Een bijbelstudie over het leven van David.

De kroon, het symbool van het koningschap.De kroon, het symbool van het koningschap.

 

 

 

Deel 3.

De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 3 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 3 van deze bijbelstudie zijn uitsluitend de titels in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het vervolg van deel 3 zodat je de achtereenvolgende lessen in de juiste volgorde kunt lezen.

De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.

Inhoudsopgave deel 3
les num. Titel bijbelgedeelte
les 44 De onteerde koningsdochter 2 Sam. 13
les 45 Van schaapscheerdersfeest tot familiedrama 2 Sam. 13
les 46 Absalom's terugkeer 2 Sam. 14
les 47 De aap komt uit de mouw 2 Sam. 15
les 48 Zoon probeert vader van de troon te stoten 2 Sam. 15
les 49 Simeï vervloekt David 2 Sam. 16, 1 Kon. 2
les 50 De raad der goddelozen 2 Sam. 16, 2 Sam. 17
les 51 David naar Mahanaïm 2 Sam. 17
les 52 Absalom's nederlaag en dood 2 Sam. 18
les 53 David's terugkeer naar Jeruzalem 2 Sam. 19
les 54 De opstand van Seba 2 Sam. 20
les 55 De tempelbouw in blauwdruk 2 Sam. 7, 1 Kon. 1 Kron.
les 56 David draagt aan Salomo de tempelbouw op 1 Kron. 28
les 57 De taak van de priesters en de levieten 1 Kron. 23,24
les 58 Zangers en poortwachters 1 Kron. 25-27
les 59 David zag reeds de geestelijke tempel 1 Kon. 5,6
les 60 De Gibeonieten en het huis van Saul 2 Sam. 21
les 61 De rebellie van Adonia 1 Kon. 1

 

les 50

De raad der goddelozen.

KORTE OMSCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 16 v.15-23 en 2 Sam. 17 v.1-14.
De inhoud van deze les is te vergelijken met een voorbereidende oorlogvoering. In les 52 horen we pas over het wapengekletter zelf. Vooraf gaat zowel een psychologische als een geestelijke oorlogvoering. Door Absalom wordt raad gevraagd aan Achitofel en daarna aan Husaï. Door de mond van Husaï, de vriend van David, wordt een zodanige raad geformuleerd dat David dáárdoor meer tijd ter beschikking zou krijgen om verder weg te vluchten, de Jordaan over en... zich verdedigend op te stellen. Deze laatste raad werd aangenomen. De raad van Achitofel is geheel doordrenkt van persoonlijke wraakgevoelens en grote bitterheid t.o.v. David.

ACHITOFEL, EEN ZEER GEVREESD MAN.
In de grote nood, waarin David was komen te verkeren, voorzag God toch steeds weer in mensen en middelen zoals voldoende eten, drinken, bedden etc. voor David en al de zijnen. Zie 2 Sam. 16 v.1-2 en 2 Sam. 17 v.27-29. Ook Husaï kan als een door God gezondene worden beschouwd. Het was niet toevallig dat hij David juist tegemoet was gekomen in zijn grootste nood. 2 Sam. 15 v.30-32. De wijze woorden die hij later zou spreken waren hem ten dele door David zelf in de mond gelegd. 2 Sam. 15 v.33-36. Je zou kunnen spreken van Goddelijke timing, toen Absalom en de zijnen Jeruzalem binnentrokken was daar ook net Husaï (v.37). En zo trokken ze tezamen op naar het paleis, Husaï , Achitofel, Absalom etc. etc.

DE ZEGEPRAAL VAN HET RECHT. (Psalm 94)
Absalom, die een "tempel Gods" en bovendien een gezalfde (koning) des Heren wilde schenden, daarvan zei Paulus, toen hij Job citeerde (Job 5 v.12): "DIE DE WIJZEN (der wereld) VANGT IN HUN SLUWHEID." Paulus citeert ook Ps. 94 v.11: "DE HERE WEET DAT DE OVERLEGGINGEN DER WIJZEN VRUCHTELOOS ZIJN." 1 Cor. 3 v.19-20. De "wijze" Achitofel en de "slimme" Absalom, ze worden beiden in hun sluwheid gevangen. Wat Absalom graag wilde horen, kréég hij te horen. Door zijn eigen ijdelheid en eerzucht werd hij misleid en Husaï mocht in (echte) wijsheid dit vonnis voorbereiden. Want 2 Sam. 17 v.14 vermeldt: "....WANT DE HERE HAD BESCHIKT, DAT DE GOEDE RAAD VAN ACHITOFEL TENIET GEDAAN ZOU WORDEN, OPDAT DE HERE ONHEIL OVER ABSALOM ZOU BRENGEN." Zijn lot was dus BEZEGELD...

SCHREEUW OM RECHT EN GERECHTIGHEID.
De Griekse vertaling zet boven deze Psalm: "EEN PSALM VAN DAVID VOOR DE VIERDE DAG VAN DE WEEK." Indien deze Psalm inderdaad van David is, zou je o.a. de gehele droevige affaire met zijn zoon Absalom er in terug kunnen vinden. In deze Psalm wordt NIET over een z.g. "BUITENLANDSE VIJAND" gesproken, maar het gevaar komt van "BINNENUIT", nl. van de afvallige Israëlieten. In dit opzicht zijn ze de "TRENDZETTERS" geweest voor het huidige Christendom. Men zie nog eens het verhaal van het paard van Troje. Let ook eens op Ps. 95 v.2: "....BRENG VERGELDING OVER DE HOVAARDIGEN." En zie v.12-19 en 20-23.

DE WOORDEN VAN NATHAN GAAN IN VERVULLING.
Wat vanwege God was aangezegd gaat nu in vervulling. Zie 2 Sam. 12 v.11-12 en 2 Sam. 16 v.21-23. De wetteloze raad van Achitofel en de grove overtreding van Absalom komen elk op hun eigen hoofd neer. Zie 2 Thess. 2 v.11-12 en Ps. 7 v.15-17. Door de (bij)vrouwen van een koning, in dit geval zijn eigen vader David, te nemen, legde Absalom een OPENLIJKE VERKLARING af, dat hij zichzelf van nu af aan beschouwde als de opvolger. Vergelijk dit eens met 2 Sam. 3 v.6-8 en 2 Sam.12 v.7-8 en 1 Kon. 2 v.22.
Absalom ging voorbij aan Gen. 49 v.4. Gedreven door wrok en haat adviseerde Achitofel het zojuist beschrevene. Het ging hier niet zozeer om een sexuele uitspatting als wel om een openbare bevestiging van: "ABSALOM EN NIET DAVID IS NU KONING...."

BEZETEN VAN HAAT.
In 2 Sam. 17 v.1 e.v. wordt verhaald hoe naar de (juiste) inzichten van Achitofel, David het snelst geliquideerd kon worden. In 2 Sam. 17 v.3 doet Achitofel eigenlijk een profetische uitspraak. Hij zegt nl. bijna hetzelfde als later de hogepriester Kajafas, die zei: "JULLIE BESEFTEN NIET DAT HET IN UW BELANG IS, DAT ÉÉN MENS STERFT VOOR HET VOLK EN NIET HET GEHELE VOLK VERLOREN GAAT." Joh. 11 v.50-51 en Joh. 18 v.14.
Achitofel_zei tegen Absalom: "....EN IK ZAL ENKEL DE KONING VERSLAAN. EN IK ZAL AL HET VOLK TOT U DOEN WEDERKEREN, GELIJK EEN BRUID WEDERKEERT TOT HAAR MAN. GIJ STAAT TOCH SLECHTS ÉÉN MAN NAAR HET LEVEN, EN HET GANSE VOLK ZAL BEHOUDEN BLIJVEN." Ook in dit opzicht is David zeer duidelijk een type van de Zoon van David.

HUSAÏ, WIJS SPREKEND, DOOR LIEFDE GEDREVEN.
We herinneren ons hoe Husaï bij David kwam, toen deze in zeer grote nood verkeerde. Husaï kwam in een gescheurd kleed en met aarde op het hoofd, ten teken van grote rouw en droefheid. Hij waagde zijn leven, door zich te storten in het gewoel van een opstandige meute oproerkraaiers.
Hij zou zeker gedood zijn, indien ze hadden geweten of ontdekt dat hij David een liefdedienst bewees. Zie 2 Sam. 17 v.17-20. Met Petrus kunnen we zeggen: "HEBT DAN ELKANDER VAN HARTE EN BESTENDIG LIEF." en "WEEST MEDELIJDEND, HEBT DE BROEDERS LIEF EN WEEST BARMHARTIG." 1 Petr. 1 v.22 en 1 Petr. 3 v.8. Deze dingen deed Husaï t.a.v. zijn vriend David.

DE GOEDE MAATSTAF.
Naar menselijke maatstaf was de raad van Achitofel beter dan die van Husaï, zoals 2 Sam. 17 die vertelt. Ook de op zichzelf "DWAASHEID" zoals v.13 die beschrijft wordt gecompenseerd door dat Husaï in wijsheid speculeert op de hoogmoed van Absalom, door te stellen: "...ZELF MOET GIJ U OOK IN HET STRIJDGEWOEL BEGEVEN..."
In zijn fantasie ziet de opstandige koningszoon zich al op zijn muilezel rijden, gevolgd door een (heel) groot leger. 2 Sam. 17 v.11b. Absalom's broer Salomo zou het later zo formuleren: "HOOGMOED KOMT VOOR DE VAL" en "VOOR DE VAL IS HET HART VAN DE MENS HOOGMOEDIG". Spr. 16 v.8 en 18 v.12. De Here wilde onheil over Absalom brengen. 2 Sam. 17 v.14.
Zo lezen we in Jac. 4 v.6: "GOD WEDERSTAAT DE HOOGMOEDIGEN, MAAR DE NEDERIGEN GEEFT HIJ GENADE." Zie ook 1 Petr. 5 v.5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
In deze les 50 zien we een oorlog op het vlak van de ziel, een psychologische oorlogvoering, maar... doorstrengeld met een geestelijke oorlogvoering. De "WIJZE" of "DWAZE" meningen die geponeerd worden, worden doorslaggevend op basis van een onzichtbare geestelijke oorlogvoering. De geestelijke "hamvraag" is ook hier deze: "wie zal óf als schaduwbeeld óf als EEUWIGE WERKELIJKHEID koning zijn. In deze geestelijke oorlog die ten tijde van koning Saul al zo duidelijk werd (zie deel 1 van deze bijbelstudie), mocht David met Gods hulp als overwinnaar uit de geestelijke strijd komen. Dat dit zo was, zou later op het natuurlijke slagveld pas zichtbaar worden. Als God dus bemoeienis met ons heeft als de tegenstander ons aanvalt, dan zal het na kortere of langere tijd ook merkbaar worden en zichtbaar, wat staat in Jes. 42 v.13: "DE HERE TREKT UIT ALS EEN HELD, ALS EEN KRIJGSMAN DOET HIJ DE STRIJDLUST ONTBRANDEN. HIJ HEFT DE STRIJDKREET AAN, JA SCHREEUWT DIE UIT. HIJ BETOONT ZICH EEN HELD TEGEN ZIJN VIJANDEN."
"WELZALIG HET VOLK, WELKS GOD DE HERE IS..." Psalm 33 v.12 en 144 v.15.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 50:

VRAAG 1: Geeft het vertroosting of bemoediging om te weten dat de wijzen der wereld in hun eigen sluwheid gevangen zullen worden?
VRAAG 2: Door welke (mis)daad wilde Absalom aan geheel Israël tonen dat hij nu koning was geworden?
VRAAG 3: Ben je het eens met de bewering dat de uitspraak van Achitofel (zie 2 Sam. 17 v.2-3) onbedoeld door Achitofel, nochtans een PROFETISCHE uitspraak is die bijna volkomen overeenkomt met de eveneens onbedoelde profetie die Kajafas later zou uitspreken?
VRAAG 4: Wat is jouw mening. Komt de raad van Achitofel eigenlijk niet wijzer over dan die van Husaï? Motiveer je antwoord.
VRAAG 5: Hoe zouden we Jes. 42 v.13 op deze, onze tijd kunnen of mogen toepassen?

les 51

DAVID NAAR MAHANAÏM.

