![]() |
|
De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 2 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 2 van deze bijbelstudie zijn uitsluitend de titels in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het vervolg van deel 2 zodat je de achtereenvolgende lessen in de juiste volgorde kunt lezen.
De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
| les num. | Titel | bijbelgedeelte |
|---|---|---|
| Voorwoord bij deel 2 | ||
| les 26 | David's koningschap wel bevestigd maar niet voltooid | 2 Sam. 2 |
| les 27 | David blijft verheven boven onbijbelse afrekeningen | 2 Sam. 3 en 4 |
| les 28 | David uiteindelijk koning over heel Israël | 2 Sam. 5, 1 Kron. 11 |
| les 29 | Lammen en blinden zullen u terug drijven | 2 Sam. 5 |
| les 30 | De ark wordt naar Jeruzalem gebracht | 2 Sam. 6, 1 Kron. 13,15 en 16 |
| les 31 | De ark wordt naar Jeruzalem gebracht (vervolg van les 30) | idem |
| les 32 | Met de ark aan de zwerf (vervolg van les 30 en 31) | idem |
| les 33 | De nederigen zal Hij verhogen | 2 Sam. 7, 1 Kron. 17 |
| les 34 | De oorlogen van David | 2 Sam. 5, 8 en 21 |
| les 35 | De oorlogen van David (vervolg van les 34) | idem |
| les 36 | De oorlogen van David (vervolg van les 34 en 35) | idem |
| les 37 | De passie van een groot koning | 2 Sam. 8, 1 Kron.18 |
| les 38 | David en Mefiboseth | 2 Sam. 4,9,16,19,21 |
| les 39 | Het einde van de buitenlandse oorlogen komt in zicht | 2 Sam. 10,12, 1 Kron. 19 en 20 |
| les 40 | David en Bathséba | 2 Sam. 11 |
| les 41 | Een zonde-gezwel dat bijna een jaar voortwoekert | 2 Sam. 12 |
| les 42 | Door wie wij nu de overwinning ontvangen hebben | 2 Sam. 24, 1 Kron. 21 |
| les 43 | Door wie wij nu de overwinning ontvangen hebben (vervolg van les 42) | idem |
| Bijlage over dorsvloer-kaf-koren | ||
| Het is volbracht |
In deel 2 wordt beschreven hoe David van "HOLBEWONER" een stedeling wordt, maar... de strijd om
het ware KONINGSCHAP gaat verder (les 26). Dat de zonen van David "PRIESTERS HONORIS CAUSA" waren
en de vijf klassieke voorbeelden van vrouwenroof in het O.T. vind je in les 27. Tenslotte zien we
David op de troon van geheel Israël komen en ook dat Jeruzalem alsnog op de Jebusieten wordt
veroverd (les 28). In les 29 wordt gesproken over de ONZICHTBARE BRON bij Jeruzalem en hoe de
helden van David door de vijandelijke linies heen breken, om de bron in Bethlehem te bereiken.
Dat getracht wordt de ark naar Jeruzalem over te brengen, een feest dat een flop werd, én dat
de DORSVLOER een diepe betekenis blijkt te hebben vertelt les 30 (met een bijlage). Dat het heilig
priesterdom levende stenen zijn en dat je dit "UITVERKOREN GESLACHT" niet straffeloos kunt
passeren, moest David leren, evenals dat LOFPRIJZING niet "automatisch" tot het beoogde doel voert
vind je in les 31.
Heilig en onheilig gebruik van de ark en het uitdelen van "BROOD EN WIJN" leert ons les 32.
Les 33 wil ons weer leren dat de Heer tot ons wil en kan spreken als we onze "VENSTERLUIKEN NAAR
DE BUITENWERELD" willen sluiten en het "HEMELVENSTER" open gedaan hebben.
De lessen 34,35,36 willen ons informeren over de geestelijke lessen die er nog steeds verborgen
zitten in de zg. OORLOGEN VAN DAVID en daarin (les 36) de keus tussen de bergen EBAL en GERIZIM.
De berg der goden van de NEW AGE, de hoge "PRAATPAAL" van de duivel is actueler dan ooit.
Dat David reeds lang werkte aan een "BLAUWDRUK" voor de tempel en de geestelijke schatten die
verborgen liggen in de Psalmen wordt hier in les 37 even aangetipt. (In deel 3 meer hierover).
Dat het (na)geslacht van koning Saul als een aanvankelijk bruisend bergbeekje, eerloos eindigt in
een onvruchtbare woestijn, maar door "David", in Mefiboseth begenadigd wordt, komt in les 38
uitvoerig aan de orde.
Joab lijkt toch een beetje profeet te zijn en weet een leger ten strijde te motiveren. De VELE
KRONEN die hoop geven voor de toekomst, je treft het aan in les 39. In les 40 en 41 wordt getracht
om duidelijk aan te tonen, onder de titel: DAVID EN BATHSÉBA, dat David's overspel, eigenlijk
ONZE ZONDE is, ons GEESTELIJK OVERSPEL, dit wordt uitgebeeld en... dat God via Zijn "POSTBODE" aan
David een "GELUKSTELEGRAM" STUURDE MET DE INHOUD dat de ware JEDIDJA = GELIEFD DOOR DE HERE, er
zou komen...
Een enorme ZONDE/BLUNDER, de zg. VOLKSTELLING drukt ons in les 42 op de harde feiten dat er zonder
verzoening (ZOENGELD) geen vergeving kan bestaan. De zeer indrukwekkende wijze waarop de
verzoening tot stand zal komen op de "DORSVLOER" komt in les 43 aan de orde en de bijlage gaat
hier zeer uitvoerig op in. Dit tweede deel wordt dan afgerond met een uitvoerige bijbelstudie
onder de titel: "HET IS VOLBRACHT". Daarin wordt getracht het grote "BRANDOFFERALTAAR DER AARDE"
en de God die antwoord met vuur, in het ware LICHT te plaatsen.
Tenslotte bieden de vragen bij elke les de mogelijkheid om werkelijk diep te graven in HET WOORD
VAN GOD.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
Niet uit eigen beweging, maar met Gods toestemming en op Zijn aanwijzing, trekt David op
en wordt van "holbewoner" een stedeling. Hebron wordt door God aangewezen als vestigingsplaats en
aldaar wordt hij (alleen) door JUDA tot koning gezalfd oftewel bevestigd. Doordat Saul's
legeroverste Abner, Isboseth, de laatste zoon van Saul, tot nieuwe koning over Israël
aanstelt, blijft de strijd tussen Juda en de rest van het land bestaan. Dit kost vele mensenlevens
(v.30). IN WEZEN GAAT DE STRIJD OM HET WARE KONINGSCHAP.
VANUIT HEBRON BEGINT DE BELOFTE, EN VANAF GOLGOTHA DE VICTORIE.
Dit tweede hoofdstuk begint in vers 1 met HEBRON, als begin of uitgangspunt van het WARE
KONINGSCHAP. Het hoofdstuk eindigt in vers 32 met de merkwaardige woorden: "....EN HET BEGON LICHT
TE WORDEN, TOEN ZIJ IN HEBRON AANKWAMEN." Zij = David's leger(tje). HEBRON betekent: (plaats van
het) VERBOND.
God sloot daar reeds een verbond met Abraham. Gen. 13 v.18 en via Isaäk en Jacob met ons. Een
EEUWIG verbond, duidelijk beschreven in Psalm 105 v.7-11. God zei tegen Abraham: "SLA TOCH UW OGEN
OP... want het gehele land zal voor u zijn en... een nageslacht dat niet te tellen is... en
Abraham bouwde te Hebron een ALTAAR." Zie Gen. 13 v.14-18 en Gen. 35 v.27-29. Hebron, oftewel Gods
verbond, was voor Abraham etc. een RUSTPUNT, een BELOFTE. Het ALTAAR, heenwijzend naar GOLGOTHA,
was voor hen een "ZALIG RUSTOORD".
ABRAHAM, DE HEILIGE LAND-LOPER.
God had tegen Abraham gezegd: "Doorkruis dit land in alle richtingen..." (Gen. 13 v.17) en
zo wandelde Abraham door het hele land, in het geloof het eens helemaal te zullen bezitten. Maar
Lot vestigde zich in de steden van de grote zondaars. Voor dat het de door God bepaalde tijd was
eigende hij zich gebied toe dat GELEEK op DE HOF DES HEREN. Gen. 13 v.10-13. Lot was een soort
asielzoeker die van God nog geen vestigingsvergunning had ontvangen. Zie Gen. 19 v.1-11.
EERST MOETEN DE REUZEN VERSLAGEN ZIJN.
In deel 1 les 5 t/m les 8 lazen we reeds hoe David de reus Goliath versloeg die vanuit het
buitenland (Filistea) het beloofde land weer tracht te heroveren. Toen God met Abraham een verbond
gesloten had woonden daar in Kirjat-Arba volop reuzen, de zg. Enakskinderen. Kirjath-Arba = stad
van Arba. Deze Arba was onder de Enakieten de grootste reus. Joz. 14 v.13-15 en 15 v.13-15.
Abraham woonde zowaar temidden der reuzen en kreeg de belofte van God dat eens dat gehele land
voor zijn nageslacht zou zijn. De 12 verspieders bezochten later ook HEBRON en troffen daar de
reuzen aan. Num. 13 v.22.Tien verkenners berichtten o.a. dat de kinderen van Enak (de reuzen),
onoverwinnelijk zouden zijn. Kaleb, zijn naam betekent HOND = heiden, één van de 12
verspieders, had een belijdenis van overwinning. Zie Num. 13 v.22-33. Déze KALEB zette 45
jaar later dit getuigenis nog eens om in de daad en versloeg de reuzen. Joz. 14 v.10-15. Hij was
van afkomst een KENIZIET, en dus een HEIDEN. Zie Jozua 14 v.6 en Gen. 15 v.19. Maar deze Kaleb
werd een "ERE-JUDEEËR", die het gebied rond HEBRON, temidden van de stam JUDA kreeg
toegewezen. Zie Joz. 14 v.14 en Joz. 15 v.13-15.
De stad Hebron zelf echter werd aan het nageslacht van de HOGEPRIESTER AÄRON TOEGEWEZEN ALS
VRIJSTAD VOOR DE DOODSLAGER. Hebron werd dus een PRIESTERSTAD. Joz. 21 v.9-13.
WAT HEEFT DIT NU MET DAVID TE MAKEN.
We zien een ontwikkeling rond Hebron. Als begin/uitgangspunt wordt DAVID, die slechts in
eigen familiekring door Samuël tot koning gezalfd was, nu in HEBRON door "DE MANNEN VAN JUDA"
over het huis van Juda gezalfd. 2 Sam. 2 v.4.
HET EEUWIG GODSPLAN IN ONTWIKKELING.
Vanuit Gods verbond (Hebron) wordt Gods plan ontwikkeld:
EN DAN NU DE GEESTELIJKE LES UIT DIT ALLES.
Tenslotte trekt David, die tot nu toe als asielzoeker in het door de Filistijnen bezette
gebied vertoefd had, "OMHOOG" om het op het gebergte van Juda gelegen Hebron binnen te trekken....
Zijn koningschap wordt slechts door Juda, zijn eigen stam, erkend. Enkele jaren later ook door
geheel Israël. 2 Sam. 5 v.1-5; Zach. 14 v.14. Als alle stammen hem als koning hebben
geaccepteerd, trekt hij, na ruim 7 jaar, pas op naar JERUZALEM OM HET TE PROCLAMEREN TOT STAD
DAVIDS. 2 Sam. 5 v.6-10.
Vanuit Jeruzalem zal zijn koningschap zich dan uitbreiden over de gehele aarde. (Zie deel 1 les
22). Het grote rijk dat David aan het einde van zijn koningschap beheerste en het rijk van Salomo,
waar vrede heerste, drukken in beeld uit HET KONINGSCHAP VAN DE ZOON VAN DAVID = JEZUS CHRISTUS,
over de gehele aarde.
Vanuit het NIEUWE JERUZALEM, beeld van de gemeente van Jezus Christus, zal heel de aarde vervuld
worden met zijn lof. Zie Ps. 22 v.25-29; Ps. 66 v.1-4; Ps. 149 v.1-9; Jes. 42 v.8-12. Let op:
Hebron= stad van de hogepriester; stad van de door God zelf aangewezen koning, omgeven door de
helden... STOF TOT NADENKEN.
DE (OUDE) PROFETEN KONDIGDEN DIT KONINGSCHAP REEDS AAN.
DE WEG NAAR HET KONINGSCHAP.
We zien met David als voorbeeld, hoe moeizaam deze weg omhoog voert. Als David de mannen
van Jabes in Gilead, in het overjordaanse gebied van Israël zegent en beloont om hun
liefdedaad, dan biedt hij zich aan om óók over hen koning te willen zijn. Jabes ligt
hemelsbreed 120 km. van Hebron in het machtsgebied van Isboseth. 2 Sam. 2 v.4-7.
HET ZEER AANGEVOCHTEN KONINGSCHAP.
In 2 Sam. 2 v.8-32 wordt breed uitgemeten dat David nog niet als koning wordt erkend door
de grote meerderheid. Familiebelangen waren daar kennelijk niet vreemd aan. Abner, de legeroverste
van Saul, was familie (zie 1 Sam. 14 v.50-51) van Isboseth. Abner rukt met zijn leger op naar de
JUDESE grens (Gibeon) om David "de voet" dwars te zetten om koning over GEHEÈL Israël te
worden. Joab, een neef van koning David was zijn legeroverste. Familiebanden speelden over en weer
een (bij)rol. Tweemaal 12 jonge mannen doden elkaar in een kampgevecht door elkaar met het zwaard
in de zijde te steken. 2 Sam. 2 v.14-16. Dit bracht DOOD, TRANEN en géén overwinning.
Deze plaats werd genoemd: CHELKAT-HASSIDIM = veld der lendenen, als een waarschuwend monument, dat
wie tracht om het ware KONINGSCHAP te beletten, uiteindelijk verslagen zal worden. 2 Sam. 2
v.17.
JACOB OP DE HEUP GESLAGEN.
