Een bijbelstudie over het leven van David.

De kroon, het symbool van het koningschap.De kroon, het symbool van het koningschap.

 

 

 

Instructies en stellingen.

Deel 4 van deze bijbelstudie bestaat uit 25 instructies en 60 stellingen. Op deze pagina worden instructie 1 tot en met 14 weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het vervolg van deze instructies.

De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.

TER INFORMATIE.
Nadat de drie eerste delen uit deze reeks waren afgerond wist ik dat één en ander nog niet af was. Deze eerste drie delen kregen de titel mee: "DE ZOON VAN DAVID IN BEELD GEBRACHT."
In deze delen werd de achtervolging van David sterk belicht, maar er waren nog tenminste twee onderwerpen die het verdienden om uitgediept te worden.

Deze onderwerpen zijn respectievelijk:

  1. DE OORLOGEN DIE DAVID HEEFT MOETEN VOEREN.
  2. DE PROFETISCHE PSALMEN DIE DAVID SCHREEF.

Daarom zijn o.a. de 25 instructies te beschouwen als de instructies die je zou kunnen verwachten in een HANDBOEK VOOR DE SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS. Het is dus een soort OPLEIDINGSBOEK voor genoemde soldaat. Dus jij en ik...
De instructies zijn voor een deel bepaald NIET ALLEDAAGS, zoals je zult lezen. Je zou ook kunnen zeggen dat Nederland een "DIJKLEGER" nodig heeft om de vloedgolf van de geestelijke rivier de Eufraat te kunnen keren. Er dient dus een GEESTELIJK DELTAPLAN te worden ontworpen tegen de "SPRINGVLOED" van buitenaf en tegen de weerspannigen van binnenuit.
Toen deel 1 van deze bijbelstudie gereed was werd ik bepaald bij een boek in de eigen bibliotheek dat ik nog niet gelezen had. De titel luidde: "VOOR DE STRIJD GEBOREN," geschreven door R. Arthur Mathews. Zijn uitspraken zijn profetisch. Omdat hij kort na het afsluiten van zijn boek in 1978 overleed, is het mijns inziens noodzaak zijn geestelijk erfgoed niet verloren te laten gaan. Bij het formuleren van de 60 stellingen heb ik veel geput uit genoemd reservoir.

Dit vierde deel heb ik om de hierboven aangegeven reden de aparte titel gegeven: "DE GEESTELIJKE STRIJD VAN DE HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID."

VOORWOORD BIJ HET VIERDE DEEL VAN DE BIJBELSTUDIESERIE: "DE ZOON VAN DAVID IN BEELD GEBRACHT."

In de drie voorafgaande delen wordt in de vorm van een zeer uitvoerige bijbelstudie het gehele leven van DAVID in vogelvlucht behandeld.
Dit vierde deel heeft nu een aparte titel meegekregen die refereert aan de inhoud van dit speciale deel, namelijk: "DE GEESTELIJKE STRIJD VAN DE HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID."

Dit vierde deel is verdeeld in 25 hoofdstukken. Deze 25 hoofdstukken vormen even zovele INSTRUCTIES, die nodig zijn om te weten en in het leven toe te passen, teneinde een goed soldaat van JEZUS CHRISTUS te kunnen worden in het MILITIA CHRISTI. De geestelijke schijnwerpers worden in dit vierde deel gericht op de strijd die o.a. David gedurende zijn gehele leven te strijden had, tezamen met de helden van David. Tevens worden nog andere leiders en koningen besproken in het kader van deze titel. De strijd, in dit vierde deel genoemd en besproken, wordt getracht over te zetten naar de geestelijke strijd, die wij nu als het Israël Gods, heden en morgen te strijden hebben.
Als we de (voor)beelden vanuit het Oude verbond, geestelijk weten om te zetten, dan blijkt het dat er eigenlijk geen nieuws onder de zon is. Wél ben ik van mening dat de GEESTELIJKE OORLOGVOERING IN ONZE TIJD EEN STERK ONDERONTWIKKELD GEBIED IS. De vijand heeft nog veel te veel de overhand. Strijd ontstond er omdat David zelfs door zijn eigen broers aanvankelijk niet erkend werd. Zo verging het ook de Zoon van David, Jezus Christus. Koning Saul voerde jarenlang strijd tegen David, de gezalfde des Heren.
Zelfs als (opnieuw) gekroonde koning wordt hij slechts door twee stammen erkend en pas na zeven jaren van strijd, door alle stammen. David's leven brengt strijd mee door de verraders op zijn levensweg, zoals de Ziffieten en bijvoorbeeld Doëg en de rebellen Absalom, Adonia en Joab, mensen uit eigen gezin of familie.
Vrede kwam er pas nadat David had afgerekend met de zonde in zijn eigen leven, met de rebellen in zijn eigen omgeving en tevens met de vijanden buiten de deuren van zijn paleis en buiten zijn land. Terwijl de tweede Wereldoorlog méér dan 55 jaren achter ons ligt, woedt de GEESTELIJKE WERELDOORLOG nu in alle hevigheid.

Als we de geestelijke balans nog niet hebben opgemaakt, zullen we het nu met spoed moeten doen. De tijd van 100% overgave en toewijding aan onze God en Heer is nu. Het is ook NU de tijd van het aanmelden bij Gods MOBILISATIEBUREAUS. Een periode van oefening en training kan dan volgen, en.... GODS MOBIELE BRIGADES kunnen nog zeer veel getrainde vrijwilligers gebruiken. In een ander beeld spreekt God, in 1 Petrus 2 v.1-17, zeer leerzame woorden, want wat als GEESTELIJK BOUWWERK reeds op het ware fundament Jezus Christus is gebouwd, dient te worden verdedigd, net zoals bijvoorbeeld Nehemia deed in het toenmalige herbouwde Jeruzalem.

Hieronder worden de instructies uitgewerkt voor de (aspirant) soldaat die dienst neemt in het leger van DE ZOON VAN DAVID = JEZUS CHRISTUS. Dit MILITIA CHRISTI oftewel Gods LUCHTMOBIELE BRIGADE, zal pas dan werkelijk goed operationeel zijn, indien ieder de hieronder vermelde 25 instructies niet alleen theoretisch goed heeft geleerd, maar óók daadwerkelijk heeft beoefend en/of toegepast in zijn of haar loopbaan als held van DE ZOON VAN DAVID.

HANDBOEK VOOR DE SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS.

Instructie 1.

HET MOBILISATIEBUREAU.
Voor de aspirant soldaat die dienst wil nemen in het leger van Jezus Christus is het zaak om zich dan zo spoedig mogelijk te vervoegen bij één der vele MOBILISATIEBUREAUS. Aan elk der plaatselijke gemeenten van Jezus Christus behoort zo'n mobilisatiebureau verbonden te zijn, alwaar hij/zij kan worden ingeschreven.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 1:
David die reeds door Samuël tot de (komende) koning was gezalfd, moest vluchten om zijn leven te redden. David, de legeraanvoerder van koning Saul, schoonzoon van de koning en boezemvriend van de kroonprins Jonathan. Deze David, bestemd om zelf koning te worden, vluchtte achtereenvolgend naar twee adressen, te weten:

DE MOGELIJKE VLUCHTADRESSEN:

  1. David, hij vluchtte naar DE PROFEET, dáár kwam hij onder Gods bescherming. Zie 1 Sam. 19 v.18-24.
  2. Vervolgens vluchtte David naar DE PRIESTER, Achimelek. Dáár ontving hij het HEILIGE BROOD en EEN ZWAARD. Zie 1 Sam. 21 v.1 en 5-6. Zo begon zijn vluchtperiode van een aantal jaren. Het MOBILISATIEBUREAU was "geopend". David was ingeschreven bij de PROFEET en de PRIESTER. Hun zegen namens God had hij ontvangen.
  3. Het derde vluchtadres was niet geschikt. Hoe graag Jonathan ook gewild had als KROONPRINS, maar óók hij was NIET in staat om zijn boezemvriend David bescherming te bieden. De dichter van Psalm 146 schreef: "VERTROUWT NIET OP EDELEN, OP EEN MENSENKIND, BIJ WIE GEEN HEIL IS..." vers 3. David zou later zelf in Psalm 145 schrijven: "DE HERE IS NABIJ ALLEN DIE HEM AANROEPEN,.... HIJ HOORT HUN HULPGEROEP EN VERLOST HEN... v.18-19.

CONCLUSIE:
David kon alleen en uitsluitend terugvallen op de directe bescherming van zijn God. Zelfs in de bergvesting wist God hem nog wel te bereiken d.m.v. de profeet Gad. 1 Sam. 22 v.5.

HEDEN:
Ook wij zullen dienen te weten dat we NIET op mensen kunnen terugvallen, zoals David bijvoorbeeld richting Jonathan, maar wel op Gods bescherming en Gods woord als een tweesnijdend zwaard. Voor ons is dit het HEILIGE BROOD, maar naar de evt. vijand toe is dit woord als een tweesnijdend scherp zwaard. Hebr. 4 v.12 en Openb. 1 v.16.

Instructie 2.

IN DIENST VAN GOD KOMEN.
Het zal absoluut noodzakelijk zijn om alleen en uitsluitend in dienst van de enige ware God te komen en beslist in geen ander leger meer te dienen. Alle evt. banden met een ander leger dan dat waarvan Jezus Christus de aanvoerder is, zullen radicaal verbroken dienen te worden. Lees daartoe de ernstige waarschuwing in Gal. 4 v.8-9 en Rom. 6 v.8-14.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 2:
Na zijn vlucht was David niet alleen diep afhankelijk van God, maar nu was hij niet meer in dienst van Saul, maar in dienst van God gekomen. Vandaar dat God hem overal (zelfs in de bergvesting) met Zijn profeet kon bereiken. 1 Sam. 22 v.5.
Als we NIET meer in dienst staan van de zonde, zoals Rom. 8 v.1-2 zegt, komen we in dienst van God. "HET IS DUIDELIJK DAT MENSEN, DIE VAN CHRISTUS JEZUS ZIJN, NIET VEROORDEELD ZULLEN WORDEN. DOORDAT U MET CHRISTUS JEZUS VERBONDEN BENT, GELDT VOOR U DE NIEUWE WET: DE WET VAN DE GEEST, DE WET VAN HET LEVEN. U BENT LOSGEMAAKT UIT DE WURGENDE GREEP VAN DE ZONDE EN BEVRIJD UIT DE MACHT VAN DE DOOD."

HEDEN:
De rechtvaardige spruit, de Koning Jezus Christus, de Zoon van David, heeft het mobilisatiebureau geopend voor aanmelding van NIEUWE HELDEN VAN DAVID. Gods soldij uitkering zal meer dan voldoende zijn om in het levensonderhoud te voorzien. En dat niet alleen, Hij zal óók voor de TOERUSTING zorgen. Zie daartoe de volgende instructie 3.

Instructie 3.

NEEM DE TOERUSTING IN ONTVANGST OM OP EEN EFFECTIEVE WIJZE DIENST TE KUNNEN DOEN IN HET MILITIA CHRISTI.
Bestaat in een aards, natuurlijk leger de "TOERUSTING" wellicht uit een soort "overtuiging" te moeten of te mogen strijden voor een goed doel, een eigen land of een al of niet bezielende leider, voor de HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID is een andere, bijbels gefundeerde toerusting noodzakelijk. We vinden dit in ons instructieboek: DE BIJBEL. Zie Luc. 24 v.49. waar staat: "LUISTER; IK ZAL DE HEILIGE GEEST STUREN. HIJ ZAL OVER JULLIE KOMEN, ZOALS MIJN VADER HEEFT BELOOFD. BLIJF HIER IN DE STAD WACHTEN TOT JULLIE KRACHT (De toerusting) UIT DE HEMEL HEBBEN ONTVANGEN." Zie ook Hand. 1 v.8 en 2 v.29-35.
Elke bewering die je wil doen geloven dat deze TOERUSTING vandaag de dag niet meer noodzakelijk zou zijn, is geïnspireerd door satan. Geloof het niet...