KORTE OMSCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
Terwijl David op zijn vlucht onderweg is naar Mahanaïm, brengt Husaï, de vriend van David, verslag uit aan de beide betrouwbare priesters. De berichten worden dan vervolgens overgebracht via de twee zonen van deze priesters. Door dat er een verklikker/verrader is, vluchten deze twee priesterzonen weg van hun "wachtpost" en weten, na een achtervolging door de dienaren van Absalom, veilig te ontkomen naar David toe. Diezelfde avond en nacht trekken David en de zijnen nog de Jordaan over. Absalom trok met zijn bijeengetrommelde leger hogerop de Jordaan over. David en al de zijnen werden in het Over-Jordaanse op een vorstelijke wijze van AL HET NODIGE voorzien, zowel van voedsel als van materialen. De echte eindslag is nog niet uitgevochten, maar Achitofel ziet DE BUI al hangen, en hangt zichzelf al vast maar op...

WANT DE HERE HAD BESCHIKT... (2 Sam. 17 v.14).
Het is mij bekend dat niet iedereen binnen de evangelische wereld de gedachte kan onderschrijven dat God zelf bemoeienissen met deze hele affaire zou (kunnen) hebben. Zie les 50 en bv. óók 2 Sam. 12 v.15-18. Dat de Here vast besloten was om Absalom uit te schakelen en daarom de raad die Husaï aan Absalom had gegeven, te doen geloven, vindt haar grond in het gegeven dat David voor 100% paste in het plan van God. Zie daartoe 2 Sam. 7 v.8-17.

DE VEILIGSTE VLUCHTROUTE.
Alhoewel Absalom had gezegd dat Husaï's raad beter was nam men toch het zekere voor het onzekere want men wilde niet midden in de nacht door het legertje van Absalom overvallen worden. Daarom trekt David met al de zijnen nog dezelfde avond en die nacht de Jordaan over. (2 Sam. 17 v.22). David trekt dan door naar Mahanaïm, een levietenstad. Ooit was dit de plaats waar Jacob een engelenleger ontmoette. Het zwakke "legertje" van Jacob, werd begeleid door EEN LEGER GODS. Mahanaïm betekent DUBBELSCHARE. Zie Gen. 32 v.1-13. Jacob moest een confrontatie tegemoet zien tussen zijn twee legertjes en Ezau met 400 man bij zich. Dit gelijkt op de situatie die zich hier voor deed met Absalom, want deze was met al de zijnen, een stukje noordelijker, óók de Jordaan overgestoken. (2 Sam. 17 v.24).

EEN GEESTELIJKE PARALLEL.

1. JACOB 2. DAVID 3. JEZUS CHRISTUS.
1.
Jacob zei dat hij bevreesd was voor zijn broer Ezau. (Gen. 32 v.11). Jacob liet alles achter toen hij moest vluchten voor zijn broer, óók zijn huis en de hem toekomende en toekomstige bezittingen. (Gen. 32 v. 10-11). Jacob had maar één ding van belang bij zich, toen hij op de vlucht voor Ezau, de Jordaan overtrok, dus het land uit, nl. zijn STAF. Dus Jacob had eveneens "slechts" Gods beloften die hij in zijn eerste vluchtnacht kreeg bij Bethel. (Gen. 28 v.10-22). Jacob beleed: "WANT MET MIJN STAF (slechts) TROK IK OVER DE JORDAAN HIER.." De HERDERSSTAF is een beeld van GODS WOORD, met al haar heerlijke beloften. De Jordaan oversteken is resp. het land verlaten of binnenkomen. Bij het verlaten ben je dus HOOPLOOS EN RECHTELOOS. Zo waren ooit de Israëlieten de Jordaan overgestoken om het beloofde land in bezit te nemen met AL GODS HEERLIJKE BELOFTEN. Jacob keerde, jaren later, weer terug vanuit het buitenland en stak, rijk gezegend met stoffelijke zegeningen, de Jordaan weer over, in het beloofde land.
2. David had "slechts" Gods beloften. Wé noemden reeds 2 Sam. 7 v.8-17. David moest berooid de Jordaan oversteken, dus het land verlaten, maar hij had "slechts" Gods heerlijke beloften. (2 Sam. 17 v.22), met o.a.: "UW HUIS EN UW KONINGSCHAP ZULLEN VOOR IMMER BESTENDIG ZIJN VOOR UW AANGEZICHT, UW TROON ZAL VAST STAAN VOOR ALTIJD." (v.16). Over David zei geheel Israël na Absalom's dood: " ... EN NU IS HIJ UIT HET LAND GEVLUCHT ... maar ABSALOM IS IN DE STRIJD OMGEKOMEN." (2 Sam. 19 v.9-10 + 15). Verder zei David: "IK WEET IMMERS DAT IK HEDEN WEER KONING OVER ISRAEL BEN." (v.22). En zo werd David uitgeleide gedaan door zijn weldoeners en kwam hij weer terug in Jeruzalem. (2 Sam. 19.v. 31-39 en v. 39-43).

DE UITGEBEELDE MAN VAN SMARTEN DIE KONING WERD.
We zagen achtereenvolgens de "lijdensweg" van Jacob rond het EERSTGEBOORTERECHT en dat van David rond het KONINGSCHAP. Alleen op HET WOORD en de BELOFTEN konden ze bouwen en daarop vertrouwen. Beiden zagen ze, weliswaar eeuwen na elkaar, dat ze triomferend mochten terugkeren in het beloofde land. God maakte Zijn beloften waar. Zo ging het nu ook met JEZUS CHRISTUS, Hij werd gekenmerkt door MISKENNING.

3. JEZUS CHRISTUS.
a. Zijn (eerst)geboorterecht werd NIET erkend. (Joh. 9 v.34; Gal. 4 v.4).
b. Zijn bediening als profeet werd evenmin erkend. (Matth. 13 v. 57; Joh. 7 v. 52; Luc. 7 v. 39).
c. Zijn bediening als Hogepriester werd evenmin erkend. (Joh. 18 v. 22; Hand. 23 v. 4).
d. Zijn Koningschap gold als Godslastering. (Matth. 27 v.11,29,37,42- 44 en Luc. 23 v. 2 en Luc. 19 v.14-27).
e. Jezus Christus werd "HET LAND" uitgezet. (Jes. 53 v.8 zegt dat zo duidelijk en Joh. 19 v.7; Luc. 13 v.31-35).
f. Het enige waarop HIJ kon vertrouwen was het woord van God. (Luc. 22 v.37; Luc. 24 v. 44-48; Joh. 15 v.20 + 25).
g.Voor zijn discipelen kwam Hij terug (na Zijn opstanding) als hun opgestane HEER die hen nog de laatste instructies gaf om nu voortaan VISSERS VAN MENSEN te worden en de kudde te weiden en te hoeden, de lammeren en de schapen. Zie Joh. 21.
h. Nog eenmaal zal Hij terugkeren als de VERHEERLIJKTE KONING DIE VOOR EEUWIG ZAL REGEREN IN HET NIEUWE JERUZALEM. Zie Matth. 21 v.33-46; 1 Cor. 15 v.20-28; Ef. 1 v. 20-23; Openb. 11 v.15-17 en Openb. 20 v.4-6.

DE MAN VAN HOGE GEBOORTE.
Maar Jezus Christus als "MAN VAN HOGE GEBOORTE" is naar een "VER LAND" gegaan om voor zich de KONINKLIJKE WAARDIGHEID in ontvangst te nemen en daarna terug te keren. Zie dit alles verteld in de gelijkenis van Luc. 19 v.11-27. Dat het een zeer kwalijke zaak is om, van Jezus Christus wetende, Hem NIET als KONING te willen erkennen moge uit vers 27 van deze gelijkenis duidelijk worden.

VERKLIKKERS EN SPIONNEN.
De bijbel vertelt ons dat Absalom al geruime tijd spionnen tot zijn beschikking had. (2 Sam. 15 v.10). En één verklikker onthulde door zijn verraad de verbindingslijn tussen het paleis in Jeruzalem en David bij de Jordaan. (2 Sam. 17 v.17-20). Dat de bijbel vrij uitvoerig stilstaat bij dit detail en de bescherming van de twee priesterzonen, vindt mijns inziens haar diepe oorzaak in twee dingen, t.w:

a. De vrouw die de twee vluchtende priesterzonen in de (droge) put verstopte, deed iets wat overeenkomt met wat Rachab in Jericho deed t.a.v.de twee verspieders. Zie resp. 2 Sam. 17 v.19 en Joz. 2 v.1-7. Ook déze naamloze vrouw, zou net als Rachab opgenomen kunnen worden in de rij van de GELOOFSHELDEN. (Hebr. 11 v.31). En Jacobus zou óók deze vrouw als GERECHTVAARDIGD UIT WERKEN, hebben kunnen vermelden, net als Rachab in Jac. 2 v. 25.

b. Al hebben we Gods heerlijke beloften en weten en geloven we dat Gods STRATEGIE uiteindelijk ALTIJD naar Zijn doel zal leiden, toch is het absoluut noodzakelijk om als een tacticus te handelen, overeenkomstig de WIJSHEID die HIJ ons geven wil in moeilijke en/of gevaarlijke situaties en daarnaar te handelen. In déze geschiedenis kunnen we deze verstandige, naamloze vrouw, zien als een beeld van de GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, die in deze eindtijd in wijsheid weet te handelen overeenkomstig DE VROUW uit Spreuken 31. Enkele fragmenten hier uit: -Haar hand breidt zij uit naar de ellendige. -Haar handen strekt zij uit naar de nooddruftige. -Met wijsheid opent zij haar mond -Vriendelijke onderwijzing ligt op haar tong. (v.20 en 26).

AMASA IN DE PLAATS VAN JOAB. (2 Sam. 17 v.25).
Amasa, was een zoon van Jitra (of Jeter) en zijn vrouw Abigal. Deze laatste was een halfzuster van David. Dus Absalom stelde zijn neef aan als legeroverste. Dit bracht Absalom niet de overwinning over zijn vader, koning David. Luttele weken later zou deze Amasa door zijn eigen neef Joab, vermoord worden. (1 Kon. 2 v.56 en 2 Sam. 20 v .4-10). Ook in deze dingen werkte nog door wat God door de profeet Nathan had (toe) gezegd: "NU DAN, HET ZWAARD ZAL VAN UW HUIS NIMMERMEER WIJKEN..." (2 Sam. 12 v. 10-1l). "ZIE, IK ZAL OVER U EEN KWAAD DOEN KOMEN UIT UW EIGEN HUIS..." De zoon van David en Bathséba, die naamloos stierf, was te beschouwen als een beeld van het ENE ZOENOFFER, door de Zoon van God, Jezus Christus. De ZONDEVERGEVING was een feit, maar de gevolgen nog niet. Zie 2 Sam.12 v.14-23 en les 40 en 41.

GEEN BALSEM IN GILEAD.
GILEAD betekent: ONEFFEN TERREIN OF STEENHOOP DER GETUIGENIS. (2 Sam. 18 v.17). Absalom met zijn leger was daar heen getrokken en spoedig zou de strijd losbarsten tussen hen en allen die koning David trouw gevolgd waren. In het boek van de profeet Jeremia lezen we wat er uiteindelijk voortgekomen is uit een steeds ongehoorzamer wordend volk. In David's tijd was dit AFVALPROCES reeds lang in werking getreden. In hun dwaasheid hadden ze onder aanvoering van David's eigen zoon Absalom, de door God aangestelde koning verworpen. Jer. 8 v.9 zegt heel toepasselijk: "ZIE HET WOORD DES HEREN HEBBEN ZIJ VERWORPEN, WAT VOOR WIJSHEID ZOUDEN ZIJ DAN HEBBEN?" Omdat velen, ten tijde van Absalom, de RECHTE EFFEN WEG, verlaten hadden, zien we 20.000 mensen omkomen in Gilead, in dit "ONEFFEN TERREIN", nl. in het woud van Efraim. Jer. 8 v. 12-13 drukt het weer heel toepasselijk uit: " ... DAAROM ZULLEN ZIJ VALLEN ONDER DE VALLENDEN, TEN TIJDE VAN HUN BEZOEKING ZULLEN ZIJ STRUIKELEN...." Op de vraag die de profeet stelt in Jer. 8 v.19 en 22 komt een droevig antwoord.
Het is deze vraag die de profeet stelt: "IS DE HERE NIET IN SION OF IS HAAR KONING NIET IN HAAR?." "IS ER GEEN BALSEM IN GILEAD OF IS DAAR GEEN HEELMEESTER?" Het antwoord zou moeten luiden: ... WANT NIET U HEBBEN ZIJ VERWORPEN,MAAR MIJ ... DAT IK GEEN KONING OVER HEN ZOU ZIJN..."
(1 Sam. 8 v.6-9; 1 Kron. 28 v.9; Joh. 12 v.44-50, spec.v.48).