Een nachtelijke worsteling met een engel Gods en een ontwricht heupgewricht deed Jacob
zijn hele leven mank lopen. In Pniël = aangezicht van God, in zijn ONTMOETING met God,
gebeurde er iets IN HET HART van Jacob, voortaan ISRAËL = strijder Gods genoemd. Uiterlijk
liep Jacob mank, maar innerlijk begon hij de "GOEDE WANDEL". Zie 1 Petrus 1 v.5. Hij toonde uit
zijn goede wandel, zijn werken. Jac. 3 v.13. Kort hierna hield hij "GROTE SCHOONMAAK" in zijn hele
huis. Gen. 35 v.1-5.
Na de "GROTE SCHOONMAAK" konden ze God ontmoeten te Bethel = huis van God en God liet zich
ONTMOETEN.... (v.9-15). De uitnodiging was van God zelf uitgegaan. Gen. 35 v.1. Na ons
"PNIËL", gaat de zon (der gerechtigheid) over ons op en kunnen we (weer) wandelen IN HET
LICHT. Gen. 32 v.31; Joh. 12 v. 35-36; 1 Joh. 1 v.5-7.
DE SPEERSTOOT IN JEZUS' ZIJDE.
Het kampgevecht bracht slechts dood, zagen we in 2 Sam. 2 v.14-16. door de 2 x 12
speerstoten in de zijde. De klap op de heup bracht een nieuwe levenswandel bij Jacob.
De speerstoot in Jezus zijde deed de profetieën in vervulling gaan. Niemand ontnam Jezus het
leven. Joh. 10 v.17-18. Het bloed en water uit zijn zijde, was het teken van zijn overwinning over
DE DOOD en het werd het teken van zijn KONINGSCHAP. Joh. 19 v.32-37 en Zach. 12 v.10. De
doorstoken zijde werd het OVERWINNINGSTEKEN. Joh. 20 v.20.
Het zal het BEWIJS zijn dat iedere twijfel en ongeloof als een ochtendnevel voor de opkomende zon
doet verdwijnen. Joh. 20 v.25-29. Zie de bijgevoegde aparte toelichting.
ABNER VERSLAGEN, HET LICHT BEGINT DOOR TE BREKEN. 2 Sam. 2 v.29-32
Het tweede hoofdstuk eindigt aldus: "en HET BEGON LICHT TE WORDEN, toen zij weer in HEBRON
aankwamen" (na de overwinning). Over Jacob werd gezegd: "en DE ZON GING OVER HEM OP, toen hij door
Pniël getrokken was..." Gen. 32 v.31. Maar over de ZOON VAN DAVID = JEZUS CHRISTUS staat
geschreven in Hand. 13 v.33-39 (vert. HET BOEK):
"Wij brengen U het goede nieuws dat de belofte, die God lang geleden aan onze voorouders heeft
gedaan, in onze tijd werkelijkheid is geworden. God heeft die belofte vervuld door Jezus weer
levend te maken. v.32. Dat komt overeen met wat in de tweede Psalm staat: U bent mijn Zoon. Ik heb
U vandaag het leven gegeven. Dat God Hem weer levend heeft gemaakt en Hem nooit meer zal laten
sterven, klopt met wat er in de Boeken staat. Ik zal voor U de geweldige dingen doen die Ik David
heb beloofd. In één van de andere Psalmen staat het weer anders: "GOD, U ZULT HET
LICHAAM VAN UW HEILIGE DIENAAR NIET LATEN VERGAAN." Die woorden hebben géén betrekking
op David. Want nadat die de mensen van zijn tijd volgens de wil van God had gediend, is hij
gestorven. Hij is bij zijn voorouders begraven en zijn lichaam is vergaan. Maar het lichaam van
Jezus, die door God weer levend is gemaakt, is niet vergaan. Broeders, luister. Deze Jezus laat u
weten dat uw zonden kunnen worden vergeven. Ieder die in Hem gelooft, wordt bevrijd van alle
schuld en staat daardoor recht voor God; iets wat men nooit bereikt door zich aan de wet van Mozes
te houden."
Van deze ZOON VAN DAVID = JEZUS CHRISTUS, de ALLERGROOTSTE KONING, jubelt het lied van de
overwinnaars in Openbaring 15 v.3: EN ZIJ ZINGEN HET LIED VAN MOZES, DE KNECHT GODS EN HET LIED
VAN HET LAM, ZEGGENDE: "GROOT EN WONDERBAAR ZIJN UW WERKEN, HERE GOD, ALMACHTIGE, RECHTVAARDIG EN
WAARACHTIG ZIJN UW WEGEN. GIJ KONING DER VOLKEREN."
Bijlage bij les 26.
Toelichting bij de begrippen: LENDENEN, ZIJDE, HEUP.
In de bijbelse tijden hadden de begrippen LENDENEN of ZIJDE of HEUP EEN DIEPERE BETEKENIS.
De Oosterling verbond er gedachten aan die wij als Westerling niet (meer) kennen.
DE LENDENEN waren de plaats van waaruit men zich dacht dat het (nieuwe) leven, het nageslacht,
voortkomt. Dit verklaart Abraham's voorwaarde uit Gen. 24 v.2-3: "LEG TOCH UW HAND ONDER MIJN
HEUP, OPDAT IK U DOE ZWEREN BIJ DE HERE, DE GOD DES HEMELS EN DER AARDE...", d.w.z: ....knecht van
Abraham bedenk dat indien jij je NIET aan je eed houdt, mijn nageslacht je ter verantwoording zal
roepen omtrent deze misdaad. Zie ook Hebr. 7 v.10.
Jeremia krijgt een bevel van God in Jer. 1 v.17: "GIJ DAN GORDT UW LENDENEN (aan), MAAK U OP EN
SPREEK TOT HEN AL WAT IK U GEBIEDEN ZAL, VERSCHRIK NIET VOOR HEN..." Dus, ga aan de arbeid en
aarzel niet, sta op en laat je bij je (geestelijke)wandel door niets of niemand hinderen. Zie ook
Ex. 12 v.11; 1 Kon. 18 v. 46; 2 Kon. 4 v.29; Job 38 v.3.
Daniël zag in een gezicht een engel verschijnen: "...EN ZIE, DAAR ZAG IK EEN MAN IN LINNEN
KLEDEREN GEKLEED EN DE LENDENEN OMGORD MET GOUD VAN UFAZ..." Deze hemelse beelden worden in het
Nieuwe Testament ook gebruikt met een geestelijke betekenis. Paulus zegt in Efeze 6 v.14: "STEL U
DAN OP, UW LENDENEN OMGORD MET DE WAARHEID" etc.
Petrus zegt in 1 Petr. 1 v.13: "OMGORD DUS DE LENDENEN VAN UW VERSTAND" etc. Petrus roept op om na
onze wedergeboorte, een heilige levenswandel te hebben. v.15-17. Zie ook Joh. 19 v.34; Joh. 20
v.20,25,27.
Jesaja zegt in hst. 11 v.5 als hij profeteert over de komende Messias: "GERECHTIGHEID ZAL DE
GORDEL ZIJNER LENDENEN ZIJN en TROUW DE GORDEL ZIJNER HEUPEN" Jesaja voorzegt in hst. 60, in het
bijzonder t.a.v. de gemeente van Jezus Christus= HET NIEUWE JERUZALEM: "HEFT UW OGEN OP EN ZIE
RONDOM, zij allen verzamelen zich, komen tot u, uw zonen komen van verre en uw dochters WORDEN OP
DE HEUP aangedragen (vanuit de geestelijke ballingschap) en zij zullen u noemen: DE STAD DES
HEREN, HET SION VAN DE HEILIGE ISRAËLS.... IK zal u stellen tot een EEUWIGE praal, tot een
vreugde voor geslacht op geslacht." v.15.
Zie verder Jes. 60 v.19-21; Openb. 21 v.4 en 23; Openb. 22 v.5; Jes. 49 geheel, speciaal v.22.
Jeremia zegt in hst 31 v.19: "...IK HEB MIJ OP DE HEUP GESLAGEN..." Dit werd gedaan ten teken van
oprecht, gemeend berouw over zijn zonde(n).
SAMENVATTING:
De woorden: LENDENEN, ZIJDE, HEUP blijken voor de Oosterse mens in de bijbelse tijd een
enorme "EMOTIONELE LADING" te bevatten. Wat eindeloos belangrijker is voor ons NU, is dat deze
begrippen OVERGENOMEN zijn en NU een GEESTELIJKE INHOUD hebben gekregen. Derhalve hebben we de
Oudtestamentische gebeurtenissen rond deze begrippen geplaatst in het kader van het NIEUWE VERBOND
die haar bestaan en bestaansrecht ontleent aan de ZOON VAN DAVID = JEZUS CHRISTUS, DE DOORSTOKEN
KONING VAN HET NIEUWE JERUZALEM.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 26: (2 Sam. 2).
VRAAG 1: Waarom kon HEBRON wel het begin of startpunt zijn van de
verwezenlijking van Gods eeuwige belofte, maar nooit het eindpunt?
VRAAG 2: Toon eens aan dat het verbond met Abraham, en daarna herhaald
bij Isaäk en Jacob, niet alleen een EEUWIG verbond was, maar ook geldt voor de NIET-Joden.
(zie Rom. 9 v.1-8 en Rom. 4 v.8-18.)
VRAAG 3: De aartsvaders bouwden ALTAREN, wat drukten ze daarmee
uit?
VRAAG 4: Abraham en David wachtten geduldig de door God bepaalde tijd
af om iets toe te eigenen, dit in tegenstelling tot Lot. Wat is resp. het verschil in uitkomst bij
het een en het ander?
VRAAG 5: David versloeg een reus, Kaleb versloeg jaren daarvoor ook
reeds reuzen. Wat of wie zijn "DE REUZEN", die WIJ tegen kunnen komen om te verslaan?
VRAAG 6: Hebron werd als "CENTRUM" aangewezen voor het nageslacht van
de HOGEPRIESTER en als (aanvankelijke) woonplaats van KONING David, beiden beelddragers van de
allergrootste KONING EN HOGEPRIESTER=JEZUS CHRISTUS. Hebron werd daarenboven een z.g. VRIJSTAD
voor de doodslager. (Num. 35 v.25-28). Met Kaleb als type, woonden de helden eromheen. Vergelijk
dit eens met 1 Thess. 3 v.13 en Efeze 2 v.19. Zie je hierin een overeenkomst?
VRAAG 7: Abraham verkreeg als zijn eerste bezitting t.g.v. Sara's dood,
een stukje grond in het beloofde land, een veld met bomen en een spelonk. Gen. 23 v.17-20. Wat
verkrijgen wij, als onze OUDE MENS gestorven en begraven is, als bezittingen in ons BELOOFDE
LAND=Het geestelijk Kanaän? Zie Rom. 6 v.1-7: EEN NIEUW LEVEN, VRIJHEID UIT DE SLAVERNIJ DER
ZONDE.
Rom. 6 v.8-14: EEN WANDEL IN HET LICHT, ALS SOLDAAT IN DIENST GEKOMEN IN HET LEGER VAN JEZUS
CHRISTUS. Rom. 6 v.15-23: WE ZIJN VRUCHTDRAGENDE BOMEN GEWORDEN, GEPLANT AAN LEVEND WATER. v.22.,
ONS "GENADE-LOON" IS HET EEUWIGE LEVEN. v.23. Bestudeer zo Rom. 6 eens en geef je mening. Heb jij
deze BEZITTINGEN reeds??
VRAAG 8: Als Paulus in Gal. 4 v.21-27 stelt dat het TEGENWOORDIGE
Jeruzalem (in het huidige Israël gelegen), in slavernij leeft, wát is dan ONZE MOEDER,
HET HEMELSE JERUZALEM? v.26.
VRAAG 9: Het grote rijk dat David en Salomo beheersten, wat moest dat
tot uitdrukking brengen?
VRAAG 10: Kun je beamen dat de bijbel (zie o.a. de aangehaalde teksten)
inderdaad spreekt over het (komende) KONINGSCHAP van Jezus Christus over de gehele aarde?
VRAAG 11: Wie of wat zal Zijn "RUSTPLAATS" zijn? Zie Ps. 48 en Jes. 11
v.10.
VRAAG 12: Wat mag toch wel de oorzaak zijn dat én vroeger én
nu het ware koningschap van Jezus Christus op zoveel verzet stuit?
VRAAG 13: (Zie ook vraag 18) Er zijn slechts enkele teksten in de
bijbel die min of meer spreken over het verheffen door Jezus Christus van Zijn geheiligd volk, tot
een zekere vorm van "koningschap". Geef jouw mening eens over de volgende teksten: Openb. 1 v.6;
Openb. 5 v.10; 1 Petr. 2 v.9.
VRAAG 14: Geef ook je mening eens over Jacob's worsteling met de engel.
Gen. 32 v.22-32.
VRAAG 15: In deze les wordt veel geschreven over ZIJDE, LENDENEN en
HEUP. Denk je dat dit mede verband houdt met de speerstoot in Jezus' zijde? (zie ook de aparte
toelichting).
VRAAG 16: Zie je een verband tussen de volgende drie teksten:
VRAAG 17: Tracht eens een verklaring te geven van Jes. 11 v.5.
VRAAG 18: (zie ook vraag 13) Het PRIESTERSCHAP komt eerst, daarna het
Koningschap. Dat zag je ook in HEBRON. Als je nu Matth. 20 v.20-28 en Luc. 22 v.24-32 gelezen
hebt, wat is dan je conclusie met betrekking tot Luc. 22 v.29-30 en Openb. 5 v.10?
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 3 en 4.
Deze twee hoofdstukken worden als het ware in één zin samengevat, zoals hst. 3
v.1 vermeldt: "En er was een LANGDURIGE strijd tussen het huis van Saul en het huis van David.
David werd gaandeweg sterker en het huis van Saul gaandeweg zwakker." Als geestelijke strijd gaat
deze ontwikkeling tot op heden nog steeds door. David wist zich steeds onbesmet te bewaren van
alle intriges, verzoekingen en bloedwraak.