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 3:
Zelfs onder het OUDE verbond was David nog een voorbeeld voor ons. David was een fijngevoelige, maar vooral een zachtmoedige jongen die in de rust van het veld, waar hij de schapen weidde, de stem leerde verstaan van de grote OPPERHERDER, waar zijn liederen ook van getuigen. Denk aan o.a. Psalm 23. Let wel, voordat David, de niet door hemzelf gezochte strijd met Goliath aan ging, staat er geschreven: "....SAMUËL PAKTE DE ZALFOLIE DIE HIJ HAD MEEGEBRACHT EN GOOT DIE OVER DAVID'S HOOFD. OP DAT MOMENT KWAM DE GEEST VAN DE HERE OVER DAVID EN VERVULDE HEM VANAF DIE DAG." 1 Sam. 16 v.13.
Na de glorie van het begin, zoals overwinningen over Goliath en de Filistijnen, kwam weldra de "WOESTIJNPERIODE." Of het nu Mozes was of het hele volk Israël, Elia of David, voor allen gold wat voor het hele volk gold, namelijk: "TOEN BRAKEN WIJ VAN HOREB OP EN GINGEN HEEL DIE GROTE EN VRESELIJKE WOESTIJN DOOR, DIE GIJ GEZIEN HEBT... ZOALS DE HERE ONZE GOD, ONS GEBODEN HAD..." en even verder: "WANT DE HERE UW GOD... HEEFT UW TOCHT DOOR DEZE GROTE WOESTIJN GEKEND. DEZE 40 JAAR WAS DE HERE UW GOD MET U, GIJ HEBT AAN NIETS GEBREK GEHAD." Zie Deut. 1 v.19 en 2 v.7.
Het was vroeger, zoals het nu ook is en zoals het zal zijn en Psalm 136 ons zegt: "GOD ZELF WAS HET DIE ZIJN VOLK DOOR DE WOESTIJN VOERDE." v.16. En Psalm 107 zegt: "HIJ MAAKT DE WOESTIJN TOT EEN WATERPOEL EN DORSTIGE GROND TOT WATERBRONNEN." v.35.

DE UITDAGING VAN EEN KLEINGELOVIG VOLK.
Het volk vroeg als uitdaging: "KAN GOD (eigenlijk) WEL EEN DIS AANRICHTEN IN DE WOESTIJN??" En dan lezen we: "ZIE HIJ SLOEG DE ROTS DAT ER WATER VLOEIDE EN BEKEN STROOMDEN." Psalm 78 v.19-20. Met de profeet Jesaja mogen we het uitjubelen. Als we samen met onze God door deze woestijn heentrekken, dan zullen we als de verlosten, als de vrijgekochten des Heren, uit die vreselijke woestijn terugkeren en met gejubel in SION komen.
Alle "WOESTIJN-PERIODE-KOMMER" en alle zuchten zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen. In plaats daarvan zal er eeuwige vreugde en blijdschap op hun hoofd zijn. In Jesaja 35 v.6-7 wordt beloofd: "...WANT IN DE WOESTIJN ZULLEN WATEREN ONTSPRINGEN EN BEKEN IN DE STEPPE EN HET GLOEIENDE ZAND ZAL TOT EEN PLAS WORDEN etc. Zie Jesaja 35 v.1-10.

HEDEN:
Indien wij God niet op dezelfde wijze verzoeken zoals de Israëlieten in de woestijn deden (en die daarna hun graf in de woestijn vonden), dan zullen we Gods doel bereiken. Raadpleeg Hebr. 3 v.7-19.
We mogen ons toch als begenadigden en gezegenden beschouwen, óók al zullen we in de komende periode zijn als de geloofshelden uit Hebr. 11 v.38 dat vertelt: "ZIJ HEBBEN RONDGEDOOLD DOOR WOESTIJNEN EN GEBERGTEN IN SPELONKEN EN DE HOLEN DER AARDE."

EINDSTADIUM VAN DE PELGRIMSREIS.
Wij hebben Gods beloften dat HIJ iets beters MET ONS voor heeft nl.DE VOLMAAKTHEID. Een "TUSSENSTATION" van de gemeente van Jezus Christus is de genoemde "WOESTIJNPERIODE", dat leert ons Openbaring 12 v.6.
De ware gemeente van Jezus Christus trok allereerst uit "EGYPTE" en later uit "BABYLON", echter.... alvorens ze haar EINDBESTEMMING heeft bereikt en zoals Jesaja het beschrijft: "MET GEJUBEL IN SION (aan)KOMEN" zullen ze de WOESTIJNPERIODE achter zich hebben.

WAT JEZUS VAN DEZE PERIODE ZEGT....
Jezus Christus zegt over deze periode bij monde van de apostel Johannes: "EN DE VROUW VLUCHTTE NAAR DE WOESTIJN, WAAR ZIJ EEN PLAATS HEEFT, DOOR GOD BEREID OPDAT ZIJ DAAR 1260 DAGEN ONDERHOUDEN ZOU WORDEN." Openb. 12 v.6.
Niet temidden der geseculariseerde wereldkerk heeft de ware gemeente haar plaats, maar ze heeft deel aan de GEESTELIJKE OORLOG die nu in alle hevigheid losbarst en reeds geruime tijd losgebarsten is. In Openb. 12 v.7 staat: "EN ER KWAM OORLOG IN DE HEMEL...." Maar er staat óók in v.11: "EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN DOOR HET BLOED VAN HET LAM EN DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS..." Als er dan in v.12 staat: "DAAROM, VERHEUGT U, GIJ HEMELEN EN WIE DAARIN WONEN..." dan begint bij de zonen Gods (de helden van de zoon van David), de feestvreugde door te breken, immers zij hebben niet alleen hun burgerschap in de hemel zoals Fil. 3 v.20 zegt, immers hun weder- of tweede geboorte vond daar ook plaats. Zie Joh. 3 v.5-8 en 1 Joh. 3 v.9. Daarenboven is hun (geestelijke) strijd in de hemel en óók hun schatten bevinden zich aldaar. Zie Matth. 19 v.21 en Luc. 12 v.33.

DIEP AFHANKELIJK VAN GODS VOORZIENINGEN ZIJN.
De gemeente van Jezus Christus was en is altijd, in geestelijk opzicht, diep afhankelijk van haar HOOFD. Zonder deze is (geestelijk) leven niet eens mogelijk. Maar in de huidige en komende "WOESTIJNPERIODE" zal ze nu ook in natuurlijk, materieel opzicht diep afhankelijk zijn van Gods voorzieningen.

....ALS OP ARENDSVLEUGELEN....
God zelf draagt als op arendsvleugelen Zijn gemeente naar de "WOESTIJN", zoals Openb. 12 v.14 stelt. Exod. 19 v.4 leert dat dit niet de eerste keer is. Wél de laatste. Net zoals Elia aan de beek Krith, zal de gemeente volkomen afhankelijk worden van Gods bescherming, Gods woestijnvoedsel. God zal het opnieuw doen wat de profeet Jeremia voorzegde in hst. 31 v.1-12. Zie ook v.31-33: "ZIE DE DAGEN KOMEN, LUIDT HET WOORD DES HEREN, DAT IK MET HET HUIS VAN ISRAËL EN HET HUIS VAN JUDA EEN NIEUW VERBOND SLUITEN ZAL. NIET ZOALS HET VERBOND, DAT IK MET HUN VADEREN GESLOTEN HEB TEN DAGE DAT IK HEN BIJ DE HAND NAM, OM HEN UIT EGYPTE TE LEIDEN: MIJN VERBOND DAT ZIJ VERBROKEN HEBBEN, HOEWEL IK HEER OVER HEN BEN. IK ZAL MIJN WET IN HUN BINNENSTE LEGGEN EN DIE IN HUN HART SCHRIJVEN..."

Het zal een bijzondere periode zijn waarin de woorden van David uit Psalm 25 v.4-5 van toepassing zijn (berijmd):
"HEER, AI MAAK MIJ UWE WEGEN, DOOR UW WOORD EN GEEST BEKEND: LEER MIJ HOE DIE ZIJN GELEGEN, EN WAARHEEN G' UW TREDEN WENDT.... WANT GIJ ZIJT MIJN HEIL O HEER, 'k BLIJF U AL DEN DAG VERWACHTEN."

We zullen buiten het "GEZICHT" en het "BEREIK" van de slang zijn, Openb. 12 v.14-16, wat de grote woede van de slang zal opwekken. v.17. En dat met de "SLANG" de duivel wordt bedoeld, dat wist je reeds uit Openb. 20 v.1-3.

Instructie 4.

ALS VOORBEREIDING OP DE ZEKER KOMENDE STRIJD IS EEN LANGDURIGE OEFENING EN EEN INTENSIEVE TRAINING ABSOLUUT NOODZAKELIJK.
Als voorbereiding op de reeds lang aanwezige eindstrijd is een langdurige, intensieve training een absolute noodzaak. Paulus stelt in Ef. 4 v.11-12: "CHRISTUS HEEFT SOMMIGEN AAN DE GEMEENTE GEGEVEN DIE APOSTEL ZIJN, ANDEREN DIE NAMENS HEM SPREKEN, SOMMIGEN DIE HET GOEDE NIEUWS AAN ONGELOVIGEN VERTELLEN, ANDEREN DIE DE CHRISTENEN GEESTELIJK VERZORGEN EN WEER ANDEREN DIE ONDERWIJZEN. MET ELKAAR MOETEN ZIJ DE CHRISTENEN KLAARMAKEN OM GOD TE DIENEN, ZODAT DE GEMEENTE, ALS HET LICHAAM VAN CHRISTUS, ZAL GROEIEN EN STERK EN VOLWASSEN WORDEN."
En in v.14 zegt de apostel: "WIJ ZULLEN DAN NIET LANGER ALS KINDEREN ZIJN, DIE ZOMAAR VAN GEDACHTEN VERANDEREN. WIJ LATEN ONS DAN OOK NIET MEER DOOR VAN ALLES BEÏNVLOEDEN. OOK NIET DOOR DE VERKEERDE LEER VAN SLIMME MENSEN, DIE ONS OP EEN DWAALSPOOR WILLEN BRENGEN."

DE GEMEENTE IN DE "WOESTIJN".
Jesaja, met het oog hierop profeterend, zegt o.a. de volgende dingen in hoofdstuk 35: "ZELFS DE WILDERNIS EN DE WOESTIJN ZULLEN IN DIE DAGEN BLIJ ZIJN, DE WOESTIJN ZAL WEMELEN VAN DE BLOEMEN. JA ER ZAL EEN OVERVLOED VAN BLOEMEN, GEZANG EN VREUGDE ZIJN. DE WOESTIJNEN ZULLEN NET ZO GROEN WORDEN ALS DE BERGEN VAN DE LIBANON… WANT DE HERE ZAL DAAR ZIJN GLORIE UITSPREIDEN, DE MAJESTEIT VAN ONZE GOD. VERSTERK DE VERSLAPTE HANDEN EN GEEFT VASTHEID AAN WANKELENDE KNIEËN. BEMOEDIG DE ANGSTIGEN. ZEG HUN: "WEES STERK; NIET BANG ZIJN, WANT UW GOD KOMT OM WRAAK TE VERGELDEN AAN UW VIJANDEN. HIJ KOMT OM U TE REDDEN"… "IN DE WILDERNIS ZULLEN BRONNEN OPWELLEN EN IN DE WOESTIJN ZULLEN RIVIEREN GAAN STROMEN. HET GLOEIENDE ZAND ZAL VERANDEREN IN EEN MEER, HET DORSTIGE LAND IN WATERBRONNEN… EN ER ZAL EEN HOOFDWEG DOOR DAT VERLATEN LAND LOPEN, DIE "HEILIGE WEG" ZAL WORDEN GENOEMD.... ALLEEN DE VERLOSTEN ZULLEN ER OP WANDELEN. DEZE MENSEN, DE VRIJGEKOCHTEN VAN DE HERE, ZULLEN OVER DIE WEG NAAR SION HUISWAARTS GAAN, LIEDEREN VAN EEUWIGE VREUGDE ZINGEND. VOOR HEN ZIJN ALLE ZORGEN EN VERDRIET VOOR ALTIJD VERLEDEN TIJD; ALLEEN VREUGDE EN BLIJDSCHAP ZULLEN DAAR HEERSEN."