EEN WONDERBARE SPIJZIGING.
Terwijl men van de kant van de opstandige rebellen slechts een totale vernietiging te verwachten had,een vernietiging van David en zijn metgezellen, wachtte hen na aankomst in Mahanaïm een geweldige verrassing. (2 Sam. 17 v.16 en 27-29). De Ammonieten, een eertijds verslagen en onderworpen heidens koninkrijk, zijn onder de milde gevers die David voorzien van alle noodzakelijke levensbehoeften. Zie 2 Sam. 10 geheel en 2 Sam.12 v.26-31 en les 39 op blz. 59 e.v.
Onder de David goed gezinde gevers, bevindt zich óók de man MACHIR, die ooit de kreupele zoon van Jonathan, nl. Mefiboseth, in zijn huis had opgenomen als een soort pleegzoon. Zie les 38 op blz. 54 en verder en 2 Sam. 9 v.1-6.

Tenslotte was daar ook nog BARZILLAI, die in Gilead woonde. Je kunt wel zeggen dat dit SAMENRAAPSEL van groepen en individuen zowel uit het buitenland als het binnenland, gehoor gegeven heeft aan de roepstem van God,die het hun in het hart gaf om precies datgene te doen en te geven aan David en de zijnen, wat ze behoefden om te kunnen leven als vluchtelingen.

DE LIJST VAN GOEDEREN EN VOEDSEL.
BEDDEN, SCHALEN, AARDEWERK, TARWE, GERST, MEEL, GEROOSTERD KOREN, BONEN, LINZEN, (ook geroosterd), HONIG, BOTER, KLEINVEE, KAAS (van rundermelk). ALLES wat een voortvluchtend volk maar nodig zou kunnen hebben, daarin is voorzien.

DE LES VOOR NU EN MORGEN....
Met Paulus zouden we, óók (of juist) met het oog op de toekomst kunnen uitjubelen: "MIJN GOD ZAL IN AL UW BEHOEFTEN NAAR ZIJN RIJKDOM HEERLIJK VOORZIEN, IN CHRISTUS JEZUS." (Fil. 4 v.19-20). Ook de vluchtende Elia ervoer Gods voorzienende hand, toen hij zich moest verbergen bij de beek. "GIJ KUNT UIT DE BEEK DRINKEN EN IK HEB DE RAVEN GEBODEN U DAAR VAN SPIJZE TE VOORZIEN." (1 Kon. 17 v.1-6). Het eerste bijbelboek GENESIS reikt ons echter al de absolute oplossing aan door Abraham heen. Op de klemmende vraag van zijn zoon Isaäk waar het LAM ten brandoffer was, gaf Abraham het SLEUTELWOORD: "GOD ZAL ZICHZELF VOORZIEN VAN EEN LAM TEN BRANDOFFER MIJN ZOON..." Zie Gen. 22 v.8 en 13-19. Wij, Gods volk in deze tijd en verder, zullen in dit vertrouwen mogen leven, dat onze God ook of juist in tijden van strijd en verdrukking in AL onze behoeften kan, wil en zal voorzien.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
In deze les namen we kennis van de DWAZE MENS, die in zijn hoogmoed rebelleert tegen God en Zijn plan. Deze geschiedenis leert ons dat het raadzaam is om ondanks Gods uiteindelijke uitreddingen, met de door God te geven wijsheid, te doen wat onze hand vindt om te doen. Dus niet slechts lijdzaam afwachten of berusten, maar.. een AKTIEF GELOOF BETRACHTEN, EEN PROFETISCHE VISIE ONTWIKKELEN. Zie bv. Hand. 11 v.27-30. De levenslessen van bv. JACOB en DAVID blijken steeds weer heen te wijzen naar DE ZOON VAN DAVID, Jezus Christus. De grote betekenis van de gemeente van Jezus Christus (DE VROUW) wordt steeds duidelijker, want deze EINDTIJD-GEMEENTE zal blijken "BALSEM" in huis te hebben voor "GILEAD".

ENKELE VRAGEN BIJ LES 51:

Vraag 1. Mogen wij op Gods bescherming rekenen, indien we voor 100% passen (ons in voegen) in de plannen van God?
Vraag 2. Zie je enige overeenkomst tussen Jacob en Ezau enerzijds en David en Absalom anderzijds?
Vraag 3. Waarop duidt het OVERSTEKEN van bv. de rivier de Jordaan, de beek Kidron of de Schelfzee?
Vraag 4. Waar is de (herders)staf een beeld van? Geef enkele voorbeelden uit de bijbel waarin deze met GEZAG werden gehanteerd.
Vraag 5. Jacob ging een LIJDENSWEG, David eveneens, maar noem eens enkele MIJLPALEN van smart en miskenning etc. waardoor de lijdensweg van Jezus Christus werd gemarkeerd.
Vraag 6. Ben jij al of niet van mening dat er een overeenkomst bestaat tussen de (naamloze) vrouw uit 2 Sam.17 v.19 en de "vrouw" als beeld van de gemeente van Jezus Christus?
Vraag 7. Wat zou jouw antwoord zijn, indien men jou de vraag zou stellen: "IS ER HEDEN GEEN BALSEM MEER IN GILEAD?
Vraag 8. Is hetgeen David tijdens zijn vlucht naar Mahanaïm ondervond niet een wonderbare spijziging te noemen?
Vraag 9. Waarop wijst het aanbieden van geroosterd koren? Zie ook Ruth 2 v.14 en Jozua 5 v.10-12.
Vraag 10. Acht je het mogelijk dat God in deze (eind)tijd weer dezelfde voorzieningen kan en zal treffen zoals bij de weduwe te Sarfath, Elia aan de beek Krith en Israël tijdens zijn 40 jaar verblijf in de woestijn?

les 52

 Absalom's nederlaag en dood.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 18 v.1-33.
David stelt in Mahanaïm een geordend leger samen onder leiding van drie legeroversten. Met de waarschuwing om zijn zoon Absalom z.m. te sparen, trekt men op de Israëlitische troepen af. Dit wordt verpletterend verslagen en Absalom wordt uiteindelijk door Joab zelf gedood.
Nadat de mededeling van de overwinning door twee koeriers aan David is overgebracht en deze ook de dood van zijn zoon vernomen heeft, is David zéér bedroefd over zijn dood, al uitroepend: "OCH, DAT IK IN UW PLAATS GESTORVEN WARE..."

EEN LEGER WORDT AANGEMONSTERD.
"Allen" die achter David stonden en een duidelijke keuze hadden gemaakt en bekwaam waren om te strijden, melden zich als "VRIJWILLIGER" voor een soort van "LUCHT-MOBIELE-BRIGADE", inzetbaar waar de koning het nodig achtte. David was de grote opperbevelhebber en een groot strateeg. Dat was ook koning Saul in zijn goede dagen. Hun beider inspirator was God. Zie resp. 1 Sam. 11 v.6-15 en 2 Sam. 18 v.1-5. David had vanuit Mahanaïm = DUBBELSCHARE, de leiding. Daar was als het ware het hoofdkwartier van de generale staf gevestigd. Het was de plaats waar (ook) Jacob een LEGER GODS ontmoette. Zie les 51. De strijd van de drie generaals tegen hen die het koninkrijk omver wilden werpen, is te vergelijken met de HUIDIGE SITUATIE. Zij streden in het woud, maar waren als het ware met een onzichtbare lijn verbonden met hun HOOFDKWARTIER waar David was, in Mahanaïm. Deze vorm van coöperatie beleven wij HEDEN met DE ZOON VAN DAVID, die ons vanuit Zijn HEMELS HOOFDKWARTIER leidt, inspireert, stimuleert en leert hoe we de vijand moeten aanvallen of verdrijven. v.1-2 en 24-33. Koning David was zeker van de overwinning, maar vertwijfeld over het (eeuwig) lot van zijn zoon Absalom.
Koning Jezus sprak voor Zijn hemelvaart reeds deze woorden: "IN DE WERELD LIJDT GIJ (nog) VERDRUKKING, MAAR HOUDT GOEDE MOED, IK HEB DE WERELD OVERWONNEN." En 1 Joh. 5 v.4 zegt: "...WANT AL WAT UIT GOD GEBOREN IS, OVERWINT (eveneens) DE WERELD.... DOOR ONS GELOOF."
De woorden uit Openb. 2 v.25-29 zouden wel eens veel actueler kunnen zijn dan we nu nog veronderstellen. Op de essentie uit dit gedeelte hoop ik later nog terug te komen, nl. op: "HEM ZAL IK MACHT GEVEN OVER DE HEIDENEN, EN HIJ ZAL ZE REGEREN (weiden, hoeden) MET EEN IJZEREN STAF, ALS AARDEWERK WORDEN ZIJ VERBRIJZELD...."

BEHANDEL DE JONGELING, ABSALOM, MET ZACHTHEID.
Met het laatste "bevel", wat eigenlijk meer een dringend verzoek, een bede van David was, trok het strijdbare volk, zeer gedisciplineerd de poort uit.
Het klonk nog lang in hun oren na: "BEHANDEL DE JONGELING MET ZACHTHEID...", maar, hoe doe je dat?? Want deze "JONGELING" had wel een groot leger achter zich verzameld, met slechts één doel, om IN IEDER GEVAL David te doden en zo mogelijk zijn gehele leger. Om vervolgens het gehele land in bezit te nemen als een "BEZETTENDE MACHT". Het was het hart van een liefhebbende vader die dit deed zeggen en niet een "bevel" van een groot strateeg en opperbevelhebber van een leger. BARMHARTIGHEID en GERECHTIGHEID STREDEN HIER MET ELKAAR.... In géén enkel opzicht gaat de vergelijking op tussen de z.g."VERLOREN ZOON" uit Luc. 15 v.11-32 en Absalom.
ABSALOM IS MEER EEN VOORBEELD, EEN PROTOTYPE VAN DE ZOON DES VERDERFS, DE TEGENSTANDER, DIE ZICH VERHEFT TEGEN AL WAT GOD OF VOORWERP VAN VERERING HEET... Zie 2 Thess. 2 v.3-10 en 2 Petr. 2 v.19. David bezong het al toen hij nog een WOESTIJN-VLUCHTELING was: "MAAR WIE MIJN LEVEN ZOEKEN TE VERDERVEN, ZULLEN KOMEN IN DE DIEPTE DER AARDE."

DE ONVOORZIENE STAATSBEGRAFENIS.
Kort na het uitbreken van deze oorlog lezen we in 2 Sam. 18 v.17: "TOEN NAMEN ZIJ (de gedode) ABSALOM EN WIERPEN HEM IN EEN GROTE KUIL IN HET WOUD EN RICHTTEN BOVEN HEM EEN ZEER GROTE STEENHOOP OP." Zo had hij zijn STAATSBEGRAFENIS en zijn GEDENKZUIL.... De hoogmoedige opstandeling had voor zichzelf, na in gedachten vele jaren op de troon van Israël getroond te hebben, zichzelf een schitterende staatsbegrafenis toegedacht in het KONINGSDAL bij Jeruzalem. Dat was het dal waar ooit Abraham tot grote overwinnaar werd uitgeroepen en door God werd gezegend. Gen. 14 v.17-20. En een grote STEENZUIL, als een "eeuwigdurende" herinnering aan hemzelf, moest garant staan voor een blijvende naam in Israël. v.18. De bijbel wijst een andere weg aan bv. zoals Luc. 10 v.20 zegt: "...MAAR VERHEUGT U, DAT UW NAMEN STAAN OPGETEKEND IN DE HEMELEN." Absalom kwam in "ZIJN EIGEN NAAM" en velen zullen in deze eindtijd "ABSALOM" nalopen. Zie Joh. 5 v.41-47. Er is ook nog een bijbelse weg om een "GEDENKZUIL" te krijgen, namelijk: "WIE OVERWINT, HEM ZAL IK MAKEN TOT EEN ZUIL IN DE TEMPEL MIJN GODS EN HIJ ZAL NIET MEER DAARUIT GAAN."
En op DIE ZUIL zal geschreven worden: DE NAAM VAN GOD en de naam van het NIEUWE JERUZALEM, zei Jezus Christus. Het geheel wordt gecompleteerd met de NIEUWE NAAM van Jezus Christus. Openb. 3 v.12.

