
De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 1 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 1 van deze bijbelstudie zijn uitsluitend de titels in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het vervolg van deel 1 zodat je de achtereenvolgende lessen in de juiste volgorde kunt lezen.
De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
| les num. | Titel | bijbelgedeelte |
|---|---|---|
| Inleiding bij deel 1 | ||
| voorwoord | ||
| les 1 | David door zijn vader naar zijn broers gezonden | 1 Sam. 17 |
| les 2 | David's boezemvriend gaat tot actie over | 1 Sam. 14 |
| les 3 | David's boezemvriend leert de kracht van honing kennen | 1 Sam. 14 |
| les 4 | David door God uitgekozen voor het koningschap | 1 Sam. 16 |
| les 5 | David en Goliath (1e deel) | 1 Sam. 17 |
| les 6 | David en Goliath (2e deel) | 1 Sam. 17 |
| les 7 | David en Goliath (3e deel) | 1 Sam. 17 |
| les 8 | David en Goliath (4e deel) | 1 Sam. 17 |
| les 9 | Jonathan en David | 1 Sam. 18 |
| les 10 | Hoe een koning slaaf van satan kan worden | 1 Sam. 18 |
| les 11 | Red mij van bloedschuld, O God mijns heils | 1 Sam. 19 |
| les 12 | Er is slechts een schrede tussen mij en de dood | 1 Sam. 20 |
| les 13 | David te Nob, maar niet in zijn nopjes | 1 Sam. 21 |
| les 14 | De jonge filistijnse stadsvorst te Gath | 1 Sam. 21, 22 |
| les 15 | De neerwaartse spiraal | 1 Sam. 22 |
| les 16 | Alles draait om de oogst | 1 Sam. 23 |
| les 17 | Saul als pitbull terriër | 1 Sam. 23 |
| les 18 | Mij komt de wrake toe, Ik zal het vergelden | 1 Sam. 24 |
| les 19 | Een verstandige vrouw is van de Here | 1 Sam. 25 |
| les 20 | Drieduizend man proberen een vlo te vangen | 1 Sam. 26 |
| les 21 | Helpers weg.... laatste ronde | 1 Sam. 27 |
| les 22 | Hij heerse van zee tot zee...tot de einden der aarde | 1 Sam. 27 |
| les 23 | Maar David sterkte zich in de Here, zijn God | 1 Sam. 29, 30 |
| les 24 | Toen keerde zijn geest in hem terug | 1 Sam. 30 |
| les 25 | De geraffineerde leugen van de Amalekiet | 2 Sam. 1 |
| Nawoord |
Korte beschrijving van de situatie (1 Sam.18).
Het verslaan van Goliath door David brengt een soort lawine in beweging. David's afkomst
wordt belangrijk. Er komt liefde van Saul's kinderen voor David maar groeiende vrees en haat door
Saul zelf. Ondanks groeiende roem blijft David nederig. De eerste moordaanslag door een bezeten
koning Saul vindt plaats. Op de dag van de overwinning van David op Goliath werd hij enerzijds
ogenblikkelijk de "gevierde" man, maar anderzijds werd hij voor koning Saul de gevreesde en later
gehate man als evt. troonopvolger ....
JONATHAN'S LIEFDE VOOR DAVID.
Jonathan betekent: DE HERE HEEFT GEGEVEN. In ieder geval heeft deze koningszoon een
bijzonder hart. Vrij van jaloezie of naijver heeft hij een grote, blijvende liefde voor David
opgevat. Uit de volgende daden blijkt dat hij in David de KOMENDE KONING ziet. Dat bleek uit de
volgende dingen, t.w:
-Jonathan werd hecht bevriend met David, zijn hele (resterende) leven lang. (Zijn ziel werd aan
hem verknocht).
-Het werd een VERBOND gebaseerd op Goddelijke liefde. (1 Sam.18 v. 1 en 3).
-Dit verbond werd enkele malen vernieuwd. (1 Sam. 20v.15-17 en 41-43 en 1 Sam. 23 v.16-18).
- Jonathan schonk David een groot eerbetoon. Dit bleek uit de overdracht van de onderstaande
eigendommen:
a. ZIJN MANTEL, DIE HIJ ZELF DROEG.
b. ZIJN WAPENROK.
c. ZIJN ZWAARD.
d. ZIJN BOOG.
e. ZIJN GORDEL.
WIE GEEFT ER NU ZIJN EIGEN WAPENRUSTING WEG ?
ad.a.
Het geven van je mantel aan je opvolger is een beeld van het overdragen van jouw gezag/jouw
bediening aan de ander. We zien dit bv. duidelijk bij Elia die zijn gezag overdraagt/ teruggeeft
aan God door zijn gelaat met zijn mantel te bedekken toen hij God in het suizen van een zachte
koelte tot hem hoorde en voelde naderen. Een soort overdracht van eerder ontvangen opdrachten of
bevoegdheden. (1 Kon.19 v.12-18). Duidelijk wordt dit dan in v.19 gedemonstreerd als Elia zijn
profetenmantel toewerpt aan Elisa. Een duidelijke handeling die zijn profeten bediening, inclusief
een overgangsperiode, zo op de schouders van zijn opvolger mag leggen. Zonder dat Jonathan precies
wist hoe zijn toekomst zou zijn, zag hij toen reeds in David de KOMENDE KONING VAN ISRAEL en...
handelde als zodanig. (1 Sam. 20 v.14-17 en 1 Sam. 23 v.16-18).
DE MANTEL, MEER DAN EEN JAS ALLEEN...
Wie nog zou twijfelen aan de diepere betekenis van de mantel overdracht leze bv. 2 Kon. 2
v.8-14.
ad. b.c.d:
De wapenrusting van Jonathan wordt "OVERGEDRAGEN" aan David. Hij zag in hem de komende koning, een
dapper man die de oorlogen des Heren zou gaan voeren. (1 Sam. 18 v.16-17 en 1 Sam. 25 v.28).
Jonathan heeft ook in David de "ZOON VAN DAVID" gezien, t.w. Jezus Christus die de oorlogen tot
een einde zal brengen. Zie o.a. Psalm 46 v.10. Met het oog op het komende VREDERIJK profeteert
Jesaja reeds in hst. 2 v.1-5 dat zij de oorlog niet meer zullen leren. De overwinning van HET LAM
(de Zoon van David), staat vast. (Openb. 19 v.11-16). En deze (geestelijke) oorlog in de hemelse
gewesten zal eindigen in een triomf zoals Openb.20 v.9-10 beschrijft.
EN NU OOK DE GORDEL NOG??
ad.e:
Jonathan schonk David tenslotte ook zijn gordel. Onder ad.a zagen we dat Jonathan, door zijn
eigen koningsmantel te geven, hij was immers kroonprins en dus troonopvolger, dit "KONINGSCHAP" op
David's schouders legde... Onder ad.b t/m d. zagen we de overdracht aan de STRIJDER, die voortaan
de oorlogen des Heren zou voeren, wat uiteindelijk zou resulteren in de grandioze overwinning op
satan (Goliath) en zijn gehele leger. (Openb. 20 v.9-10). Tenslotte zien we DE GORDEL overgedragen
worden. Met dit kledingstuk zien we het accent vallen op David als type van de Hogepriester, Jezus
Christus, die als LAM van God, als priester Zich zo zou geven voor de GEHELE WERELD. Jesaja
kondigt dit aan in Hst. 11+12.
HET LAM VAN GOD VOOR DE GEHELE WERELD
Jes. 11 v.5: "GERECHTIGHEID ZAL DE GORDEL ZIJNER LENDENEN ZIJN EN TROUW DE GORDEL ZIJNER
HEUPEN." De profeet laat er geen twijfel over bestaan over wie hij het heeft, namelijk JEZUS
CHRISTUS. "EN ER ZAL EEN RIJSJE VOORTKOMEN UIT DE TRONK VAN ISAI EN EEN SCHEUT UIT ZIJN WORTELEN
ZAL VRUCHT DRAGEN." en in v.10 in de vertaling van HET BOEK: "IN DIE TIJD (van het vrederijk) ZAL
DE GRONDLEGGER VAN HET KONINKLIJKE GESLACHT VAN DAVID DE BANIER VAN HEIL ZIJN VOOR DE HELE WERELD.
ALLE VOLKEN ZULLEN NAAR HEM TOEKOMEN ...."
In 1 Sam. 18 v.5 zien we dat David tot ieders tevredenheid en zeer voorspoedig de strijd voert
keer op keer... We zien dit opnieuw bij Jezus Christus in Openb. 6 v.2: "VERDER ZAG IK EEN WIT
PAARD. OP HET PAARD ZAT IEMAND MET EEN BOOG IN ZIJN HAND EN HIJ KREEG EEN KROON OP ZIJN HOOFD. HIJ
TROK EROP UIT ALS OVERWINNAAR NAAR ZIJN VOLGENDE OVERWINNING.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 9:
Vraag 1: Welke hartsgesteldheid is absoluut noodzakelijk om
geestelijk te kunnen ZIEN/ONDERSCHEIDEN en HANDELEN?
Vraag 2: Hoe is het te verklaren dat de LIEFDE van Jonathan en David zo
blijvend is?
Vraag 3: Bij het herhaaldelijk sluiten van een verbond tussen hen, werd
door Jonathan steeds een zaak VEILIG GESTELD. Wat was dat en WAAROM zou dat zijn?
Vraag 4: Wanneer je de "MANTEL-OVERDRACHT" en het "GEBRUIK" van de
mantel van resp. ELIA en ELISA hebt bestudeerd, (1 Kon. 19 en 2 Kon. 2 v.8-14) denk je dan (ook)
dat deze overdracht van Jonathan's mantel aan David meer dan een vriendelijk gebaar was?
Vraag 5: Geef in eigen woorden je mening weer over de OVERDRACHT van
Jonathan's WAPENRUSTING aan David.
Vraag 6: Zie je een overeenkomst tussen speciaal de boog (met pijlen)
van Jonathan en Openb. 6 v.2.? Lees daartoe eerst de klaagzang van David bij Jonathan's dood in de
strijd, beschreven in 2 Sam. 1 v.17-27 speciaal v.18+22+27.