"ALS DE ARMEN EN BEHOEFTIGEN TEVERGEEFS WATER ZOEKEN EN HUN TONGEN UITGEDROOGD ZIJN VAN DE DORST, ZAL IK HEN ANTWOORDEN ALS ZIJ NAAR MIJ ROEPEN. IK, ISRAËLS GOD, ZAL HEN NOOIT OF TE NIMMER IN DE STEEK LATEN… HET WATER ZAL IN DE DALEN VOOR HEN OPSPUITEN. IN DE WOESTIJNEN ZULLEN WATERPLASSEN ZIJN EN DOOR BRONNEN GEVOEDE RIVIEREN ZULLEN OVER DE UITGEDROOGDE GROND VLOEIEN." Jes. 41 v.17-18.

UITWERKING INSTRUCTIE 4:
David had, blijkende uit Psalm 144, in zijn tijd reeds het geloof uitgesproken dat hij door de Here zou worden getraind en opgeleid en dat zou dan onherroepelijk leiden tot overwinningen in de oorlog.
In de Psalmen wordt vrij veel gesproken van strijd en overwinningen etc. De N.B.G. vertaling zegt in Psalm 144 v.1: "GEPREZEN ZIJ DE HERE, MIJN ROTS, DIE MIJN HANDEN OEFENT TEN STRIJDE, MIJN VINGERS TOT DE KRIJG." David en de zijnen moesten het natuurlijke oorlogvoeren leren door de strijd te voeren, maar óók door te oefenen de wapens effectief te leren hanteren, dus door te trainen. David heeft vele keren geoefend achter de schapen om zijn slinger te hanteren. Bij zijn strijd tegen Goliath kwam dat ook zeker van pas. Van de Benjaminieten lezen we dat er 700 uitgelezen mannen linkshandig waren en dat ieder van hen met een steen kon slingeren tot op een haar, zonder te missen. Richt. 20 v.16.
Elke man in Israël kon een zwaard dragen. Iedere Israëliet was in feite een krijgsman. In Psalm 144 v.12 schrijft David: "LAAT ONZE ZONEN OPGROEIEN ALS STERKE JONGE MANNEN...." Zij zijn immers de volgende generatie krijgslieden.
Alhoewel de strijd zich in de ZICHTBARE, natuurlijke wereld afspeelt, verbindt David zich altijd direct met zijn God bijvoorbeeld als hij roept: "HIJ MAAKT MIJ KLAAR VOOR DE STRIJD, GEREED OM AAN TE VALLEN etc." Ps. 144 v.1-2. Paulus "krikt" de strijd op tot een geestelijke oorlogvoering, dus strijden in de geestelijke wereld. In Col. 1 v.29 zegt hij: "HIERVOOR SPAN IK MIJ OOK IN, ONDER ZWARE STRIJD, NAAR ZIJN WERKING DIE IN MIJ WERKT MET KRACHT." In de kracht van de Heilige Geest is Paulus in oorlog en zegt hij in Col. 2 v.1: "WANT IK STEL ER PRIJS OP DAT GIJ WEET, HOE ZWARE STRIJD IK TE VOEREN HEB VOOR U EN VOOR HEN DIE TE LAODICEA ZIJN EN VOOR ALLEN, DIE MIJN AANGEZICHT NIET HEBBEN GEZIEN IN HET VLEES."

HEDEN:
Tot de categorie Christenen zoals: "ALLEN DIE PAULUS' AANGEZICHT IN HET VLEES NOOIT HEBBEN GEZIEN," behoren ook wij.
Paulus wil, dus God wil het, dat wij goed doordrongen zijn van de zware strijd in de geestelijke wereld die gestreden moet worden terwille van de gemeente van Jezus Christus.
Allen die heden, op welke wijze dan ook, geestelijke leiding mogen geven ervaren dat "HUN SCHAPEN" worden omringd door verscheurende wolven. Alle geestelijke leiders dienen kennis te hebben van deze strijd. Alle geestelijke leiders zullen getraind dienen te worden in het weerstaan van de "WOLVEN", zeker indien ze in "SCHAAPSKLEDING" optreden. Alle "schapen" zullen allereerst weet moeten krijgen van de GEESTELIJKE WERELD, en de daarmede gepaard gaande GEESTELIJKE OORLOGVOERING. Denk aan de ernstige waarschuwing die Hebr. 5 v.11-14 laat horen: "...MAAR HET IS MOEILIJK UIT TE LEGGEN, OMDAT GIJ TRAAG ZIJT GEWORDEN IN HET HOREN. WANT HOEWEL GIJ NAAR DE TIJD GEREKEND (allemaal al) LERAARS BEHOORDET TE ZIJN, HEBT GIJ WEER NODIG, DAT MEN U DE EERSTE BEGINSELEN VAN DE UITSPRAKEN GODS LEERT." In de eindtijd zullen "ALLE SCHAPEN" eigenlijk "LERAARS" dienen te zijn, althans zó, dat ze zichzelf kunnen onderrichten met "DE VASTE SPIJZE". v.14.

EINDELIJK EENS VAN DE PAPFLES AF...
Gods volk moet van de "MELKFLES" af en hun geestelijke zintuigen dienen zo geoefend te worden door het "eten" van het volle woord van God, dat ze in staat zijn om alles uit het oude verbond te "vertalen" naar het nieuwe verbond bijvoorbeeld zoals de Hebreeënbrief schrijver dat voor doet. Dán zullen ze in staat zijn om goed en kwaad te (onder)scheiden dus te proeven of (bijbels) onderwijs fundamenteel op WAARHEID berust of... dat het leidt tot een dwaalleer. Het onbesmet van het kwade, bijvoorbeeld een dwaalleer, bewaren staat in directe relatie met het vertreden van de tegenstander, satan, onder onze voeten, zegt Paulus in Rom. 16 v.19-2O.

Instructie 5.

VERDERE, DUS VERVOLG OEFENINGEN VAN DE SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS ZULLEN ONS GEREED MAKEN VOOR DE GROTE VELDTOCHT.
Iedere oefening of training verloopt in etappes. Een oorlog verloopt doorgaans in div. kleinere veldslagen totdat tenslotte de laatste beslissende eindslag geleverd wordt.
In geestelijk opzicht is een zogenaamde "GROENE BARETTEN" opleiding noodzakelijk, een specialistische opleiding tot helden van de ZOON VAN DAVID teneinde óók deze EINDSLAG te winnen. Ook hiervoor stelt de apostel Paulus de volgende instructie op. Zie 2 Tim. 2 v.3-5: "NEEM, ALS EEN GOED SOLDAAT VAN JEZUS CHRISTUS, JE DEEL VAN HET LIJDEN OP JE, NET ALS IK. LAAT JE ALS SOLDAAT VAN CHRISTUS NIET IN BESLAG NEMEN DOOR DE ZORGEN VAN HET LEVEN, WANT DAN ZAL DEGENE DIE JE IN DIENST HEEFT GENOMEN NIET TEVREDEN OVER JE ZIJN. HOUD JE AAN DE REGELS DIE DE HERE HEEFT GEGEVEN."

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 5:
Gen. 49 v.22-24 leert ons een stukje van deze vijfde instructie, t.w.: "JOZEF IS EEN VRUCHTBARE BOOM, DIE NAAST EEN BRON STAAT. ZIJN TAKKEN STEKEN BOVEN DE MUUR UIT. DE BOOGSCHUTTERS HEBBEN HEM ZWAAR VERWOND EN VERDRUKT, MAAR HUN WAPENS WERDEN VERNIETIGD DOOR DE MACHTIGE VAN JACOB, DE HERDER, DE ROTS VAN ISRAËL."
EN NU NOG IN EEN ANDERE VERTALING: "JOZEF IS EEN JONGE VRUCHTBOOM, EEN JONGE VRUCHTBOOM BIJ EEN BRON, ELK DER TAKKEN LOOPT OVER DE MUUR. DE BOOGSCHUTTERS HEBBEN HEM WEL BITTERHEID AANGEDAAN EN BESCHOTEN EN HEM GEHAAT, TOCH BLIJVEN ZIJN ARMEN STERK DOOR DE HANDEN VAN DE MACHTIGE JACOBS, DOOR DE HANDEN VAN ISRAËLS ROTS."
Deze drie verzen leren ons een heleboel dingen. Wie zijn geloof bouwt op de ROTS VAN ISRAËL EN DRINKT VAN HET LEVENDE WATER (de Heilige Geest), ZAL EEN BOOM ZIJN DIE NAAST DE BRON STAAT. Zie Ps. 1 v.1-3 en Jer. 17 v.7-8 en Openb. 22 v.1-2. Iedere ware Christen zal dienen te leren strijden overeenkomstig de regels van Ef. 6 v.10-20.
In deze strijd tegen al de brandende pijlen van de boze (v.16) proberen de boogschutters van de vijandelijke legers om "JOZEF" te tergen, te vervolgen, aan te vallen, te bekampen, vijandig te bejegenen en te haten etc.

WIE VERSTAAN WE ONDER "JOZEF"?
Onder "Jozef" verstaan we niet alleen Jezus Christus, maar nu in deze eindtijd in het bijzonder het lichaam van Christus, Zijn GEMEENTE. De reactie van de vijand behoeft ons niet te verbazen, maar dank zij de Goddelijke ondersteuning zal "JOZEF" als overwinnaar uit het strijdperk treden. Hij groeit immers op binnen de beschutting van "DE MUUR". De profeet Zacharia zegt in hoofdstuk 2 v.5 over de gemeente, HET NIEUWE JERUZALEM: "EN IK ZELF, LUIDT HET WOORD DES HEREN, ZAL HAAR EEN VURIGE MUUR ZIJN RONDOM EN HEERLIJKHEID BINNEN IN HAAR."

De bescherming van deze "VURIGE MUUR" zal echter wegvallen als we in ons denken vurig begeren of verlangen naar de GIFTIGE VRUCHTEN, waar de boze ons naar toe lokt. Indien we (opnieuw) zouden eten van de "BOOM DER KENNIS VAN GOED EN KWAAD" net zoals Eva deed, beschreven in Gen. 3 v.11-13 zal het ons zeer grote schade toebrengen. Indien we het gebod van Gen. 2 v.15-17 overtreden, nemen we een dodelijk gif tot ons, waartegen alleen nog baat wat staat beschreven in Hebr. 9 v.14 of 1 Joh. 1 v.7: "...EN HET BLOED VAN JEZUS, ZIJN ZOON, REINIGT ONS VAN ALLE ZONDE."

DAVID's BEMOEDIGING IN PSALM 60.
Met David in Psalm 60 zouden we kunnen stellen: "GIJ HEBT HUN, DIE U VREZEN, EEN BANIER GEGEVEN, OM ZICH BIJEEN TE SCHAREN VANWEGE DE BOOGSCHUTTERS, OPDAT UW GELIEFDEN TEN STRIJDE TOEGERUST ZIJN.... MET GOD ZULLEN WIJ KLOEKE DADEN DOEN, WANT HIJ ZELF ZAL ONZE TEGENSTANDERS VERTREDEN." Ps. 60 v.6-7a en 14.
Met Mozes in Exodus 17 v.15-16 en Jesaja in hoofdstuk 11 v.10 kunnen we stellen dat nu voor ons, in de geestelijke strijd, JEZUS CHRISTUS ONZE BANIER IS.