ENKELE VAN DAVID'S ZONEN... ons ten voorbeeld???
AMNON = betrouwbaar. Hij is de oudste zoon, de kroonprins, bestemd als David's
troonopvolger, die later door een geslepen neef, Jonadab geheten, misleid werd. 2 Sam. 13.v.3-5.
Hij verkrachtte zijn zuster Tamar en werd zelf later door zijn broer Absalom vermoord.
KILEAB = ? In 1 Kron. 3.v.1 DANIËL genoemd. Hij had een wijze, Godvrezende moeder. (zie deel
1, les19) De bijbel vermeldt niets over hem.
ABSALOM = mijn vader is vrede. Zijn moeder was een Aramese prinses. Absalom's grootvader was
koning van Gesur, een Aramese staat. Absalom had kennelijk maar één doel voor ogen, nl.
zelf zo snel mogelijk koning worden.
N.B.: Gesur, in het overjordaanse gebied was aan Israël toegewezen, maar men had nagelaten om o.a. dat gebied te veroveren. Zie Jozua 13 v.8-13. Ten tijde van David blijkt dat o.a. uit de dochter van de koning van Gesur, die één van David's vrouwen werd.
PRIESTERS HONORIS CAUSA.
Bezien we drie van deze oudste zonen van David dan lezen we in 2 Sam. 8 v.18: "…EN
DE ZONEN VAN DAVID WAREN PRIESTERS." 1 Kron. 18 v.17 stelt: "...EN DE ZONEN VAN DAVID WAREN DE
VOORNAAMSTEN DIE DE KONING TER ZIJDE STONDEN." Normaliter kwamen de priesters uitsluitend uit de
stam Levi.
De zonen van David zullen geen specifieke priestertaken of werkzaamheden verricht hebben, de
bijbel vermeldt het althans niet, maar ze waren PRIESTERS-HONORIS-CAUSA, d.w.z. ze droegen deze
ERETITEL, als een ereblijk. Ze waren van KONINKLIJKE BLOEDE.
....EN HEEFT ONS GEMAAKT TOT EEN KONINKRIJK EN PRIESTERS VOOR GOD.... Openb.
1 v.6.
Met deze eretitel waren ze reeds een heenwijzing naar resp. de zoon van David = Jezus
Christus, waarvan de bijbel getuigt in Hebr. 7: "Wij weten allemaal dat Christus NIET bij de
priesterstam LEVI hoort, maar bij de stam van Juda... het is dus duidelijk dat God een andere weg
is ingeslagen." Hebr. 7 v.13-15.
Het oude systeem waarin men priester werd omdat men tot een bepaalde stam behoorde is later, in
het nieuwe verbond, opgeheven omdat het niet werkte. v.18.
Openb. 1 v.6: "....en ons gemaakt heeft tot koningen (tot een koninkrijk) en priesters voor God,
zijn Vader, Hem zij de eer en de kracht van eeuwigheid tot eeuwigheid, amen."
Openb. 20 v.6b: "Zij zullen priesters van God en Christus worden en al die 1000 jaar samen met
Christus regeren." In de volgende hoofdstukken zullen we zien dat enkele zonen meer proleet dan
profeet waren.
PROLEET OF PROFEET.
Een proleet is een min persoon, uit een onbeschaafd milieu of van grove levensopvatting.
Een profeet is een door God verlicht, heilig man, een Godsgezant.
We zullen vooral zien dat, in plaats daarvan, ze de koning (David) als PRIESTERS HONORIS CAUSA TER
ZIJDE STONDEN, maar zijn koninkrijk meer aan het wankelen brachten... en zelfs wilden veroveren,
zoals Absalom en Adonia.
De gevaren binnen de paleismuren waren veel groter en gevaarlijker dan de gevaren van buitenaf
zoals het b.v. beschreven is in deel 1 over Saul die David vervolgde. EN HOE IS HET HEDEN???
ABNER - JOAB - DAVID.
In 2 Sam. 3 v.6-21 nemen we een kijkje in het hart van Abner. Hij was zeker een dapper
veldheer, maar vooral een opportunist = iemand die zijn houding en mening door de wisselende
omstandigheden laat bepalen. Na de dood van Saul en Jonathan zou hij David als de door God
verkozen, gezalfde koning hebben moeten erkennen, maar hij streed nog ongeveer zeven jaar TEGEN
David.
Abner wist (v.9) dat David tot koning over GEHEEL Israël onder ede, door God was verkoren van
Dan tot Berseba = van Noord tot Zuid.
Abner wist (v.17-18) dat door de macht van David, zijn volk verlost zou worden uit de macht der
Filistijnen en van AL zijn vijanden.
Abner zei: "Ik heb u (Isboseth, door mijzelf als koning geïnstalleerd), NIET IN DAVID'S
HANDEN LATEN VALLEN." (v.8).
Abner meende: dat hij de aangewezen man was om het koningschap van het huis van Saul te ontnemen
en de troon van David op te richten over ISRAËL én Juda. (v.10). Een woedende man, die
zich door volkomen ongezeglijkheid opstelde tegen zijn "EIGEN GEMAAKTE" koning, meende dat hij in
staat was de troon van David op te richten. Welk een menselijke dwaasheid en onbijbelse
overmoed.Als we b.v. lezen in 2 Sam. 7.v.4-17 dan wordt het duidelijk dat alles GODS WERK is.
HET KONINKRIJK GODS IS BINNEN IN U.
Het aardse, natuurlijke koningschap van David is een VOORAFSCHADUWING van het koninkrijk
Gods uit het nieuwe verbond. Luc. 17 v.20-21 leert ons dat de realisatie van dit koninkrijk Gods
niet te berekenen of te manipuleren is, dit geestelijk koninkrijk is OVER ons gekomen, Matth. 12
v.28, of BIJ ons of nog duidelijker, IN ONS. Luc. 17 v.21: "WANT ZIET HET Koninkrijk Gods IS
BINNEN IN ULIEDEN =inwendig in U of binnen in U.
Paulus zou later nog aanvullen met: "HET Koninkrijk Gods BESTAAT NIET IN WOORDEN, MAAR IN KRACHT."
1 Cor. 4 v.20. Het KONINKRIJK GODS is door Jezus Christus gekomen met kracht, de opstandingskracht
door de Heilige Geest, dus... GODDELIJKE KRACHT. Marc. 9 v.1, 8, 31.
DE BRUIDSPRIJS EN DE AFREKENING.
David eiste zijn eerste vrouw weer op die hem ontroofd was, nl. Michal, de dochter van
Saul, want hij had de dubbele prijs betaald nl. 200 levens van Filistijnen. De vraagprijs van Saul
was 100. 1 Sam. 18 v.25-27.
DE BRUIDSPRIJS VAN JEZUS CHRISTUS.
We zien het verkrijgen van de vrouw van het LAM in de bijbel steeds gepaard gaan met EEN
PRIJS alsmede een AFREKENING met de vijand die de VROUW = DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS wil(de)
roven. Zie bv. Openb. 19 v.2 en 6-10 en dan volgt tevens de afrekening in v.11-16. MAAR... DAT IS
BESLIST NIET DE "BRUIDSPRIJS". Het volkomen openbaar worden van het lichaam van Christus = de
gemeente van Jezus Christus = het Nieuwe Jeruzalem in al haar volmaakte schittering en
heerlijkheid als van blinkend en smetteloos fijn linnen, als de eerste (nare) dingen nagenoeg
voorbijgegaan zijn, loopt ongeveer parallel met de eindafrekening met haar vijanden, die "DE
VROUW" wilde (be)roven. Zie Openb. 21 v.1-8 en dan volgt in v.9: "EN ER KWAM ÉÉN van de
zeven engelen met zeven schalen die vol waren van de LAATSTE zeven plagen en hij sprak met mij
(=Johannes op Patmos) zeggende: KOM HIER, IK ZAL U TONEN DE BRUID, DE VROUW DES LAMS."
AFREKENING OF... BRUIDSPRIJS.
Deze afrekening met de vijand(en) moet duidelijk onderscheiden worden van de zg.
"BRUIDSPRIJS". Bij de 5 hieronder te noemen voorbeelden zien we steeds een afrekening of een
dreigende waarschuwing. Zo min men voorheen de vrouw of dochter van aartsvaders of de (aspirant)
koning kon wegroven, zomin kan NU en MORGEN "DE VROUW DES LAMS" = de gemeente van Jezus Christus
worden geroofd zonder de meest ernstige gevolgen voor de dader(s). De gemeente (de vrouw), vindt
echter ontkoming, zo zullen we zien. Hier volgen de vijf klassieke voorbeelden uit het Oude
Testament van vrouwenroof.
OOK U BEROOFDE JEZUS CHRISTUS VAN ZIJN VROUW....
EFEZE 2 v.1-10.
We zagen dat het weer terug krijgen van de wettige vrouw (of dochter), dus altijd gepaard ging met
een (zeer) hoge prijs, nl. de levens van de overtreder(s). Wat de zoon van David betreft, nl.
Jezus Christus waren wij in Gods ogen ALLEN, zonder één uitzondering, de grote
overtreders, degenen die God beroofden van "ZIJN VROUW" = Zijn lichaam = Zijn gemeente. De bijbel
zegt hierover in Rom. 3 v.23: "WANT ALLEN HEBBEN GEZONDIGD EN ZIJN BEROOFD VAN DE HEERLIJKHEID
GODS." vert. Petr. Can. Zie ook Mal. 3 v.8. (v.1-12.) Rom. 5 v.12-16 en 1 Joh. 1 v.8-10.
David zag voor zijn geestesoog steeds "ZIJN ZOON" voor zich die hem (en de hele wereld) van de
doodstraf zou kunnen verlossen. Hand. 2 v.22-36. Want David als profeet zegt van Hem: "IK ZAG DE
HERE TE ALLEN TIJDE VOOR MIJ, WANT HIJ IS AAN MIJN RECHTERHAND.." (v.25). David zag een heerlijke
toekomst (v.31) omdat Jezus Christus met het offeren van ZIJN LEVEN "DE BRUIDSPRIJS" betaalde, die
WIJ niet konden betalen. Zo verkreeg Jezus Christus "ZIJN VROUW", Zijn gemeente, en rekende af met
de vijand. (v.35). Jezus Christus heeft voor IEDER die in Zijn plaatsvervangend offer gelooft, de
dood gesmaakt voor ALLEN. Hebr. 2 v.9.
Een oud Christelijk kerklied zegt het heel mooi: "OM HAAR ALS BRUID TE WERVEN, KWAM HIJ TEN
HEMEL AF. HIJ WAS 't DIE DOOR ZIJN STERVEN AAN HAAR HET LEVEN GAF."
En deze nieuwe weg van DE ZOON VAN DAVID stelt ons in staat om tezamen met HET LAM, het
BRUILOFTSFEEST te vieren. DE "BRUIDSPRIJS" is immers betaald op GOLGOTHA overeenkomstig Col. 2
v.11-15.
BENT U AL GEREED....
Openb. 19 v.6-10: "LATEN WIJ BLIJDE ZIJN EN VREUGDE BEDRIJVEN EN HEM DE EER GEVEN WANT DE
BRUILOFT DES LAMS IS GEKOMEN EN ZIJN VROUW HEEFT ZICH GEREED GEMAAKT...." Het zijn hier nog de
wijze maagden maar ze zullen ZIJN VROUW worden. Matth. 25 v.8-10. Over de rest van 2 Sam. 3 v.22
tot hst. 4 v.12 kunnen we kort zijn. David was zeer verbolgen op z'n legeroverste Joab die op een
laaghartige wijze Abner vermoordde. (v.27). Abner had zich in de oorlog (2 Sam. 2 v.18-24) uit
lijfsbehoud verdedigd. Op hem rustte geen bloedschuld.
Op Joab rustte wel bloedschuld, waardoor deze een vloek over zich heen haalde. (v.28-29). David
noemde Abner een groot vorst, een groot man. (v.38). Zijn eigen legeroverste Joab en zijn broer
Abisaï noemde David HARDE MANNEN en BOOSWICHTEN (v .34 en 39). Zie ook 1 Sam. 26 v.9-10 en
deel 1 les 20.
Joab zou later hoogverraad plegen en door Salomo zijn loon innen. 1 Kon. 1 v.7 en 41 en 1 Kon. 2
v.5-6 en 28-35. In 2 Sam. 4 zien we tenslotte nog eens de zeer diepe afkeer die David had van
mannen van geweld, die op een laaghartige wijze bloedschuld op zich laden. David wil niet op een
onwettige wijze het koningschap verwerven. (v.9-11).
MET CHRISTUS STERVEN EN MET CHRISTUS LEVEN.
Als samenvatting van het bovenstaande kan gesteld worden dat wie tot de VROUW VAN HET LAM
wil behoren, eerst zal moeten "STERVEN". Zoals de teruggave, beter gezegd het terug veroveren van
Sara(2x), Dina, Rebekka en Michal steeds gepaard ging met de dood van de daders of een zeer
ernstige waarschuwing ontvingen voor de gevolgen etc. zó kunnen wij pas tot de vrouw van HET
LAM gaan behoren na onze "DOOD". Na onze "OPSTANDING" ligt voor ons gereed ons BRUILOFTSKLEED ook
wel genoemd HET BESTE KLEED in Luc. 15 v.22 of WITTE KLEDEREN in Openb. 3 v.4-5 of WIT EN
SMETTELOOS FIJN LINNEN IN Openb. 19 v.8 en 14.
"WANT GIJ ZIJT GESTORVEN EN UW LEVEN IS MET CHRISTUS VERBORGEN IN GOD." Kol. 3 v.3 en "DIT IS EEN
GETROUW WOORD: WANT INDIEN WIJ MET HEM GESTORVEN ZIJN, ZO ZULLEN WIJ OOK MET HEM LEVEN." 2 Tim. 2
v.11. "OF WEET GIJ NIET, DAT WIJ ALLEN, DIE IN CHRISTUS JEZUS GEDOOPT ZIJN IN ZIJN DOOD GEDOOPT
ZIJN? WIJ ZIJN DAN MET HEM BEGRAVEN DOOR DE DOOP IN DE DOOD, OPDAT, GELIJK CHRISTUS UIT DE DODEN
OPGEWEKT IS DOOR DE MAJESTEIT DES VADERS, ZO OOK WIJ IN NIEUWHEID DES LEVENS ZOUDEN WANDELEN."