Vraag 7: Hoe ziet Jesaja in hst. 11 (dus als WAT) DE GORDEL? Noem 2
dingen.
Vraag 8: Hoe kun je zo zeker weten dat Jesaja de Heer Jezus bedoelt?
Lees eens Openb. hst. 1 v.12-16.
Vraag 9: Wat zouden de geestelijke betekenissen zijn van resp. WIT
PAARD - BOOG - KROON?
Vraag 10: Als Jezus Christus op Golgotha de overwinning heeft behaald
(met David en Goliath als beeld), waarom schrijft Openb. 6 o.a. dan nog over STRIJD en
OVERWINNEN?
KORTE BESCHRIJVING VAN SAUL'S AFGANG. 1 Sam. 18.
In les 9 werden de eerste vijf verzen van dit hoofdstuk beschreven, nl. de overdracht van
de gehele WAPENRUSTING van Jonathan aan David. In de rest van dit hoofdstuk zien we hoe er zich
een DODELIJKE haat ontwikkelde in Saul's hart toen hij meer en meer bemerkte dat God met David was
en David voorspoedig was op al zijn wegen. Saul's afgang wordt hier voor een deel beschreven op
basis van de profetische uitspraak van Samuël in 1 Sam. 15 v.23: "VOORWAAR, WEERSPANNIGHEID
IS ZONDE DER TOVERIJ EN ONGEZEGGELIJKHEID IS AFGODERIJ… OMDAT GIJ (Saul) HET WOORD DES HEREN
VERWORPEN HEBT, HEEFT HIJ U VERWORPEN, DAT GIJ GEEN KONING MEER ZULT ZIJN."
...EN UW VERWACHTING WORDT WEL AFGESNEDEN.
Wat in positieve zin door Spreuken hst. 23 v.17b en 18 wordt gezegd, geldt op grond van de
uitspraak in 1 Sam. 15 v.23 in negatieve zin voor Saul. Saul's ijver, de Here te vrezen, taande
meer en meer.... Zijn ongehoorzaamheid deed hem zijn koningschap verliezen en David, de man naar
Gods hart werd (aspirant) koning. David had een positieve VERWACHTING, gebaseerd op goede
gronden. Zijn belijdenis spreekt David uit in Ps. 62: "WAARLIJK, MIJN ZIEL KEER U STIL TOT GOD,
WANT VAN HEM IS MIJN VERWACHTING (van heil en als schuilplaats etc. v.2 en 6-8).
EN ZIJ ZONGEN EEN NIEUW GEZANG...
In v.6 t/m 9 lezen we van de TRIOMFANTELIJKE = de zegepralende intocht, het thuiskomen van
de OVERWINNAAR (met zijn leger) na de overwinning op de Filistijn. Met deze "FILISTIJN" wordt
zonder twijfel verwezen naar Goliath, het beeld van de grote tegenstander, satan. Speciaal aan
David werd door: DE VROUWEN UIT ALLE STEDEN VAN ISRAËL (v.6) een loflied toegezongen in
beurtzang met resp. -GEZANG EN REIDANS - TAMBOERIJNEN EN TRIANGELS - VREUGDEBETOON, DANS EN
GEZANG.
Dit eerbetoon gold de man, die, wanneer hij uitrukte meer voorspoed had dan alle dienaren van
Saul, zó...dat zijn naam zeer beroemd werd. v.30.
DE PRELUDE VAN DE EIND(s)T(r)IJD...
In dit gedeelte beluisteren we één prelude = een inleidend voorspel op de
eindstrijd zegen. De profeet Jesaja spreekt er uitvoerig over in Jes. 41. Let bv. eens op vers
1-4, de strijdwapens van deze "ZOON VAN DAVID" zijn resp.:
ZWAARD = het woord van God
BOOG = de "pijlen" die door God afgevuurd worden zijn een beeld van Zijn Woord die hen treffen.
Zie bv. Ps. 7 v.11-14.
Ook zondaars en de duivel hanteren woorden als giftige en/of vurige pijlen. Zie Ps. 64 v.3-8. Jezus Christus, de "Zoon van David" wordt in Jes. aangekondigd als degene uit wiens mond, enerzijds woorden van eeuwig leven voortkomen (Luc. 4 v.22; Joh. 6 v.63) maar anderzijds zegt Jes. 49 v.2: "EN HIJ MAAKTE MIJN MOND ALS EEN SCHERP ZWAARD... HIJ MAAKTE MIJ TOT EEN PUNTIGE PIJL IN ZIJN PIJLKOKER."
Dit gedeelte over strijd, waarin David zo uitblonk, is voor ons een les, want Jezus Christus leerde ons hoe wij in de geestelijke strijd, waarin Gods woord gesteld wordt tegenover de leugens van satan, als "PIJLEN" die over en weer vliegen, de WAARHEID in strijd met de leugen, om onze GEESTELIJKE WAPENRUSTING te gebruiken. Zie Efeze 6 v.10-20 (spec. v.16 en 17).
EINDSTRIJD EN GLORIEUZE INTOCHT.
Zoals de feestelijke terugkeer, dus de intocht van David in 1 Sam. 18 werd beschreven, zo
is het óók beschreven over Jezus Christus. Zo wordt Hij in Openbaring resp. genoemd: DE
ZOON VAN DAVID. Openb. 3 v.21. DE LEEUW UIT DE STAM JUDA, DE WORTEL DAVIDS. Openb. 5 v.5. HET LAM
OP EEN WIT PAARD EN EEN KROON (op het hoofd) EN EEN BOOG Openb. 6 v.1-2. Denk hier even aan
Jonathan die zijn BOOG aan David overdroeg. 1 Sam. 18 v.4.
DE VROUW EN DE DRAAK IN GEVECHT OP LEVEN EN DOOD.
....Toen werd Saul zeer toornig.... óók het koningschap zal nog voor hem (David)
zijn. De volgende dag kwam een boze geest der godheid (L.V.) op Saul, zodat hij in zijn huis
raasde (als een razende rondliep...) maar Saul, die zijn lans in de hand had hief deze omhoog en
riep: "IK ZOU DAVID WEL AAN DE WAND WILLEN PRIEMEN". En Saul vreesde voor David, want de Heer was
met hem, maar van Saul was hij geweken. 1 Sam. 18 v.8-12
Op het eerste gezicht lijkt het bovenstaande niet op het opschrift. En toch ligt HIER de "EERSTE
STEENLEGGING." Zie 2 Thess. 2 v.3-4. Jonathan "ziet" hetzelfde als zijn vader Saul. De positieve
waardering van Jonathan zagen we in les 9. In de EIND(s)T(r)IJD GAAT HET OM HET KONINGSCHAP = om
het ZOONSCHAP met alle daarbij behorende HEERLIJKHEID als ERFGENAMEN.
VLEES TEGEN GEEST.
De volhardende wijze waarop Saul David te vuur en te zwaard bestrijdt is de eerste aanzet
waarin we de geestelijke eindstrijd enigszins weerspiegeld zien. De grootste tegenstanders zullen
voortkomen uit "DE EIGEN GELEDEREN" als vlees tegen GEEST. Romeinen 8 geeft het kernachtig
weer:
Vers 14: "WANT ALLEN, DIE DOOR DE GEEST GODS GELEID WORDEN, ZIJN ZONEN GODS."
Vers 15: "GIJ HEBT ONTVANGEN DE GEEST VAN HET ZOONSCHAP."
Vers 17b: "...DELEN IN ZIJN LIJDEN, MAAR OOK DELEN IN ZIJN VERHEERLIJKING."
Vers 19: "WANT MET REIKHALZEND VERLANGEN WACHT DE SCHEPPING OP HET OPENBAAR WORDEN DER ZONEN
GODS."
Vers 23: "OOK WIJZELF... ZUCHTEN... IN DE VERWACHTING VAN HET ZOONSCHAP." Zie ook Ef. 1.v.5 en
Hebr. 2 v.10.
Het "EINDPRODUCT" van dit gehele proces van geestelijke afgang resulteert uiteindelijk in de
zg. ZOON DES VERDERFS, zoals Paulus deze beschrijft in 2 Thess. 2 v.3-4.
Alles wat in 1 Sam. 18 staat beschreven is samen te vatten in v.29b: "SAUL BLEEF EEN VIJAND VAN
DAVID ZIJN LEVEN LANG...."
ENKELE VRAGEN BIJ LES 10:
Vraag 1: Vind jij koning Saul een "WEERSPANNIG FIGUUR"?
Vraag 2: Waarom zou nu juist ONGEHOORZAAMHEID als zonde zulke ernstige
gevolgen (kunnen) hebben?
Vraag 3: Zie je een overeenkomst tussen de ZEGENPRALENDE INTOCHT van
David en de overwinningsliederen van de "ZOON VAN DAVID" zoals beschreven in o.a. Openb. 5 v.8-13;
Openb. 14 v.1-5; Openb. 19 v.11-16.
Vraag 4: Wat is in de geestelijke (eindstrijd)oorlogvoering het enige
wapen waarmede gestreden en overwonnen wordt? Zie o.a. Openb. 19 v.13 en 15 en 21 en Openb. 12
v.7-12.
Vraag 5: WIE en WAT kondigt de profeet Jesaja aan in bv. vers 1-4 en
v.13-16 en v.25-27? Alles uit hst.41.
Vraag 6: Verklaar eens hoe het mogelijk is dat uit Gods mond zowel
woorden ten leven (Luc. 4 v.22) als woorden ten dode kunnen voortkomen. (Jes. 49 v.2) Zie ook
Hosea 6 v.4-6 en v.1-3 en 1 Sam. 2 v.1-10.
Vraag 7: Vind je dat Openb. 3 v.21 en 5 v.5 de diepe(re) relatie
bevestigen die er is tussen David en "DE ZOON VAN DAVID"?
Vraag 8: Gelooft men vandaag de dag binnen de Christenheid dat de Geest
van God van iemand kan wijken, denkend aan koning Saul?
Vraag 9: Wat is ten diepste de inzet als we spreken over de
eind(s)t(r)ijd? Zie Matth. 21 v.38.