HEDEN:
Voor Gods volk in de nieuwe bedeling heeft HIJ een weg uitgestippeld die Paulus in Rom. 15 noemt: "AL WAT NAMELIJK TEVOREN GESCHREVEN IS WERD TOT ONS ONDERRICHT GESCHREVEN, OPDAT WIJ IN DE WEG DER VOLHARDING EN VAN DE VERTROOSTING DER SCHRIFTEN DE HOOP ZOUDEN VASTHOUDEN. DE GOD NU DER VOLHARDING EN DER VERTROOSTING, GEVE U EENSGEZIND VAN HETZELFDE GEVOELEN TE ZIJN NAAR HET VOORBEELD VAN CHRISTUS JEZUS." Rom. 15 v.4-6.

Het accent in deze tijd ligt op VOLHARDING en VERTROOSTING en dat heeft werkelijk alles te maken met hetgeen we ondervinden aan resp. VERACHTING, MINACHTING, VERWERPING, VERVOLGING, VERDRUKKING etc. dus... grote TEGENSTAND en tenslotte de GEESTELIJKE OORLOGVOERING. Ook Hebr. 10 spreekt over: "...NA VERLICHT TE ZIJN, ZO MENIGMAAL LIJDEN DOORWORSTELD HEBT..." v.32. en: "EEN SCHOUWSPEL VAN SMAAD EN VERDRUKKING" v.33-34. en "WANT GIJ HEBT VOLHARDING NODIG, OM DE WIL VAN GOD DOENDE, TE VERKRIJGEN HETGEEN BELOOFD IS" v.36. Het is steeds hetzelfde thema... Hebr. 12 heeft het over: "…MET VOLHARDING DE WEDLOOP LOPEN, DIE VOOR ONS LIGT. LAAT ONS OOG DAARBIJ ALLEEN GERICHT ZIJN OP JEZUS..." v.1-2. want ook Jezus, zo zegt v.3, heeft een tegenspraak en tegenwerking van de ZONDAREN tegen zich verdragen. Tegenwerking en strijd houdt ons geestelijk fit en in conditie. Dit wordt bevestigd in resp. Jac. 1 v.3-4 en 5 v.11.

In de "Christenreis" van John Bunyan werd Christen door Evangelist vermaand omdat hij niet op de stenen (de beloften) was blijven lopen en zodoende in de MODDERPOEL VAN DE TWIJFELZUCHT TERECHTKWAM.
Als we als Nieuwtestamentische Christenen ons oog niet alleen en uitsluitend gericht houden op JEZUS CHRISTUS gaan we opnieuw onder onze zondenlast gebukt en komen we met ons denken terecht in deze modderpoel. Samuel zei: "IK ZAL U DE GOEDE EN RECHTE WEG LEREN. VREEST SLECHTS DE HERE EN DIENT HEM TROUW MET UW GANSE HART." 1 Sam. 12 v.23-24.
John Bunyan noemt nog Psalm 40 v.2: "VURIG VERWACHTTE IK DE HERE; TOEN NEIGDE HIJ ZICH TOT MIJ EN HOORDE MIJN HULPGEROEP, HIJ TROK MIJ OP UIT DE KUIL VAN HET VERDERF, UIT HET SLIJK VAN DE MODDERPOEL."

Instructie 6.

DE ABSOLUTE NOODZAAK VAN HET VERKENNEN EN BESPIONEREN VAN DE VIJAND.
Het doen en laten van de (geestelijke) vijand dient goed verkent te worden om van zijn (aanvals)plannen, zijn strategie, op de hoogte te komen. Alleen dán zal het MILITIA CHRISTI op een adequate wijze op het juiste moment weerstand kunnen bieden of tot een (tegen)aanval kunnen overgaan.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 6:
Mozes, Jozua en David geven ons de nodige voorbeelden want in Deut.1 lezen we: "LATEN WIJ EERST SPIONNEN VOORUIT STUREN. DIE KUNNEN BEPALEN WELKE ROUTE WIJ HET BEST KUNNEN VOLGEN EN WELKE STEDEN WIJ HET EERST MOETEN VEROVEREN. DIT LEEK MIJ EEN GOED IDEE.... ZIJ (de twaalf verspieders) TROKKEN OVER DE HEUVELS, VERKENDEN HET DAL ESKOL EN KWAMEN TERUG MET VRUCHTEN DIE DAAR GROEIDEN.... DE SPIONNEN HEBBEN ONS BANG GEMAAKT MET HUN VERHALEN OVER DE GROTE EN STERKE BEWONERS VAN DAT LAND. ...ZIJ HEBBEN ZELFS REUZEN GEZIEN... MAAR IK (Mozes) ZEI TEGEN U: "WEES NIET BANG" Deut. 1 v.22-25 en 28.
Verkennen is niet ongevaarlijk, mits het met geloof gepaard gaat. Denk bijvoorbeeld aan Elisa's optreden in 2 Kon. 6 v.13-18.
Ook Jozua werkte met verkenners/spionnen, lezen we in Jozua 2 v.1: "JOZUA... ZOND HEIMELIJK TWEE VERSPIEDERS UIT MET DE OPDRACHT: GAAT HEEN, NEEMT HET LAND IN OGENSCHOUW EN JERICHO." Ook Ai werd eerst verkend staat er in Jozua 7 v.2: "JOZUA NU ZOND MANNEN VAN JERICHO NAAR AI... EN ZEI TOT HEN: TREKT OP EN VERKENT HET LAND..."
Een ander voorbeeld vinden we ook nog in Richt. 1 v.22-26 waar we lezen hoe het huis van Jozef, na verkenning, de stad Bethel wist binnen te komen.

DAVID WIST ALLES VAN VERKENNEN.
David wist alles van verkennen af. Zonder een goed functionerende "INLICHTINGENDIENST" kon hij niet veilig leven. Wie 1 Sam. 23 leest komt enkele voorbeelden daarvan tegen.
Koning Saul werd steeds geïnformeerd d.m.v. zijn eigen INLICHTINGENDIENST. Zie bijvoorbeeld 1 Sam. 23 v. 7 en 25. Maar ook David's inlichtingendienst functioneerde optimaal. Op de juiste tijd kwamen de berichten binnen (zie v.9, 15 en 25). Maar... keer op keer vertrouwde David boven alles op de Here en David raadpleegde de Heer d.m.v. de efod. Zie v.2,4,10 en 12. Waar oorlog of vervolging is daar duiken ook spionnen, verklikkers of verraders op. Zie bijvoorbeeld 1 Sam. 23 v.19-21, 23-24.
Wat ten tijde van Jozua en David veelvuldig gebeurde, gebeurt ook heden nog. De vraag is: "WAT IS ONS ANTWOORD DAAROP?"

HEDEN:
Deze zesde instructie kan alleen op de juiste wijze worden uitgevoerd indien de volgende vragen worden beantwoord.
a. WIE IS ONZE VIJAND?
b. WAT ZIJN DE (aanvals)PLANNEN VAN ONZE TEGENSTANDER?
c. OP WELKE WIJZE KUNNEN WE DAAR ACHTER KOMEN?

ad. a. In grote lijnen weten wij wel wie onze grote vijand is, namelijk satan = TEGENSTANDER. Duidelijk spreekt Openb. 12 v.9 er over: "EN DE GROTE DRAAK WERD OP DE AARDE GEWORPEN, DE OUDE SLANG, DIE GENAAMD WORDT DUIVEL EN DE SATAN, DIE DE GEHELE WERELD VERLEIDT…" Deze draak heeft engelen = zijn medehelpers. v.7 en 9.

ad. b. We weten in grote lijnen wel wat de plannen en de bedoelingen van de vijand zijn, t.w: SLACHTEN, STELEN, ROVEN en VERDELGEN. Joh. 10 v.10. Alsmede INBREKEN zoals Matth. 24 v.43 leert en LIEGEN EN VERMOORDEN. Zie resp. Joh. 8 v.44 en 1 Joh. 3 v.12. Als mensen "UIT DEN BOZE" zijn, zoals Kaïn, dan voeren ze dezelfde dingen uit als hun GEESTELIJKE VADER. 1 Joh. 3 v.12.
Jezus Christus legde precies de vinger op de zere plek door te stellen tegen de "KAÏNS VAN DEZE TIJD" in Joh. 8 v.44: "GIJ HEBT DE DUIVEL TOT VADER EN WILT DE BEGEERTEN VAN UW VADER DOEN. DIE WAS EEN MENSENMOORDER VAN DEN BEGINNE EN STAAT NIET IN DE WAARHEID, WANT ER IS IN HEM GEEN WAARHEID."
Zijn de grote lijnen van satan's (aanvals)plan nu wel duidelijk, dan komt het er nu op aan om op de juiste momenten te weten, hoe hij één en ander uitwerkt en wat hij precies van plan is.

ad. c. Verkenners (spionnen) te zijn in de geestelijke wereld lijkt een utopie, maar is het beslist niet. Een zéér grondige kennis van Gods woord is absoluut noodzakelijk en verlichte ogen des harten zijn onontbeerlijk, alsmede de Geest van wijsheid en openbaring. Ef. 1 v.17-23. Ontbreekt ons dit nog, dan luidt het bijbelse advies: "IK RAAD U AAN VAN MIJ TE KOPEN, GOUD DAT IN HET VUUR GELOUTERD IS EN OGENZALF... OPDAT GIJ ZIEN MOOGT." Openb. 3 v.18.

Bovenop onze ALGEMENE bijbelkennis wordt door de Heilige Geest (van openbaring) aan ons GEOPENBAARD wat de tactiek van de vijand is of zal zijn, dus dit is te noemen SPECIFIEKE KENNIS, door de GEEST VAN OPENBARING, zoals bijvoorbeeld Elisa die ontving in Dothan. 2 Kon. 6 v.13-18. God wil ons, na de eerste PINKSTERDAG, door Zijn Heilige Geest o.a. OPENBARINGEN geven en ons gebruiken als kanalen, waardoor het LEVENDE WATER (de Heilige Geest) kan stromen om stichtend te werken naar de Gemeente van Jezus Christus en deze NIET naar eigen goeddunken te gebruiken.
Let op wat 1 Cor. 12 v.7 stelt: "MAAR AAN EEN IEDER WORDT DE OPENBARING VAN DE GEEST GEGEVEN TOT WELZIJN VAN ALLEN. WANT DE ÉÉN WORDT DOOR DE GEEST GEGEVEN TE SPREKEN MET WIJSHEID OF KENNIS OF GELOOF etc. OF HET DOORZIEN VAN GEESTEN... DOCH DIT ALLES WERKT (of openbaart) ÉÉN EN DEZELFDE GEEST, EEN IEDER IN HET BIJZONDER TOEDELEND GELIJK HIJ WIL." 1 Cor. 12 v.7-11.

OPENSTAAN VOOR DE LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST.
Hoeveel te meer zullen in deze eindtijd Gods kinderen zich niet openstellen, als ze gedoopt zijn met de Heilige Geest en dus een tempel zijn van de Heilige Geest, voor deze openbaringen? De GAVEN zijn en blijven het eigendom van de Geest. Hij openbaart zich slechts vanuit Zijn tempel, en dat is de gelovige. We kunnen het geopenbaarde doorgeven maar we kunnen het niet gebruiken naar eigen willekeur.
Alleen d.m.v. samenwerking met de Heilige Geest zullen we in staat zijn het vijandelijke gebied te verkennen en... passende, effectieve (tegen)maatregelen te nemen in onze geestelijke oorlogvoering.

Instructie 7.