Rom. 6 v.3-4 en Rom. 6 v.1-14. Wandel jij al in het bruiloftskleed rond op weg naar de
bruiloftszaal??
N.B. Wie niet gestorven is aan zijn oude mens der zonde, is gelijk aan hen die zonder bruiloftskleed binnensluipen in de feestzaal. Hoe het met dezulken afloopt vertelt ons de geschiedenis in de gelijkenis van Matth. 22 v.1-14.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 27: (2 Sam. 3 en 4).
Vraag 1: Wat zijn je eerste indrukken, wanneer je leest over de
(oudste) zonen van David en die dan óók nog de status krijgen van "PRIESTERS HONORIS
CAUSA" en"HELPERS VAN DE KONING"?
Vraag 2: Denk je dat onze God en Vader ook jou tot koning en priester
zou willen en kunnen maken? Wat is daarvoor nodig van onze kant?
Vraag 3: Hoe is het heden met de gevaren, acht je de gevaren van
"binnenuit" (kerk, gemeente) groter dan van "buitenaf", of is ten allen tijde volle waakzaamheid
geboden?
Vraag 4: Kun je het eens zijn met de visie over de figuur Abner?
Vraag 5: Zie je enkele overeenkomsten tussen het Koninkrijk van God en
het koningschap van David?
Vraag 6: Omschrijf eens wat de "BRUIDSPRIJS" eigenlijk inhoudt.
Vraag 7: Vertel wat het verschil is tussen bruidsprijs en
afrekening.
Vraag 8: Ben je het eens met David's mening omtrent Joab? Bedenk
daarbij dat Joab vele jaren "DE OORLOGEN DES HEREN" met groot succes heeft gevoerd.
Vraag 9: Op welke voorwaarden kunnen we tot de "VROUW DES LAMS"
behoren?
Vraag 10: Welke twee soorten "mantels" kunnen door de mens gedragen
worden? Zie Zach. 3 v.1-10 en Openb. 3 v.18.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Sam. 5 v.1-5; 1 Kron. 11.
Na zeven jaren van aarzeling komen uiteindelijk de oudsten van Israël tot David in
Hebron om hem als hun koning te erkennen. David vond nu de tijd gekomen om Jeruzalem op de
Jebusieten te veroveren. Na de inname noemde hij haar STAD DAVIDS. De grootheid van David nam
steeds meer toe. We zien enerzijds de koning van Tyrus, nl. Hiram = mijn broeder is hoog, een
paleis voor David bouwen en anderzijds zien we weer dat de Filistijnen een paar oorlogen voerden
toen ze vernamen dat David tot koning over HEEL ISRAËL gezalfd was (v.17). David blijkt
steeds de Here te raadplegen en de Here bracht de overwinning(en).
EINDELIJK OP DE TROON....
Als zijnde van onbetekenend belang, laat de Kroniekenschrijver, dát wat allemaal in 2
Sam. 1 t/m 4 beschreven staat, onvermeld. Voor het nageslacht moest het onomstotelijk vast gelegd
worden dat:
a. HET GERICHT OVER HET HUIS VAN SAUL WAS VOLTROKKEN EN AAN ZIJN DYNASTIE WAS EEN RADICAAL EINDE
GEKOMEN. ISBOSETH TELT NIET (meer) MEE. 1 Kron. 10 v.7 en 13-14.
b. MET HET SNEUVELEN VAN SAUL, WAS DAVID DE LEGITIEME OPVOLGER EN KONING. 1 Kron. 11 v.1-3.
De zalving van David was geen "INTERNE FAMILIE AANGELEGENHEID" gebleven, want de Geest des Heren had David aangegrepen. 1 Sam. 16 v.13. David was kennelijk reeds eerder door God aangewezen als HERDER en VORST over Israël om het te WEIDEN. De zalving van David door God via Samuël, werd door de oudsten van Israël (h)erkend als WAAR, BETROUWBAAR en als ALLES OVERHEERSEND BESCHOUWD.
DE HEERLIJKE PARALLEL.
Het hierboven behandelde kan zeker als voorbeeld gezien worden van de hier volgende Nieuw
Testamentische feiten, t.w.:
De "koning" die we zelf op de troon van ons onbekeerde hart plaats hadden laten nemen, werd door
God niet geaccepteerd en... dus verworpen. 1 Sam. 8 v.5-9. En Luc. 19 v.14:
"MAAR MIJ HEBBEN ZIJ VERWORPEN, DAT IK GEEN KONING OVER HEN ZOU ZIJN." We zetten nog liever een
"ISBOSETH" op de troon, want zijn naam betekent: MAN VAN SCHANDE. We proberen de feiten nog wel
wat op te poetsen, want zijn eigenlijke naam luidde: Esbaäl = man van de heer (=BAÄL).
Zie 1 Kron. 8 v.33.
Maar... God verwierp onze eigen gekozen (af)goden, die we als een koning dienden. Hand. 13
v.21-24.
"EN NADAT GOD DEZEN (Saul, Isboseth etc.) VERWORPEN HAD, VERWEKTE HIJ HUN DAVID ALS KONING...."
v.22. Zoals David door God werd aangewezen en bevestigd als koning, zó werd ook Jezus
Christus door God de Vader aangewezen als zijnde de (komende) KONING die vol is van de Heilige
Geest en die de Zoon van God was en is. Matth. 3 v.16-17; Joh. 1 v.29-34; Hand. 1 v.5-8.
HERDER EN VORST ---- HERDERSVORST.
Zoals David eerst herder en later vorst was, beleed geheel Israël: "...EN DE HERE, UW
GOD, SPRAK TOT U: GIJ ZULT MIJN VOLK ISRAËL WEIDEN EN VORST ZIJN OVER MIJN VOLK ISRAËL."
1 Kron. 11 v.3. Zo ook de ZOON VAN DAVID = Jezus Christus.... David bad het als profeet in Psalm
28 v.9: "VERLOS DAN UW VOLK EN ZEGEN UW ERFDEEL, WEIDT HEN EN DRAAG HEN TOT IN EEUWIGHEID...." Zie
ook Psalm 95 v.6-7 en Micha 5 v.1-3; Matth. 2 v.6; Openb. 7 v.17.
Jezus Christus, de Zoon van David, was en is DE GOEDE HERDER, temidden van vele wolven en
huurlingen. Joh. 10 v.9-15. Wij hebben ons bekeerd tot de grote HERDER en HOEDER van onze zielen
en belijden met de apostel Thomas: "MIJN HERE EN MIJN GOD..." Joh. 20 v.28. Het is deze Here en
God die Zichzelf aan ons bekend maakte als de ALPHA en de OMEGA, die is en die was en die komt, de
ALMACHTIGE, de EERSTE en de LAATSTE en de LEVENDE, die dood geweest is en levend is tot in alle
eeuwigheden, die de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft. Openb. 1 v.8 en 17-19; Hebr. 13
v.20; 1 Petr. 2 v.25.
VAN GODDELIJKE KOMAF.
Net als David, toen hij koning werd over geheel Israël, was óók Jezus
Christus 30 jaar toen Hij optrad, nadat Hij door de Vader als de geliefde zoon was aangewezen
vanuit een geopende hemel om zich te presenteren als KONING. Luc. 3 v.21-23. Pilatus vroeg of
Jezus de Koning der Joden was. Jezus antwoordde bevestigend. Matth. 27 v.11 en Joh. 18
v.33-37.
Johannes beschreef Jezus Christus als de Zoon van God en de Koning van Israël waarnaar de
engelen een "PENDELDIENST" onderhielden, aarde-hemel, vice versa... Joh. 1 v.50-52.
En wij bezingen Hem nu in onze liederen als de KONING-KNECHT:
"HIJ KWAM BIJ ONS HEEL GEWOON, DE ZOON VAN GOD ALS MENSENZOON.
HIJ DIENDE ONS ALS EEN KNECHT EN HEEFT ZIJN LEVEN AFGELEGD.
ZIE ONZE GOD, DE KONING KNECHT, HIJ HEEFT ZIJN LEVEN AFGELEGD.
ZIJN VOORBEELD ROEPT OM TE DIENEN IEDERE DAG, GEDRAGEN DOOR ZIJN LIEFD' EN KRACHT." Opwekking
268.
WANNEER WERD JEZUS CHRISTUS NU EIGENLIJK KONING?
Van David kunnen we met de bijbelse informatie in de hand vrij nauwkeurig bepalen wanneer
hij koning werd, resp. over Juda, alsmede over de rest van Israël. Van Jezus Christus kunnen
we het iets anders stellen.
De Koning der Joden, die de wijzen uit het Oosten zochten, was de IMMANUËL = GOD MET ONS, de
Leidsman, de Heerser of Vorst die Gods volk weiden zal als een HERDERSVORST. Matth. 1 v.23 en 2
v.2-6 en 11. Lucas beschrijft het onweersprekelijk als hij zegt bij de geboorteaankondiging: "DEZE
JEZUS ZAL GROOT ZIJN EN ZOON DES ALLERHOOGSTEN GENOEMD WORDEN EN DE HERE GOD ZAL HEM DE TROON VAN
ZIJN VADER DAVID GEVEN EN HIJ ZAL ALS KONING OVER HET HUIS VAN JACOB HEERSEN TOT IN EEUWIGHEID EN
ZIJN KONINGSCHAP ZAL GEEN EINDE NEMEN." Wie voor deze KONING neerknielt, voor hem of haar zal Hij
hun Koning zijn. Luc. 1 v.32-33.
WIE ZAL U WEIDEN, HET LAM OF DE DOOD?
Er zijn dus t.a.v. het Koningschap van Jezus Christus twee wegen= twee mogelijkheden.
Jezus is Koning en blijft Koning, zie Luc. 1, maar het Koningschap gaat voor de mens "IN WERKING"
op het moment dat hij of zij neerknielt aan de voet van het kruis en het uitroept: "O, GOD, WEES
MIJ ZONDAAR GENADIG." In dit gereinigde hart begint het Koninkrijk Gods onder de leiding van
koning Jezus gestalte aan te nemen, het is dan OVER ons gekomen. Jezus is dan de Herder die ons
weidt (Ps. 23), ja de KONING aan wie we ons naar geest, ziel en lichaam onderworpen hebben =
overgeleverd hebben.
DE ANDERE WEG IS KORT EN DUIDELIJK DEZE:
De "herder" die de zondaar leidt en weidt is DE DOOD. Met Jezus als KONING wordt men nog eenmaal
geconfronteerd en wel als RECHTER, zittende op de troon Zijner heerlijkheid. Zie Ps. 49 v.14-16 en
Matth. 25 v.31-41 en Matth. 7 v.23.
DE "EERSTE" DAAD VAN DAVID ALS KONING OVER GEHEEL ISRAËL.
Alhoewel het overgrote deel van het beloofde land ten tijde van David in de handen der
Israëlieten was gevallen, bleven er hier en daar nog "eilandjes" van heidenen over binnen hun
gebied. Denk bv. aan de Kanaänitische koning Jabin (Richt. 4). Ook Jeruzalem was zo'n
heidense enclave waar de Jebusieten nog woonden. Er zijn diverse redenen aan te voeren om
Jeruzalem NIET tot een hoofdstad uit te roepen, maar Jeruzalem was Gods keuze. "JERUZALEM, DE
STAD DIE DE HERE UIT ALLE STAMMEN ISRAËLS VERKOREN HAD OM ZIJN NAAM ALDAAR TE VESTIGEN." 1
Kon. 14 v.21.
Ik geloof dat het uitgangspunt moet zijn: God bepaalt de plaats waar Jezus Christus gekruisigd zou
worden. Direct daarmee verbonden was Gethsémane = Olijvenpers. Het was eveneens de plaats
waar Abraham zijn zoon Isaäk moest "offeren" nl. op de berg Moria, overeenkomend met de berg
Sion en de plaats waar Salomo zijn prachtige tempel bouwde. Moria = de Here zal (er in)
voorzien.
BOUW NOOIT OP DE VERKEERDE BERG.
"TOEN BEGON SALOMO MET DE BOUW VAN DE TEMPEL TE JERUZALEM OP DE BERG MORIA, WAAR DE HERE
AAN ZIJN VADER DAVID VERSCHENEN WAS, OP DE PLAATS DIE DAVID DAARVOOR HAD BESTEMD, OP DE DORSVLOER
VAN DE JEBUSIET ORNAN." 2 Kron. 3 v.1 en 1 Kron. 21 v.15-30.
Om mee te werken aan Gods eeuwige verlossingsplan, betekende voor David, direct nadat hij koning
over HEEL Israël was geworden, om Jeruzalem te veroveren, eigenlijk te heroveren. Zie Richt.
1 v.8. David nam als koning Jeruzalem in, maar zijn bediening als PROFEET speelde hierin mee.
JERUZALEM, 1140 meter boven de Dode zee gelegen en hoger gelegen dan vrijwel elke belangrijke
historische hoofdstad, wordt bezongen door de Korachieten: "GROOT IS DE HERE EN HOOG TE LOVEN IN
DE STAD VAN ONZE GOD, ZIJN HEILIGE BERG. SCHOON DOOR ZIJN VERHEVENHEID, EEN VREUGDE VOOR DE GANSE
AARDE IS DE BERG SION, VER IN HET NOORDEN, DE STAD VAN DE GROTE KONING." Ps. 48 v.2-3.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 28: (2 Sam. 5 v.6-16).
Vraag 1: In de ogen van de Kroniekenschrijver is het vermelde in 2
Sam. 1 t/m 4 kennelijk niet zo van historisch belang. Wat zou deze schrijver WEL van
doorslaggevend belang achten?
Vraag 2: Waarmede zou je koning Isboseth, die onwettig op de troon werd
geplaatst, kunnen vergelijken?
Vraag 3: Noem eens een paar punten van overeenkomst tussen David en
Jezus Christus.