Vraag 10: Probeer eens onder woorden te brengen aan welke voorwaarde(n)
kinderen van God moeten voldoen om ze te mogen betitelen met ZONEN GODS. Zie Rom. 8.
KORTE BESCHRIJVING VAN HET BEGRIP BLOEDSCHULD. 1 Sam. 19
In de geschiedenis van David en Saul speelt het zich al of niet schuldig maken aan de zg.
BLOEDSCHULD, een grote rol. Zie bv. 1 Sam. 18 v.17. Saul probeert aanvankelijk door list en
bedrog, om bloedschuld te vermijden. 1 Sam. 19 v.6. Omdat Saul's hart niet recht voor God was, kon
ook de door hem uitgesproken eed (v.6) de duivel niet tegen houden (v.9) en alleen de beschermende
hand van God, voorkwam bloedschuld. God herhaalde dit nog enkele malen d.m.v. Michal, David's
vrouw en d.m.v. Samuël (v.12 en 18 e.v.) Zie ook 1 Sam. 25 v.26, en 31-33.
EN NA DE DOOD VAN DE HOGEPRIESTER ZAL DE DOODSLAGER... MOGEN TERUGKEREN. Num.
35 v.28.
Wie 1 Sam. 19 leest zal zich moeten afvragen, hoe betrouwbaar is het woord van een mens.
Ps. 118 v.8-9 geeft de juiste koers aan:
"HET IS BETER BIJ DE HERE TE SCHUILEN DAN OP MENSEN TE VERTROUWEN OF OP EDELEN TE VERTROUWEN."
Jonathan doet steeds grote moeite zijn vader te beschermen tegen evt. bloedschuld. (v.4-6). Uit de verzen 8-10 blijkt opnieuw dat we hier ten diepste te maken hebben met een GEESTELIJKE OORLOG. De bijbel leert ons dat Jezus Christus de ware HOGEPRIESTER was en is en dat zijn dood de eeuwige overwinning op de boze en daarmede de verlossing der mensheid heeft bewerkt. Hebr. 8 v.1 en Hebr. 9 v.11-14 en 24-28. Daarom is er na de dood van de hogepriester=JEZUS CHRISTUS de ware VRIJHEID, zelfs voor de doodslager. Zie Num. 35 v.28; Rom. 3 v.23; Rom. 5 v.15-18.
VOOR WIENS AANGEZICHT DE AARDE EN DE HEMEL VLUCHTTEN. Openb. 20.
De woede van de duivel werd krachtig gewekt toen de Filistijnen OPNIEUW door "David" een
verpletterende nederlaag werden toegebracht, waar David later van zong in Ps. 68 v. 2: "GOD STAAT
OP, ZIJN VIJANDEN WORDEN VERSTROOID, ZIJN HATERS VLUCHTEN VOOR ZIJN AANGEZICHT..."
David brengt óók de Exodus uit Egypte in herinnering (v. 8-10). Deze hele profetische
ZEGETOCHT-PSALM spreekt over de (nu reeds op gang zijnde) eindoverwinning. En in Ps. 68 v.13: "DE
KONINGEN DER LEGERSCHAREN VLUCHTTEN, ZIJ VLUCHTEN EN DE VROUWE DES HUIZES VERDEELDE DE
BUIT..."
Openb. 20 v.11 spreekt van de slotfase van het eeuwig oordeel.
DE ZOON VAN DAVID OP DE TROON VAN DAVID. Openb. 20 v.11.
Als we de "ZOON VAN DAVID" zien, gezeten op zijn troon, dan zien we "DE AARDE EN DE HEMEL"
vluchten, oftewel mensen en (gevallen) engelen vluchten weg. Zie Openb. 5v. 6; Joh. 5v. 22; Hand.
17 v. 31. David spreekt hier óók zelf over in Ps. 9 v.2-9.
Het OORDELEN = het scheiding brengen tussen LICHT en DUISTER, is reeds sinds Jezus Christus
gaande. (Joh. 12 v. 31; 1 Petr. 4 v.17.) Onder het uitschreeuwen van: "BERGEN VALT OP ONS EN
HEUVELEN BEDEKT ONS", zal HET LICHT triomferen over het rijk der duisternis. En... we zingen er
reeds van in onze Opwekkingsliederen no. 354:
"OVERWINNAAR ZAL HIJ ZIJN
OVER ZONDE, DOOD EN PIJN (1 Cor. 15 v.25-26)
HEEL HET RIJK DER DUISTERNIS WEET WIE JEZUS CHRISTUS IS
HIJ IS DE HOOGSTE HEER."
OPNIEUW EEN GROTE NEDERLAAG VOOR DE VIJAND.
Het hier bovenstaande zien we weerspiegeld in 1 Sam. 18 v.18 en 1 Sam. 19 v.8: "TOEN NU DE
OORLOG OPNIEUW UITBRAK TROK DAVID UIT EN STREED TEGEN DE FILISTIJNEN. HIJ BRACHT HEN EEN GROTE
NEDERLAAG TOE, ZÓ, DAT ZIJ VOOR HEM OP DE VLUCHT SLOEGEN."
Deze overwinning(en) blijven echter niet zonder reacties. De boze reageert furieus (v. 9-10) en trachtte David te doden. Een oud verschijnsel, zowel vroeger als nu. Gal. 3 v.28-31; 1 Thess. 2 v.15; 2 Tim. 3 v12; Openb. 12 v.13. De satan gebruikt nog steeds mensen als kanaal zelfs zweren bij de naam des Heren (v . 6b) en het pleiten, als een voorspraak door Jonathan (v.4-6) was NIET in staat deze aanval te keren. WAAROM NIET?? Omdat Saul's hart niet recht voor God was. Jer. 17 v.9; Rom. 1 v.21; Spr. 4 v.23. Met Spr. 27 v.19 kan gezegd worden: "ZOALS HET WATER HET GELAAT WEERSPIEGELT, ZÓ WEERSPIEGELT HET HART VAN DE MENS, DE MENS." En in Saul's hart "LEZEN" we: jaloezie, achterdocht, hoogmoed en bovenal ongehoorzaamheid t.o.v. God. Dit alles in tegenstelling tot David.
GODDELIJK INGRIJPEN IN KRISIS SITUATIES.
Lezen we de resterende verzen van 1 Sam. 19 t.w. v.11-17 en 18-24, dan zien we twee
soorten uitreddingen. De eerste is een "KLASSIEKE METHODE. "
Zie daartoe ook Hand. 9 v.23-25 en Jozua 2 v.14-15 en 21. Alle drie de VENSTER-ONTSNAPPINGEN
worden "gekleurd" door het SCHARLAKEN KOORD. Zoals resp. de twee verspieders, David en Saulus, als
in een belegerde vesting, door de dood bedreigd werden, zó werden óók wij (de door
de dood bedreigden) uit onze "DODENCEL" bevrijd d.m.v. het SCHARLAKEN koord = HET BLOED VAN HET
LAM. Het is Jezus Christus die ook ons gered heeft door "ZIJN BLOED" Maar in de eindtijd heeft
God, als een VERVOLG op deze unieke reddingsmethode nog vele uitreddingsmethoden voor Zijn volk in
petto. In 1 Sam. 19 v.18-24 krijgen we daar reeds een "voorproefje" van.
GEESTELIJK KLIMAAT.
In v. 20 zien we het klimaat van Gods Geest van de, zonder twijfel lofprijzende,
aanbiddende en profeterende profeten, zodanig "OVERSLAAN" op Saul's eerste boden, dat ze
uitgeschakeld werden als handlangers van de boze. Tot driemaal toe (v.21).
Ook koning Saul wordt al vroeg uitgeschakeld. (v.23). Zes verschillende vertalingen vertellen ons hoe het verliep .... Het kwam hier op neer. Terwijl Saul op weg was om David te zoeken teneinde hem te doden, moest hij datgene uitspreken wat de H.Geest door hem heen bewerkte.
SAUL ARRIVEERT TE NAJOTH BIJ RAMA.
Daar rukte hij zich de klederen van het lijf, profeteerde in het bijzijn van Samuël
en hij viel ontbloot neder en bleef die ganse dag en nacht naakt liggen ...
De ontwapende, ontluisterde, ontklede koning werd door de Heilige Geest verijdeld de gezalfde des
Heren te doden. In de(ze) eindtijd zal het woord bewaarheid worden:
ENKELE VRAGEN BIJ LES 11:
Vraag 1: Wat dienen we te verstaan onder het bijbelse begrip
"BLOEDSCHULD"? Enkele verduidelijkende teksten: Lev. 17 v.1-7: Wie het ware offerlam
minacht...
Lev. 20 v.9-16: Het vervloeken van ouders en div. vormen van sexueel overspel...
Num. 35 v.26-34: Alleen de vrijstad geeft garantie en bloedschuld werpt een vloek op een gebied.
Ps. 106 v.38; Ezech. 7 v.23.
Deut. 22 v.8: Indien iemand door iemands toedoen of nalatigheid omkomt.
Vraag 2: David heeft zich (later) ook zelf eens schuldig gemaakt aan
bloedschuld. (v.16) Zie Ps. 51. Is de oplossing hiervan te vinden in David's belijdenis zoals we
die lezen in Ps. 51 v.18-19?
Vraag 3: Op het huis van Saul rustte een bloedschuld zo blijkt uit 2
Sam. 21 v.1-14. DEZE wijze van verzoening doen bestaat gelukkig niet meer. Hoe kan NU verzoening
gebeuren in (enigszins)vergelijkbare situaties?
Vraag 4: Verklaar de betekenis eens van Num. 35 v.28. Heeft Zacharias
in zijn profetische lofzang reeds het antwoord gegeven? Luc. 10 v.67-75.
Vraag 5: Zie je overeenkomsten tussen de profetische uitspraken van
David in Ps. 68 v.13 en Openb. 20 v.11? Let op de (taalkundige) tijden.Verleden tijd en
tegenwoordige tijd.
Vraag 6: Kun je verklaren dat de overwinningen van David en de "zoon
van David" en de overwinningen in de huidige geestelijke oorlog, één opeenvolgend GEHEEL
vormen?
Vraag 7: Wie is de -VROUW DES HUIZES- uit Ps. 68 v.13?