DE ONVERMIJDELIJKE EERSTE CONFRONTATIE MET DE VIJAND.
Evt. verkenningen en het bespioneren van het territorium van de tegenstander zijn niet meer dan een vorm van voorspel, een soort introductie. Het zal onvermijdelijk zijn, indien er een OORLOGSVERKLARING IS AFGEGEVEN, om ook in geestelijk opzicht "VUURCONTACT" met de tegenstander te krijgen en dus in elkaars VUURLINIE terecht te komen, en derhalve de VUURDOOP te moeten ondergaan. Hoe het komt dat we het met Paulus kunnen uitroepen in 1 Cor. 15 v.57-58: "MAAR GOD ZIJ DANK. HIJ GEEFT ONS, DOOR ONZE HERE JEZUS CHRISTUS, DE OVERWINNING OVER DE ZONDE EN DE DOOD. DUS BESTE BROEDERS, STA VAST EN WEES ONVERZETTELIJK..."

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 7:
In een oorlog blijft het nooit bij verkenningen of spionage, dat is slechts een tussenfase. Na verwerking van de verzamelde informatie of gegevens, zal er (een) actie of reactie op volgen.
Om op de vijandelijke legers in te durven lopen moet je wel overtuigd zijn dat de kracht van de tegenstander (veel) geringer is dan wat jezelf ter beschikking staat. Zie Psalm 18 v.30. David, de dichter van deze Psalm kan de geschiedenis van Jericho in gedachten hebben gehad toen hij deze moedige woorden schreef: "...EN MET MIJN GOD SPRING IK OVER EEN MUUR..."
De gehele Psalm gaat over een strijd die gevoerd moest worden en moet worden om van al de vijanden te worden verlost. Vers 2 en 3 van Psalm 30 geven de TOONZETTING weer, namelijk een grote liefde tot en vertrouwen op God, die de ware schuilplaats en bevrijder is. Deze Psalm wordt ook beschreven in 2 Sam. 22 v.1-51.
Strijd en overwinning, hoe belangrijk ook op zichzelf, zullen toch nimmer hoofd of einddoel mogen zijn, leert ons Jezus Christus in Luc. 10 v.17-20. Onze ware, blijvende vreugde is gelegen in het feit dat onze namen in de hemelen staan opgetekend (v.20) dus in HET BOEK DES LEVENS. Openb. 3 v.5.

HEDEN:
Wat nu van toepassing is, was dat ook voorheen. We lezen in 1 Sam. 4 dat indien het volk en de leidende priesters van God afweken, zij niet konden rekenen op de overwinning op hun vijanden. Zie 1 Sam. 2 v.11-14 en 1 Sam. 7 v.3-4. Dezelfde les gold voor hen en geldt nu nog voor ons, namelijk: "INDIEN GIJ U MET UW GEHELE HART TOT DE HERE BEKEERT, DOET DAN DE VREEMDE GODEN... UIT UW MIDDEN WEG EN RICHT UW HART OP DE HERE EN DIENT HEM ALLEEN, DAN ZAL HIJ U REDDEN UIT DE MACHT DER FILISTIJNEN." 1 Sam. 7 v.3.
Het geheim is óók nu, of juist nu: "ONZE BAÄLS EN ASTARTES" weg doen uit ons leven en alleen en uitsluitend de Here dienen. v.4.

De Heilige Geest wil ons openbaren, dus duidelijk maken wat onze "BAÄLS" van de 21e eeuw in ons leven (nog) zijn. Indien we alles beleden en ingeleverd hebben wat onze goede verhouding tot onze Here in de weg staat, kunnen we de Here met een gereinigd en toegewijd hart dienen.
Zoals een mens na zijn sterven afgelegd wordt, zo dient ook onze "OUDE MENS" geheel te worden afgelegd, omdat alles wat niet afgelegd wordt in de weg komt te staan tussen God en ons en ons zeer verzwakt in onze geestelijke strijd of ons evt. zelfs de nederlaag kan bezorgen.
Het NIEUWE TESTAMENT leert ons om resp. AF TE LEGGEN: "LEG DAN AF.... DE WERKEN DER DUISTERNIS, ZOALS BRASSERIJEN, DRINKGELAGEN, WELLUST, LOSBANDIGHEID, TWIST, NIJD." Omdat de NACHT reeds ver is gevorderd en de DAG nabij is, dienen we de wapenen des LICHTS aan te doen. Rom. 13 v.12-13.
Ook de leugen dient geheel te worden afgelegd en uiteraard iedere vorm van diefstal alsmede liederlijke woorden, bitterheid, getier en gevloek en kwaadaardigheid. Zie Ef. 4 v.22-32. Doen we het bovenvermelde WEL, dan geven we de duivel een voet (v.27) en dan wordt satan overwinnaar. Zie ook Hebr. 12 v.1 en Jac. 1 v.21.

Instructie 8.

IEDERE WAARACHTIGE STRIJDER IN HET MILITIA CHRISTI ZAL VROEGER OF LATER IN HET HEETST VAN DE STRIJD TERECHTKOMEN.
Strijd en strijd is nog niet altijd hetzelfde. Soms komt in onze geestelijke strijd het water ons tot aan de lippen. Er zullen momenten (of langere perioden) zijn, dat we dezelfde ervaring hebben als beschreven in 2 Cor. 4 v.12: "DOORDAT WIJ HEM BEKEND MAKEN, STAAN WIJ TELKENS WEER OOG IN OOG MET DE DOOD." En in v.16 staat: "DAAROM GEVEN WIJ HET NIET OP. HOEWEL ONS LICHAAM ZWAKKER WORDT, WORDT ONZE INNERLIJKE KRACHT MET DE DAG GROTER."

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 8:
In het onder instructie 7 reeds aangehaalde bijbelgedeelte 2 Sam. 22 beschrijft David het hoogte- (of diepte)punt van de strijd: "VOORWAAR, BAREN DES DOODS HADDEN MIJ OMVANGEN EN STROMEN VAN VERDERF HADDEN MIJ OVERVALLEN. BANDEN VAN HET DODENRIJK HADDEN MIJ OMGEVEN, VALSTRIKKEN VAN DE DOOD LAGEN OP MIJN WEG." v.5-6. Juist als de strijd op haar hevigst is, is een open communicatie met onze God van het allergrootste belang. Juist op deze momenten mag er niets in de weg staan. We horen David dan ook roepen tot God: "TOEN HET MIJ BANG TE MOEDE WAS, RIEP IK DE HERE AAN; TOT MIJN GOD RIEP IK, EN HIJ HOORDE MIJN STEM UIT ZIJN PALEIS; MIJN HULPGEROEP KLONK IN ZIJN OREN" v.7. De Heer greep in op een geweldige wijze, beschrijft David. Hij rekende met David's vijanden af en David zelf werd gered en in de ruimte geleid, v.17-20. Zie 2 Sam. 22 v.8-16.

HEDEN:
De duivel werkt altijd met dreigen, intimideren en angst aanjagen. Paulus kende de strijd zeer goed in eigen leven en kan dan ook het volgende adviseren: "We dienen als Gods kinderen tezamen vast te staan in één geest en één van ziel de strijd te voeren voor het geloof aan het evangelie. Paulus voegt daar aan toe: "ZONDER DAT GIJ U IN ENIG OPZICHT DOOR DE TEGENSTANDER LAAT BEANGSTIGEN."

EIGENAARDIGE UITSPRAAK VAN PAULUS.
Paulus zegt dan iets héél merkwaardigs. Dat het GENADE is in Christus te geloven, maar ook is het GENADE voor Hem te lijden in de strijd. Net als Paulus zelf deed. Fil. 1 v.27-30. Paulus' en ook onze strijd zijn als twee handen die samengevouwen worden.
Bidden en strijden lopen parallel, vooral als we te maken hebben met WEERSPANNIGEN.

Paulus zegt het zo: "....IK VERMAAN U BIJ ONZE HERE JEZUS CHRISTUS... OM SAMEN MET MIJ TE WORSTELEN IN DE GEBEDEN, VOOR MIJ TOT GOD, OPDAT IK BEHOED WORDE VOOR DE WEERSPANNIGEN IN JUDEA...." Rom. 15 v.30-31. Weerspannigheid is immers zonde der toverij. 1 Sam. 15 v.23. GEMEENTE GODS, ISRAËL GODS, PAS OP VOOR TOVENARIJ....
De waarschuwing uit Spr. 1 v.27-33 zullen we ter harte nemen, want: "WIE NAAR MIJ LUISTERT, ZAL GERUST WONEN, BEVEILIGD TEGEN DE VERSCHRIKKINGEN VAN HET ONHEIL." v.33.
De overwinningsleus van Paulus uit Rom. 8 v.35-37 mogen we dan naar ons toe halen als hij uitroept: "WIE ZAL ONS SCHEIDEN VAN DE LIEFDE VAN CHRISTUS? VERDRUKKING OF BENAUWDHEID OF VERVOLGING... OF HET ZWAARD... MAAR IN DIT ALLES ZIJN WIJ MÉÉR DAN OVERWINNAARS, DOOR HEM, DIE ONS HEEFT LIEFGEHAD."
Het is heerlijk om met een zuiver geweten te kunnen rusten in de liefde van God....

Instructie 9.

IN DE GEESTELIJKE EINDSTRIJD ZAL ER SOMS EEN GEVECHT VAN MAN TEGEN MACHT GELEVERD MOETEN WORDEN.
Alhoewel strijd zoals bijvoorbeeld in oorlogen, veelal gaat als leger(onderdeel) tegen leger(onderdeel), kunnen zich situaties voordoen, dat het niet alleen zo lijkt, maar dat het ook werkelijk zo is dat de vijand het op jou of mij persoonlijk begrepen heeft.
Daarom dient onze opleiding, onze training er op gericht te zijn dat we in voorkomende gevallen in staat zijn, dus geleerd hebben om gebruik te maken van de hemelse kracht, bekleed met de GEESTELIJKE WAPENRUSTING die God ons ter beschikking heeft gesteld.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 9:
Strijden doe je meestal in groepsverband. In een leger, bijvoorbeeld met een peloton, compagnie, brigade of divisie etc.
Ook ten tijde van David trok men er opuit met een legeronderdeel en zo nodig met een grote legermacht. Maar... de strijd kan zich toespitsen op één persoon, bijvoorbeeld de koning, die zich met zijn leger in de strijd heeft begeven. Zie daartoe de geschiedenis van koning Josafat in 2 Kron. 18 v.28-34 en de geschiedenis van koning Saul in 1 Sam. 31 v.1-6. Ook David kende zo'n benarde situatie, beschreven in 2 Sam. 21 v.15-17.

David raakte uitgeput in de strijd en dan komt er speciaal op David een reus af en dan nog wel met een NIEUWE WAPENRUSTING, met de speciale bedoeling om David neer te vellen. Door middel van Abisaï, één van David's helden grijpt God reddend in.