GERECHTIGHEID OF (toch nog) EEN (verlate) AFREKENING.
Het verslag van deze bittere oorlog, besteedt veel aandacht aan het doden van Absalom (v.9-v.17). De grote wens van David was alom bekend, namelijk: spaar Absalom. Joab had kennelijk 10 zilverstukken en een gordel uitgeloofd als premie aan degene die Absalom zou doden. Één van David's soldaten weigert zelfs (evt.) 1000 zilverstukken. v.12-13. Indien Joab pure gerechtigheid wilde betrachten, was zijn handelwijze in Oudtestamentisch licht gezien, zeker NIET ONJUIST. v.14-16. Maar… hoe gemakkelijk spelen oude, rancuneuze, menselijke gedachten mede een rol in iemands besluitvorming? Zie Jes. 11 v.5: ons sublieme voorbeeld Jezus Christus. Ooit had Joab, zeer waarschijnlijk om de troon veilig te stellen, de troonopvolger Absalom weer weten te verzoenen met koning David. Zie les 46 en 47.
Er bleef toen echter een BLOEDSCHULD bestaan, die NU was vereffend door drie werpspiezen in het hart van Absalom te stoten. v.14, alsmede 20.000 (andere) gesneuvelden, een grote slachting. v.8.
Zou het jongere broertje, dat later zelf koning zou worden en dit familiedrama van nabij meemaakte, SALOMO, mede geïnspireerd zijn door wat hij hier uit leerde? Zie Spr. 12 v.28: "OP HET PAD DER GERECHTIGHEID IS LEVEN, MAAR DE WEG DER ZONDE VOERT TEN DODE."

HET "ENGE" BOS.
We lezen dat HET WOUD op die dag meer van het volk verteerd had, dan het zwaard. v.8. Dat Absalom aan zijn lange haren zijn onheil te danken had, was uniek. Dat 20.000 tot een onbekend aantal soldaten in kuilen vielen en stierven of verdwaalden of door wilde beesten werden aangevallen (zoals kantekenaars bij dit gedeelte zeggen) is niet acceptabel en past meer in de "fabeltjeskrant". De vraag blijft echter, maar hoe dan wel??? Aangenomen dat er zo'n 15.000 man omkwamen door, vrijwel zeker, bovennatuurlijk ingrijpen dan is een ander deel, zeg 5000 man omgekomen door het zwaard van David's leger. v.7-8.
We zagen reeds dat Jacob toentertijd, eveneens bij Mahanaïm werd bijgestaan door een LEGER GODS. Zie les 51. David zegt in zijn psalmgebed 35: "LATEN BESCHAAMD EN TE SCHANDE WORDEN WIE ONHEIL TEGEN MIJ BERAMEN. LATEN ZIJ WORDEN ALS KAF VOOR DE WIND, WANNEER DE ENGEL DES HEREN HEN NEERSTOOT: HUN WEG ZIJ DUISTER EN GLIBBERIG, WANNEER DE ENGEL DES HEREN HEN ACHTERVOLGT." v.5-6. (in het duistere, verslindende woud denk je er dan achter....) In zijn leerdicht, de les der geschiedenis, zegt Asaf in Ps. 78 v.49: "HIJ (God) ZOND TEGEN HEN (Egyptenaren) ZIJN BRANDENDE TOORN, VERBOLGENHEID EN ANGSTWEKKENDE GRAMSCHAP, EEN SCHARE VAN VERDERFENGELEN." zie ook v.30-31.
De toorn van God kan dus zowel gericht zijn op de heidenen als op de mannen van Israël, leert ons de bijbel. De bijbel kent vele voorbeelden zoals deze.
Een onbekend aantal kwam in het "ENGE BOS" = HET WOUD VAN EFRAÏM om door zwaard en evt. andere natuurlijke oorzaken. De rest schrijf ik toe aan Goddelijk ingrijpen, dus bovennatuurlijk ingrijpen. We zullen ons in deze eindtijd moeten openstellen voor de (heerlijke) gedachte dat God in de strijd om het KONINGSCHAP meer en meer op een HEERLIJKE, bovennatuurlijke wijze zal willen ingrijpen.

IEDER NAAR ZIJN TENT.
Met de vlucht naar hun huizen door de mannen van Absalom, leek de strijd voorlopig ten einde, al doden herdenkend en de wonden likkend. Maar de geest van REBELLIE was nog NIET verslagen. In de komende lessen zal het blijken dat er nog een soort smeulend vuurtje van verzet was (over)gebleven die zo nu en dan weer oplaaide tot een felle uitslaande brand.

LAAT IK TOCH HEENSNELLEN.
In 2 Sam. 18 v.19-32 wordt uitvoerig uit de doeken gedaan hoe men stond te trappelen van ongeduld om aan David te gaan vertellen dat ze de strijd gewonnen hadden. Joab trachtte Ahimaäz er van te weerhouden om de goede tijding over te brengen, nl.: "DE HERE HEEFT DAVID RECHT VERSCHAFT TEGENOVER ZIJN VIJANDEN." v.19. De dood van de zoon des konings was een zwarte dag voor het huis van David, speciaal voor David zelf. De door Joab aangewezen Ethiopiër moest een (neutraal) ooggetuigenverslag brengen. v.21. Maar Ahimaäz was niet (tegen) te houden. v.22. Gezien de bereidheid van Ahimaäz, de priesterzoon, om zelfs zijn leven voor David in de waagschaal te stellen (zie les 51) kunnen we veronderstellen dat hij uit liefde tot zijn koning, graag ZELF mededeling zou willen doen van:

  1. Gods uitredding bij het veilig stellen van het koningschap.
  2. Het zo wijs en liefdevol mogelijk overbrengen van het verschrikkelijke bericht van Absalom's dood.

Ahimaäz wilde dus niet een kil ooggetuigenverslag overbrengen maar als volgt: "GEPREZEN ZIJ DE HERE, UW GOD, DIE DE MANNEN DIE HUN HAND OPGEHEVEN HADDEN TEGEN MIJN HEER DE KONING, HEEFT OVERGELEVERD." v.28. David kende hem reeds als een goed man v.27. Ahimaäz trachtte de grote klap "gefractioneerd" mede te delen, uit liefde tot zijn koning met het bedroefde vaderhart....

EEN VERSTANDIGE "BUITENLANDER."
De "kille" opdracht van Joab, die persoonlijk had afgerekend met Absalom, de man die ooit z'n gersteoogst in brand had gestoken, luidde: "GA, MELDT DE KONING WAT GIJ GEZIEN HEBT." De uitgestuurde Ethiopiër heeft dit echter op een voortreffelijke wijze gedaan. v.31-32.
Het was bepaald geen kille, onpersoonlijke beschrijving, maar de Here kreeg de eer. Het landsbelang was gediend, de troon van David bevestigd en geconsolideerd, maar het persoonlijke leed en verdriet waren buitengewoon triest. De uitdrukking, beter gezegd, de hartenschreeuw van David: "ABSALOM, MIJN ZOON, OCH DAT IK IN UW PLAATS GESTORVEN WARE..." is zeer verstrekkend en zeer veel betekenend. Het is zeker te vergelijken met DE ZOON VAN DAVID, Jezus Christus, die weende over het ongehoorzame Jeruzalem dat HEM NIET als KONING wilde ontvangen... Zie Luc. 19 v.35-44 en Luc. 13 v.34. "EN TOEN HIJ DE STAD ZAG WEENDE HIJ OVER HAAR.." v.41.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Deze hele les staat in het teken van Absalom, de zoon die opstond tegen zijn vader, de koning van Israël. Niets liet hij na om te bereiken om ZELF op die troon te komen. Als zijn grafrede zou uitgesproken kunnen worden: "IN DÉZE OMGEKOMEN MAN, WORDT IEDER TER AARDE BESTELD DIE REBELLEERT TEGEN GOD DE VADER EN DIE JEZUS CHRISTUS NIET ALS ZIJN HEER EN KONING WENST TE AANVAARDEN." Ieder die dat in verleden, heden of toekomst doet, delft het onderspit, net als Absalom en delft daarmede zijn of haar eigen graf....

ENKELE VRAGEN BIJ LES 52:

VRAAG 1: Ben je van oordeel dat de gemeente van Jezus Christus in haar geheel, net zo goed functioneert, maar dan in de geestelijke oorlog, zoals David's volgelingen het deden in de zichtbare wereld?
VRAAG 2: Verklaar hoe en waarom barmhartigheid en gerechtigheid in het hart van David met elkaar streden.
VRAAG 3: Noem eens een andere blijvende weg om "EEN BLIJVENDE NAAM IN ISRAËL" te verkrijgen, anders dan die van Absalom.
VRAAG 4: Geef je eigen mening eens over de handelwijze van Joab, rond het doden van Absalom.
VRAAG 5: Hoe denk jij over mogelijke BOVENNATUURLIJKE ingrepen van God bij lijden en vervolgingen van het ISRAËL GODS, de gemeente van Jezus Christus, in deze en de toekomende tijd?
VRAAG 6: Hoe kan een geest van rebellie uit een mens of volk verdwijnen?
VRAAG 7: Heb je waardering en bewondering voor de wijze waarop resp. Ahimaäz en de Ethiopiër de blijde én droeve mare aan hun vorst overbrachten?
VRAAG 8: Kun je het eens zijn met de conclusie van les 52?

les 53

DAVID'S TERUGKEER NAAR JERUZALEM.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 19 v.1-43.
Absalom en zijn leger zijn verslagen. Toen David, geheel overstelpt door verdriet aan niets meer aandacht kon schenken dan aan zijn gedode zoon, werd hij door Joab onder handen genomen. Het gevolg was wel dat hij in de poort ging zitten om samen met al het toegestroomde volk de overwinning te vieren. Over de terugkeer van David naar Jeruzalem bestond in Israël een zeer grote verwarring, speciaal tussen Juda en de overige stammen. Stamverwantschap speelt hier een grote rol. Om diverse redenen komen mensen David tegemoet bij de Jordaan, waarvan alleen Mefiboseth 100% oprecht was. David werd ook uitgeleide gedaan door Barzillai, een grote weldoener van de koning. Bij het afscheid (v.39) wordt deze door David gekust en gezegend. De gehele terugkeer staat bepaald nog niet in het teken van de VREDE .....

ZIE, DE KONING WEENT EN TREURT.
In de vorige les lazen we dat het diepe treuren van David wel eens een veel diepere geestelijke betekenis zou kunnen hebben dan men oppervlakkig zou vermoeden. We noemden Luc. 19 v.35-44. Joab kent deze gevoelens blijkbaar geheel niet. Lettende op het WAARNEEMBARE, "ziet" hij gebeuren dat iedereen er de komende nacht tussen uit zal knijpen (v.7). Het rouwproces waarin David zit, wordt met verbaal geweld abrupt afgebroken of.. onderbroken en David gaat in de poort zitten. Op het eerste gezicht lijkt het er op dat Joab zodoende zijn doel bereikt heeft nl. dat al het (strijdbare) volk rondom de nog steeds verbannen koning David gebleven is.

ANALYSE VAN DE "JOAB-METHODE." v.5-7.
David treurde niet alleen over Absalom omdat dit zijn eigen zoon was, maar op een dag verloor hij als koning ook nog eens 20.000 onderdanen.
Onder Mozes was dit droeve verschijnsel reeds div. keren voorgevallen.
Zie bv. Num. 11 v.1-3 en v.33-35. Num. 14 v.28-30 en 37 etc.
Tegen Mozes zei God: "OP UW (voor)BEDE SCHENK IK VERGEVING..." Num. 14 v.11-23.
2 Sam. 18 v.33 vermeldt dat: DAVID PLAATSVERVANGEND ZOU HEBBEN WILLEN STERVEN....
Joab valt met de deur in huis, en beweert de volgende dingen, t.w:

ÉÉN OVERWINNING IS NOG GEEN TOTALE VREDE.
Nadat Joab met zijn klompen door David's Porseleinkast was heen gedenderd, leek in Mahanaïm alles weer koek en ei, maar de "AAP" zou opnieuw uit de mouw komen. 2 Sam. 19 v.9 vertelt ons dat er onderling nog veel verdeeldheid was in GEHEEL ISRAËL. Men had kort ervoor zelfs nog de één of andere priester bereid gevonden om een rebellerende koningszoon tot koning te zalven. Toen waren er dus 2 "GEZALFDEN", die koning waren in één land of over één land. De overweging om de "OUDE KONING" per gratie dan maar weer terug te roepen vanuit het "BUITENLAND" (v.9-10), omdat de koning VAN EIGEN KEUZE gesneuveld is, klinkt niet erg vertrouwenwekkend. De geschiedenis heeft geleerd dat deze geestelijke splijtzwam doorgewoekerd heeft tot op de huidige dag. Het leek David het verstandigste om allereerst zijn eigen stamgenoten/verwanten een zachte hint te geven (v.11) om hem eerherstel te geven. Bovendien wilde David een einde maken aan de gevaarlijke machtspositie van Joab. Soms hielden ze elkaar in evenwicht (2 Sam. 24 v.2-4), maar als de machtige legeroverste vormde hij een potentiële bedreiging voor de troon. Dit zou later blijken in 1 Kon. 1 v.5-8 toen Joab zich schaarde achter Adonia, dus TEGEN DAVID en de door God zelf aangewezen troonopvolger, Salomo. 1 Kon. 1 v.9-53. Om die reden maakte David Amasa legeroverste in plaats van Joab.