Vraag 8: Verklaar eens waarom "HEMEL EN AARDE" wegvluchtten en
wegvluchten. Openb. 20 v.11.
Vraag 9: Is oordelen of HET OORDEEL een zaak van een moment of...?
Vraag 10: Komt er een definitief einde aan het oordeel? Openb. 14 v. 7
en Openb. 18 v.10.
Vraag 11: Als we afvallen van de levende God bij wie ligt dan de
schuld. Bij God, de duivel of de mens? Waar baseer je dat op?
Vraag 12: Onderstrepen de hierna te noemen teksten, dat de eindtijd
oftewel eindstrijd bovenal gekenmerkt zal worden door de krachtige bijstand van de Heilige Geest
om onze tegenstanders uit te schakelen? Hand. 1 v.18; Matth. 12 v.28: Luc. 4 v.14; Gal. 3 v.5; 1
Thess. 1 v.5.
Korte beschrijving. 1 Sam. 20.
Dit hele hoofdstuk handelt over David, die zijn vriend Jonathan, met behulp van een eed
duidelijk probeert te maken, dat er slechts één schrede was tussen hem en de dood (v.3).
De ware bedoelingen van zijn schoonvader Saul waren David in Najoth, waar óók
Samuël was, zeer duidelijk geworden, nl. David te DODEN.
Jonathan probeert achter de ware bedoeling van zijn vader te komen. Dit kostte hem zelf bijna het
leven (v.33). Dit hoofdstuk staat in het teken van het verbond tussen David en Jonathan. (v.13-17
en 41-42).
Uit Jonathan's houding blijkt dat hij positief denkt, uiteraard, over zijn vriend David, maar óók over zijn vader. Het gebeuren te Rama had Jonathan niet meegemaakt, maar van de drie pogingen tot doodslag was hij wel op de hoogte. (1 Sam. 18 v.10-11 en 1 Sam. 19 v.9-10). Jonathan werd pas "wakker" toen hij zelf bijna aan de wand werd gespietst door zijn eigen vader. v.33. Jonathan wist aanvankelijk niet wat zijn vader in zijn hart verborgen hield.Tijdens een woede aanval "braakte" Saul zijn hartsgeheim naar buiten. Jonathan's absoluut positieve hartsgesteldheid steekt schril af tegen die van de zich bedreigd voelende koning Saul.
ZOLANG DE ZOON VAN ISAÏ OP DE AARDBODEM LEEFT.... v.31.
Als Saul al niet vernomen heeft van de zalving van David tot koning, dan is het hem toch
in ieder geval inmiddels duidelijk geworden dat "EEN NAASTE", die beter was dan hij, het
koningschap gekregen had. (1 Sam. 15 v.27-29). Uit alles bleek dat David deze "NAASTE" was.
Als ANGEL IN HET VLEES van koning Saul fungeerde Jonathan's opmerking: "DAVID HEEFT MIJ DRINGEND
VERZOCHT NAAR BETHLEHEM TE MOGEN GAAN OM SAMEN MET ZIJN GESLACHT EEN OFFERFEEST TE VIEREN."
Op dat moment kwam de diepere oorzaak van Saul's haat t.a.v. David's geslacht onverbloemd aan het
licht, toen hij in brandende toorn uitriep: "DIT IS ZEKER, ZOLANG DE ZOON VAN ISAÏ OP DE
AARDBODEM LEEFT, ZULLEN NOCH GIJ, NOCH UW KONINGSCHAP STAANDE BLIJVEN." Daar wrong dus de
schoen...
Wat de profeet Jesaja later zou profeteren (hst. 11 v.1-10) en de apostel Paulus vele jaren later
zou aanhalen in Rom. 15 v.9-13, luidt aldus: "EN ER ZAL EEN RIJSJE VOORTKOMEN UIT DE TRONK VAN
ISAÏ EN EEN SCHEUT UIT ZIJN WORTELEN ZAL VRUCHT DRAGEN... EN DE VOLKEN ZULLEN DE(ze) WORTEL
VAN ISAÏ ZOEKEN EN OP HEM HOPEN."
WIE WORDT ER NU EIGENLIJK HET ALLERKWAADST??
Saul werd "DES DUIVELS". Let op zijn woede uitbarsting richting Jonathan. De div.
vertalingen geven v.30 aldus weer:
"Gij zoon der verkeerde in wederspannigheid."
"Gij ongehoorzame booswicht."
"Gij vagebondenkind."
"Gij kind der verdorvenheid."
"Straatmeidenjong."
"Zoon van een weerspannige tuchteloze."
Saul tracht zijn eigen (verkeerde) hartsgesteldheid te projecteren in zijn zoon Jonathan. Dit
manipuleren is een typisch demonisch trekje, want.... God had van Saul ZELF gezegd dat hij (Saul)
de WEERSPANNIGE was. 1 Sam. 15 v.11-23.
Omdat de Geest des Heren van Saul was geweken en nu in al haar volheid op David rustte, tevens
omdat de "AMBASSADEUR" van satan nl. Goliath (vooraf gegaan door een klinkend getuigenis van Gods
ambassadeur, DAVID) verslagen werd, daarom moet de boze begrepen hebben dat déze aspirant
koning niet alleen een schapenhoeder was.... maar VEEL MEER....
DE BOZE RUIKT LONT....
De demonische woede uitbarsting door Saul heen, maakt duidelijk dat de satan in David en
zijn nageslacht, iemand ziet die de lont wel eens bij het kruitvat van zijn rijk der duisternis
zou kunnen leggen. En... inderdaad, de scheut die opgekomen is uit Isaï's stam, nl. JEZUS
CHRISTUS, "DE ZOON VAN DAVID", heeft op Golgotha dat rijk laten exploderen.
De verzen 30-33 komen als een kennelijke TAFELREDE zo in een geheel ander licht te staan en wel
speciaal deze woorden: "DIT IS ZEKER, ZOLANG DE ZOON VAN ISAÏ OP DE AARDBODEM LEEFT, ZULT GIJ
ALSOOK UW KONINKRIJK NIET BEVESTIGD WORDEN. (L.V).
EEN GEHEEL ANDERE TAFELREDE.
Hoe geheel anders klinken, vele jaren later de liefdevolle woorden van "DE ZOON VAN DAVID"
als Hij als Koning zijn laatste TAFELREDE houdt. Luc. 22 v.24-38. Let op Zijn woorden in v.29: "EN
IK BESCHIK U HET KONINKRIJK, GELIJK MIJN VADER HET MIJ BESCHIKT HEEFT, OPDAT GIJ AAN MIJN TAFEL
EET EN DRINKT IN MIJN KONINKRIJK, EN GIJ ZULT ZITTEN OP TRONEN OM DE 12 STAMMEN ISRAËLS TE
RICHTEN."
Is het niet zéér voor de hand liggend, dat de boze door "zijn kanaal", koning Saul,
begint uit te zenden met maar één doel voor ogen, nl. DE DOOD VAN DAVID. Vele jaren
later ging de boze op herhaling en schreeuwde hij door andere "kanalen": "MAAR ZIJ SCHREEUWDEN ALS
ÉÉN MAN (macht) WEG MET HEM.... KRUISIG HEM... EN EISTEN ONDER LUID GESCHREEUW DAT HIJ
GEKRUISIGD ZOU WORDEN. Luc. 23 v.18-25. David werd na veel vervolging uiteindelijk koning. De
"ZOON VAN DAVID" = JEZUS CHRISTUS WERD NA VEEL LIJDEN EN VERVOLGING UITEINDELIJK OOK KONING.
Openb. 1 v.5 en 1 Tim. 1 v.17, 1 Tim. 6 v.13-16. EN... HIJ WERD HOGEPRIESTER TOT IN EEUWIGHEID.
Hebr. 7 v.17-24.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 12:
Vraag 1: Hoe is het mogelijk dat iemand, zoals Jonathan, zó
stekeblind kan zijn voor handelwijzen (van zijn vader), die duidelijk zondig zijn?
Vraag 2: Kun je ook een verklaring geven voor de (bijna ongeloofwaardig
positieve houding) die Jonathan permanent aannam t.a.v. David?
Vraag 3: Waarom beoordeelde God David als BETER dan Saul? David heeft
later toch ook enkele keren "de plank" misgeslagen.
Vraag 4: Waarom zou de uitspraak over EEN OFFERFEEST VAN ISAÏ'S
GESLACHT op koning Saul werken als een rode lap op een stier?
Vraag 5: Waarom woog bij Saul een altijd blijvend koningschap kennelijk
zo zwaar, of zou er iemand anders achter zitten?
Vraag 6: Zou de boze al enige weet en/of vermoeden hebben gehad van
o.a. Jes. 11 v.1 en 10?
Vraag 7: Gooit Saul in v.30 niet met zijn eigen naamkaartje
overeenkomstig 1 Sam. 15 v.11 en 23?
Vraag 8: Wát is achterdocht, die je bij Saul aantreft en wat is de
mogelijke voedingsbodem waarop dit onkruidplantje zo welig tiert?
Vraag 9: Probeer eens het hemelsbrede verschil onder woorden te brengen
tussen resp. de TAFELREDE van Saul en de TAFELREDE van Jezus Christus. Zie 1 Sam. 20 v.30-33 en
Luc. 22 v.24-38.
Vraag 10: Wanneer zou iemand kunnen (ver)worden tot een "kanaal" van de
boze?
Vraag 11: Jezus blijft priester tot in eeuwigheid, maar blijft Hij ook
eeuwig het Koningschap uitoefenen?
KORTE OMSCHRIJVING. 1 Sam. 21
Het echte leven van een vluchteling, een banneling neemt nu een aanvang. Hst. 20 leerde
ons in vers 31 de vastberaden houding van koning Saul kennen nl: "DAVID IS EEN KIND DES DOODS". Er
blijft David geen andere keus over dan te vluchten om het vege lijf te redden. Na Samuël de
profeet, vlucht hij nu naar Achimelek, de priester waar hij de (12) toonbroden als voedsel voor
zijn "WOESTIJNREIS" meekrijgt. Heilig brood voor een ongewijde tocht (v.5-6). Met het zwaard van
Goliath aangegord komt hij bij de koning van Gath. Daar wordt hij gevangen genomen en later weer
vrijgelaten en weggezonden. Zijn gevangenneming wordt uitvoerig beschreven in Ps. 56 en Ps.