HEDEN:
Ook in déze tijd gebeuren zulke dingen. Judas laat in v.3-4 deze waarschuwing horen, te weten: "IK ZIE MIJ GENOODZAAKT JULLIE TE VERMANEN OM TOT HET UITERSTE TE STRIJDEN VOOR HET GELOOF… WANT ER ZIJN ZEKERE MENSEN BINNENGESLOPEN... GODDELOZEN, DIE DE GENADE VAN ONZE GOD IN LOSBANDIGHEID VERANDEREN EN ONZE ENIGE HEERSER EN HERE, JEZUS CHRISTUS, VERLOOCHENEN." In de verzen 3-16 wordt het werk van deze BINNENGESLOPEN DWAALLERAARS aangeduid.
Zij zijn de werktuigen waardoor heen de duivel probeert te werken om de gemeente van Jezus Christus te verstrooien. Hun activiteiten betekenen een GEESTELIJKE OORLOGVOERING om hun leugens te kunnen ontmaskeren, maar dan meer in een gevecht van man tegen MACHT.
Judas, de broeder des Heren, citeert het (apocriefe) boek Henoch als gezaghebbend, waar deze profeteert: "ZIE DE HERE IS GEKOMEN MET ZIJN HEILIGE TIENDUIZENDEN, OM OVER ALLEN DE VIERSCHAAR TE SPANNEN..." Die heiligen zijn niet alleen de engelen, maar ook zeker de heiligen uit de (eindtijd)gemeente van Jezus Christus, zoals duidelijk staat in 1 Cor. 6 v.1-4, Hebr. 12 v.22-24 en Openb. 5 v.11-14.
Tenslotte is daar Petrus die ons in 1 Petr. 5 v. 8-9 laat weten hoe onze opstelling dient te zijn indien de speerpunt van de tegenstander op onszelf is gericht. Petrus zegt dan: "WORDT NUCHTER EN WAAKZAAM, UW TEGENPARTIJ, DE DUIVEL, GAAT ROND ALS EEN BRULLENDE LEEUW, ZOEKENDE WIEN HIJ ZAL VERSLINDEN. WEDERSTAAT HEM, VAST IN HET GELOOF, WETENDE DAT UW BROEDERSCHAP IN DE(ze) WERELD HETZELFDE LIJDEN WORDT TOEGEMETEN."

Wie in de natuur of als natuurfilm op de TV wel eens gezien heeft dat een roofvogel probeert om een prooivogel te verschalken, weet dat hem dat niet gelukt zolang daar bijvoorbeeld één grote zwerm spreeuwen als één aaneengesloten "WOLK," als op commando in de lucht manoeuvreert.
Op zo'n "WIRWAR" krijgt de roofvogel moeilijk grip. Maar wee de éénling die buiten deze zwerm terechtkomt. Na korte tijd rest een plukje veren... Hetzelfde beeld zien we vaak bij roofdieren op de Afrikaanse savannen. In kuddeverband is het voor leeuw of jachtluipaard moeilijk om een prooi te grijpen, maar wee het AFGEDWAALDE of ZWAKKE prooidier, want weldra ligt hij als hoofdschotel op de "gedekte tafel" van de familie LEEUW. Zo ongeveer gaat het nu ook in de geestelijke wereld.

NEHEMIA EN DAVID ALS VOORBEELDEN.
Nehemia is een mooi voorbeeld van iemand die letterlijk zowel in natuurlijke als in geestelijke zin, voor zichzelf, maar in het bijzonder terwille van de gemeente in Jeruzalem op de bressen stond. Neh. 6 v.1-14. Als God met Zijn volk is, zegt de Psalm van David, dán is daar een veilige beschutting zowel voor het individu als voor het gehele volk. Dan is er geen bres in de muur en géén vluchten voor de vijand onder gekerm. v.14. Het volk dat zo met zijn Heer leeft is welzalig te noemen. Zie Psalm 144 geheel.

Instructie 10.

HET IS NOODZAKELIJK KENNIS TE HEBBEN VAN DE Z.G. KRIJGSKUNDE OFTEWEL DE STRATEGIE.
In de geestelijke oorlogvoering is het noodzakelijk kennis te hebben van de z.g. krijgskunde oftewel van de strategie van de tegenstander, maar bovenal zullen we als MILITIA CHRISTI zelf een strategie ontwikkelen, gericht tegen onze geestelijke vijand.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 10:
We stelden dus dat het NOODZAKELIJK is om kennis te hebben van de z.g. krijgskunde oftewel van (een) STRATEGIE. God wil ons de lessen leren in GEESTELIJKE KRIJGSKUNDE, laten we deze lessen niet missen. Laten we er vanuit gaan dat "HET GEBIED" waar (de) strijd geleverd zal worden goed verkend is, zie Instructie 6, en over de vijand, zijn strijdkrachten en zijn strijdmethoden, voldoende bekend is, dán zal de (grote) STRATEGIE uitgezet moeten worden, hoe deze vijand aan te vallen, te kunnen overwinnen of tenminste te kunnen weerstaan.

DAVID, DE GROTE STRATEEG....
David was zo'n strateeg, maar.... hij deed het altijd SAMEN MET ZIJN GOD. Zie bijvoorbeeld de wijze waarop hij Jeruzalem veroverde op de Jebusieten in 2 Sam. 5 v.6-9. Een ander voorbeeld van strategisch inzicht geeft 2 Sam. 5 v.17-21.
De burcht in de STAD VAN DAVID (de vroegere Jebusietenburcht) is NU het MILITAIR-STRATEGISCH HOOFDKWARTIER geworden en vanuit zijn stafkamer overlegt David allereerst met ZIJN HOOGSTE SUPERIEUR.
Toen de oprukkende Filistijnen zich (reeds) gelegerd hadden in de vlakte van REFAÏM = DE VLAKTE DER REUZEN, vroeg David de Here: "ZAL IK OPTREKKEN TEGEN DE FILISTIJNEN...?" En de Here antwoordde David: "TREK OP..." Ná de glorievolle overwinning gaf David aan God de eer door te getuigen: "DE HERE IS VOOR MIJ UIT, DOOR MIJN VIJANDEN HEEN GEBROKEN, ZOALS WATER DOORBREEKT.." Bij een volgende gelegenheid (v.22) raadpleegde David de Here opnieuw en kreeg hij te horen om NIET op te trekken, maar juist een omtrekkende beweging te maken. En opnieuw trok de Here voor hen uit (v.24). Zie 2 Sam. 5 v.22-25. Onze Heer en God blijkt uiteraard onze allerbeste aanvoerder te zijn, maar NU in de GEESTELIJKE STRIJD. Andere voorbeelden zijn beschreven in 2 Sam. 8 v.3-4 en 13-14 en 2 Sam. 18 v.1-4.
Deze tiende instructie, alsmede de overige 24 andere instructies, die hier beschreven worden, vinden hun basis in de natuurlijke, dus ZICHTBARE wereld en wel voor een belangrijk deel rond het leven en strijden van David. De geestelijke oorlog die wij heden te strijden hebben is HIEROP GEËNT, zoals Paulus beschreef in 1 Cor. 10 v.1-12 speciaal v.11: "DIT IS HUN OVERKOMEN TOT EEN VOORBEELD VOOR ONS EN HET IS OPGETEKEND TER WAARSCHUWING VOOR ONS, OVER WIE HET EINDE DER EEUWEN GEKOMEN IS." Laten we vooral memoreren dat het MERENDEEL VAN HEN werd neergeveld in de woestijn.

Instructie 11.

OPTIMAAL FUNCTIONERENDE VERBINDINGSLIJNEN TUSSEN DE DIVERSE LEGERONDERDELEN, ZIJN IN DEZE EINDTIJD VOOR HET BEHALEN VAN DE EINDOVERWINNING VAN LEVENSBELANG.
Voor de (eind)overwinning is het van essentieel belang dat het leger Gods beschikt over optimaal functionerende onderlinge verbindingslijnen tussen de diverse geestelijke legeronderdelen. Immers het MILITIA CHRISTI is één totaliteit.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 11:
Zoals het voor een aards leger absoluut onmogelijk is om zonder een optimale coördinatie tussen de diverse legeronderdelen, een effectief strijdresultaat te behalen, zó is het ook in het MILITIA CHRISTI = het leger van Jezus Christus, absoluut onmogelijk om de (eind)overwinning te bereiken als er niet gecoördineerd wordt opgetreden tegen de gemeenschappelijke vijand. De kracht van elk leger valt en staat dus met een zo goed mogelijke onderlinge communicatie. Tegenover dit laatste staat de bekende Babylonische spraakverwarring. Dit laatste was een hemelse ingreep, beschreven in Gen. 11 om de vijandelijke weerstand te breken.
Deze SPRAAKVERWARRING was een duidelijk voorbeeld van het doorsnijden van ALLE VERBINDINGSLIJNEN der tegenstander(s).
Het leidde tot een ABSOLUTE DESINTEGRATIE. Zie Gen. 11 v.6-9. De toenmalige mensheid wilde zich aaneensluiten tot een ANTIGODDELIJK LEGER. Ze hadden weliswaar verbinding met "BOVEN", maar dit was onwettig, want aan het hoofd van dat "boven", stond de grootste rebellenleider aller tijden. Gen. 11 v.4-5.

COMMANDOTOREN IN DE HEMEL.
In volstrekt positief bijbelse zin zullen Gods kinderen hun commandotoren "IN DE HEMEL" moeten hebben. Anders gezegd, ze zullen moeten kunnen luisteren naar wat de Heilige Geest voor aanwijzingen/instructies geeft.
Ze dienen deze te (kunnen) verstaan en in ABSOLUTE GEHOORZAAMHEID precies uit te voeren. We zien bv. in het leven van David dat hij in de beginperiode (nog) gebruik maakt van de URIM en de TUMMIM. In een latere periode zie je de positieve ontwikkeling dat zijn geest in staat is om Gods wil in en voor bepaalde beslissingen rechtstreeks op te vangen en aldus uit te voeren.
Het mooiste voorbeeld daarvan zien we echter in de beschrijving van de voorbereiding van de TEMPELBOUW. Deze gehele voorbereiding, tot in détails, heeft David op papier gezet zoals zijn geest dit verstaan had. In 1 Kron. 28 v.11-19 staat genoemd: "ALLES HAD HIJ (=David) IN ZIJN GEEST BEDACHT" v.12, en "ALLES STAAT IN EEN GESCHRIFT, ONTVANGEN UIT DE HAND DES HEREN, WAARIN HIJ MIJ (=David) ONDERRICHTTE AANGAANDE DE GEHELE UITVOERING VAN HET ONTWERP" (van de te bouwen tempel). v.19. We zien dus een geestelijke ontwikkeling in David's leven. Ondanks diepe valperioden bijvoorbeeld rond Bathséba, zien we David's geestelijke groei en ontwikkeling toch (weer) doorgaan, wellicht tegen onze verwachting in.
Instructie 11 leert ons dus, samenvattend, dat in de allereerste plaats onze verbindingslijn met "BOVEN" optimaal dient te zijn. In grote lijnen kan David als voorbeeld dienen. In aansluiting op een goede relatie, dus een goede verbinding met ons HEMELS HOOFDKWARTIER, zal er als een logische consequentie ook een goede relatie moeten zijn tussen Gods diverse legeronderdelen hier op aarde. Anders gezegd: als ons contact met onze Heer en GEBIEDER goed is, zal ons contact met onze medebroeders en zusters, ook al bevinden ze zich wellicht in een andere groep, gemeente, kerk o.i.d., uitstekend kunnen zijn, voor zover het van ons afhangt. Zou men echter weigeren om geestelijk te leren denken en te strijden, dán wordt tezamen overwinnen wel een zeer dubieuze zaak en optimaal communiceren met hen die "ONDER DE WET" leven en denken is welhaast onmogelijk. Dit laatste is in deze (eind)tijd absoluut noodzakelijk om de ware (geestelijke) vijand in een GEESTELIJKE OORLOG te weerstaan en... om uiteindelijk te kunnen overwinnen. De Psalmen geven van het hierboven gestelde vele mooie voorbeelden, t.w: "DE HERE WOONT IN ZIJN HEILIG PALEIS, DE HERE HEEFT IN DE HEMEL ZIJN TROON..." aldus David in Ps. 11 v.4.
David heeft een GOEDE COMMUNICATIELIJN MET "BOVEN" zegt Ps. 20: "NU WEET IK, DAT DE HERE ZIJN GEZALFDE DE OVERWINNING GEEFT, HIJ ANTWOORD HEM UIT ZIJN HEILIGE HEMEL." v.7. Wetende waar de troon is vanwaar hulp en bijstand is te verwachten, zegt Ps. 123 v.1: "IK HEF MIJN OGEN OP TOT U, DIE IN DE HEMEL TROONT..."
Hij vraagt hulp tegen de spot der overmoedigen en de verachting der hovaardigen. v.3-4. Indien Gods kinderen heden leren om de verticale en horizontale verbindingslijnen op een bijbelse wijze te hanteren, dán zullen er vele overwinningen ons deel worden in de komende strijd.