KEER TERUG, GIJ EN AL UW DIENAREN.
David keerde niet uit eigener beweging terug naar Jeruzalem. Hij wachtte eigenlijk op hun uitnodiging. Geheel Juda stond achter deze beslissing. v.14. Zie Luc. 18 v. 6-8. Van Israël, dus de rest van de stammen, was slechts de helft PRO DAVID, en David tegemoet getreden. Onder de stammen van Israël was veel gemurmureer (v.41-43). Israël bleek nog een soort kruitvat te zijn die wachtte op de man die er een brandend lont bij zou houden. En deze man zou spoedig opstaan. 2 Sam. 20 v.l.

DIEPERE GEESTELIJKE BETEKENIS.
over de diepere geestelijke betekenis van David's droefheid spraken we al aan het einde van les 52. Jezus bevestigde reeds ten tijde van Pilatus dat HIJ de KONING der Joden was. Zie Matth. 27 v.11 en Joh. 18 v.37. Maar toen Hij gekruisigd en gestorven en opgestaan was, openbaarde Hij zich uitsluitend aan Zijn discipelen/volgelingen. Toen Hij opvoer naar de hemel ging Hij "BUITENSLANDS". Jezus Christus is KONING óók nu en Zijn KONINKRIJK is realiteit, óók nu en heden. Het wachten is echter op het MOMENT dat vervuld wordt wat staat in Openb. 11 v.15 en 17: "EN DE ZEVENDE ENGEL BLIES DE BAZUIN EN LUIDE STEMMEN KLONKEN IN DE HEMEL, ZEGGENDE: HET KONINGSCHAP OVER DE WERELD IS GEKOMEN AAN ONZE HERE EN AAN ZIJN GEZALFDE EN HIJ ZAL ALS KONING HEERSEN TOT IN ALLE EEUWIGHEDEN. v.15. ...ZEGGENDE, WIJ DANKEN U, HERE GOD, ALMACHTIGE, DIE IS EN DIE WAS, DAT GIJ UW GROTE KRACHT HEBT OPGENOMEN EN HET KONINGSCHAP HEBT AANVAARD." v.17.

EEN MAN VAN HOGE GEBOORTE.
Lucas vertelt in hst. 19 een gelijkenis die HIJ uitgesproken heeft omdat de mensen MEENDEN dat het Koninkrijk Gods TERSTOND openbaar zou worden. v.11. In deze gelijkenis van de ponden (v.11-27) evenals in de gelijkenis van de talenten uit Matth. 25 v.14-30, komt hetzelfde onderwerp ter sprake. In beide gelijkenissen gaat het over EEN MAN VAN HOGE GEBOORTE waarmede Jezus Christus werd bedoeld die naar EEN VER (gelegen) LAND TROK, om voor Zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en... DAARNA TERUG TE KEREN. Luc. 19 v.12. De andere gelijkenis uit Matth. 25 spreekt over: EEN MENS DIE NAAR HET BUITENLAND VERTROK (v.14-15) en na LANGE TIJD kwam deze weer terug. v.19. Deze gelijkenis eindigt in v.31 aldus: "WANNEER DAN DE ZOON DES MENSEN KOMT IN ZIJN HEERLIJKHEID EN AL DE ENGELEN MET HEM, DAN ZAL HIJ PLAATS NEMEN OP DE TROON ZIJNER HEERLIJKHEID."

DAVID EN SALOMO - PROTOTYPEN.
We zien in 2 Sam. 19 v.9-43 de terugkeer van David van het buitenland, terug naar Jeruzalem, want dat is Zijn "Heerlijkheid."
Een HEERLIJKHEID was in de Middeleeuwen het bezit van een heer, een adellijke bezitting of goed. Wat we hier in David nog enigszins missen, dat is het openbaar worden van de daarbij behorende HEERLIJKHEID. Wat in de zichtbare wereld dan nog niet zo aan het licht getreden is, dat kondigt David, geïnspireerd door de Heilige Geest op een heerlijke wijze aan in zijn "laatste woorden", als een geïnspireerd zanger. Zie 2 Sam. 23 v.1-7. In vers 3 kondigt hij profetisch de RECHTVAARDIGE HEERSER, Jezus Christus aan als koning over de gehele aarde (over de MENSEN). De HEERLIJKHEID van Jezus Christus komt pas goed aan het licht in Salomo. Was David de representant van de ZOON VAN DAVID als de strijder voor de GERECHTIGHEID op aarde. Salomo weerspiegelt de VREDE, MACHT en LUISTER die Jezus Christus als de ware VREDEVORST openbaart, na de VREDE tot stand te hebben gebracht, dus DE HEERLIJKHEID VAN JEZUS CHRISTUS.

DE TROON VAN DAVID.
2 Sam. 23 v.5 wordt (o.a) vertaald met: "....WANT IN ZO HOGE ERE STAAT MIJN HUIS BIJ GOD." Zie ook 2 Sam. 7 v.8-14. Gabriël kondigde reeds aan dat Maria (en Jozef) genade hadden gevonden bij God en hij zei: "DE HERE GOD ZAL HEM DE TROON VAN ZIJN VADER DAVID GEVEN.... EN ZIJN KONINGSCHAP ZAL GEEN EINDE NEMEN." Luc. 1 v.30-33.

De discipelen kregen te horen: "EN IK BESCHIK U HET KONINKRIJK... INCLUSIEF DE TROONRECHTEN." zie Luc. 22 v.29-30. In de gelijkenis van de ponden wordt de andere zijde van deze medaille even belicht: "DOCH ZIJN BURGERS HAATTEN HEM.... WIJ WILLEN NIET DAT DEZE KONING OVER ONS WORDT." Het eindigt dramatisch: "DOCH DIE VIJANDEN VAN MIJ, DIE NIET WILDEN DAT IK OVER HEN KONING WERD, BRENG HEN HIER EN SLACHT ZE VOOR MIJN OGEN." Luc. 19 v.14 en 27. Jezus getuigde tegen Pilatus: "MIJN KONINKRIJK IS NIET VAN DEZE WERELD.... NU ECHTER IS MIJN KONINKRIJK NIET VAN HIER." Joh. 18 v.36. Op de vraag van Pilatus aan de Joden of hij hun koning moest kruisigen etc. antwoordden zij: "WEG MET HEM, KRUISIG HEM... WIJ HEBBEN GEEN KONING..." Joh. 19 v.14-16. Dan zien we vervolgens een SELECTIE uit Joden en heidenen, die Jezus Christus wel als KONING aanvaarden. Zie bv. Hand. 17 v.1-14 spec. v.4 en 11-12. Uit de bovengenoemden komen voort de KONINGEN DER AARDE onder leiding van hun overste/aanvoerder koning Jezus. Openb. 1 v.5-6.
Maar... HIJ maakt hen ook tot PRIESTERS voor Zijn God en Vader, tezamen in Zijn Koninkrijk. Zie ook 1 Petr. 2 v.5-10, waar o.a. staat: "U EENS NIET ZIJN VOLK, NU ECHTER GODS VOLK..." v.10.
Zo worden de bekeerde Jood en de "GRIEK" tezamen gevoegd tot één uitverkoren geslacht, één koninkrijk, één koninklijk priesterschap, één heilige natie, één volk Gode ten eigendom... v.9.
Openb. 11 v.15 en 19 v.6 en 16 vertellen ons en 1 Cor. 15 v.50-58 alsmede 1 Thess. 4 v.13-18 bevestigen dit nog eens dat dit de éérste opstanding is. Zie daartoe óók Openb. 20 v.6 en 5 v.10 en Dan. 7 v.27.

DE BRUILOFT DES LAMS.
Na de aanvaarding van het KONINGSCHAP, volgt dan de BRUILOFT DES LAMS, waar de feestgangers gekleed zijn in blinkend en smetteloos fijn linnen. Openb. 19 v.7-9. Jezus Christus, HET LAM, DE MAN verbonden met Zijn smetteloze gemeente, de VROUW des Lams, tezamen DE BRUID VAN GOD vormende, verkrijgt met God de Vader de BRUIDEGOM, een volkomen geestelijke eenwording. Dus Jezus Christus en de VRIJGEKOCHTEN met de vader. Zie ook Jes. 25 v.6-10.

DE HEERLIJKHEID VAN SALOMO EN JEZUS CHRISTUS.
Hierboven schreven we reeds dat Salomo meer en beter de HEERLIJKHEID van Christus vóóraf schaduwde dan David deed. Wanneer we lezen in 1 Kon. hst. 4 t/m 10 dan ontvouwt zich voor ons geestesoog een (weliswaar aardse) HEERLIJKHEID, die haar weerga niet gekend heeft. Zie 1 Kon. 10 v.10 en 12. "DE GEHELE AARDE VERLANGDE SALOMO TE ZIEN OM DE WIJSHEID TE HOREN, DIE GOD IN ZIJN HART GELEGD HAD." 1 Kon. 10 v.23-24. Een (zwakke) afbeelding van het BRUILOFTSMAAL VAN HET LAM herkennen we o.a. in 1 Kon. 4 v.21-25; 1 Kon. 8 v.65-66; en 1 Kon. 10 v.4-9.

TENSLOTTE....
Het in deze 53e les behandelde bijbelgedeelte nl. 2 Sam. 19 v.1-43, spreekt nog over Simeï (v.16 e.v.) en Ziba (v.17 e.v.) en Mefiboseth (v.24 e.v.) en Barzillai (v.31-40). We noemden Barzillai reeds even in les 51. Barzillai deed datgene wat later de Apostel Johannes schreef in zijn 3e brief v.5-8 nl. SAMENWERKEN VOOR DE WAARHEID. David deed goed aan de zonen van Barzillai en zijn zoon Kimham verbleef onder de (ver)zorgende vleugels van koning David. NA David's dood bleven de zonen van Barzillai onder de disgenoten van koning Salomo. Zie 1 Kon. 2 v.7.
Aan Simeï werd les 49 gewijd. Aan Mefiboseth en Ziba werd ook reeds een les gewijd, nl. les 38.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Deze les bevat niet slechts een beschrijving van een tot mislukking gedoemde burgeroorlog, maar wellicht nog dramatischer was het gehele gebeuren binnen de familie van David. David heeft dit grote verdriet eigenlijk alleen moeten verwerken. Wat ook duidelijk is geworden is dat het volk Israël bepaald NIET voor 100% en ook niet ten allen tijde, als één man achter zijn koning stond, maar gevoelig was voor verkeerde beïnvloedingen. In het leven van David en later in dat van Salomo beginnen zich steeds duidelijker de contouren af te tekenen van de lijdensgeschiedenis van DE ZOON VAN DAVID, maar ook Zijn eeuwige KONINGSCHAP en Zijn HEERLIJKHEID.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 53:

Vraag 1: Vind jij het rouwproces van David op haar plaats, denkend aan Joab's methode?
Vraag 2: Wat is jouw mening over het "PLAATSVERVANGEND WERK" van o.a. Mozes en David? Op wie gelijken ze?
Vraag 3: Weerleg Joab's beschuldigingen eens die hij deed richting David.
Vraag 4: Is het mogelijk om NAMENS DE HERE, tegelijkertijd 2 GEZALFDE KONINGEN over één land te hebben? Uit welke "BRONNEN" zouden deze (kunnen) komen?
Vraag 5: Is het overdreven te beweren dat "DEZE SPLIJTZWAM" tot op deze dag doorgewoekerd heeft?
Vraag 6: Zit er in de wijze van terugkeren van David een overeenkomst met Jezus Christus?
Vraag 7: Hoe VER is het met de realisering van het Koninkrijk Gods?
Vraag 8: Geef eens een bijbels gefundeerde omschrijving van wat Gods heerlijkheid is.
Vraag 9: Wanneer en wie mag zich noemen: "WIJ ZIJN OF IK BEHOOR TOT HET VOLK VAN GOD" en wel op grond van o.a. de aangehaalde teksten onder het kopje: "DE TROON VAN DAVID."
Vraag 10: Wie zouden we allemaal aan kunnen treffen onder de BANIER van: "ÉÉN HEILIGE NATIE"?
Vraag 11: Wat dienen we te verstaan onder: "DE BRUILOFT DES LAMS"?
Vraag 12: Wat is SAMENWERKEN VOOR DE WAARHEID?

les 54

De opstand van Seba.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 20 v.1-26.
In deze les 54 staat de persoon van Seba centraal. Hij staat als het ware "MODEL" voor die mensen van vroeger en heden, die de heerschappij van koning Jezus over hun leven NIET willen accepteren. Sterker nog, dezulken worden de leidslieden van een actief verzet, oftewel REBELLIE tegen DE ZOON VAN DAVID.
De "SEBA'S" weten in korte tijd veel aanhang achter zich te vergaderen, maar zullen uiteindelijk de dood vinden en net als Goliath hun hoofd verliezen.