34.
Het is eigenlijk heel merkwaardig dat de priester David bevende tegemoet treedt. Ieder in Israël kende deze (aspirant)koning reeds als legeraanvoerder die voor zijn volk zijn leven op het spel gezet heeft. (1 Sam. 19 v.5). David was al zeer beroemd. (1 Sam. 18 v.6-7 en 30). Nu David zonder "ZIJN MANNEN" verscheen, (1 Sam. 18 v.27) werd Achimelek wat twijfelachtig. En toch zei David de waarheid (v.2): "DE MANSCHAPPEN HEB IK ERGENS HEENGEZONDEN..." Jezus zelf bevestigt dit in Matth. 12 v.1-4 en in Marc. 2 v.23-28 met de woorden: "…toen David en DIE MET HEM WAREN honger kregen." Zeg dus niet te gauw dat David onwaarheid sprak. David wilde voorkomen dat deze priester door hem in moeilijkheden zou komen en wendde voor dat hij met een geheime opdracht door Saul op weg was gezonden.
REIN OF ONREIN NAAR DE WET.
Noch de priester, bv. door de wettelijke voorwaarden te verzwijgen, noch David of zijn
mannen waren schuldig aan de zg. cultische onreinheid naar de wet (v.4-5), daarom kon deze
priester later met zijn hand op zijn hart getuigen dat hij (hoegenaamd) niets afwist van Saul's
haat tegen David. 1 Sam. 22 v.12-19.
De priester Achimelek en zijn hele geslacht stierven onschuldig. Door David's wijze van spreken
tegen de priester was óók David onschuldig aan deze massamoord, maar lag de schuld
geheel bij koning Saul met zijn zondige achterdocht.
LEVEN VAN (toon)BRODEN.
De 12 toonbroden die in de Tabernakel lagen, beeldden Jezus Christus uit als het
noodzakelijke voedsel voor de 12 stammen van Israël en heden is het voor heel het Israël
Gods. Joh. 6 v.51 en 33 zegt: "IK BEN HET LEVENDE BROOD DAT UIT DE HEMEL IS GEKOMEN. WIE VAN DIT
BROOD EET, ZAL WEL BLIJVEN LEVEN. HET BROOD DAT IK VOOR HET LEVEN VAN DE WERELD ZAL GEVEN, IS MIJN
LICHAAM."
LEVEN VAN HET ZWAARD.
Onvrijwillig moest David leven van het zwaard (1 Sam. 23 v.5 en 1 Sam. 27 v.8-11). Zó
werd hij gedwongen om te leven zoals Ezau moest leven overeenkomstig Isaäk's voorzegging:
"ZIE VER VAN DE VETTE STREKEN DER AARDE ZAL UW WOONPLAATS ZIJN EN ZONDER DAUW DES HEMELS VAN
BOVEN. MAAR VAN UW ZWAARD ZULT GIJ LEVEN..." Gen. 27 v.39-40. Let wel dat David verraden was door
Doëg, een nazaat van Ezau. Een tot koning gezalfde des Heren, David, moest een leven leiden
van een soort "ROVERHOOFDMAN". David werd als banneling verwijderd gehouden van de gemeenschap met
het erfdeel des Heren, terwijl ze zeiden: "GA HEEN, DIEN ANDERE GODEN..." 1 Sam. 26 v.19-20.
Zonder overdrijving kan worden gezegd: David moest leven als een vervloekte.
In deze dingen geleek David op "DE ZOON VAN DAVID" = Jezus Christus van wie geschreven staat: "GIJ
HEBT HEM VOOR EEN KORTE TIJD BENEDEN DE ENGELEN GESTELD, VANWEGE HET LIJDEN DES DOODS, DIE DOOR
LIJDEN HEEN VOLMAAKT ZOU WORDEN." Hebr. 2 v.7-10 en Gal. 3 v.13 zegt: "CHRISTUS HEEFT ONS
VRIJGEKOCHT VAN DE VLOEK DER WET DOOR VOOR ONS EEN VLOEK TE WORDEN..."
MET HET ZWAARD VAN DE (verslagen)VIJAND HET HOL VAN DE LEEUW IN.
Met hetzelfde zwaard waarmede Goliath onthoofd was en waarna de Filistijnen verpletterend
waren verslagen, vlucht David nu en komt als een asielzoeker in het Filistijnse gebied. Toen
ontdekte men wie hij in werkelijkheid was. Daar blijkt ook wat de vijand reeds in hem zag, nl. DE
KONING VAN HET LAND. v.11. Ook David's overwinning had op de stadgenoten van de verslagen Goliath,
een diepe blijvende indruk gemaakt. De legeroversten van de koning grepen hem en zouden hem zeker,
na toestemming van koning Achis, hebben willen doden. In dit verband kun je denken aan Hand. 19
v.15-16: "MAAR DE BOZE GEEST ANTWOORDDE EN ZEIDE TOT HEN: JEZUS KEN IK EN VAN PAULUS WEET
IK...."
De boze kent en herkent de ware kinderen van God, maar als de boze uitroept: "MAAR WIE ZIJT GIJ...
?" dán is het zaak om zo snel mogelijk een kind van God te worden en de geestelijke
wapenrusting, o.a. HET ZWAARD DES GEESTES, te hanteren want anders is de boze niet alleen sterker
maar zal hij die mens(en) overweldigen en verwonden. De rest van de gebeurtenissen in Gath wordt
behandeld in les 14 aan de hand van Ps. 34 en 56.
ALVAST EEN GEDEELTE UIT PSALM 34 (vert. HET BOEK).
"Een lied van David, gemaakt nadat hij zich bij Abimelech gedroeg als een krankzinnige,
waardoor deze hem wegstuurde en hij ontkwam. Ik wil de Here voortdurend prijzen; mijn mond moet
steeds overlopen van Zijn eer. Mijn hele wezen beroemt zich op Hem; laten allen die bij Hem horen,
zich mét mij verheugen. Laten wij samen de Here grootmaken en Zijn naam eren en prijzen. Toen
ik de Here zocht, heeft Hij mij geantwoord. Hij heeft mij uit mijn vreselijke kwelling gered."
v.1-5.
"Wanneer Zijn kinderen roepen, luistert de Here; Hij bevrijdt hen uit elke moeilijke situatie. De
Here is heel dicht bij mensen met groot verdriet; Hij helpt hen die terneergeslagen zijn. Vele
zorgen en problemen kunnen de gelovigen treffen, maar de Here zal altijd voor uitredding zorgen."
v.18-20.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 13:
Vraag 1: Zou David het leven van Achimelek, de priester, onnodig in
(levens) gevaar gebracht hebben, indien hij hem zonder omhaal verteld zou hebben: "Koning Saul
meent dat ik hem naar de kroon steek, daarom zoekt hij mij (David) te doden, dus... ben ik nu
gevlucht"?
Vraag 2: Gelukkig geven de Evangeliën Jezus' woorden weer waar Hij
zegt: "...toen de nood drong en hij (David) én die met hem waren honger kregen..." Zou je
anders niet gemakkelijk veronderstellen dat David er maar heel gemakkelijk wat op los loog? Zie
Marc. 2.
Vraag 3: Is het nu nog zo dat men tegen de evt. bestaande wet(ten) in
de "tabernakel" moet of mag binnengaan om de (toon)broden te eten als men door de nood gedrongen
wordt en HONGER heeft? Marc. 2.
Vraag 4: Zou de massamoord (uitgevoerd door de Edomiet Doëg)
koning Saul aangerekend zijn door God? Motiveer je antwoord.
Vraag 5: Wanneer is Jezus Christus het brood voor de wereld geworden?
Joh.6.
Vraag 6: Wat zegt de bijbel over "DE GRAANKORREL"? Zie Joh. 12v.24.
Vraag 7: Houden "BROOD" en "GRAANKORREL" verband met elkaar?
Vraag 8: De "zegen" die Ezau ontving (Gen. 27 v.39-40) was niet meer
dan een overgebleven restant van de zegen die Jacob ontving. Gen.27 v.27-29. Vind je dat David een
aantal jaren op het "levensniveau" van Ezau heeft moeten leven? Waarom zou dat geweest zijn?
Vraag 9: David en de priester Achimelek werden niet alleen verraden
door de Edomiet Doëg, maar deze moordde eigenhandig het gehele priestergeslacht uit. 1 Sam.
22 v.9-19, wat Saul's lijfwacht zelfs niet durfde (v.17). Wat is je mening over deze man en zijn
daad? Zie ook les 15.
Vraag 10: Doëg was een nakomeling van Ezau. David, die een
geestelijk mens, een gezalfde des Heren was, schreef over deze Edomiet een leerdicht. David noemde
Doëg een geweldenaar met een tong als een scheermes, een bedrieger, die God voor eeuwig zal
verderven. (vert. HET BOEK). Zouden er HEDEN nog "Doëgs" voorkomen als wolven in
schaapskleren?
Vraag 11: Als de vijand in de gevangen genomen David (reeds of nog) een
koning zag, hoe bezien wij onszelf dan...?
Vraag 12: Als wie of wat kent of herkent de boze u??
KORTE OMSCHRIJVING. 1 Sam. 21 v.10-15, 1 Sam. 22 v.1-5
In les 13 vernamen we reeds dat David probeerde priester Achimelek buiten zijn problemen
te houden, maar door het verraad van de Edomiet Doëg liep het toch op een verschrikkelijk
moorddrama uit. Ook zijn vlucht naar Gath in het Filistijnse land liep bijna fataal voor David af.
David sterkte zich kennelijk in de Here. In Ps. 52 spreekt David zijn hart uit t.a.v. Doëg,
de verrader. In Ps. 56 spreekt David zijn hart uit over de levensgevaarlijke toestand waarin hij
terecht is gekomen te Gath. Ook in Ps. 34 doet hij dit.