Vraag 4: Werd Jezus door de Hemelse Vader aan de mensheid
"GEPRESENTEERD" als een kindeke klein.. of een hulpeloos baby'tje of.... (vul maar in...)?
Vraag 5: Op welk "moment" of op welke voorwaarde wordt Jezus Christus
onze KONING?
Vraag 6: Door welke twee herders kunnen we geweid worden?
Vraag 7: Geef je mening eens over Psalm 49 v.14-21.
Vraag 8: Noem eens enkele doorslaggevende redenen om Jeruzalem tot
hoofdstad te kiezen.
Vraag 9: Wat had de dorsvloer van Ornan met de tempel te maken?
Vraag 10: Is de natuurlijke hoogte van Jeruzalem van enig geestelijk
belang of is het "slechts" een beeld? Zo ja, welke?
(2 Sam. 5 v.6-16.)
Jeruzalem was volgens Richt. 1 v.8 al eens eerder door de Judeeërs ingenomen, de inwoners met
het zwaard gedood en de stad verbrand. Indien we echter niet radicaal te werk gaan en alert
blijven, geven we de vijand gelegenheid zich opnieuw in te nestelen. We zien dan gebeuren dat ze
de volgende belegeraar (David), durft uit te dagen, te honen en te bespotten in de stellige
verwachting dat David nooit in hun burcht zal kunnen komen. Joab was degene die, na David's
aanwijzing en dringend verzoek, via de geheime watergang binnendrong en de Jebusieten de eerste
slag toebracht. Daarom werd hij tot opperbevelhebber benoemd.
VAN LAMMEN EN BLINDEN HEEFT DAVID EEN HARTGRONDIGE AFKEER.
Dit is een uitspraak die veel misvattingen zou kunnen oproepen. We zetten enkele zaken op
een rijtje en trekken daaruit onze konklusies, t.w: - De Jebusieten die zich reeds vele jaren
temidden van Israël hadden kunnen handhaven, kennelijk zonder enige moeite, kenden de
terminologie (het woordgebruik) van Israël, zoals heden de z.g. naamchristenen en moderne
heidenen die met een Christelijk sausje, als smaakmaker, overgoten zijn, zo ook toen. De
uitdaging: DAVID, JIJ KOMT HIER NIET BINNEN, MAAR DE BLINDEN EN LAMMEN ZULLEN JE TERUGDRIJVEN,
ANDERS GEZEGD, ZELFS ONZE ZWAKSTEN EN INVALIDEN ZULLEN NOG INSTAAT ZIJN JE TEGEN TE HOUDEN, IS TEN
DIEPSTE EEN DEMONISCH GEINSPIREERDE LASTERTAAL EN EEN BITTERE BESPOTTING .....
WIE OF WAT ZIJN DE LAMMEN EN BLINDEN.
In Lev. 21 v.18-24 worden twaalf natuurlijke lichaamsgebreken genoemd en een BLINDE en een
VERLAMDE staan steeds "model" voor hen die op Gods bevel niet als priester (of leviet) dienst
mochten doen in het heiligdom. Deze twee lichaamsgebreken staan echter weer model voor een
GEESTELIJKE zaak, want de mens met deze natuurlijke lichaamsgebreken vielen onder Gods
beschermende voorschriften. Zie bv. Deut. 27 v.18. Dat het over GEESTELIJKE ZAKEN gaat wordt
duidelijk bij het lezen van bv. Jes. 29 v.9-14 en 17-24; Jer. 31 v.1-12. Let op v.8: "KOMT LAAT
ONS OPGAAN NAAR SION, TOT DE HERE, ONZE GOD... ONDER HEN BLINDEN EN LAMMEN...ZO KOMEN ZIJ JUBELEND
OP DE HOOGTEN VAN SION, EN STROMEN TOE NAAR HET GOEDE DES HEREN..."(v.12.)
DE BARMHARTIGHEID VAN DAVID.
Dat David en de Zoon van David (Jezus Christus) zeer begaan waren met lammen, blinden etc.
moge blijken uit 2 Sam. 9 v.1-7; Matth. 11 v.5 en Matth. 15 v.30-31 en 21 v.14+15; Luc. 14
v.13+21. Blindheid is bovenal een geestelijk beeld. In 2 Cor. 4 v.4 leren we dat de god dezer
eeuw, de duivel dus, de mensen met blindheid heeft geslagen, maar dat Jezus Christus gekomen is om
"verlamden" op te richten en "blinden" de ogen te openen. (Jes. 42 v.5-7). Jezus Christus biedt
ons OGENZALF om onze geestelijke blindheid te genezen alsmede onze geestelijke lauwheid, zodat we
de geestelijke strijd weer oppakken door nauwkeurig naar HEM te luisteren via Gods woord(en) en de
Heilige Geest. Openb. 3 v.17-22; Ps. 25 v.2+7 berijmd: "Heer, ai maak mij Uwe wegen door Uw woord
en Geest bekend; leer mij, hoe die zijn gelegen en waarheen G'uw treden wendt: leid mij in Uw
waarheid, leer ijv'rig mij Uw wet betrachten, want Gij zijt mijn hei1, O Heer 'k blijf U al den
dag verwachten."
DAVID WIST TE LUISTEREN NAAR DE STEM VAN GOD.
Wat David tegen zijn manschappen beleed luidt in de Leidse vertaling aldus. (v.8): "DAVID
ZEI TE DIEN DAGE: AL WIE DE JEBUSIETEN SLAAT, GRIJPE DE KREUPELEN EN DE BLINDEN DIE DAVID'S LEVEN
VIJANDIG ZIJN, BIJ DE KEEL. DAAROM ZEGT MEN: GEEN BLINDE OF KREUPELE MAG IN DE TEMPEL KOMEN."
Die vertalingen die zeggen: BLINDEN EN LAMMEN MOGEN NIET BINNENKOMEN, zijn niet volledig, want er
staat letterlijk: MOGEN NIET KOMEN IN HET HUIS (des Heren). De Vertaling Petr. Canisius vertaalt
v.8b:...WANT DAVID HAAT DIE BLINDEN EN KREUPELEN (de Jebusieten). Men wist, na David's
aanwijzingen in de geheime leiding/tunnel oftewel WATERGANG te komen, die van de GIHONBRON, even
buiten de stadsmuur, naar de hoogte van Sion voerde. Het was een profetische aanwijzing van David.
In Ps. 42 v.8 staat:"BIJ HET GEBRUIS VAN UW STROMEN" en dat is hetzelfde woord als hier met
watergang of WATERLEIDING wordt vertaald. God zelf had deze plaats aangewezen om Zijn Naam er te
vestigen, (1 Kon. 14 v.21) en Zijn Huis, de tempel aldaar te bouwen op de berg Moria. (Denk aan
Abraham's "offer")
DE ONZICHTBARE BRON.
Altijd, ook ten tijde van benauwdheid en belegering was daar die permanente (voor de
vijand onzichtbare) WATERSTROOM die altijd bereikbaar was. De watervoorziening was verzekerd. Een
geestelijke parallel ligt voor de hand, zoals bv. de heimwee naar God in Ps.42 het uitdrukt in
vers l berijmd: 't HIJGEND HERT, DER JACHT ONTKOMEN, SCHREEUWT NIET STERKER NAAR 't GENOT VAN DE
FRISSE WATERSTROMEN, DAN MIJN ZIEL VERLANGT NAAR GOD. JA MIJN ZIEL DORST NAAR DEN HEER, GOD DES
LEVENS, ACH, WANNEER ZAL IK NAAD'REN VOOR UW OGEN, IN UW HUIS UW NAAM VERHOGEN."
GOD GAAT IN ALLES VOORZIEN.
Het was het diepe verlangen van David om in Jeruzalem niet slechts zijn paleis maar vooral
ook de tempel, het Huis des Heren te bouwen. Als Israëliet en als profeet wist David van
Abraham, Isaäk en de berg Moria = de Here zal (er in) voorzien. Over HET LAM, de Zoon van
David, schrijft Openb. 7 v.17: "WANT HET LAM, DAT IN HET MIDDEN VAN DE TROON IS, ZAL HEN WEIDEN EN
HEN VOEREN NAAR WATERBRONNEN DES LEVENS, EN GOD ZAL ALLE TRANEN VAN HUN OGEN AFWISSEN." Zie ook
Jer. 31 v.7-9; Ezech. 47 v 1-12; Openb. 21 v.6; Openb. 22 v.1+2+17; Joel 3 v.18.
INDIEN IEMAND DORST HEEFT.....
De Kroniekenschrijver belicht enkele markante gebeurtenissen uit het leven van David, toen
hij nog vluchteling was en dus geen koning. Bv. 1 Kron. 11 v.15-21. Met een profetische blik zag
David wat later zou gaan gebeuren in Bethlehem = broodhuis. Isaï en David waren daar geboren
en het brood des Levens, Jezus Christus, zou daar geboren worden. Het was Jezus Christus, die
volgens Joh. 7 v.37-44 op het Loofhuttenfeest, het laatste oogstfeest, uitriep:
"INDIEN IEMAND DORST HEEFT, HIJ KOME TOT MIJ EN DRINKE. WIE IN MIJ GELOOFT, GELIJK DE SCHRIFT
ZEGT, STROMEN VAN LEVEND WATER ZULLEN UIT ZIJN BINNENSTE VLOEIEN. DIT ZEIDE HIJ VAN DE GEEST,
WELKE ZIJ, DIE TOT GELOOF IN HEM KWAMEN, ONTVANGEN ZOUDEN..." (v.38-39).
Dit "WATER" verlangde David in een moeilijke periode van zijn leven als vluchteling voor Saul, om
te "drinken," om nieuwe krachten op te doen, te ontvangen. Ook hier zien we weer dat de vijand
dikwijls daar genesteld is waar Gods volk zou willen of zou moeten zijn, om te trachten hen te
beletten de Heer te zoeken en te dienen zoals God het wil.
BREEK DOOR DE VIJANDELIJKE LINIES HEEN.
De helden van David (1 Kron. 11 v.18) braken met gevaar voor eigen leven door de
vijandelijke linies heen. Omdat zijn helden eigenlijk HUN BLOED = HUN EIGEN LEVEN voor hem hadden
geofferd, verhief David dit water, uit de BRON VAN BETHLEHEM, tot een offer aan de Heer (v19).
David maakte het tot een PLENGOFFER. Deut. 12 v16+24, een heenwijzing naar de zoon van David die
als een plengoffer geofferd zou worden. (zie Ezech. 45 v.17; 2 Tim. 4 v.6; Hebr. 5 v.7-10; 8
v.3-4; 9 v.25-28 en Hebr. 10 v.5-7; Efeze 5 v.1-2). In Bethlehem ging het om "WATER," evenals in
Jeruzalem.
DE VIJAND BEHEERSTE DE BRON.
De bron die God voor Zijn eigen volk heeft bestemd, wordt dikwijls "gedempt" of
"gebarricadeerd" door de vijand. De bron bij Jeruzalem heet nl. GIHON dat betekent "DE
BRUISENDE,"ook wel genoemd: "IETS WAT TEVOORSCHIJN SPRINGT, WAT LOSBARST." Gihon is ook de naam
van een der zg. PARADIJSRIVIEREN. (Gen. 2 v.13). Zoals de bron Gihon, Jeruzalem van heerlijk,
bruisend water voorzag, ONZICHTBAAR VOOR DE VIJANDEN, zo voorziet God Zijn gemeente, HET NIEUWE
JERUZALEM, van LEVEND WATER, de Heilige Geest. (Joh. 4 v.10 en 7 v.38; Hand. l v.5). Het is Gods
plan dat de gemeente van Jezus Christus op haar beurt een fontein van levend water wordt. "STROMEN
VAN LEVEND WATER ZULLEN UIT ZIJN BINNENSTE VLOEIEN." Na de verovering werd de stad der Jebusieten,
de stad Davids genoemd. David nam geweldig toe in grootheid en zijn koningschap kwam in hoog
aanzien, TERWILLE VAN ZIJN VOLK ISRAËL. Weer was David het type van de Zoon van David, Jezus
Christus, als degene die groot is terwille van hen die Zijn eigendom zijn geworden, nl. DE
GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS.
VERDEEL EN HEERS... (2 Sam. 5 v.17-25).
Onder dit motto werkt de duivel. Toen de Filistijnen vernamen dat er EENHEID, dus VREDE
was in Israël (v.17) beseften ze dat hun heerschappij spoedig voorbij zou zijn. De
onrechtvaardige pachters uit de gelijkenis (Matth. 21 v.33-41) waren uit hetzelfde hout gesneden
als de (buitenlandse) vijand. Zie nu Hebr. l v.1-2. Hun beider doel was resp. David en de Zoon van
David, Jezus Christus, moest geliquideerd worden. Als de vijand zich dan opstelt op de vlakte van
de reuzen= Refaim, dan breekt de Here voor ons uit door de vijandelijke linies. Als deze, met
achterlating van hun afgoden, in paniek vlucht, is het zaak "HET WERK" af te maken. Een zaak is
van levensbelang nl. dat we steeds opnieuw in ALLE zaken de Heer eerst raadplegen. God zelf had de
Filistijnen "DE NEKSLAG" gegeven. Ook nu en morgen zal onze God met de vijand afrekenen.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 29: (2 Sam. 5 v.6-16).
Vraag 1: Acht je het mogelijk dat "EEN KIND VAN GOD," net als voor
zijn bekering, "BEZET GEBIED" wordt? Ken je voorbeelden uit het Nieuwe Testament dat iemand
terugvalt in de zonde(n)?
Vraag 2: Waarom zou David zich zo duidelijk uitgelaten hebben over de
zg. "LAMMEN EN BLINDEN?" Geef je eigen mening eens.
Vraag 3: Toon aan dat zowel David voorheen, als God zelf, een grote
liefde had en heeft voor mensen met lichaamsgebreken.
Vraag 4: Wat zouden we moeten verstaan onder:"ogenzalf?"