GILGAL, OPNIEUW ALS STARTPUNT.
Bij Gilgal was ooit het volk Israël het land Kanaän binnengetrokken. Het was hun eerste legerplaats na de doortocht door de Jordaan en dáár werd het hele leger besneden en vierde men het Pascha en werd de smaad van Egypte afgewenteld. Een geheel nieuwe tijd was aangebroken. In Jozua 5 v.9 staat: "DAAROM NOEMT MEN DIE PLAATS GILGAL, TOT OP DE HUIDIGE DAG," omdat God gezegd had, direct na de besnijdenis: "HEDEN HEB IK DE SMAAD VAN EGYPTE VAN ULIEDEN AFGEWENTELD", dit is in het Hebreeuws een woordspeling met GALAL = AFWENTELEN. Nu leek het erop dat het volk Israël opnieuw terug bij "AF" moest beginnen. De koning met zijn trouwe aanhangers moesten opnieuw de Jordaan oversteken, maar ditmaal spleet het water NIET.... God had eertijds onder een EED Zijn beloften aan Israël gegeven, uitgedrukt in de besnijdenis en het vieren van het Pascha. Zie Jozua 4 v.2-12.

ONGEZUURD BROOD WORDT OPNIEUW GEZUURD. (met oud zuurdesem).
Vlak na de hierboven genoemde intocht ten tijde van Jozua, at men ongezuurde broden ten teken dat alle zonden van Egypte en de woestijnperiode, weggedaan en vergeven waren. Men at GEROOST KOREN ten teken dat men deel gekregen had aan de "NIEUWE OOGST", dáárom hield onmiddellijk het manna op te vallen, want dat was immers "WOESTIJNVOEDSEL". Jozua 4 v.11-12. Israël at reeds "DE VRUCHT" van hun nieuwe land Kanaän, wat overigens nog wel veroverd moest worden.... HET WAS DUS EEN GELOOFSDAAD. 2 Sam. 20 v.1 begint aldus: "NU WAS DAAR BIJ GEVAL EEN NIETSWAARDIG MAN, SEBA GEHETEN, DE ZOON VAN BIKRI, EEN BENJAMINIET..."
De revolutie onder Absalom was nog maar net bezworen of er wordt alweer een ander geïnspireerd door de duivel, om te trachten koning David ten val te brengen etc. Bikri (de vader van Seba), zijn naam betekent EERSTGEBORENE en de naam van zijn zoon Seba betekent EED. Voorwaar fraaie namen.... Een stukje informatie: de eerstgeborenen waren in Israël allen GEHEILIGD (Ex. 13 v.2 en Luc. 2 v.23). Zij waren ook allen GELOST (Ex. 13 v.13) en... aan God (terug)GEGEVEN (Ex. 22 v.30) en derhalve Gods eigendom (Num. 3 v.13).

EEN DEUGNIET VAN EEN ZOON.
Genoemde Bikri had dus een Zoon Seba, wiens naam EED betekende.... God heeft zich altijd aan Zijn EED gehouden. Zie Hebr. 6 v.13-20. Maar de mens vaak niet. We zien in Seba weer een prototype van de mens die misschien wel meeloopt in een kerkelijk spoor en de "tale kanaäns" spreekt of een functie vervult in de Evangelische wereld of.... Zie Matth. 7 v.21-23 en v.15, maar deze Seba was daar toevallig net in de buurt van Gilgal zonder een vooropgezet plan o.i.d. De bijbel beschrijft hem als een BELIALSKIND, een goddeloos mens, een satans kind. BELIAL is een aanduiding van Satan, zie 2 Cor. 6 v.15. Zie ook Deut. 13 v.5-18. Vers 13 = Belialsmannen.
Door de Belialsman SEBA werden de zuivere woorden van God, uitgebeeld door ongezuurde broden, weer opnieuw GEZUURD met het zuurdesem van slechtheid en boosheid. Zie Ex. 12 v.17-18 en Jozua 5 v.10-11 en 1 Cor. 5 v.8.
Let op de volkomen overeenkomst bij de UITTOCHT uit Egypte en de INTOCHT in Kanaän, 40 jaar later. De duivel wil ONKRUID zaaien tussen de tarwe. Seba was zo'n satansman (Belialsman). Deut. 13 v.5-18 spreekt daar ondubbelzinnig over.
Seba gooide zuurdesem in het "DEEG", met het gevolg dat een weinig zuurdesem het gehele deeg ZUUR maakte. Ook Paulus schrijft daar duidelijke taal over in 1 Cor. 5 v.1-8. Let op het verschil in oplossing van dit grote probleem in het O.T. en in het N.T. resp. Deut. 13 v.5 en 8-10 en 1 Cor. 5 v.4-5. Het behoeft niet te verbazen dat het een Benjaminiet was. Behalve een enkele heldhaftige rol door de Benjaminiet Ehud (Richt. 3 v.15-22) zijn de profetische woorden van Jacob wel uitgekomen toen hij zei: "BENJAMIN IS EEN VERSCHEURENDE WOLF." Zie Richt. 19 geheel en het leven van koning Saul, de Benjaminiet, beschreven in deel 1 in de lessen 10 t/m 20. Saul's haat tegen David en het geslacht van Isaï, uit de stam Juda, wordt samengevat in 1 Sam. 22 v.6-10.

DEZE SEBA BLIES OP DE HOORN.
Het teken tot de opstand was gegeven, zoals ook de eerdere rebel Absalom gedaan had. 2 Sam. 15 v.10. Dat ieder naar zijn eigen huis werd gestuurd was nog het minst erge. Eindeloos veel dieper reikt de uitspraak: "WIJ HEBBEN GEEN DEEL AAN DAVID, GEEN ERFBEZIT MET DE ZOON VAN ISAÏ." Vergelijk dit eens met de gelijkenis die de ZOON VAN DAVID, Jezus Christus, later vertelde in Matth. 21 v.33-43 speciaal v.38.
Hebr. 1 v.1-3 zegt: "NADAT GOD EERTIJDS VELE MALEN EN OP VELE WIJZEN TOT DE VADEREN GESPROKEN HAD IN DE PROFETEN, HEEFT HIJ NU, IN HET LAATST DER DAGEN TOT ONS GESPROKEN IN DE ZOON (van David), DIEN HIJ GESTELD HEEFT TOT ERFGENAAM VAN ALLE DINGEN, DOOR WIEN HIJ OOK DE WERELD GESCHAPEN HEEFT. DEZE, DE AFSTRALING ZIJNER HEERLIJKHEID EN DE AFDRUK VAN ZIJN WEZEN, DIE ALLE DINGEN DRAAGT DOOR HET WOORD ZIJNER KRACHT, HEEFT NA DE REINIGING DER ZONDEN TOT STAND GEBRACHT TE HEBBEN, ZICH GEZET AAN DE RECHTERHAND VAN DE MAJESTEIT IN DE HOGE...."

SEBA'S ZIJN DIENSTWEIGERAARS IN HET MILITIA CHRISTI.
Waar het de Seba's om gaat is de weigering om deel te hebben aan het hierboven genoemde. Men wil een "EIGEN HEERLIJKHEID", buiten Christus om. Paulus zegt in Rom. 8 v.17: "ZIJN WIJ NU KINDEREN, DAN ZIJN WIJ OOK ERFGENAMEN: ERFGENAMEN VAN GOD EN MEDE ERFGENAMEN VAN CHRISTUS; IMMERS INDIEN WIJ DELEN IN ZIJN LIJDEN DAN IS DAT OM OOK TE DELEN IN ZIJN VERHEERLIJKING." De Seba's willen naar het vlees leven (v.13) en zeker NIET door Gods Geest geleid worden (v.14) en het lijden om Christus wil is hetgeen men zeker NIET wenst (v.17). Wat deze "Seba's" zullen missen is wat 1 Petr. 1 v.4 belooft aan jou en mij, nl: "WIJ ZIJN WEDERGEBOREN TOT EEN LEVENDE HOOP, TOT EEN ONVERGANKELIJKE, ONBEVLEKTE EN ONVERWELKELIJKE ERFENIS DIE IN DE HEMELEN WEGGELEGD IS VOOR U."

DE JUDASKUS VAN MOORDENAAR JOAB.
David zette een streep onder de affaire Absalom, door de 10 bijvrouwen de rest van hun leven als zg. onbestorven weduwen in afzondering te houden. Zie 2 Sam. 16 v.21-23. David hield zich onmiddellijk bezig met de NIEUWE AANVAL OP ZIJN TROON. Het viel Amasia kennelijk niet mee om Juda achter zich te krijgen, wellicht omdat hij pas nog de aanvoerder van Absalom's troepen was geweest. 2 Sam. 18 v.25.
Als Abisaï, de broer van Joab, achter Seba wordt aangestuurd om hem te doden, v.5-7, heeft óók Joab zich uit eigen beweging bij zijn broer, de nieuw aangestelde legeroverste gevoegd. Als Amasa door Abisaï en Joab wordt ingehaald bij de grote steen in Gibeon, wordt hij verraderlijk vermoord door Joab (v.8-10). De daad van Joab was in wezen rebellie tegen het besluit van koning David. De wijze waarop Joab te werk ging was in de trant van Judas. "EN JOAB ZEIDE TOT AMASA: IS HET WEL MET U, MIJN BROEDER. TEGELIJK GREEP JOAB MET ZIJN RECHTERHAND DE BAARD VAN AMASA, OM HEM TE KUSSEN..." Amasa en Joab waren neven. Een familielid als groet kussen en tegelijk doodsteken, is DUIVELSWERK.
De reden waarom Joab mee uittrok was kennelijk óók met de vooropgezette bedoeling om af te rekenen met zijn neef Amasa. Gedreven door achterdocht, jaloezie en haat zou vele jaren later ook Judas zo handelen. Zie Matth. 26 v.47-50.

MOORD IS NIET HETZELFDE ALS GERECHTIGHEID BEOEFENEN.
In opdracht van Joab, werd één van de soldaten bij Amasa gezet, die zo zegt de tekst letterlijk, zich in zijn doodstrijd in zijn eigen bloed had (om)gewenteld. (v.11-12). Deze soldaat moest roepen: "WIE OP DE HAND VAN JOAB IS EN AAN DAVID'S ZIJDE STAAT, ACHTER JOAB AAN." David had opdracht gegeven aan Amasa om gerechtigheid te beoefenen door Seba uit te schakelen, die de troon bedreigde. Joab echter liet het volk kiezen tussen de met bloed besmeurde moordenaarshand van hemzelf en/of aan David's zijde staan. HET ÉÉN SLUIT HET ANDER UIT. Paulus zegt terecht: "…MET DE WAPENEN DER GERECHTIGHEID IN DE RECHTERHAND én IN DE LINKERHAND..." 2 Cor. 6 v.7.
Joab greep met zijn rechterhand Amasa's baard om hem te kussen en... Joab greep met zijn linkerhand het zwaard om te vermoorden... Paulus stelde ook de zeer indringende vraag wat GERECHTIGHEID GEMEEN HAD MET WETTELOOSHEID. (De rechter en linkerhand van Joab). 2 Cor. 6 v.14 tot hst. 7 v.1. In plaats van het EN EN van Joab, stelt Paulus ons voor de keus van OF OF bv:

Hij roept ons op om een RADICALE keuze te maken, dus er bestaat geen enkele gemeenschappelijke grondslag tussen de zojuist genoemde zaken (v.16).