Koning Achis wordt óók wel genoemd Abimelek en ten tijde van de regering van Salomo blijkt hij nog in leven te zijn. 1Kon. 2.v39. Zijn kennelijk, oudere, ervaren bevelhebbers onderkenden dat ze met David met een ervaren oorlogsheld te maken hadden, die hun eigen held Goliath, en nog wel een plaatsgenoot, verslagen had. Geen mens kon David meer redden uit de hand der vijanden. Ik geloof dat het Goddelijke wijsheid was om zich voor te doen als een krankzinnige. 1 Sam. 21 v.13-15. Men vreesde in die tijd krankzinnigen omdat men ze zag als mensen die door een gevaarlijke geest waren bezeten en waar men dus "GEEN ANTWOORD" op had. Dat David op het nippertje aan terechtstelling ontkomen was, was hij zich zeer bewust. In Ps. 34 zegt David: "IK ZOCHT DE HERE EN HIJ ANTWOORDDE MIJ. HIJ REDDE MIJ UIT AL MIJN VERSCHRIKKINGEN." v.5 en 7. Heb je opgemerkt dat deze gebeurtenissen veel overeenkomen met Matth. 21 v.33 e.v?
DE GELIJKENIS VAN DE ONRECHTVAARDIGE PACHTERS VAN DE WIJNGAARD.
Matth. 21 v.38: "...maar toen de pachters de zoon (van David) zagen, zeiden zei tot
elkander; dit is de erfgenaam; komt laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij
grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem..."
Als je volks- geloofsgenoten je dit al aandoen, dan kun je van deze heidenen niet veel beters
verwachten. Deze Filistijnen zagen in David reeds de koning van het land. 1 Sam. 21 v.11. Zou toch
het oordeel van God niet veel milder zijn over deze heidenen dan over de zg. mede-Joden die David
achtervolgden, zoals later eveneens "DE ZOON VAN DAVID" = Jezus Christus? Zie Matth. 11 v.20-24.
David gelooft (terecht) in bescherming door een engel des Heren. v.8.
DAVID ALS KINDERCLUBLEIDER. Psalm 34 v.12-15.
Het is zeer waarschijnlijk dat David één en ander "HEET VAN DE NAALD" heeft
vastgelegd in zijn geestelijke, profetische Psalmen oftewel LEERDICHTEN. In de grotten en holen
waarin hij (uiteindelijk) met 600 strijdbare mannen verbleef, waren óók hun vrouwen en
kinderen. David geeft zijn levenservaringen door aan de jonge generatie. Als "koortje", al of niet
begeleid met snarenspel, laat hij de "GROT-KINDEREN" om zich heen zitten en begint ze te leren
en... later zullen ze het wel meegezongen hebben. "KOMT, KINDEREN, LUISTERT NAAR MIJ. IK ZAL
JULLIE DE VREZE DES HEREN LEREN...." Ps. 34 v.12-15.
DAVID ALS (mede)INSPIRATOR VAN DE APOSTELEN.
We zien dat de apostelen Petrus en Johannes wel vier keer gedeelten uit deze 34e Psalm
aanhalen bv. over de straf van Judas.(v.22) en dat het gebeente van "DE ZOON VAN DAVID" niet
gebroken zou worden na de kruisafname. (v.21). Zo zien we dus o.a. bij David uit de grootste nood,
de grootste geestelijke "KWALITEITEN" naar boven komen.
DAVID'S GODSVERTROUWEN IN NOOD. Ps. 56. (vert. HET BOEK).
David dichtte ook een zg. kleinood = een waardevol lied. Daar in de avond, zittende in of
voor de spelonk, de bergvesting of ergens in het woud zongen ze, onder leiding van David, zijn
eigen composities als een avondsluiting. 1 Sam. 22 v.1 en 5. In dit lied vernemen we dingen die in
1 Sam. 21 niet vermeld worden.
"WEES MIJ NABIJ, O GOD, EN GEEF MIJ UW GENADE, WANT DE MENSEN TRAPPEN MIJ TEGEN DE GROND. DE HELE
DAG BRENGEN MIJN TEGENSTANDERS MIJ IN HET NAUW."
Óók in deze Psalm 56 zien we dat David een vast vertrouwen, een groot geloof in zijn God
had. Lees bv. v.4.
"JUIST ALS ALLES MIJ ANGST AANJAAGT, STEL IK OP U MIJN VERTROUWEN. IK VERTROUW OP GOD EN KEN GEEN
ANGST, WAT ZOUDEN MENSEN MIJ KUNNEN AANDOEN." v.5.
IN DE GROTTEN WERD NIET ALLEEN GEZONGEN, MAAR OOK WEL EENS GEHUILD…
Psalm 56.
In de diverse grotten waar David en de zijnen moesten schuilen, werd ook wel één
wand gebruikt als "KLAAGMUUR". bv. v.9: "U NEEMT MIJN ZWERFTOCHTEN WAAR EN KENT ELKE TRAAN DIE IK
STORT. ALLES STAAT IMMERS IN UW BOEK." Maar het ziet er naar uit dat men met elkaar niet "IN
MINEUR" de dag beëindigde, want David rond deze Psalm aldus af:
Psalm 56 v.11 en 12: "IK LOOF EN PRIJS HET WOORD VAN GOD. IK LOOF EN PRIJS HET WOORD VAN DE HERE.
IK VERTROUW OP GOD EN KEN GEEN ANGST (meer), WAT ZOU EEN MENS MIJ KUNNEN AANDOEN." Ik veronderstel
dat men na zo'n AVONDSLUITING heerlijk ging slapen.
DAVID IN DE SPELONK VAN ADULLAM. 1 Sam. 22 v.1-5.
Adullam = toevlucht.
Koning Saul komt steeds dieper in zijn zondige toestand. De zondige achterdocht en wanen gaan hem
geheel beheersen. De vervolgingswaan is duidelijk. v.8. Vandaag de dag zou bij deze man wellicht
de diagnose: PARANOIA (waanzinnig) gesteld zijn en zou hij in een psychiatrisch ziekenhuis
opgenomen zijn. In dit licht gezien liep het leven van de profeet Samuël groot gevaar, 1 Sam.
19 v.18-24, maar God verhoedde dat.
Ook David werd door de profeet Gad uit zijn grot Adullam (=toevlucht) weggestuurd en moest in het
veel gevaarlijker deel van Juda zijn verblijf zoeken, 1 Sam. 22 v.5, waar hij "GEVORMD" zou
worden. Ook de "ZOON VAN DAVID" = Jezus Christus werd door de Geest naar de woestijn gestuurd om
verzocht te worden. Matth. 4 v.1. Zoals Jezus Christus, na al de verzoekingen doorstaan te hebben,
volgens Luc. 4 v.14 "IN DE KRACHT DES GEESTES" terugkeerde, zó kwam ook David uiteindelijk,
ná alle verzoekingen en beproevingen, als overwinnaar tevoorschijn. Zie bv. 1 Sam. 30 v.18-20
en v.26-31. Natuurlijk liep ook de profeet Gad groot gevaar om door Saul gedood te worden. 1 Sam.
22 v.5. Dat dit laatste niet overdreven is zal blijken in les 15 waar we lezen hoe het hele
priestergeslacht wordt uitgemoord. v.6-23. Zie ook Hand. 7 v.51-53.
DAVID BRENGT ZIJN FAMILIE IN VEILIGHEID IN HET BUITENLAND.
Er lag een familierelatie met Moab, door Ruth, de overgrootmoeder van David. Saul zou er
zowaar niet voor terugdeinzen om niet alleen de zoon, maar ook Isaï zelf te doden. Zijn
ouders wilde hij dit vluchtelingen/zwerversbestaan niet aandoen. Door het hele leven van David en
ook van de "ZOON VAN DAVID" loopt als een rode draad/een scharlaken koord de steeds terugkerende
vraag: "WIENS ZOON IS HIJ..." Zie 1 Sam. 17 v.55-58 en 1 Sam. 18 v.18 en 1 Sam. 20 v.27-31.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 14:
Vraag 1: Om "het hol van de leeuw" binnen te vluchten, moet de nood
van David wel groot geweest zijn. Zou jij óók naar Gath gevlucht zijn? Waarom wel of
niet?
Vraag 2: Ben je het eens met de veronderstelling dat David's gedrag als
een krankzinnige wel eens op Goddelijke wijsheid gefundeerd kon zijn geweest?
Vraag 3: Geef, in verband met vraag 2, je mening eens over de 34e
Psalm.
Vraag 4: In de bijbel lees je betrekkelijk weinig over, wat wij nu
noemen: HET KINDERWERK. Maar in de Joodse synagogen kregen ook de kinderen onderricht in de wet en
leerden ze wat God van ze verlangde in het dagelijks leven. Deze synagogen met de daaraan
verbonden LEERZAAL, kwamen tot bloei na de terugkeer uit de ballingschap in ong. 500 voor Chr. In
de volgorde van ouders, priesters, levieten en later leraars, leerde men hen wat bv. Salomo zei in
Spr. 1 v.8; 3 v.1; 4 v.1-4; 9 v.10.
Wat vind je in verband met het bovenstaande van de handelwijze van David, beschreven in Psalm 34
v. 12-15?
Vraag 5: Als je Deut. 4 v.9-10 leest en Deut. 6 v.6-7 en Deut. 31 v.
12-13, vind je dan dat David in zijn grot een goede PROMOTOR is van dit Goddelijke gebod tot
bijbelonderricht aan kinderen?
Vraag 6: Indien we de geestelijke kwaliteit van Psalm 34 begrepen
hebben, wat mede blijkt uit het feit dat de apostelen er vier keer uit citeren, kun je dan stellen
dat NOOD iemand altijd dichter in Gods gemeenschap brengt, of... kan het óók
anders…?
Vraag 7: Uit Psalm 56 blijkt HEEL DUIDELIJK dat David o.a. déze
Psalm schreef toen dat hele vervolgings-, vluchtelingdrama nog speelde en hij er dus nog middenin
zat. Zou je deze PRAISEavonden in GROT, WOESTIJN of WOUD DE "EERSTE STEENLEGGING" (eerste
toonzetting) kunnen noemen van wat zich later zou ontwikkelen, tijdens en (ver) na zijn
koningschap? Zie bv. 1 Kron. 15 v.16; 2 Kron. 7 v.4-6; Neh. 12 v.31-43 (speciaal v.36b).