Vraag 5: Zou de regel die God gaf in Lev. 21 18-24 iets te maken kunnen
hebben met deze teksten uit het NIEUWE verbond, t.w: 2 Tim. 3 v.17; Jac. 1 v.4; Matth. 5 v.48;
Fi1. 3 v.12-15; Col. l v.28?
Vraag 6: Welk geestelijk beeld zie je in de GIHONBRON, die Jeruzalem
van water voorzag?
Vraag 7: Welk beeld, welke toekomstige gebeurtenis zou David voor ogen
gehad hebben, toen hij water uit de put van Bethlehem als een plengoffer offerde?
Vraag 8: Kun je een modern voorbeeld noemen van een situatie dat de
vijand de bron beheerst oftewel Gods kinderen wil beletten om bij de ware LEVENSBRON te
drinken?
Vraag 9: Verklaar waarom de duivel altijd probeert zijn "VERDEEL EN
HEERS" tactiek uit te voeren.
Vraag l0: Wat zou in deze eindtijd het werk en de taak zijn van de
gemeente van Jezus Christus, ten aanzien van het verslaan van de (geestelijke) vijanden?
2 Sam. 6 en 1 Kron. 13 v.1-14; 1 Kron. 15 v.1-29; 1 Kron. 16 v.1-43.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
David vond de tijd aangebroken om eindelijk de ark uit Kirjath Jearim weg te halen en naar
de pas veroverde nieuwe hoofdstad van Israël over te brengen. In zijn menselijke ijver
verzuimt hij de (wel bekende) voorschriften in acht te nemen, wat aan priester Uzza het leven
kost. De ark wordt uit vrees gestald bij Obed Edom, een Filistijn uit Gat afkomstig. Nadat David
zowel van zijn verontwaardiging als van zijn vrees is bekomen, wordt alsnog, en nu wél op de
juiste wijze, onder veel gejuich, gedans en gemusiceer de ark de stad Davids binnen gedragen.
EEN FEEST DAT EEN FLOP WERD.
Om de komende gebeurtenis goed tot haar recht te laten komen had David 30.000 uitgelezen,
strijdbare mannen uitgekozen die geheel Israël moesten vertegenwoordigen bij deze grootse
gebeurtenis. David betrekt ook alle aanzienlijken van het land erbij, zowel politiek, militair als
religieus. Iedere Israëliet, vanaf de Nijl in Egypte tot de Orontes in Syrië, worden tot
getuigen opgeroepen bij deze verstrekkende gebeurtenis. (1 Kron. 13 v.1-6). Zo en passant spreekt
David een profetische belofte uit door de uiterste grenslijnen aan te geven van een (op dat
moment) nog grotendeels te veroveren en te onderwerpen gebied. Zie les 21 en 22 van deel I en o.a.
Exod. 23 v. 31 en Deut.11 v. 24-25. Een (onvolkomen) uitbeelding van het ware VREDERIJK van de
Zoon van David, waarover HIJ als Koning zou gaan heersen. Zie deel I blz. 67-68.
WAT BETEKENDE DIE ARK VOOR ISRAËL.
Allereerst lezen we in resp. 2 Sam. 6.v. 2-5 en 1 Kron. 13 v. 6-8 hoe een en ander in haar
werk ging. Let op de diverse benamingen voor deze ark. -DE ARK VAN DE HERE, DE GOD ISRAËLS.
DE ARK VAN HET VERBOND DES HEREN. -DE ARK GODS, WAAROVER DE NAAM VAN DE HERE DER HEERSCHAREN IS
UITGEROEPEN, DIE OP DE CHERUBS TROONT.
DE ARK, EEN AFBEELDING...
De ark zelf was niet een magisch object, maar een natuurlijke afbeelding/uitbeelding van
een machtige geestelijke werkelijkheid. Het belangrijkste ligt hierin, dat God Zijn naam eraan
verbonden had. Gods naam hield een belofte in, nl. dat Hij de God van Israël wilde zijn en
tevens dat Hij Zijn gedane beloften houden zou. Bovendien hield het in dat Hij als "HERE DER
HEERSCHAREN," hun aanvoerder in de strijd zou zijn, zowel toen als NU.
DANSEN EN JUICHEN BRENGT NOG GEEN OVERWINNING.
De eerste poging van David om de ark naar de stad Davids te halen verschilde aanmerkelijk
van de tweede keer. De eerste keer ging het wél met zeer veel publieke belangstelling
gepaard, veel muzikale uitingen en veel gedans, maar dit alles kon toch geen genade vinden in Gods
ogen. De bijbel vertelt ons dat er belangrijke, ingrijpende veranderingen plaats vonden op een
DORSVLOER.
1. De heidense Ruth vindt op de dorsvloer haar Go'el, haar Losser.
BOAZ betekent: IN HEM IS KRACHT. Boaz is een type van de echte (ver)LOSSER nl. Jezus Christus. In
het boek Ruth, hst. 3 wordt de ontmoeting beschreven van Ruth met Boaz. Daar vindt een OORDEEL
plaats. Ruth krijgt door haar huwelijk volle rechten in Israël en wordt nu definitief
gescheiden van haar heidense afkomst om te worden opgenomen in het geslachtsregister, waar we zien
dat uit haar koning David is voortgekomen. De Zoon van David, Jezus Christus zou later de WARE
VERLOSSER worden. "...EN OP ZIJN NAAM ZULLEN DE HEIDENEN HOPEN." Zie Matth. 12 v. 18-21 en Ruth 4
v. 18-22.
2. De geschiedenis op de dorsvloer van Arauna, waar David haastig een altaar bouwde om het onheil af te wenden, het oordeel te stoppen. Zie 1 Kron. 21 speciaal vers 26-30. Dit wordt behandeld in één der volgende hoofdstukken.
3. De gebeurtenis op of bij de dorsvloer van Nachon wordt in dit hoofdstuk behandeld. (2 Sam. 6 v. 6).
OP DE DORSVLOER GEBEURT IETS BELANGRIJKS.
De dorsvloer is de plaats waar o.a. het waardeloze kaf van het kostbare koren wordt
gescheiden. Johannes de Doper riep het zijn toehoorders reeds toe: " .. DE WAN IS IN ZIJN HAND EN
HIJ ZAL ZIJN DORSVLOER GEHEEL ZUIVEREN EN ZIJN GRAAN IN DE SCHUUR BIJEEN BRENGEN, MAAR HET KAF ZAL
HIJ VERBRANDEN MET ONUITBLUSBAAR VUUR. (Matth. 3 v. 12). Als Jezus Christus, de doper met de
heilige Geest en met vuur Zijn werk kan uitvoeren dan zal in het heden het resultaat zichtbaar
worden, wat de profeet Joël reeds lang voorzegd heeft, nl: "EN GIJ, KINDEREN VAN SION, juicht
en verheugt U in de Here Uw God, want Hij geeft U de leraar ter gerechtigheid (de Heilige Geest),
..... de DORSVLOEREN zullen vol KOREN zijn en de perskuipen van MOST en OLIE overstromen .... dan
zult gij weten, dat IK in het midden van Israël ben .... mijn volk zal nimmermeer te schande
worden." (Joel 2 v. 23-27). Bedenken we daarbij dat KOREN, MOST en OLIE, resp. beelden zijn van
WOORD, HEILIGE GEEST en GELOOF, werkingen en vruchten van de Heilige Geest. Zie o.a. Neh. 5 v. 2;
Ps. 65 v. 10; Hosea 2 v. 7-8; Haggaï 1 v. 11.
DE KEERZIJDE VAN DE DORSVLOER.
Nu werd echter bij de DORSVLOER van Kidon, wat betekent speer, het volk en de koning
wél te schande. Temidden der feestvreugde werd Uzza= kracht, door een oordeel gedood, als
door een Goddelijke speerstoot zou je kunnen zeggen. (2 Sam. 6 v. 6-7). Waarom toch, het doel was
goed, het dansen en de zang waren goed, het musiceren was prima. Je zou zo zeggen, het kon gewoon
niet fout gaan En toch was het FUNDAMENTEEL fout. De bijbel geef het precies aan in zes
punten.
le. ER WAS EEN GRENSOVERSCHRIJDING.
Een grensoverschrijding tussen profaan en heilig is alleen mogelijk als God je als het ware Zijn
scepter toereikt zoals bij Mozes. Zie Exod. 19 v. 17-25 en Esther 4 v. 11 en 5 v. 2; Ps. 45 v.
7-8, Hebr. 1 v. 8-9.
2e. AFGEWEKEN VAN DE VOORSCHRIFTEN.
Numeri 4 v. 5-6 en v. 15 leren ons HOE God het bevolen had en ...WAT de gevolgen kunnen zijn
indien daar, op welke wijze dan ook, vanaf geweken werd en...wordt. (v. 15).
3e. DE ARK WERD NIET GEDRAGEN.
David meende een alternatief te hebben die beter was dan Gods duidelijke voorschriften nl. de ark
vervoeren op een boerenkar.
Het dragen van de ark was niet alleen door God opgedragen maar het had ook een betekenis. Je kunt
niet zonder gevolgen afwijken van Gods instellingen was de les die David leerde.
4e. WAAROM GOD NIET GERAADPLEEGD.
We lezen in 1 Kron. 15 v. 13 dat het volk wel was geraadpleegd, maar God niet. Welk een les leren
we uit 1 Kron. 13 v. 4: "EN DE GEHELE GEMEENTE ZEIDE, DAT MEN ZO DOEN ZOU, WANT DE ZAAK WAS RECHT
IN DE OGEN VAN HET GEHELE VOLK." Deze uitspraak geeft óók ons veel stof tot nadenken
...
5e. BEROOF NOCH ENKELING NOCH GROEP VAN EEN DOOR GOD OPGELEGDE TAAK. Num.
4 v. 6 maakt ons duidelijk dat een speciale groep van God de opdracht en het voorrecht had
ontvangen de heilige ark te verplaatsen door deze te dragen. Het waren de KEHATHIETEN, dat is dat
deel der Levieten die afstamden van Kehath. Zie Ex. 6 v. 15-17 en Num. 3 v. 27-32.
6e. WAAR BLEEF DE HEILIGHEID. Het besef van heiligheid was min of meer
verloren gegaan, nl. dat Gods naam over de ark was uitgeroepen. (2 Sam. 6 v.2; 1 Kron. 13 v.
3-4). De aanwezige priesters en Levieten hadden zich NIET geheiligd. Zie 1 Kron. 15 v. 13-14 en 2
Sam. 6 v. 9-10.
BEKERING EN HEILIGING NODIG OM "DE DORSVLOER" TE KUNNEN PASSEREN.
Een samenvatting van deze zes fundamentele oorzaken, doen ons (voorzichtig) concluderen
dat het vroeger of later ERGENS fout moest gaan. Wanneer we "GODS DORSVLOER" naderen of passeren
bv. die van KIDON = speer, en onze woorden en daden, handel en wandel met de Goddelijke dorsvlegel
geklopt worden dan wordt het kaf van onze puur rationele overwegingen, onze vleselijke ijver of
inspanningen en/of ongehoorzaamheid, zoals David die tentoonspreidde toch als kaf door de WIND DES
GEESTES weggeblazen, alle muzikale begeleiding ten spijt. Dorsen kan grote vreugde betekenen, maar
soms óók smart ... zoals hier. (Kron.13 v. 8-11).
DAAROM ONTSLAPEN ER NIET WEINIGEN. (1 Cor. 11 v. 30).
Zoals het óók nu nog is t.a.v. het op bijbelse wijze, dat is de door God gewilde
wijze vieren van het avondmaal, zó beschrijft Paulus het avondmaal als een soort "DORSVLOER".
We dienen onszelf in onze relatie met God en Zijn lichaam, de gemeente, te beoordelen. Dus onszelf
te beproeven. (v. 28-31). Wie op een onwaardige wijze, de volmaakte relatie tussen Jezus Christus
en Zijn gemeente tot uitdrukking brengt, ZONDIGT. ( v.27).
Weliswaar met Uzza nog in schaduwbeeld, zien we het bovenstaande óók gelden voor de huidige Nieuw Testamentische gemeente. Zie Hebr. 10 v. 19-31. Uzza, betekent kracht, fungeerde als een soort "ZONDEBOK," maar ook David, de priesters, de Levieten en het volk waren mede schuldig. In het oordeel wordt onze vleselijke kracht verbroken, opdat Gods kracht overblijft. (1 Tim. 1 v. 12). Denk maar aan Achan en de nederlaag bij Ai met 36 doden. (Joz. 7 spec. v. 10-13).
DAVID'S OMMEZWAAI ....
In 1 Kron. 13 v. 11 staat eigenlijk. "DAVID WERD TOORNIG" of ontstak in woede. Hij
ontbrandde dus in toorn en diepe verontwaardiging jegens God. Hoe snel kunnen onze ten hemel
geheven OPEN prijzende handen, niet veranderen in GEBALDE VUISTEN. Op de plaats van het gebeuren,
zetten we dan een STANDBEELD met een toepasselijke naam: "PEREZ-UZZA" = breuk van Uzza oftewel:
PLAATS DES ONHEILS, maar daarmede is de wortel van het probleem niet blootgelegd. (2 Sam.
6:8).
ENTHOUSIASME - TOORN - VREES.
Snel wisselde vreugde zich af met woede, toorn en verontwaardiging jegens God. David's
hart werd ook nog bevangen door vrees. "HOE ZOU DE ARK DES HEREN TOT MIJ KOMEN." (2 Sam. 6 v.10).
1 Joh. 4 v. 18 stelt: "Er is in de liefde geen vrees maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit,
want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is (nog) niet volmaakt in de liefde." (Hand.
5 v. 11). Johannes spreekt driemaal over de Goddelijke liefde nl. AGAPÈ. Misschien herkennen
we het probleem van David ook wel eens in ons eigen hart. Dus wie in deze LIEFDE blijft, die
blijft in God. 1 Joh. 4 v.16. David begon het probleem weg te schuiven. Het risico om de ark zo
vlak bij je te hebben in de stad Davids was hem veel te groot. Zo STALDE hij de ark van de Here
der heerscharen, die op de Cherubs troont bij Obed Edom, die uit de Filistijnse stad Gad afkomstig
was. De ark met de Cherubs was de denkbeeldige plaats waar God troonde. Zie Exod. 25 v. 16-22.