MAAK JE KEUZE....
De keuze is ook nu of JUIST NU: "GAAT WEG UIT HUN MIDDEN EN SCHEIDT U AF." v.16-17. Houdt niet vast aan het onreine. Onze heiligheid zullen we volmaken in de vreze Gods als we ons reinigen van ALLE bezoedelingen des vleses en des geestes. 2 Cor. 7 v.1.
Begrijpelijkerwijs bleef het volk staan bij de stervende Amasa, hun aanvoerder. Ze moesten nu kiezen of ze nu (weer) Joab moesten volgen, ja dan nee... Op de hand van David waren ze zeker al. 2 Sam. 20 v.11-13.

BEDEKKEN.
Er wordt een (oud) kleed over de vermoorde Amasa heen geworpen, nadat het lijk van de weg gezeuld was, en.... MEN VERVOLGT ZIJN WEG. v.12.
Salomo schreef in Spr. 28 v.13: "WIE ZIJN OVERTREDINGEN BEDEKT, ZAL NIET VOORSPOEDIG ZIJN; MAAR WIE ZE BELIJDT EN NALAAT, DIE VINDT ONTFERMING." We kunnen wel een oud kleed over onze zonde(n) heen werpen, maar Matth. 10 v.26 zegt: "...WANT ER IS NIETS BEDEKT OF HET ZAL GEOPENBAARD WORDEN EN VERBORGEN OF HET ZAL BEKEND WORDEN."
David geeft het juiste antwoord in de hele Psalm 32: "WELZALIG HIJ WIENS OVERTREDING VERGEVEN, WIENS ZONDE BEDEKT IS, WELZALIG DE MENS WIEN DE HERE DE ONGERECHTIGHEID NIET TOEREKENT EN IN WIENS GEEST GEEN BEDROG IS." v.1-2. Zie ook Rom. 4 v.6-8.
Hoe belangrijk was het vroeger en hoe van levensbelang is het ook nu, heden en "MORGEN" om alleen achter die leiders/aanvoerders aan te gaan die uitsluitend gerechtigheid betrachten.

HET HOOFD VAN SEBA MOEST ROLLEN.
2 Sam. 20 v.20 besluit met de dood van Seba in v.14-22. Wie mocht menen dat Seba "ALLEEN MAAR" een soort passief verzet gepleegd had, komt bedrogen uit. Seba was door ALLE STAMMEN VAN ISRAËL getrokken en met een aanhang van vooral eigen stamgenoten had hij zich genesteld in ABEL-BETH-MAÄCHA, al of niet met instemming van deze stedelingen zelf. v.14. Hierin zien we hoe een weinig zuurdeeg van slechtheid en boosheid, een geheel deeg kan verzuren. 1 Cor. 5 v.6 en Gal. 5 v.9.
De "SEBA'S" moesten ter dood gebracht worden overeenkomstig Deut. 13 v.5 en... dus NIET gespaard worden, v.8, maar gestenigd worden, v.10.
Een wijze vrouw heeft de ondergang van haar stad voorkomen en door het terechtstellen van de schuldige, de schuld afgewenteld. Deze stad heette ABEL = ADEMTOCHT of IJDELHEID. Woont en vertoeft de onbekeerde mensheid niet in de stad ABEL oftewel IJDELHEID??? of in "ADEMTOCHT"??? David zei in Ps. 144 v.4: "DE MENS IS GELIJK AAN EEN ADEMTOCHT, ZIJN DAGEN ZIJN ALS EEN VOORBIJGLIJDENDE SCHADUW." Zie ook Ps. 78 v.38-39 en Ps. 39 v.6-7.
Die wijze vrouw uit Abel is te vergelijken met DE VROUW, als beeld van de gemeente van Jezus Christus, die als een zout = een bederfwerend middel in deze wereld is. Zie 2 Sam. 20 v.19 en Richt. 5 v.7. Op aarde woont Gods gemeente, DE VROUW, temidden van "ABEL", maar naar de inwendige mens is deze zelf een BURGER VAN EEN RIJK IN DE HEMELEN, ingeschreven in het bevolkingsregister van het NIEUWE JERUZALEM. Zie resp. Openb. 12 geheel en Openb. 19 v.7-8 en hst. 21 v.9-10; Fil. 3 v.20; Hebr. 12 v.22-24 en Matth. 5 v.13.

JOAB, DE NIEUWE REVOLUTIONAIR.
Dat met de dood van Seba, de revolte tot een einde is gekomen, is duidelijk, maar wat te denken van het REVOLUTIONAIRE GEDRAG van Joab, die er maar net van weerhouden kon worden om een stad, het erfdeel des Heren, te gronde te richten, (letterlijk: te doden) 2 Sam. 20 v.19. Joab had de leiding weer zelf overgenomen van zijn broer en de door hem vermoorde Amasa.
Zo keerde hij naar de koning terug, die hem NIET HAD UITGEZONDEN. v.22. Herlezen we 1 Kon. 2 v.5 en v.28-34 en daarna Matth. 7 v.21-23, dan zien we een duidelijke overeenkomst. Alles wat willens en wetens gedaan wordt BUITEN de wil om van de Vader in de hemel, dus niet IN ZIJN NAAM, is ten diepste een wetteloos werk. Zo iemand zal zich moeten bekeren om Gods wil te (gaan) doen. Salomo zei in 1 Kon. 2 v.32-33: "ZO ZAL DE HERE ZIJN BLOED OP ZIJN (eigen) HOOFD DOEN WEDERKEREN, OMDAT HIJ TWEE MANNEN, RECHTVAARDIGER EN BETER DAN HIJ, ZONDER MEDEWETEN VAN MIJN VADER DAVID HEEFT NEERGESTOTEN EN MET HET ZWAARD GEDOOD... ZO ZAL HUN BLOED OP HET HOOFD VAN JOAB EN VAN ZIJN NAGESLACHT VOOR ALTOOS WEDERKEREN..." Alhoewel David ooit bloedschuld op zich had geladen kon Salomo getuigen: "....MAAR DAVID, ZIJN NAGESLACHT, ZIJN HUIS EN ZIJN TROON ZULLEN VOOR ALTOOS VREDE HEBBEN VAN DE HERE." 1 Kon. 2 v.33b. Zie voor David en Bathséba (Uria) les 40 en 41.
En zo werd door Salomo, op zijn rechterstoel gezeten, dat oude kleed dat Joab over het dood bloedende lichaam van Amasa had laten gooien, er met één ruk door Salomo weer afgetrokken, want deze overtreding van Gods grondwet was NIET bedekt. Ps. 32 v.1-2 en Matth. 10 v.26 en Spr. 28 v.13. ZO WERDEN ZIJN ZONDEN WEER AAN HET LICHT GEBRACHT.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Met Gilgal opnieuw als startpunt en alles wat daarna volgt, zien we dat God Zijn plan niet opnieuw opstart, maar wegen wijst om weer in het goede spoor terug te komen. Uit eigen gelederen komen de gevaarlijkste revolutionairen, die zéér gevaarlijk zijn. Naarmate de eindtijd nadert is het zaak om te jagen naar vrede en heiliging. Hebr. 12 v.14 en 1 Tim. 6 v.11. CONCLUSIE: Het is NU of NOOIT. To be or not to be, want de TROON VAN JEZUS CHRISTUS wordt steeds feller bestreden. MAAR JEZUS CHRISTUS HEERST.... IN EEUWIGHEID.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 54:

VRAAG 1: Waar is het eten van ongezuurde broden een beeld van?
VRAAG 2: Waarom werd Seba in de bijbel een Belialskind genoemd?
VRAAG 3: Vertel alles wat je weet van het begrip: "ZUURDESEM".
VRAAG 4: In de bijbel komt de stam Benjamin er niet zo best af. Uit welke stam kwam de apostel Paulus?
VRAAG 5: Welke dingen zul je zeker missen, indien je als een "SEBA" een dienstweigeraar bent in het Militia Christi?
VRAAG 6: Leek Joab's handelwijze veel op dat van Judas?
VRAAG 7: Heb jij je keus al gemaakt tussen "OF OF" en "EN EN"?
VRAAG 8: Is er in ons leven nog iets wat "ONWETTIG" bedekt is, terwijl het al lang "ONTDEKT" had moeten zijn?
VRAAG 9: In welke (geestelijke) stad sta jij in de burgerlijke stand ingeschreven?
VRAAG 10: Zouden wij ons wel eens schuldig hebben gemaakt door "werken" te doen waar de Heer ons geen opdracht of toestemming voor had gegeven?

les 55

De tempelbouw in blauwdruk.

2 Sam. 7 v.1-17 en 18-29, 1 Kon. 5 v.2 en verder, 1 Kron. 17 v.1-15 en 16-27, 1 Kron. 22, 1 Kron. 21 v.15-30, 2 Kron. 2 v.1-18.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE:
Al vroeg in de regeringsperiode, toen David koning over geheel Israël werd, begon hij te denken en te spreken over een tempelbouw. Je zou kunnen zeggen dat het denken van David er meer en meer mee vervuld werd. Een blauwdruk is per definitie een afdruk van een (bouwkundige) tekening in witte lijnen op blauw papier. Zoals een reclamevliegtuigje tegen de strakblauwe hemel zijn (reclame) boodschap afzet als witte, goed leesbare lijnen en letters zó zag David voor zijn geestesoog steeds duidelijker de witte lijnen, de contouren van een (toen nog) stoffelijke, zichtbare, aardse tempel afsteken tegen de heldere blauwe hemel van zijn geestelijk denken. De goede verstaander zal moeten beamen dat David zelfs "HOGER" zag dan de zichtbare, tastbare TEMPEL die in JERUZALEM zou moeten komen. Neen, David's blik was meer HEMELWAARTS gericht, over de horizon van de tijdsdrempel heen zag hij. En hij zei: "....DAAROM HEBT GIJ AANGAANDE HET HUIS VAN UW KNECHTEN GESPROKEN, OVER DE VERRE TOEKOMST EN IN MIJ EEN RIJ MENSEN GEZIEN IN OPGAANDE LIJN, HERE GOD." 1 Kron. 17 v.17 en 2 Sam. 7 v.19. 1 Kron. 22 v.1 zegt: "TOEN ZEIDE DAVID: DIT IS HET HUIS VAN DE HERE GOD EN DIT IS HET BRANDOFFERALTAAR VOOR ISRAËL." David kreeg door het vuur uit de hemel als antwoord van God, een VISIE om de DORSVLOER "om te bouwen" tot een tempel. Het brandoffer dat David bracht zou gerechtigheid en vrede brengen. Zie 1 Kron. 21 v.24-30.
Met deze visie in het hart, werkte David lang en hard aan de vele voorbereidingen voor de tempelbouw. In zijn aardse leven heeft David deze zichtbare tempel niet mogen aanschouwen.

WERKEN AAN EEN VISIE.
Bij David's visie kun je denken aan de regels van het gedicht van A. Roland-Holst dat spreekt van een geloof in de toekomst: "IK ZAL DE HALMEN NIET MEER ZIEN, NOCH DRAGEN OOIT DE VOLLE SCHOVEN, DOCH DOE MIJ IN DE OOGST GELOVEN, WAARVOOR IK DIEN."
Na de inname van Jeruzalem (zie les 29, DEEL 2) en nadat de koning in zijn paleis was gaan wonen, knaagde er iets aan het geweten van David en hij zegt dan tegen de profeet Nathan: "ZIE TOCH, IK WOON IN EEN CEDEREN PALEIS, TERWIJL DE ARK GODS VERBLIJFT ONDER EEN TENTKLEED..." 2 Sam. 7 v.2.
Nu is de ark nog niet hetzelfde als een tempel, maar David bedoelde van meet af aan de ark des Heren in een stenen tempel te plaatsen, mét de gehele daarbij behorende (offer)dienst, zoals later Salomo zou bedrijven. God ziet naar de hartsgesteldheid van David en laat hem via Nathan weten, hoe Zijn plannen er in grote lijnen uitzien. Zie 2 Sam. 7 v.1-17.