Vraag 8: Geef je mening eens over het maken van ruimte voor een
"KLAAGMUUR". Maar lees dan ook David's Psalm 147... voor de BALANS.
Vraag 9: Het zou m.i. zeer onjuist zijn om een DIREKT CAUSAAL VERBAND
te leggen tussen iemand die een periode aan wanen lijdt en persoonlijke schuld door zonde(n),
maar.... is dit verband bij koning Saul wel bijbels aantoonbaar???
Vraag 10: Probeer eens te verklaren waarom tegenstanders van David zo
geïnteresseerd waren in David's "KOMAF". Dan valt de naam Isaï (of Jesse). Herken je dit
verschijnsel ook bij de "ZOON VAN DAVID" = Jezus Christus? Zie bv. Matth. 13 v.55 en Joh. 6 v.42;
Matth. 1 v.1; en 20-23; Matth. 20 v.29-34 en 21 v.9-11.
KORTE BESCHRIJVING. 1 Sam. 22 v.6-23
Alhoewel de moord op de priesters (en hun hele gezin) in les 13 reeds worden aangehaald en
Doëg als verrader wordt genoemd, wordt in deze 15e les de diepere achtergrond van deze
droevige affaire naar boven gehaald. Let er ook op hoe Doëg, David omschrijft (v9). Saul's
lijfwacht blijkt een diep geworteld ontzag te hebben voor de priesters des Heren (v.17), een
respect dat bij Doëg geheel en al ontbreekt, als nazaat van Ezau. Zie Gen. 27 v.40.
De oplettende lezer zal het niet ontgaan zijn dat koning Saul nooit beschreven wordt, zittende
met een scepter of heersersstaf, maar altijd met zijn speer/werpspies in de hand.
In zijn huis (1 Sam. 18 v.10 en 1 Sam. 19 v.9) of als hij uitrustte onder een Tamarisk (1 Sam. 26
v.7). Zelfs aan de maaltijd (1 Sam. 20 v.32-34) en als hij sliep (1 Sam. 26 v.7). Saul's
vertrouwen ging al meer en meer over op zijn speer en zwaard. David wist al jong dat: "DE HERE
NIET VERLOST DOOR ZWAARD EN SPEER, WANT DE STRIJD IS DES HEREN..." 1 Sam. 17 v.45-47. In deze
gezindheid heeft David altijd getracht te leven en te strijden. Als Saul zijn betoog tegen zijn
STAMGENOTEN begint, klinken in v.7 en 13 de verachtelijke woorden: "ZAL DE ZOON VAN ISAÏ U
ALLEN SOMS AKKERS EN WIJNGAARDEN GEVEN...?" Deze aanzet werkt besmettelijk, want de verrader
Doëg, de Edomiet, neemt dit dan ook al te graag over, als hij Saul's oproep beantwoord met:
"IK HEB GEZIEN, DAT DE ZOON VAN ISAÏ..." v.9-11. Zie ook 1 Sam. 20 v.27. Bevoordeling van
eigen "stam" en/of familie zien we over de hele wereld. Bij Saul vinden we dit t.o.v. zijn eigen
stam BENJAMIN en ten eigen bate. Zie 1 Sam. 8 v.10-22 en 1 Sam. 22 v.7-8. Al lijkt de duivel bij
Saul de meeste tijd "niet thuis" te zijn, als adviseur en inspirator zit deze kennelijk steeds
vlak naast koning Saul.
DE PRIESTER IN HET ZONDAARSBANKJE.
Saul begint opnieuw met de woorden: "HOOR TOCH, GIJ ZOON VAN AHITUB.." In het steeds
duisterder wordende hart van Saul, leefde maar één (opgestookte) gedachte, nl. deze:
"GIJ MOET STERVEN, ACHIMELECH, GIJ EN UW GEHELE FAMILIE." v.16. Van een rechtvaardige rechtspraak
is hier geen sprake. Als Saul (volmaakt ten onrechte) zijn eigen zoon Jonathan van hoogverraad
beschuldigd (v.8), wordt zijn TROONOPVOLGER niet ter verantwoording geroepen. Als
bijbelverklaarders de beschreven handelwijzen beschrijven als resp. "EEN ZIEKELIJKE TREK" en "EEN
OVERSPANNEN GEESTELIJKE TOESTAND", dan kunnen we de ontwikkeling, beter gezegd de ONTaarding van
Saul beter samenvatten onder het begrip ZONDE(n).
HET VLEES, EEN GOEDE VOEDINGSBODEM...
Voedingsbodem voor demonische (in)werking is vooral ONGEHOORZAAMHEID. (1 Sam. 15 v.10-11
en 22-23). In 1 Sam. 16 v.14-16 en 1 Sam. 18 v.6-11 zien we dat ongehoorzaamheid, speciaal t.a.v.
God, een demonisch WERKVLOERTJE is, want WEERSPANNIGHEID = zonde der toverij en ONGEZEGGELIJKHEID
= afgoderij.
We zien dat "HET VLEES" op dat genoemde werkvloertje een bouwval optrekt, waarvan de "bouwstenen"
heten: TOORN, JALOEZIE, WANTROUWEN, (1 Sam. 18 v.8 en 11) WRAAK en arglistigheid, (v.17)
BEDRIEGLIJKHEID (v.19) en LEUGENACHTIGHEID, (v.22) en VIJANDIGHEID (v.29) en... MOORDLUST (1 Sam.
19 v.1).
Dit rijtje komt overeen met wat Paulus opsomde in Gal. 5 v.19-21 en waarschuwde: "...DAT WIE
DERGELIJKE DINGEN BEDRIJVEN, HET KONINKRIJK GODS NIET ZULLEN BEËRVEN."
DOËG, DE INGEHUURDE BEUL.
In de vorige lessen viel deze naam reeds enkele malen. We weten reeds dat hij een
nakomeling van Ezau, een Edomiet is. De grootste kenmerken uit Ezau's leven, en in geestelijk
opzicht van de Edomiet in het algemeen, zijn:
Deze Edomiet was niet alleen een natuurlijk maar ook een geestelijke NAZAAD van Ezau, wat
blijkt uit zijn handelwijze. Doëg was iemand die geen enkel ontzag had voor de priesters des
Heren, dit bv. in tegenstelling met de lijfwacht van koning Saul. 1 Sam. 22 v.17.
De profeet MALEACHI werpt in hst. 1 v.2-5 een zeer duidelijk licht op het bovenstaande, dat er op
neer komt dat de Edomiet staat voor DIE MENS, DIE GOD MINACHT/VERACHT EN REBELLEERT TEGEN GOD EN
ZIJN VOLK. Waar deze woont heet het: "GEBIED DER GODDELOOSHEID" en... "HET VOLK WAAROP DE HERE
VOOR EEUWIG TOORNT" Rom. 9 v.11-13 bevestigt dit nog eens.
DE "DOËGS" VERMENIGVULDIGEN ZICH ALS ONKRUID.
Er zijn heden vele "DOËGS" op deze wereld en Gods volk krijgt er meer en meer mee te
maken. Een goede profetische omschrijving geeft David in Psalm 52 v.3-5 (vert. HET BOEK): "OCH
GEWELDENAAR, WAAROM DENKT U DAT HET KWADE U WEL ZAL HELPEN. U BEDENKT ALLERLEI KWAAD, UW TONG IS
ZO SCHERP ALS EEN SCHEERMES. U BENT EEN BEDRIEGER. U GEEFT DE VOORKEUR AAN HET KWAAD BOVEN HET
GOEDE. U LIEGT LIEVER DAN DAT U DE WAARHEID SPREEKT."
Daar bovenuit geldt echter vers 3b en 10: "DE LIEFDE EN GOEDHEID VAN GOD HOUDEN NOOIT OP EN GELDEN
DAG EN NACHT. Ik groei echter op als een altijd groene olijfboom in Gods huis. Onophoudelijk
vertrouw ik op Gods goedheid en liefdevolle zorg."
ENKELE VRAGEN BIJ LES 15:
Vraag 1: Kun je voorbeelden uit de bijbel noemen waar duidelijk
sprake is van een "OPWAARTSE SPIRAAL"?
Vraag 2: Dacht je dat de omschrijving van koning Saul, STEEDS MET EEN
SPEER IN ZIJN HAND, typerend is voor deze koning uit de stam Benjamin? De zegen van vader Jacob
luidde: "BENJAMIN IS EEN VERSCHEURENDE WOLF, IN DE MORGEN VERSLINDT HIJ ZIJN PROOI EN TEGEN DE
AVOND VERDEELT HIJ DE BUIT." Gen. 49 v.27-28. Zie ook Psalm 7 v.1-3; 2 Sam. 2 v.24-28; 1 Kon. 2
v.8-9.
Vraag 3: Is de belofte van Saul om akkers en wijngaarden weg te
schenken terug te vinden in David's leerrede in Psalm 52 v.9 t.a.v. Doëg? Zie ook 1 Sam. 22
v.7-13.
Vraag 4: Waarom zou er op deze wijze gesproken worden over "DE ZOON VAN
ISAÏ"? 1 Sam. 22 v.9-11. Ga eens na hoe resp. de voor- en tegenstanders over Jezus
spraken.
Vraag 5: Wat zie je zelf als het (grote) verschil tussen: "EEN
ZIEKELIJKE TREK" en een "ZONDIGE ONTAARDING"?
Vraag 6: De bijbel beschrijft weerspannigheid als ZONDE DER TOVERIJ.
Kun je dat verklaren?
Vraag 7: Ezau en zijn (geestelijke) nakomelingen waren VERACHTERS van
het z.g. EERSTGEBOORTERECHT. Wat betekent dat nu eigenlijk?
Vraag 8: De Edomieten zouden overeenkomstig Isaäk's voorzegging
leven van hun zwaard. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
Vraag 9: Probeer eens een verklaring te geven van Maleachi 1 v.2-5.