Instructie 12.

IN DE EINDSTRIJD BEHOREN KRIJGSLISTEN TOT VERZWAKKING VAN DE TEGENSTANDER.
Tot de geestelijke oorlogvoering in deze eind(s)t(r)ijd zal zeker ook dienen te behoren het toepassen van zg. krijgslisten teneinde de tegenstander(s) daardoor te verzwakken of te verrassen.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 12:
In de natuurlijke, aardse oorlogvoering vormen de zg. KRIJGSLISTEN, een essentieel onderdeel van de strijd. Het zijn pogingen om de tegenstander te mislijden en hem daardoor afbreuk te doen. De bijbel geeft diverse voorbeelden van het zo juist genoemde. Drie bijbelse voorbeelden van zg. KRIJGSLISTEN vinden we beschreven in resp. Richt. 7 v.15-22; Jozua 9 en 2 Sam. 5 v.6-10.
Zo'n krijgslist heeft ook meestal een verrassingselement in zich. Het plotseling op ongedachte wijze binnendringen in de gelederen van de tegenstander, leidt meestal tot overwinning.
Het binnendringen van Jeruzalem via de watergang, uitvoerig beschreven in deel 2 les 29, is een duidelijk voorbeeld hoe David en de zijnen d.m.v. een krijgslist een verrassingsaanval konden ondernemen en zo Jeruzalem op de Jebusieten veroverden. Een op zichzelf staande verrassingsaanval, zonder te kunnen spreken van een krijgslist, ondernam Saul in 1 Sam. 11 v.8-11.
Ook de op Gods aanwijzing ondernomen aanval van Gideon op de Midianieten was een list die leidde tot een verpletterende nederlaag van de vijand. Richt. 7.

HEDEN:
Om HEDEN zo ver te zijn om KRIJGSLISTEN en/of VERRASSINGSAANVALLEN te ondernemen zal men allereerst weet moeten hebben van de GEESTELIJKE VIJAND en de GEESTELIJKE OORLOGVOERING in het algemeen. Dan pas komen evt. krijgslisten aan de orde.
Gedurende de BEZETTINGSTIJD in de Tweede Wereldoorlog bestond er de waarschuwing: "STTT... DE VIJAND LUISTERT MEE..." Opnieuw zullen we dienen te leren om niet alles aan de grote klok te hangen, zéker niet waar het zaken betreft die te maken hebben met de (evt. geheime) arbeid en de plannen t.a.v. het Koninkrijk Gods en in het bijzonder met het oog op het (geestelijk) FRONTNIEUWS zullen we onze geestelijke tegenstander niet onnodig "wijs" moeten maken omtrent onze voornemens en "krijgsplannen." We zullen zonodig onze "BINNENKAMERS" weer in ere moeten herstellen als plaats waar én met ons "HOOFDKWARTIER" = DE VORST DES HEMELS, JEZUS CHRISTUS wordt gecommuniceerd én/of met geestelijke medebroeders en zusters, teneinde zo ongemerkt mogelijk naar het geestelijke front te kunnen oprukken en... toe te slaan. Ik geloof dat de tijd dringt om zulke BINNENKAMER-ONTMOETINGEN met geestelijk denkende medechristenen te gaan beleggen. De grote vraag is: "WIE ZAL HET VOORTOUW NEMEN...???"

Instructie 13.

LICHT IS EEN ABSOLUTE "MUST" BIJ DE EINDTIJD-COMMUNICATIE.
Zagen we bij instructie 11 reeds het grote belang in, ja de absolute noodzaak van alle medestrijders om onderling optimaal te communiceren, déze instructie beklemtoont dat het bijbelse begrip LICHT een absolute voorwaarde is om elkaar als strijders te INFORMEREN, TE BEMOEDIGEN, TE WAARSCHUWEN etc. De uitgangspunten hierbij zijn de volgende bijbelse principes t.w:

  1. JEZUS ZEI: IK BEN HET LICHT DER WERELD Joh. 8 v.12.
  2. JULLIE ZIJN HET LICHT VAN DE WERELD, EEN HOOGGELEGEN STAD DIE STRAALT IN DE NACHT KAN IEDEREEN ZIEN... Laat daarom ook individueel uw licht voor alle mensen schijnen als een lamp op de kandelaar. Matth. 5 v.14-16.
  3. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de WAPENEN DES LICHTS. Rom. 13 v.12.
  4. Want u bent allemaal kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij hebben NIETS te maken met de nacht en het donker. 1 Thess. 5 v.5.
  5. Wie beweert in het licht van Christus te leven, maar een hekel aan zijn broeder heeft, leeft nog steeds in het donker. Maar wie van zijn broeder houdt, leeft in het licht en gaat zijn weg zonder te struikelen. 1 Joh. 2 v.9-10.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 13:
HET COMMUNICEREN MET BEHULP VAN LICHTSEINEN.
In Jeremia 34 v.6-7 lezen we het volgende: ''TOEN SPRAK DE PROFEET JEREMIA AL DEZE WOORDEN TOT ZEDEKIA, DE KONING VAN JUDA IN JERUZALEM, TERWIJL HET LEGER VAN DE KONING VAN BABEL STRIJD VOERDE TEGEN JERUZALEM EN DE (versterkte) STEDEN VAN JUDA, DIE ALLEEN NOG OVERGEBLEVEN WAREN, T.W. LACHIS EN AZÉKA..."
In Jesaja 36 v.1-2 lezen we dat LACHIS reeds door Sanherib veroverd was en er ook weer uit weg moest trekken ten tijde van koning Hizkia. Jes. 37 v. 33-37. Maar... in Jer. 34 lezen we de verovering van deze versterkte steden door Nebukadrezar ten tijde van de laatste koning van Juda, namelijk Zedekia. Jer. 34 v.1-7 en 21-22
Het genoemde LACHIS, de voornaamste versterkte stad van Juda, beheerste de hoofdweg van Jeruzalem naar Egypte. Van de zeer vele opgegraven materialen worden de zg. LACHIS-BRIEVEN wel eens de merkwaardigste en meest waardevolle archeologische ontdekking van het Midden-Oosten genoemd.
In één van déze brieven wordt gesproken over "VUURSIGNALEN" (vergelijk met Richt. 20 v.38). Er bleken z.g. SIGNAALTORENS te bestaan die zodanig waren geplaatst dat de LICHTSEINEN (signalen) van BERGTOP naar BERGTOP konden worden doorgegeven. Een soort van "TAMTAM" VERBINDING, maar dan met LICHT.

"HIZKIA OF ZEDEKIA". DE LES DER GESCHIEDENIS.
Ten tijde van de vrome koning Hizkia werden weliswaar eerst alle versterkte steden door de vijand ingenomen (Jes. 36 en 37), maar God greep in op een Bovennatuurlijke wijze. (Jes. 36 v.7 en 37 v.35-38). Dit gebeurde als antwoord op de gebeden en de toewijding van Hizkia. Jes. 37 v.1 en v.14-20. Ten tijde van de laatste koning van Juda nl. Zedekia verliep het dramatischer vanwege zijn ZONDEN, ook al betekende zijn naam: "DE HERE IS MIJN GERECHTIGHEID". Zie 2 Kron. 36 v.11-21.
DUS.... elke vorm van verdediging, óók vuursignalen zullen alleen dan effectief kunnen zijn, indien we de goede hartsgesteldheid van een "HIZKIA" hebben. Hizkia betekent: "DE HERE IS KRACHT."

HEDEN:
Hoe zouden we heden in onze geestelijke oorlogvoering met "VUURSIGNALEN" vanaf onze "SIGNAALTORENS" kunnen werken? Allereerst is daar alweer de verbinding van
"BOVEN" naar "BENEDEN". God geeft "LICHTSIGNALEN" die een duidelijke taal spreken.

God communiceert zowel met Zijn eigen volk door in een LICHTGLANS te verschijnen. Ps. 50 in de vertaling van HET BOEK, zegt het zo: "DE HERE, DE ENIGE WARE GOD, NEEMT HET WOORD EN ROEPT NAAR DE HELE AARDE, VAN OOST TOT WEST." Let nu op hoe deze LICHTSIGNALEN worden toegepast om te COMMUNICEREN....
"GOD KOMT MET EEN ONGELOOFLIJKE, PRACHTIGE GLANS VANUIT JERUZALEM NAAR ONS TOE. GOD IS IN AANTOCHT EN ZAL NIET ZWIJGEN OMDAT HIJ MOET SPREKEN. VUUR SMELT WEG WANNEER HET ZIJN GEZICHT ZIET EN OM HEM HEEN DAVERT DE STORM. GOD ROEPT TOT IN DE HEMELEN EN NAAR DE AARDE OM ZIJN VOLK TE ONDERWIJZEN." Ps. 50 v.1-4. En in v.7 staat nog: "LUISTER, MIJN VOLK ISRAËL, IK ZAL NU SPREKEN EN TEGEN U GETUIGEN. IK BEN GOD, UW GOD. Gods eisen aan Zijn eigen volk vermeldt v.14 o.a.: "KOM UW BELOFTEN NA, DIE U AAN DE ALLERHOOGSTE HEBT GEDAAN." En in v.16 zijn de heidenen, de goddelozen aan de beurt: "MAAR TEGEN DE ONGELOVIGE ZEGT GOD: WAAROM BEMOEIT U ZICH MET MIJN WETTEN? WAAROM SPREEKT U OVER MIJN VERBOND ? U BENT IMMERS ALLEEN MAAR ONGEHOORZAAM EN LAAT MIJN WOORD LINKS LIGGEN. U SPEELT ONDER ÉÉN HOEDJE MET DE DIEVEN, OVERSPEL IS U NIET VREEMD." etc.

LICHTSIGNALEN UITZENDEN.
Ook wij, als Gods kinderen, én onderling én naar de wereld toe, zullen LICHTSIGNALEN uitzenden. Onderling worden we door elkaar bemoedigd, aangevuurd of gewaarschuwd tegen de vijandelijke aanvallen.
Naar de zondige wereld toe, zal Gods volk zijn als een LICHTUITZENDENDE STAD OP EEN BERG, zoals Lachis en Jeruzalem uitstaken boven hun omgeving.
Een stad op een berg gelegen, kan immers niet verborgen blijven zegt Jezus in Matth. 5 v.14. Matth. 5 zegt dus: "U BENT HET LICHT VAN DE WERELD, EEN HOOGGELEGEN STAD DIE STRAALT IN DE NACHT, KAN IEDEREEN ZIEN." En iedere individuele gelovige is immers als een lamp die op een kandelaar staat. v.15-16. Nu kan ons gebed zijn: "STUUR UW LICHT(signalen)EN UW WAARHEID OM MIJ TE BEGELEIDEN." Ps. 43 v.3. En Ps. 78 v.14, sprekende over Zijn oude volk in de woestijn zegt het volgende: "'s NACHTS LEIDDE HIJ HEN DOOR EEN HELDER LICHT."
Ps. 119 v.105 en 130 vertellen ons dat Gods kinderen LICHT ontvangen, als volgt: "GELUKKIG IS HET VOLK DAT U EERT; HERE, ZIJ GAAN HUN WEG MET U, IN UW LICHT. DE HELE DAG PRIJZEN ZIJ UW NAAM EN DANKZIJ UW RECHTVAARDIGHEID STAAN ZIJ STERK."

