARD TE WORDEN IN DE(ze) LAATSTE TIJD."
GOED BEWAKEN VAN DE GEESTELIJKE ERFENIS.
Op zo'n erfenis moeten we zéér zuinig zijn en die dienen we met het gehele
geestelijke arsenaal dat ons ter beschikking staat aan wapens, te bewaken. Een inbreker zal er
nimmer van door gaan met een waardeloos stuk roestig ijzer, maar uiteraard met het meest kostbare
wat hij maar te pakken kan krijgen. En zo werken ook de duivel en zijn handlangers.
PAULUS' AFSCHEIDSBRIEF.
In dit verband schrijft de apostel Paulus zeer behartenswaardige waarschuwingen aan de
gemeente van Jezus Christus bij zijn (allerlaatste) afscheid in Hand. 20 v.25-32.
IK CITEER UIT HET BOEK DE VERZEN 28-31a: "PAS GOED OP UZELF EN OP DE KUDDE WAAROVER DE HEILIGE
GEEST U HET TOEZICHT HEEFT GEGEVEN. LEEF ALS HERDERS VOOR DE GEMEENTE VAN GOD, DIE HIJ DOOR HET
BLOED VAN ZIJN EIGEN ZOON HEEFT VERKREGEN. WANT IK WEET, DAT ER NA MIJN VERTREK VALSE LERAARS, ALS
HONGERIGE WOLVEN BIJ U ZULLEN KOMEN, ZIJ ZULLEN DE KUDDE NIET ONTZIEN. ZELFS SOMMIGEN VAN U ZULLEN
DE WAARHEID VERDRAAIEN EN PROBEREN DE CHRISTENEN AAN HUN KANT TE KRIJGEN. WEEST DAAROM OP UW
HOEDE...."
Zoals Paulus waakte over de kudde Gods, zo waakte eeuwen later "onze" Willem van Oranje over de
BOVENAL geestelijke belangen van "ZIJN HOLLANDERS". Er wist een gemene "WOLF" binnen te dringen om
te trachten een einde te maken aan dit herderlijke waken. Op 10 juli 1584 wist deze "WOLF":
Balthasar Gerards, het Prinsenhof binnen te dringen met vrome drogredenen en de vader des
vaderlands te vermoorden.
Ook hier was het niet slechts, net zo min als bij valse herders of leraars die trachten binnen te
dringen in de gemeente van Jezus Christus, een zaak van moordenaar en slachtoffer. Achter dit
alles school een GEESTELIJKE OORLOG. Ken jij je ware (vaderlandse) geschiedenis???
SPECIAAL ONZE EINDTIJDGEMEENTE ZAL ZEER BEDUCHT MOETEN ZIJN OP HET
VERSCHIJNSEL VAN: REBELLEN BINNEN DE EIGEN GELEDEREN.
Toch duidelijk te onderscheiden van de instructies nr. 18 en 19 (zie hierboven) dient zich
BINNEN HET LICHAAM VAN CHRISTUS, de gemeente, een groepering aan die vallen onder de verzamelnaam:
WEERSPANNIGEN.
In het OUDE zowel als in het NIEUWE verbond, had en heeft men te maken met hén die zich laten
gebruiken voor de zonde der toverij. 1 Sam. 15 v.23. Het is in diepste wezen niet anders dan
vrijwillig luisteren naar een demon van REBELLIE.
UITWERKING VAN INSTRUCTIE 25:
REBELLIE BINNEN DE EIGEN GELEDEREN.
Alhoewel er een (al of niet duidelijke) gelijkenis kan bestaan met de instructies no. 18,
de z.g. undercoveragenten, speciaal de undercoveragenten die de vijand naar ons toestuurt, en evt.
ook met instructie no. 19, de geheime agenten, zie ik de REBELLEN BINNEN EIGEN GELEDEREN, toch nog
als een wezenlijk ANDERE, APARTE GROEP die de volle aandacht verdient. De onder instructie 18 en
19 genoemde personen die je zéker in een manifeste oorlogstoestand kan verwachten, maar die
NU in onze GEESTELIJKE OORLOGVOERING EVENZO ACTIEF ZIJN, ze zijn toch te onderscheiden van hen die
aanvankelijk tot de eigen geestelijke gelederen behoorden en wellicht zelfs een periode goed
hebben "meegedaan" in alle activiteiten.
Toch is er om de één of andere DUISTERE REDEN een gedachte bij hen binnengeslopen. Daar
waar de gedachte wortel heeft kunnen schieten is er een gevaarlijk stukje ONKRUID opgegroeid....
en ook onkruid produceert vruchten. Onder instructie 24 haalde ik Paulus al even aan waar hij in
Hand. 20 v.28-31 waarschuwt tegen de valse leraars als HONGERIGE WOLVEN en sommige "gewone"
gemeenteleden die de waarheid zullen verdraaien en partijschappen bewerken etc. Rebellie is
volgens het woordenboek: IN OPSTAND KOMEN, MUITEN, OF OPROERIG WORDEN EN EEN REBEL IS EEN
WEERSPANNIGE DIE TEGEN HET WETTIGE GEZAG INGAAT.
BIJBELSE VOORBEELDEN VAN REBELLIE.
De bijbel geeft ons enkele voorbeelden van zulke weerspannigen. Ik beschreef reeds koning
Saul. Zie DEEL 1, les 10 en 15.
Verder werden reeds beschreven ABSALOM en ADONIA, twee zonen van koning David. Zie daartoe resp.
DEEL 3, les 47 en les 61. In DEEL 3 spreken we verder nog over:
SIMEÏ: DEEL 3, les 49.
SEBA: DEEL 3, les 54.
ACHITOFEL: DEEL 3, les 50.
En denk ook aan de geschiedenis van KORACH, DATHAN en ABIRAM. Num. 16. Gezien de hierboven genoemde namen zou men kunnen denken dat WEERSPANNIGHEID (rebellie) ALLEEN voorkwam in de tijd van het OUDE TESTAMENT, waar Samuël kernachtig zegt: "...WEERSPANNIGHEID IS ZONDE DER TOVERIJ..." 1 Sam. 15 v.23.
REBELLIE GENOEMD IN HET NIEUWE TESTAMENT.
Ook het Nieuwe Testament waarschuwt voor dit gevaar, b.v. zoals het oordeel er wordt
uitgesproken in Hebr. 10 v.26-27. Vert. HET BOEK zegt: "WIJ HEBBEN DE WAARHEID LEREN KENNEN EN
WETEN DAT JEZUS CHRISTUS VOOR ONZE ZONDEN GESTORVEN IS. MAAR ALS WIJ WILLENS EN WETENS BLIJVEN
ZONDIGEN, IS ER GÉÉN OFFER MEER OVER OM ONZE ZONDEN WEG TE DOEN. HET ENIGE WAT ONS DAN
TE WACHTEN STAAT, IS EEN VRESELIJK OORDEEL, WANT GOD ZAL AL ZIJN TEGENSTANDERS (weerspannigen) IN
EEN LAAIEND VUUR VERBRANDEN."
Ook Paulus verzucht in Rom. 15 v.31: "VRAAG GOD MIJ TE BESCHERMEN TEGEN DE VIJANDEN (de
weerspannigen) in Judea..."
En inderdaad, de weerspannigen vormen een groter gevaar voor het LICHAAM VAN CHRISTUS, DE GEMEENTE
van JEZUS CHRISTUS, dan we wellicht altijd gedacht of gehoopt hadden.
Verder lezen? Het vervolg van deel vier vind je hier.
Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.