Vraag 10: Probeer eens de geestelijke betekenis weer te geven van
David's uitspraak uit psalm 52: "IK ECHTER GROEI OP ALS EEN ALTIJD GROENE OLIJFBOOM."
KORTE BESCHRIJVING. 1 Sam. 23 v.1-13.
Kehila, een Joods plaatsje in Juda, niet zo ver van het gebied der Filistijnen, werd weer
eens GEPLUNDERD. Dat gebeurde meestal in de periode dat DE OOGST binnengehaald kon worden. Na de
Here twee keer te hebben geraadpleegd trok David op en versloeg de plunderende Filistijnen. David
hoopte wellicht in deze ommuurde plaats te kunnen blijven wonen, maar Saul bedreigde hem
óók daar. De Heer waarschuwde David dat de inwoners hem zonodig aan Saul zouden
uitleveren. 1 Sam. 23 v.14-28. In het bergland van zuid Juda, lag de woestijn van Zif. Voortdurend
werd David daar door Saul gezocht. Hij wordt in deze woestijn door Jonathan opgezocht en hun
VERBOND wordt opnieuw bevestigd. De Zifieten verraden David. Bij de ROTS DER ONTKOMING grijpt God
in.
Evenals de Midianieten ten tijde van Gideon (Richt. 6) het land als een wolk sprinkhanen kaalvrat, in nauwe samenwerking met ander "gespuis" zoals de Amalekieten en de stammen van het Oosten (v.3) en geen leeftocht overliet... zó was het nu óók weer met de Filistijnen. De verlosser van de (terreur der) Midianieten was GIDEON. De verlosser van de Filistijnen was David=lieveling (de man naar Gods hart). Gideon en David moesten de natuurlijke oogst redden. JEZUS CHRISTUS heeft de geestelijke oogst gered en hij sprak: "MIJN SPIJZE IS DE WIL TE DOEN VAN MIJN ZENDER EN ZIJN WERK TE VOLBRENGEN, zegt gij niet: nog vier maanden, dán komt de oogst? Zie Ik zeg U, slaat Uw ogen op en beschouwt de (geestelijke oogst)velden, dat zij wit zijn om te OOGSTEN." Joh. 4 v.34-36. Dat de vijand de DORSVLOEREN leegrooft is een beeld van het vernietigende werk door de boze zoals o.a. beschreven is in Joh. 10.v. 1-8.
VEE OM TE DORSEN EN TE TORSEN.
De Midianieten etc. kwamen met veel kamelen opzetten om ter plaatse (zo nodig) daarmede
het graan te dorsen, maar te allen tijde om het (gedorste) graan af te voeren. Zo deden ook de
Filistijnen bij Kehila. De vijand rooft zo mogelijk alle vruchten van het veld. Als de boze, dus
DE SATAN, de mensen (schapen) niet kan roven, zal hij proberen om hun GEESTELIJKE VRUCHTEN te
roven, te vernietigen of te vergiftigen. Indien Gods volk volkomen "DE WEG" bewandelt zal Deut. 16
v.15 ook waar blijken t.a.v.de geestelijke vruchten nl: "DE HERE ZAL U ZEGENEN IN HÉÉL
UW OOGST... ZODAT GIJ WAARLIJK VROLIJK KUNT ZIJN."
Ook Gods beloften uit bv. Joël 2 v.18-22 zullen voor HEDEN voor Gods kinderen in vervulling
gaan in geestelijk opzicht. En in Joël 2 v.23-27 springt v.26 eruit: (vert. HET BOEK) "U ZULT
WEER RUIMSCHOOTS VOLDOENDE VOEDSEL HEBBEN, DAN ZULT U DE HERE, UW GOD, LOVEN OM DE WONDEREN DIE
HIJ VOOR U GEDAAN HEEFT."
Als het werk van "DE ZOON VAN DAVID" volbracht is en de Zoon opgevaren en verheerlijkt is, gaat de
uitgezonden Heilige Geest tot actie over. Joël 2 v.28: "EN DAARNA, ZAL IK OP ALLEN MIJN GEEST
UITSTORTEN." Petrus bevestigt, geïnspireerd door de Heilige Geest (Hand. 2) dat dit EERSTE
OOGSTFEEST begonnen is en nu volop aan de gang is... maar nog niet voltooid.
DE DIEF (nog) VOLOP AKTIEF....
De dief komt niet dan om te STELEN en te SLACHTEN en te VERDELGEN, leerde ons de "ZOON VAN
DAVID"= Jezus Christus reeds in Joh. 10 v.10. Zowel Gideon als David hebben in de zichtbare wereld
uitgevoerd, wat NU in de GEESTELIJKE WERELD DIENT TE GEBEUREN, nl. de vijand moet bestreden worden
en het land uitgejaagd en.... in opdracht van God, een grote nederlaag toegebracht worden. Paulus
zegt in 2 Tim. 3 v.12 en 13: "JA HET IS NU EENMAAL ZO DAT WIE WERKELIJK ÈÈN MET JEZUS
CHRISTUS WILLEN BLIJVEN, HET ZWAAR TE VERDUREN KRIJGEN VAN DE MENSEN DIE HEM HATEN.... EN DEZE
ZELF WORDEN OP HUN BEURT MISLEID DOOR SATAN."
NIETS NIEUWS ONDER DE ZON.
Koning Saul was zo iemand die met "HET ZWAARD" van leugen en geweld, David het leven zwaar
maakte, maar David, die dicht bij zijn God wilde blijven leven, wist deze "zwaartekracht" om te
buigen tot een "opwaartse druk", want David sterkte zich steeds in de Here zijn God. 1 Sam. 30
v.6.
De drukking van de melk brengt boter voort zei Spreuken 30 v.33 reeds. Hoe zullen we anders aan
GEESTELIJKE ROOMBOTER komen om ons hemelse brood mee te besmeren? Zie 2 Cor. 4 v.7-12. Saul zou,
omwille van David, verderf over Kehila brengen. En de prijs voor dit lijden zou voor deze inwoners
kennelijk te hoog zijn geweest. v.10-12. Dus: "ZWAAR(D)TEKRACHT" bewerkt "OPWAARTSE DRUK."
ZO OOK NU.. (Gal. 4 v.29).
Er gaat hier een geestelijke wet in werking en die vraagt om een geestelijk antwoord. Deze
wet is déze: "EN GIJ, BROEDERS, ZIJT EVENEENS ISAÄK, KINDEREN DER BELOFTE. MAAR ZOALS
DESTIJDS HIJ, DIE NAAR HET VLEES VERWEKT WAS, HEM DIE NAAR DE GEEST VERWEKT WAS VERVOLGDE, ZO OOK
NU."
Zoals Ismaël Isaäk vervolgde, zo deed Saul t.a.v. David. Het geestelijke antwoord van
David was dat hij de woestijn weer opzocht en de (voor het vlees) geriefelijke plaats Kehila weer
uittrok, de levens van de inwoners daardoor spaarde, dus... hen zegende. David handelde zoals
Paulus later zou voorschrijven: "ZEGENT WIE U VERVOLGEN, ZEGENT EN VERVLOEKT NIET." Rom. 12
v.14.
OP GOED GELUK RONDTREKKEN DOOR DE WOESTIJN.
Elk regulier leven werd David onmogelijk gemaakt. Hij en de zijnen werden weer "ZWERVERS
VOOR GOD", want God was hun Raadsman Leider, Beschermer en Alzegenaar. David zou later in een
Psalm schrijven: (Ps. 109 v.4-5)
"TOT LOON VOOR MIJN LIEFDE WEERSTAAN ZIJ MIJ, MAAR IK BEN ÉÉN EN AL GEBED. ZIJ LADEN
KWAAD OP MIJ IN PLAATS VAN GOED, EN HAAT TOT LOON VOOR MIJN LIEFDE."
Het doel in het Nieuwe Testament beschreven, LUIDT: "OPDAT WIJ DEEL VERKRIJGEN AAN ZIJN
HEILIGHEID... GOD BEHANDELT U ALS ZONEN." Hebr. 12 v.7 en 10. (Als zonen van de vrije en NIET van
de slavin.) Doch later, na die moeilijke woestijnperiode, brengt zij hen, die er door geoefend
zijn een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid (Hebr. 12 v.11) en… jaagt naar de
HEILIGING, zonder welke niemand de Here zal zien. (Hebr. 12 v. 14)
ENKELE VRAGEN BIJ LES 16:
Vraag 1: In natuurlijk opzicht komt de vijand altijd om te roven als
de oogst binnengehaald kan worden. Hoe zou dat nu in geestelijk opzicht in zijn werk gaan?
Vraag 2: Welke twee oogstfeesten zijn een spiegelbeeld (een
voorafschaduwing) van het binnenhalen van de geestelijke oogst? Zie Deut. 16 v.9-11 en 13-15.
Vraag 3: Waarom kwamen de rovers met vee, bv. kamelen?
Vraag 4: Als Gods volk=Gods kinderen nu eens voor 100% "DE WEG"
bewandelden, zou de boze dan veel kans hebben om "DE OOGST" te roven?
Vraag 5: Is het pinksterfeest een feest van "mensen-oogst" of een oogst
van hun "geestesvruchten"? Zie Matth. 21 v.41 en Joh. 15 v.5 en 8.
Vraag 6: Wie is de ware vijand van de kinderen van God en wat staat er
op zijn programma?
Vraag 7: Wie zijn de uitvoerders volgens Paulus in 2 Tim. 3 v.13. "MAAR
SLECHTE PERSONEN EN MISLEIDERS ZULLEN VAN KWAAD TOT ERGER VERVALLEN, BEDROGEN BEDRIEGERS. Vert.
professor Brouwer.
Vraag 8: Hoe wist David de "zwaartekracht" der verdrukking om te zetten
in de "OPWAARTSE DRUK" der geestelijke versterking?
Vraag 9: Kun je dat eigenlijk wel zeggen dat koning Saul "NAAR HET
VLEES VERWEKT WAS"? Hoe zeggen we dat nu?
Vraag 10: Probeer eens te beschrijven wat volgens Gods woord het
positieve doel (de bedoeling) is van druk, verdrukking, vervolging, lijden etc.
Verder lezen? Het vervolg van deel 1 is hier te vinden.
Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.