HET LICHT DER WERELD.
Met het oog op de toen nog te komen Jezus Christus zegt de profeet Jesaja: "HET VOLK DAT (nu nog) IN DONKERHEID WANDELT ZIET EEN GROOT LICHT... WANT 't JUK DAT HET DRUKTE EN DE STANG OP ZIJN SCHOUDER, DE ROEDE VAN ZIJN DRIJVER HEBT GIJ VERBROKEN ALS OP MIDIANSDAG." Jes. 9 v.1 en 3. Gelukkig rust de heerschappij heden op de schouders van "HET KIND", dat bleek te zijn: de STERKE GOD en de VREDEVORST die nu gezeten is op de troon van David. v.6.

Instructie 14.

ONZE AANVALSWAPENS IN DE EINDSTRIJD.
Deze instructie spreekt over onze AANVALSWAPENS. Het geestelijke zwaartepunt t.a.v. deze aanvalswapens ligt op resp. zwaard en pijl en boog. Ze representeren resp. het WOORD VAN GOD of... de LEUGENS VAN SATAN of hetzelfde maar dan van de mens, positief of negatief.
Déze instructie tracht de helden van de ZOON VAN DAVID te MOTIVEREN om de GEESTELIJKE OORLOG in gedachten en woorden op een bijbelse wijze te voeren.

UITWERKING VAN INSTRUCTIE 14:
De aanvalswapens die in de bijbel worden genoemd zijn resp. DE PIJL EN BOOG, HET ZWAARD, SLINGERSTENEN, SPEER, WERPSPIEZEN, KNOTSEN MET EEN STENEN KOP. Buiten beschouwing laten we de STORMRAM en de STRIJDWAGENS.
Als Nieuwtestamentische Christenen hebben we, in ieder geval t.a.v. het Koninkrijk Gods, onze natuurlijke wapens vervangen door onze GEESTELIJKE WAPENRUSTING, overeenkomstig Efeze 6. Daarmede komen de PIJL en de BOOG in een geheel ander licht te staan. We zagen dit reeds in de overdracht van (o.a.) de boog en de pijlen van Jonathan aan David.

OVER DE DREMPEL VAN DE TIJD.
De bijbel "tilt" deze Amalekieten over de drempel van de tijd en het natuurlijke heen als volk op deze planeet, als de profeet Maleachi in hst.1 v.4 stelt: "HET IS GEBIED DER GODDELOOSHEID EN HET VOLK WAAROP DE HERE VOOR EEUWIG TOORNT." Ook Mozes zei in Exodus 17 v.8-16: "DE HERE HEEFT EEN STRIJD TEGEN AMALEK VAN GESLACHT TOT GESLACHT." etc.
Zelfs de profeet Bileam moest van Godswege doorgeven in Num. 24 v.20: "AMALEK WAS DE EERSTE ONDER DE VOLKEN, MAAR UITEINDELIJK STAAT HEM DE VERNIETIGING TE WACHTEN."

DE SAMENZWERING.
Dat o.a. deze "AMALEK," en met hem die andere "RAKKERS," een "GEESTELIJKE EENHEID" zijn gaan vormen tegen Gods kinderen, moet ook de Psalmdichter Asaf geweten hebben. Zie zijn Psalm 83 v.4-9. Dit verbond, beter gezegd deze SAMENZWERING, is heden werkzaam. Daartegen zullen wij onze geestelijke aanvalswapens in de strijd werpen. Ps. 83 v.6 leert ons: "ZIJ WAREN HET AL SNEL EENS EN HEBBEN EEN VERDRAG GESLOTEN OM GEZAMELIJK TEGEN U OP TE STAAN."

KONING UZZIA ALS VOORBEELD.
Voordat koning Uzzia verviel tot hoogmoed (v.16-23) was hij een prachtig voorbeeld van een leider die zijn volk de strijd leerde. 2 Kron. 26 v.1-15. Zo staat er: "HIJ TROK UIT EN STREED TEGEN DE FILISTIJNEN... v.6. VOORTS HAD UZZIA EEN LEGER TEN OORLOG GEOEFEND, DAT TE VELDE TROK... v.11. UZZIA VERSCHAFTE AAN HET GEHELE LEGER SCHILDEN, SPEREN, HELMEN... BOGEN EN SLINGERSTENEN.... OOK VERVAARDIGDE HIJ TE JERUZALEM KUNSTIG BEDACHTE OOLOGSWERKTUIGEN OM OP DE TORENS EN DE HOEKEN GEPLAATST TE WORDEN TOT HET AFSCHIETEN VAN PIJLEN EN GROTE STENEN... WANT DE HERE HIELP HEM OP WONDERBAARLIJKE WIJZE BIJ DE OPBOUW VAN ZIJN MACHT." v.14-15. Uzzia bouwde niet alleen aan de VERDEDIGING (zie v.15) maar boven alles aan de AANVALSMOGELIJKHEDEN. Zie v.6-14.

HET LIED VAN DE BOOG.
In deel 1 les 25 schreven we reeds over David's klaaglied, n.l. HET LIED VAN DE BOOG. Uit 2 Sam. 1 v.17-27. Terwijl de wapens van Saul en Jonathan op het gebergte Gilboa = SPRINGBRON, verloren gingen en zij sneuvelden, vermeldt Openb. 5 v.1-14 dat er een NIEUWE BRON ontsprongen is, n.l. JEZUS CHRISTUS.

STOP HET WENEN.
Het wenen van David om Saul en Jonathan (1 Sam. 1 v.24 en 26) én het wenen van Johannes in zijn verbanningsoord Patmos (Openb. 5 v.4) kon gestopt worden. Tegen hen en ons wordt gezegd: "WEEN NIET; ZIE DE LEEUW UIT DE STAM JUDA, DE WORTEL DAVIDS, HEEFT OVERWONNEN..." v.5. Het geheim van ONZE overwinningen is: "EN IK ZAG... EEN LAM STAAN, ALS GESLACHT..." v.6. en "GIJ HEBT HEN VOOR ONZE GOD GEMAAKT TOT EEN KONINKRIJK EN TOT PRIESTERS EN ZIJ ZULLEN ALS KONINGEN HEERSEN OP AARDE." v.10.
Dit zal zeker gerealiseerd worden. Wat Uzzia t.a.v. een aards Jeruzalem deed, zal HEDEN gedaan dienen te worden met het oog op het NIEUWE JERUZALEM = DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, nu en heden.

WOORDEN ALS PIJLEN...
De pijlen van weleer zijn de woorden van NU, dáárom staat er b.v. in Ps. 64 v.4 van David: "DIE HUN TONG WETTEN ALS EEN ZWAARD, DIE HUN PIJL AANLEGGEN, EEN BITTER WOORD" De GEESTELIJKE OORLOG speelt zich heden dus bovenal af in woorden en gedachten.
Ps. 64 v.5: "...OM IN HET VERBORGENE OP DE ONSCHULDIGE TE SCHIETEN." Gods antwoord komt in v.8: "MAAR PLOTSELING TREFT GOD HEN MET EEN PIJL..." = MET ZIJN WOORD. Ook in Ps. 33 v.10-19 klinkt het duidelijk door dat God de demonisch geïnspireerde woorden gaat verijdelen. "DE HERE VERIJDELT DE GEDACHTEN (de pijlen) DER (goddeloze) NATIËN." v.10. Zo worden de rollen omgedraaid.
In de geestelijke oorlog die we HEDEN te voeren hebben zijn Gods woorden op onze tong, dus uitgesproken, en deze woorden dringen in het hart van Gods vijanden, leert ons Ps. 45 v.6. NIET IN DE HIEL MAAR IN HET HART, en dat zal dodelijk zijn.

VANUIT EEN VEILIGE SCHUILPLAATS.
Mits schuilend in de geborgenheid van onze rots Jezus Christus kan betuigd worden: "WIE IN DE(ze) SCHUILPLAATS DES ALLERHOOGSTEN IS GEZETEN (en) VERNACHT IN DE SCHADUW DES ALMACHTIGEN... HEEFT NIET(s) TE VREZEN... VOOR DE PIJL, DIE DES DAAGS VLIEGT." Ps. 91 v.1 en 5. In navolging van Jezus Christus, de KNECHT DES HEREN, zegt Jesaja 49: "EN HIJ MAAKTE MIJN MOND ALS EEN SCHERP ZWAARD... EN HIJ MAAKTE MIJ TOT EEN PUNTIGE PIJL, IN ZIJN PIJLKOKER STAK HIJ MIJ..." v.2. Asaf zegt in Ps. 76: "…EN OP SION, ZIJN WONING, DAAR VERBRAK HIJ DE VURIGE SCHICHTEN VAN DE (vijandelijke) BOOG, HET SCHILD EN HET ZWAARD EN DE KRIJG..." v.3,4,8,9.

HET OVERWINNINGSLIED VAN DE KORACHIETEN.
De Korachieten moesten zingen wat wij nu kennen als Ps. 46 v.8 en 10: "DE HERE DER HEERSCHAREN IS MET ONS", EEN BURCHT IS ONS DE GOD VAN JACOB... DIE OORLOGEN (tegen Gods kinderen) DOET OPHOUDEN, TOT HET EINDE DER AARDE, DE BOOG VERBREEKT (van onze vijanden), DE LANS STUKSLAAT, DE STRIJDWAGENS MET VUUR VERBRANDT..."

JEZUS CHRISTUS, ONZE WARE LEGERAANVOERDER.
Hoe heerlijk voor Gods kinderen heden en morgen te weten dat het Jezus Christus is die voor ons uitgaat in de geestelijke oorlogvoering in deze eindtijd. Openb. 6 v.2 leert ons: "...EN IK ZAG, EN ZIE, EEN WIT PAARD EN DIE ER OP ZAT, HAD EEN BOOG EN HEM WERD EEN KROON GEGEVEN EN HIJ TROK UIT OVERWINNENDE EN OM TE OVERWINNEN." In tegenstelling tot HET LIED VAN DE BOOG dat David ons leerde in 2 Sam. 1 v.18-27 (zie deel 1 les 25), en dat eigenlijk in mineur eindigde, is het Johannes die ons een nieuwe, andere overwinnaar aankondigt, n.l. "DE ZOON VAN DAVID", als volgt: "WEEN NIET (meer), ZIE DE LEEUW UIT DE STAM JUDA, DE WORTEL (= uit 't nageslacht van) DAVIDS, HEEFT (wel) OVERWONNEN..." Openb. 5 v.5.
Johannes zag HET LAM = Jezus Christus als volgt: (we noemden deze tekst hierboven reeds) "EN IK ZAG, EN ZIE, EEN WIT PAARD EN DIE ER OP ZAT, HAD EEN BOOG EN HEM WERD EEN KROON GEGEVEN EN HIJ TROK UIT, OVERWINNENDE EN OM TE OVERWINNEN." Maar zie wat er verder gebeurde...

In de volle kracht van God, de Heilige Geest, bindt Jezus Christus als overwinnaar de strijd aan en zal zijn tegenstanders verpletterend verslaan. We lezen het VERVOLG in Openb. 19 (zie ook deel 1 les 9). Dit sluit aan op Openb. 6: "EN DE HEERSCHAREN, DIE IN DE HEMEL ZIJN, volgden hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen." zie v.11-16.
Het Woord Gods = Jezus Christus heeft, nadat Hij in Openb. 6 uitgetrokken was om een volk te verzamelen dat losgemaakt is uit de heerschappij van de duivel, dit bewerkt: "ZE VOLGDEN HUN AANVOERDER, HUN WANDEL WAS IN DE HEMEL, EN OOK ZIJ REDEN OP WITTE PAARDEN d.w.z. ZE WERDEN VOLKOMEN GELEID DOOR DE HEILIGE GEEST EN WAREN ONBERISPELIJK IN HUN HANDEL EN WANDEL." v.14. DAT IS DE EINDTIJDGEMEENTE VAN HET LAM, EN DAARTOE DIENEN AL DIE STRIJD EN AL DIE GEESTELIJKE AANVALSWAPENS...

Verder lezen? Het vervolg van deze instructies vind je hier.

Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.