Psalm 99 v. 1 zegt: "DE HERE IS KONING. DAT DE VOLKEN BEVEN. HIJ TROONT OP DE CHERUBS, DE AARDE
SIDDERE." Wanneer je bang bent voor (deze) God, kun je de ark beter bij een ander onder dak
brengen. En toch is het niet "SAFETY FIRST" maar LIEFDE eerst ....
MAAR ZIE WAT ER GEBEURT.
Nu wordt juist deze Obed Edom en zijn huis door de Here gezegend. Maar dit bleef ook bij
David niet onopgemerkt.
David herstelde zich. Zijn fouten en tekortkomingen heeft hij ingezien. Hij gaat nu opnieuw, voor
de 2e keer proberen de ark over te brengen naar de stad Davids. In tegenstelling tot de 1e poging
zou je kunnen zeggen.:
Het eerste gebeuren was meer EMOTIONEEL EN RATIONEEL, dus gevoel en verstand stonden vooraan.
Het tweede gebeuren was meer SPIRITUEEL EN MET DEVOTIE, dus met het hart en in oprechte vroomheid
en verering. Het wordt duidelijk dat God deze keer Zijn zegen eraan verbindt. Zie het vervolg van
deze geschiedenis in de volgende 2 lessen.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 30:
(2 Sam. 6; 1 Kron. 13 v. 1-14; 1 Kron. 15 v. 1-29; 1 Kron. 16 v. 1-43).
VRAAG 1: Welke conclusie trek je uit het gebeuren dat David de
Israëlieten van zeer zeer ver, ja tot uit het buitenland betrok bij deze grote gebeurtenis?
(Kron. 13 v. 1-6).
VRAAG 2: Wat houdt het ten diepste in dat God "AAN IETS OF IEMAND" bv.
de ark Zijn naam VERBONDEN heeft. Heeft God óók aan "DE HEERSCHAREN" zijn naam
verbonden?
VRAAG 3: Welke betekenis heeft het om te worden ingelijfd in
Israël, dus in hun GESLACHTSREGISTER te komen. Zie Openb. 22 v.16; Rom l v. 3; 2 Tim. 2v. 8;
Hand. 13 v. 23; Hand. 17 v. 29; Hebr. 7 v. 1-3.
VRAAG 4: Wat gebeurt er altijd op een dorsvloer (of persbak): a. IN
NATUURLIJK OPZICHT b. IN GEESTELIJK OPZICHT.
VRAAG 5: Het begrip: OORDEEL, wat houdt dat in?
VRAAG 6: Noem eens drie van de oorzaken, waardoor het met de intocht
van de ark en met Uzza fout ging. Verklaar waarom het fout afliep.
VRAAG 7: Noem de drie overige oorzaken, als in vraag 6 en geef je
eigen, evt. afwijkende mening.
VRAAG 8: Welke dingen worden door de "WIND DES GEESTES" onherroepelijk
weggeblazen en welke zullen blijven bestaan? (Joh.6 v. 27+35; 1 Joh. 2 v. 17; 1 Joh. 3v. 24; Hebr.
12 v. 25-29; Joh. 15 v. 4+7; 1 Cor. 13 v. 8.
VRAAG 9: Vertel eens, met de gebeurtenis rond Uzza in gedachten, wat er
HEDEN rond het vieren van het heilig Avondmaal fout kan gaan.. (1 Cor. 11).
VRAAG 10: Verklaar eens waarom David boos werd op God toen Uzza
plotseling dood neer viel.
VRAAG 11: Wat hield de vrees die David als het ware overviel eigenlijk
in?
VRAAG 12: Hoe kwam het dat David na drie maanden geheel klaar was met
zijn vrees en vragen?
2 Sam. 6; 1 Kron. 13 v.1-14; 1 Kron. 15 v.1-29; 1 Kron. 16 v.1-43.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
In de vorige les zagen we dat het overbrengen van de ark naar de stad Davids fout ging. We
zagen ook WAAROM HET FOUT GING. We zien nu dat David, na kennelijk diep over het één en
ander te hebben nagedacht, het nu goed deed. Zo werd het toch nog een zeer feestelijke intocht met
een diepe geestelijke betekenis.
In deze les valt de nadruk op de "PRIESTERROL" die David vervult, daarmede heenwijzend naar onze
hemelse HOGEPRIESTER, Jezus Christus, de PRIESTER-KNECHT die voor ons Zijn leven inzette.
ZIE ONZE GOD, DE KONING-KNECHT, HIJ HEEFT ZIJN LEVEN AFGELEGD.
David zal zich diep bezonnen hebben om te weten te komen waarom het fout was gegaan. Na
drie maanden was alles in David gerijpt en zien we hem als een geestelijk mens, in grote vreugde
EN... in nederigheid van hart, zich NIET ALS KONING laten gelden, maar als een PRIESTER, in
navolging van onze Hogepriester Jezus Christus, de priester-knecht, die Zijn leven inzette voor
ons. Petrus refereerde daar ook reeds aan in 1 Petr. 2 v.1-10. David en wij mogen leren: "LEG DAN
AF.... ALLE BEDROG en HUICHELARIJ (=alle soort van veinzerij, vert. Prof. Brouwer) EN WEEST, NET
ALS PASGEBOREN KINDEREN, BEGERIG NAAR DE ZUIVERE (onvervalste) MELK VAN HET WOORD.... NADERT TOT
HEM, DE LEVENDE STEEN EN ZO WORDT GIJ OOK ZELVEN, ALS LEVENDE STENEN GEBOUWD TOT EEN GEESTELIJK
HUIS, TOT EEN HEILIG PRIESTERDOM, OM GEESTELIJKE OFFERS TE BRENGEN, DIE GODE AANGENAAM ZIJN DOOR
JEZUS CHRISTUS." (div. vertalingen)
God bouwt Zijn geestelijk huis uitsluitend met GEHOUWEN stenen, te beginnen met de grote hoeksteen
JEZUS CHRISTUS en daarop worden jij en ik als levende stenen gebouwd met de specie der Goddelijke
liefde.
HET HEILIG PRIESTERDOM ZIJN LEVENDE STENEN.
Petrus vertelt ons dat deze levende stenen DEZELFDE zijn als een heilig priesterdom. Dit
"UITVERKOREN GESLACHT", dit "PRIESTERDOM", deze "HEILIGE STAM" krijgt het predikaat: KONINKLIJK,
dus… koninklijk PRIESTERSCHAP, met het accent op het priesterschap. David, als geestelijk
mens, ja als profeet des Heren, had dit na het débacle van drie maanden geleden goed
verstaan. Koningschap, zowel bij David als bij ons, begint met het DIENEN ALS EEN PRIESTER. We
zien (en horen) David geestelijke (lof)offers brengen maar nu in elk opzicht GEHEILIGD. David
bracht zijn priesterlijke houding tot uiting door net als de Levieten, een eenvoudige, fijn linnen
mantel te dragen, een KENMERKENDE dracht voor de Leviet of priester bij bijzondere gelegenheden.
Zie bv.1 Kron. 15 v.27 en 2 Kron. 5 v.11-14 speciaal v.12.
De gemeente van Jezus Christus uitgebeeld in "DE DEGELIJKE HUISVROUW" wordt door de
Spreukendichter in hst. 31 v.22 uitgebeeld in een gewaad van FIJN LINNEN en ROOD PURPER. Hooglied
6 v.5 zegt over de bruid, de a.s. vrouw van Christus, het volgende: "UW HOOFD OP U IS ALS DE
KARMEL, UW HAARDOS IS ALS PURPER: EEN KONING (Jezus Christus) IS GEVANGEN IN DIE LOKKEN". Zie ook
Ex. 28 v.4-6 en Dan. 5 v.29.
MAKEN DE KLEREN DE MAN OF DE VROUW???
Met fijn linnen wordt het priesterschap van David en de Zoon van David = Jezus Christus
tot uiting gebracht. De koninklijke waardigheid wordt weergegeven met PURPER, de koninklijke
kleur. Zie bv. Marc. 15 v.17-20.
Koning David legde zeer terecht het accent op het priesterschap, daarmede heenwijzend naar Jezus
Christus als de grote HOGEPRIESTER. Hebr. 2 v.16-18 en Hebr. 4 v.14-16; Hebr. 9 v.11-15. Kleren
kunnen een weerspiegeling zijn van onze maatschappelijke status, dat is dus in natuurlijk opzicht.
Maar in geestelijk opzicht kan en moet "ONZE KLEDING" ons innerlijk weerspiegelen en evt. onze
"GEESTELIJKE STATUS". Dus zowel onze hartsgesteldheid als de geestelijke status die God ons geeft
kunnen in "KLEDING" tot uitdrukking worden gebracht. We zagen dit dus o.a. bij David. Zie bv.
Zach. 3 v.1-5; Zach. 6 v.11-14; Openb. 1 v.12-16.
GEHOORZAAMHEID WORDT GEZEGEND....
Bij de tweede poging gaat "alles" anders dan bij de eerste keer lezen we in 1 Kron. 15
v.1-29 en 2 Sam. 6 v.13-23. Alles wat NIET of ONJUIST was gedaan, werd nu volgens Gods richtlijn
afgehandeld. Vergelijk het maar eens met de zes voorbeelden die in les 30 zijn genoemd. Het
voortgaan werd vergezeld met de nodige offers om duidelijk heen te wijzen naar de ware
Hogepriester, Jezus Christus. Zie Hebr. 5 v.1-10.
Bij het voortgaan was daar vervolgens gejubel, hoorngeschal, gedans, luide vreugdeklanken, gezang
en het voortbrengen van muzikale klanken d.m.v. harpen, citers, koperen cimbalen en trompetten.
Van al dit grootse gebeuren zien we veel later een vervolg dat nog veel grootser was, nl. de
ingebruikneming van DE TEMPEL tijdens het koningschap van Salomo. Lees 1 Kon. 8.
Dit alles wijst heen naar het EINDDOEL, nl. het aanvaarden van het koningschap van Jezus Christus,
o.a. beschreven in Openb. 11 v.15-19. Vers 19 zegt: "EN DE TEMPEL GODS IN DE HEMEL IS GEOPEND
GEWORDEN EN DE ARK ZIJNS VERBONDS IS GEZIEN IN ZIJNEN TEMPEL..." En vers 20: "EN ER WERD EEN GROOT
TEKEN GEZIEN IN DE HEMEL: NAMELIJK EEN VROUW BEKLEED MET DE ZON, EN DE MAAN WAS ONDER HAAR VOETEN
EN OP HAAR HOOFD EEN KROON VAN TWAALF STERREN." Staten Vert.
Zie ook Openb. 19 v.6-10: "EN ZIJN VROUW HEEFT ZICH GEREEDGEMAAKT EN HAAR IS GEGEVEN ZICH MET
BLINKEND EN SMETTELOOS FIJN LINNEN TE BEKLEDEN, WANT... DIT ZIJN DE RECHTVAARDIGE DADEN DER
HEILIGEN."
De ark des verbonds = JEZUS CHRISTUS, deze werd zichtbaar IN Zijn tempel. De tempel is hier een
beeld van de verheerlijkte gemeente van Jezus Christus zoals ook 2 Thess. 1 v.10 bevestigt alsmede
Col. 1 v.27 en Col. 3 v.4; Openb. 21 v.21-23.
"WANNEER HIJ ZAL GEKOMEN ZIJN, OM VERHEERLIJKT TE -WORDEN IN ZIJNE HEILIGEN EN WONDERBAAR TE
WORDEN IN ALLEN DIE GELOVEN... IN DIE DAG." (St. Vert.) Of: "WANNEER HIJ KOMT, OM TE WORDEN
VERHEERLIJKT IN ZIJN GEHEILIGDEN EN TE WORDEN BEWONDERD IN ALLE GELOVIGEN, IMMERS BIJ U HEEFT ONS
GETUIGENIS GELOOF GEVONDEN, GELIJK HET ZAL ZIJN OP DE JONGSTE DAG." Vert. Prof. Brouwer van 2
Thess. 1 v.10.
LOF EN VERGUIZING.
Bij de intocht in de stad Davids (Jeruzalem) zijn er twee dingen die er uit springen.
Allereerst is daar een spontane en oprechte lofprijzing die haar weerga haast niet kent en die we
óók tegenkomen in Openbaring 5 v.9-10: "GIJ ZIJT WAARDIG.... WANT GIJ ZIJT GESLACHT EN
HEBT HEN VOOR GOD GEKOCHT MET UW BLOED EN GIJ HEBT HEN GEMAAKT TOT EEN KONINKRIJK EN PRIESTERS EN
ZIJ ZULLEN ALS KONINGEN HEERSEN OP AARDE."
In het volgende vers probeert Johannes iets weer te geven van de onbeschrijfelijke heerlijkheid en
lofprijs die daarna losbarst. Na een diep betoon van eerbied en het in herinnering brengen van
alle gebeden (v.8) wordt er een ontelbaar engelenkoor zichtbaar en hoorbaar die samen met de
schepselen uitjubelt: "HET LAM, dat geslacht is, IS WAARDIG TE ONTVANGEN DE MACHT EN DE RIJKDOM EN
DE WIJSHEID EN DE STERKTE EN DE EER EN DE HEERLIJKHEID EN DE LOF...." Zie Openb. 5 v.11-14 en 7
v.9-12. We zullen nog zien dat Michal, de dochter van Saul, voor het deel zorgt wat we VERGUIZING
noemen....
VERWACHTEN OF VERACHTEN.
David had, alweer als priester, en daarin beeld van de grote Hogepriester Jezus Christus,
diverse offers laten brengen op weg naar Jeruzalem. 1 Kron. 15 v.27 en 2 Sam. 6 v.13. Hij deed dit
om God gunstig te stemmen, maar... BOVEN ALLES OM HEM TE EREN. Het offeren was een eerbetoon aan
HET LAM, dat in de toekomst geslacht zou worden en zodoende HET FUNDAMENT zou leggen voor het
Koninkrijk Gods. Luc. 6 v.49; 1 Cor. 3 v.10-11; Hebr. 6 v.1-2. Het grote moment dat de ark
neergezet werd midden in de daartoe bestemde tent, bracht opnieuw veel in beweging. Met MINACHTING
sloeg Michal het één en ander gade. Ze verachte David en haar diepste grief was
eigenlijk dat David zijn koninklijke waardigheid had afgelegd en de gestalte van een dienstknecht
had aangenomen.