EEN ONBESCHRIJVELIJKE INDRUK. 2 Sam. 7 v.8.
Hoe zouden wij ons "voelen", als God, al of niet door bemiddeling van een profeet, tot ons zou zeggen: "MIJN KNECHT: ZO ZEGT DE HERE DER HEERSCHAREN, IK HEB JE GEHAALD UIT DE WEIDE VAN ACHTER DE SCHAPEN, OM VORST TE ZIJN OVER MIJN VOLK, OVER ISRAEL...."
In deze trant wil God óók tot ons spreken d.m.v. Zijn woord. God wil óók ons weghalen van onze "weidegronden" en ons TRANSFORMEREN tot een koninkrijk, tot priesters, oftewel een KONINKLIJK PRIESTERSCHAP. Zie Openb. 1 v.6 en 1 Petr. 2 v.9. We zijn bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons, daartoe zijn we (weg)geroepen van ons eigen "WEIDEGRONDJE". Rom. 9 v.29-30.
Dus zijn we bestemd om als zonen van HEM te worden aangenomen met alles wat daarbij behoort, dus koningszonen met een hemelse erfenis. Ef. 1 v.5-11. Als we, net als David, het bovenstaande begrepen hebben, zullen we in onze "BINNENKAMERS" Gods aangezicht zoeken en ons hart in dank, lof en aanbidding uitstorten voor Hem, zoals David deed. 2 Sam. 7 v.18-29.
David kan zijn verbazing en grote dankbaarheid haast niet onder woorden brengen. In v.19 zegt hij: "EN DIT IS DE WET VOOR DE MENS, HERE, HERE..." of "EN U VERGUNT MIJ EEN BLIK IN VOLGENDE GESLACHTEN, HEER JAHWEH." (Luth. vert.) of "OOK VOOR DE VERRE TOEKOMST HEBT GIJ OVER HET HUIS VAN UW DIENAAR GESPROKEN, JAHWEH, MIJN HEER, EN MIJ, EEN MENS, DE TOEKOMSTIGE GLORIE DOEN ZIEN," vert. Petrus Canisius.

DE ONWANKELBARE BELOFTEN VAN GOD.
David maakt van Gods toezeggingen meteen een soort van verbondssluiting. 2 Sam. 7 v.25. Na een "aanloop" van geschiedenisfeiten (v.20-24) te hebben genoemd als herinnering aan betoonde trouw aan Israël… vraagt David dat nu ook voor zichzelf en zijn nageslacht. (v.25-26). Nadat David de Goddelijke openbaring heeft ontvangen: "IK (dus God zelf) ZAL U EEN HUIS BOUWEN," v.27, weet David dat de rollen eigenlijk zijn omgekeerd, want God zal zelf ONTWERPER en BOUWMEESTER ZIJN. Hebr. 3 v.4 en 11 v.10. Maar om een goede, bekwame, betrouwbare medewerker van God te mogen en kunnen zijn, bidt David om een zegen over zijn huis en... David vertrouwt dat zijn huis voor altijd gezegend zal zijn. 2 Sam. 7 v.29.

BLOED AAN DE HANDEN???
Er was een reden, waarom David de tempel NIET moest bouwen, maar Salomo. De bijbel zegt er het volgende van, t.w: "MAAR HET WOORD DES HEREN KWAM TOT MIJ: GIJ HEBT VEEL BLOED VERGOTEN EN GROTE OORLOGEN GEVOERD; GIJ MOOGT VOOR MIJN NAAM GEEN HUIS BOUWEN, OMDAT GIJ VEEL BLOED VOOR MIJN AANGEZICHT TER AARDE HEBT DOEN VLOEIEN." 1 Kron. 22 v.8. Een aanwijzing is het volgende vers waarin wordt verwezen naar David's zoon Salomo, die EEN MAN VAN RUST zal zijn en God zelf zou VREDE en RUST in Israël geven in zijn dagen. 1 Kron. 22 v.8-10 en 1 Kron. 28 v.3. Het is merkwaardig dat noch 2 Sam. 7, noch 1 Kron. 17 daar met een woord over "BLOEDVERGIETEN" reppen. Salomo zegt in 1 Kon. 5 v.3: "GIJ WEET DAT MIJN VADER DAVID NIET IN STAAT WAS VOOR DE NAAM VAN DE HERE, ZIJN GOD EEN HUIS TE BOUWEN WEGENS DE OORLOG DIE ZIJ VAN ALLE KANTEN TEGEN HEM VOERDEN, TOTDAT DE HERE HEN ONDER ZIJN VOETZOLEN GELEGD HAD" of "...VANWEGE DE OORLOGEN, WAARMEDE ZIJ HEM (=David) OMSINGELDEN, TOTDAT DE HERE HEN ONDER ZIJN VOETZOLEN GAF." v.3 St. vert. of "VANWEGE DE OORLOGEN DIE MEN HEM AANDEED..." v.3 vert. Prof. Brouwer.
David bestreed Gods vijanden op Zijn bevel, Zijn opdracht. Salomo maakt duidelijk dat David de handen vol had aan het verslaan der vijanden, waarin God de overwinningen gaf.

GEEN GESCHIEDVERVALSING MAAR EEN JUISTE INTERPRETATIE.
De geschiedschrijver heeft deze twee boeken zo'n 600 jaar na de gebeurtenissen zelf, te boek gesteld, puttend uit div. bronnen. Dus ong. 400 jaar voor Christus' geboorte. Deze kroniekschrijver lijkt te suggereren dat David de tempel niet mocht bouwen vanwege het vele bloed dat hij ter aarde had doen vloeien voor Gods aangezicht. 1 Kron. 22 v.8. Er zijn vier facetten die er een ander licht op werpen.

  1. Het zojuist genoemde is slechts één facet, want de WAARHEID kent meerdere facetten. Want ten tijde van David was er niet slechts veel strijd, maar David had ook te kampen met de (binnenlandse) revoltes in zijn koninkrijk. Denk aan Absalom en Seba, de gebeurtenissen rond Bathséba en de volkstelling etc. Van RUST en VREDE kon amper gesproken worden tijdens David's leven. Dus er was nog geen SJALOM.
  2. Een ander facet was dat er pas gebouwd kon worden als men, dank zij alle verslagen of overwonnen vijanden nu de handen vrij had om dit zware, en moeilijke en kostbare werk ter hand te nemen, ongestoord en ongehinderd. Het zou alle energie en aandacht vragen. God zei: "IK ZAL HEM (=Salomo) RUST GEVEN VAN AL ZIJN VIJANDEN RONDOM, HIJ ZAL EEN MAN VAN RUST ZIJN." 1 Kron. 22 v.9.
  3. God zelf bepaalde en de tijd en de man die t.z.t. deze tempel zou bouwen. 1 Kron. 22 v.9-10 vertelt ons het volgende: "ZIE, U (David) ZAL EEN ZOON GEBOREN WORDEN, HIJ ZAL EEN MAN VAN RUST ZIJN... WANT HIJ ZAL SALOMO HETEN.... DIE ZAL EEN HUIS BOUWEN VOOR MIJN NAAM." God beloofde dus dat HIJ vrede zou geven en rust in Israël in zijn dagen. VREDE = in het Hebreeuws SJALOM, een woordspeling met de naam SALOMO = SJELOMO = MAN VAN DE VREDE. Sjalom is vrede en welvaart in de DIEPSTE zin van het woord, dus HEIL. Salomo somt op:
    "EN NU HEEFT DE HERE, MIJN GOD, MIJ
    - RUST GEGEVEN ALLERWEGEN
    - ER IS GEEN TEGENSTANDER
    - EN GENERLEI ONHEIL (bijv. misoogst of hongersnood) 1 Kon. 5 v.4.
  4. Het allerbelangrijkste facet is echter het volgende, t.w. DE NAAM. David zei: "IK HAD HET VOORNEMEN EEN HUIS TE BOUWEN VOOR DE NAAM VAN DE HERE, MIJN GOD." 1 Kron. 22 v.8. Salomo neemt dit initiatief over. 1 Kon. 5 v.5.
    God wil ZIJN NAAM, uitgedrukt in ark en tempel, niet verbinden aan of associëren met oorlog, geweld, onheil of bloed = het leven der verslagen vijanden etc. Pas als ALLES SJALOM is, kan er met de bouw worden begonnen. Bovendien liet de Here aankondigen door Nathan: "DE HERE ZAL U EEN HUIS BOUWEN." 2 Sam. 7 v.11 en "AL UW VIJANDEN HEB IK VOOR U UITGEROEID." David was dus "slechts" een UITVOERDER VAN GODS PLAN.
    God wilde Zijn NAAM verbonden hebben met de ARK, die in de TEMPEL gebracht zou worden. Zie de uitvoerige beschrijving daarvan in 2 Kron. 5 spec. v.2-8 en hst. 6 spec. v.1-11.

DE VOORBEREIDINGEN BEGONNEN AL VROEG.
David had een visie die hij uitwerkte. Daarin paste allereerst de verovering van Jeruzalem, beschreven in les 29 van DEEL 2. Vervolgens moest in zijn visie de ark naar Jeruzalem worden overgebracht. Dit is beschreven in les 30, 31 en 32 van deel 2. Deze lessen maken duidelijk(er) dat David geen bloed aan de handen had.
Het enige "BLOED" dat nog bejubeld zal worden is van: "HET LAM DAT GESLACHT IS...." Openb. 5 v.9-14.

DE JUISTE PLAATSBEPALING.
Het is zeker dat het aan David duidelijk werd wáár de nieuw te bouwen tempel een plaats moest krijgen, inclusief het brandofferaltaar, na alles wat hij had ondervonden na zijn (zondige) volkstelling.
David gaat als het ware met vernieuwde moed voorwaarts en geeft bevel om de vreemdelingen = de vóór-Israëlitische bewoners van Kanaän, tot herendiensten te verplichten. Van David's uitgebreide voorbereidselen lezen we in 1 Kron. 22 v.2-5. Vervolgens begint David er mee om de VERANTWOORDELIJKHEID van de tempelbouw te delen met zijn tengere zoon. v.6-13. Het leven van David overziende, begrijpen we zijn uitspraak: "ZIE, IK HEB BIJ AL MIJN ELLENDE, VOOR HET HUIS DES HEREN GEREED GELEGD...." v.14.
Zijn uitspraak in v.16 geldt ook nu, voor ons: "STA OP, AAN DE ARBEID. DE HERE ZIJ MET U..." en "STA OP, BOUWT HET HEILIGDOM VAN DE HERE GOD." v.19.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Zich zijn lage afkomst bewust zijnde, wilde David, die tot het koningschap was geroepen zich voor 100% inzetten om zich te schikken in het plan van God, ondanks het feit dat het ten diepste gericht was op een (voor David) verre toekomst. David verblijdt zich buitengewoon over Gods beloften t.a.v. zijn huis en zijn troon en uit dat o.a. in een DANKGEBED. 2 Sam. 7v.18-29. Het is pertinent onjuist te concluderen dat er op een verkeerde wijze bloed aan David's handen zou kleven en hij DAAROM de tempel niet mocht bouwen. De aangedragen lesstof moge voldoende zijn om die verkeerde conclusie te logenstraffen.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 55:

VRAAG 1: Ben jij ook van mening dat het werken in het Koninkrijk Gods, zwaarder is indien men géén visie heeft voor hetgeen men aan het doen is?
VRAAG 2: Wil God ons ook weghalen van ons eigen "WEIDEGRONDJE"? Luc. 15 v.4.
VRAAG 3: Grazen wij als schapen reeds op de weidegrond van Ps. 23 v.2?
VRAAG 4: God zei tegen David: "IK ZAL U EEN HUIS (=tempel) BOUWEN". Beseffen wij dat God heden zegt: "IK ZAL MIJN GEMEENTE BOUWEN..."? Matth. 16 v.18.
VRAAG 5: Is het correct om te stellen dat David bloed aan zijn handen had en dáárom de tempel niet mocht bouwen?
VRAAG 6: Zou God zijn Naam niet verbonden willen zien met bijv. OORLOG, GEWELD, ONHEIL of BLOED (van verslagen vijanden)?
VRAAG 7: Noem eens 4 á 5 dingen uit het leven van David die betrekking zouden kunnen hebben op zijn uitlating: "BIJ AL MIJN ELLENDE..."?
VRAAG 8: Kunnen wij heden nog troost putten uit David's dankgebed? Zie 2 Sam. 7 v.18-29.

Verder lezen? Het vervolg van deel 3 is hier te vinden.

Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.