In zijn PRIESTERKLEDING zag ze nu niet meer dan een soort lichtzinnig man in een "nachtjapon." 2
Sam. 6 v.20. Voor de diepe, geestelijke, positieve motieven van David had ze noch oog noch oor. De
zegen en haar gevolgen gingen aan haar voorbij. Michal zou je het type kunnen noemen van iemand
die geestelijk ONVRUCHTBAAR BLIJFT. Zie 2 Sam. 6 v.16,20,21. Michal, de dochter van Saul ging
helaas in de voetsporen van haar vader die het koningschap van David bestreed en daarin het ware
koningschap van Jezus Christus.
Michal leek op Orpa, dat betekent: KOPPIG of ZIJ DIE TERUGKEERT, die terugkeerde naar haar goden,
het oude zondige denken. Ruth 1 v.15. Maar de positieve dingen overheersten gelukkig. Onder
gejubel en hoorngeschal met trompetten en cimbalen, harpen en citers en gedans, werd de ark de
stad Davids BINNEN GEDRAGEN.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 31: (2 Sam. 6; 1 Kron. 13 v.1-14; 1 Kron. 15 v.1-19; 1 Kron. 16 v.1-43.)
VRAAG 1: Was de zegen die David bij Obed-Edom bespeurde de enige en
ware reden om te trachten de ark alsnog in Jeruzalem te krijgen?
VRAAG 2: Hoe bouw je een geestelijk huis?
VRAAG 3: Wat is, als GEESTELIJK BEELD, het verschil tussen behouwen en
onbehouwen stenen?
VRAAG 4: Waarmee begint KONINGSCHAP?
VRAAG 5: Waarop duiden resp. fijn linnen en purper?
VRAAG 6: Wat kunnen kleren, zowel in natuurlijk als geestelijk opzicht
WEERSPIEGELEN, zowel positief als negatief?
VRAAG 7: Waarom zou de gebeurtenis, beschreven in 1 Kon. 8 met Salomo,
een groter gebeurtenis zijn dan hier bij David? Dus vergelijk de twee "INTOCHTSFEESTEN" met
elkaar.
VRAAG 8: Vind jij dat resp. de gebeurtenis met David en later met
Salomo hun voltooiing vinden in Openb. 11 v.15-19 en Openb. 19 v.6-10?
VRAAG 9: Waarom zou David, op weg met de ark naar Jeruzalem, zo veel
offers brengen?
VRAAG 10: Kun je onderschrijven dat Michal, net als Orpa, eigenlijk
terugkeerde naar een oud, zondig denken?
2 Sam. 6; 1 Kron. 13 v.1-14; 1 Kron. 15 v.1-29; 1 Kron. 16 v.1-43.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
In deze les wordt iets verteld over de zwerftocht die de ark na haar woestijnperiode heeft
gemaakt en deze tenslotte haar VOORLOPIGE (eind)bestemming vindt. Verder valt het licht even op de
brand en vredeoffers om vervolgens iets te belichten over de zegen die David uitsprak en de gaven
die hij aan het volk meegaf op hun reis naar huis. Tenslotte blijkt de EREDIENST, die David
instelde, een proclamatie in te houden van het KONINGSCHAP van Jezus Christus, die doorklinkt tot
in de eeuwigheid.
VAN PLEISTERPLAATS NAAR PLEISTERPLAATS.
Voordat de ark haar (voorlopige) bestemming vond in de daartoe opgestelde tent in de stad
Davids, had deze Tabernakel al of niet inclusief de ark, al een hele zwerftocht achter de rug, de
woestijnjaren buiten beschouwing gelaten. Zie bv. Richt. 20 v.26-28 en 1 Sam. 1 en 3. De bekendste
plaatsen waar de Tabernakel geruime tijd gestaan heeft, zijn resp.:
HEILIG EN ONHEILIG GEBRUIK VAN DE ARK.
De ark trok voorop als Israël in de woestijn weer optrok. En de ark ging
vóórop, toen deze, vóór het volk uit, gedragen door de priesters door de
Jordaan trok. Joz. 3 en 4. Ook Jericho werd ingenomen terwijl de ark in hun midden optrok. Zie
Jozua 6 v.8-9. De ark werd echter óók op een onheilige wijze als een soort magisch
object gehanteerd. Zie 1 Sam. 4; 1 Sam. 6 v.19-21; 1 Sam. 14 v.18-20.
David, als profeet des Heren, deed er alles aan om de ark eerst in Jeruzalem (de stad Davids) te
krijgen en daarna in een NIEUW te bouwen TEMPEL te plaatsen. Pas ten tijde van Salomo werd deze
grote wens vervuld en werd de ark Gods OPWAARTS gebracht en vond deze, ALS SCHADUWBEELD, haar
"eindbestemming" in de tempel. Zie daartoe 1 Kon. 8 v.1-13; 2 Kron. 5 v.2-14 tot hst. 6 v.2. Ark
en Tabernakel werden weer verenigd in de "PERMANENTE" tempel. 2 Kron. 6 v.4-6 en 10-11.
DE ARK OP HAAR (eind)BESTEMMING.
Als profeet des Heren wist David wat Salomo uitsprak in 2 Kron. 6 v.5-6: "...VAN DE DAG
AAN, DAT IK MIJN VOLK UIT HET LAND EGYPTE LEIDDE, HEB IK GEEN STAD, UIT ALLE STAMMEN VAN
ISRAËL VERKOREN, OM ER EEN HUIS TE BOUWEN, OPDAT MIJN NAAM DAAR ZOU ZIJN EN GEEN MAN VERKOREN
OM VORST TE ZIJN OVER MIJN VOLK ISRAËL, MAAR NU HEB IK JERUZALEM VERKOREN, OPDAT MIJN NAAM
DAAR ZIJN ZOU EN HEB IK DAVID VERKOREN, OPDAT HIJ OVER MIJN VOLK ISRAËL ZOU HEERSEN."
HET NIEUWE JERUZALEM KRIJGT MEER EN MEER GESTALTE.
David heeft "GEZIEN" dat God in zijn tijd zichtbaar ging maken dat er een NIEUW JERUZALEM
zou komen. Zoals de tent (Tabernakel) ooit temidden der Israëlieten in de woestijn stond als
CENTRALE PLAATS waar God resideerde in het Heilige der Heiligen, zó zou daar een TEMPEL, als
vaste en permanente verblijfplaats in Jeruzalem komen, dus in het beloofde land. Daarmee wilde God
uitdrukken dat God permanent temidden van Zijn volk zou (ver)blijven. Voorwaarde is dat er VREDE
heerst. 1 Kron. 28 v.2; 2 Kron. 5 v.4-14; 2 Kron. 6 v.41. Over deze vrede schrijven: Ef. 1 en Ef.
2 v.14-22 en Ef. 3 v.14-21.
DAVID BRENGT BRAND EN VREDEOFFERS.
Direct nadat de ark op haar (voorlopige) plaats van bestemming was aangekomen bracht David
BRANDOFFERS een bewijs, althans een symbool, van een algehele toewijding aan de Here. Zie bv. 1
Sam. 7 v.9. Daarna bracht David VREDEOFFERS, deze doelen op de ware VREDE, dus een gemeenschap
tussen God en hen die aan de (daarop volgende) OFFERMAALTIJD DEELNEMEN. Zie Lev. 7. Deze maaltijd
kan in Nieuw Testamentisch licht gezien worden als een gemeenschap met het altaar, een aanzitten
aan de tafel des Heren. 1 Cor. 10 v.16-22 en 1 Cor. 11 v.23-27 en Openb. 3 v.20.
IK ZAL MAALTIJD MET HEM HOUDEN EN HIJ MET MIJ....
Als er door een vrijwillige, volkomen, overgave aan God een VOLKOMEN VREDE is gekomen en
er een VOLKOMEN GEMEENSCHAP is met God de Vader en Jezus Christus, dán kan God ons zegenen.
David zegende, als voorbeeld, het volk in de naam des Heren. 1 Kron. 16 v.2; 2 Sam. 6 v.18.
Het is de zegen die HEDEN omschreven wordt met: "...DIE ONS MET ALLERLEI GEESTELIJKE ZEGEN IN DE
HEMELSE GEWESTEN GEZEGEND HEEFT IN CHRISTUS." Ef. 1 v.3.
Deze zegen wordt door David als het ware zichtbaar gestalte gegeven in:
In grote lijnen gaf David dus aan de mannen en de vrouwen, de gehele menigte van Israël,
dit voedsel mee op reis NAAR HUIS. 2 Sam. 6 v.19. Wie zou hier geen parallellen zien met Jezus
Christus, de Zoon van David, die sprak: "ZIJ BEHOEVEN NIET WEG TE GAAN, GEEFT GIJ HEN TE ETEN."
Matth. 14 v.15-16 en Marc. 6 v.34-44; Joh. 6 v.27 en 32-35.
Jezus Christus was en is het BROOD DES LEVENS. De woorden van Jezus, woorden van eeuwig leven,
luiden: "VOORWAAR, IK ZEG U, TENZIJ GIJ HET VLEES VAN DE ZOON DES MENSEN EET EN ZIJN BLOED DRINKT,
HEBT GIJ GEEN (eeuwig) LEVEN IN UZELF." Joh. 6 v.53 en: "WIE MIJN VLEES EET EN MIJN BLOED DRINKT,
HEEFT EEUWIG LEVEN." Joh. 6 v.54.
David zag dus in het uitdelen van o.a. "BROOD EN WIJN", de proviand voor onderweg op weg naar het
eeuwig leven, dus op reis naar (ons eeuwig) HUIS. 2 Cor. 5 v.1-8; Joh. 14 v.2; Pred. 12 v.5.
EN NU HET KONINGSCHAP PROCLAMEREN.
Om het KONINGSCHAP van Jezus Christus reeds te proclameren deed David de navolgende
dingen:
...DIE IS EN DIE WAS EN DIE KOMT....
Deze lofzang bevat delen uit resp. Psalm 105, 96 en 106 en wil tot uitdrukking brengen wat
we lezen in Openbaring 1 v.4-6: "...GENADE ZIJ U EN VREDE VAN HEM, DIE IS EN DIE WAS EN DIE
KOMT..... EN VAN JEZUS CHRISTUS... DE OVERSTE VAN DE KONINGEN DER AARDE."
"HET KONINGSCHAP OVER DE WERELD IS GEKOMEN AAN ONZE HEER... EN HIJ ZAL ALS KONING HEERSEN TOT IN
ALLE EEUWIGHEDEN." Openb. 11 v.15-19; Openb. 15 v.3-4; Openb. 19 v.6-8.
Bij al het heerlijke wat in de laatste drie lessen werd beschreven, blijft er iets verdrietigs
over, nl. TABERNAKEL en ARK zijn nog steeds van elkaar gescheiden. Met groot verlangen kijken we
met David uit naar wat staat in Openb. 11 v.19: "TOEN WERD DE TEMPEL GODS (de Tabernakel) IN DE
HEMEL GEOPEND, IN ZIJN TEMPEL WERD ZIJN VERBONDSARK ZICHTBAAR EN ER ONTSTONDEN BLIKSEMSTRALEN,
GELUIDEN, DONDERSLAGEN, AARDBEVING EN GEWELDIGE HAGEL." (vert. Prof. Brouwer). Zie ook Openb. 15
v.5.
David en wij zien verlangend uit naar dát stadium in de geestelijke ontwikkeling van het
lichaam van Christus, de gemeente, dat deze haar voltooiing/volmaaktheid nadert. Rom. 8 v.21. Ja,
wanneer het KONINKLIJK PRIESTERSCHAP zich ten volle ontplooid zal hebben met Jezus Christus als
Hoofd van Zijn lichaam, de gemeente, zal het hierboven vermelde uit Openbaring, in vervulling zijn
gegaan. Openb. 11 v.15; Openb. 5 v.10; Openb. 19 v.6-8 en 16; Dan. 7 v.27.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 32: (2 Sam. 6; 1 Kron. 13 v.1-14; 1 Kron. 15 v.1-19; 1 Kron. 16 v.1-43.)
VRAAG 1: Wat zie jij als de belangrijkste oorzaak dat de Tabernakel,
al of niet inclusief de ark, zo lang "AAN DE ZWERF" is geweest?
VRAAG 2: Noem eens een paar voorbeelden van een heilig gebruik van de
ark.
VRAAG 3: Noem eens een voorbeeld van een onheilig gebruik van de ark.
Verklaar waarom dit een onheilig gebruik was. Kan "DE ARK" ook heden onheilig worden gebruikt?
VRAAG 4: Hoe kon Salomo nu zeggen (terwijl zijn vader David reeds
overleden was) dat David verkoren is om over Gods volk Israël te heersen? 2 Kron. 6
v.5-6.
VRAAG 5: Wat zie je als belangrijkste voorwaarde van Gods kant, om
permanent TEMIDDEN (vroeger) of IN (heden), Zijn volk te verblijven, dus te wonen?
VRAAG 6: Wat was de betekenis van een brandoffer?
VRAAG 7: Wat is de diepere zin van het vredesoffer en de daarop
volgende maaltijd?
VRAAG 8: Als we spreken over de zegen van God, dienen we dan het accent
te leggen op het stoffelijke of het geestelijke? Verklaar je antwoord.
VRAAG 9: Ten tijde van David viel het accent van Gods zegen veelal op
de ZICHTBARE zaken, zoals vruchtbaar land, regens, voedsel etc., maar wat David meegaf op reis, NA
DE ZEGEN, heeft dat naar jouw overtuiging WEL een diepe(re) geestelijke betekenis?
VRAAG 10: Ik beweerde dat David gedreven werd door een geestelijke,
profetische visie op verleden en heden en toekomst, toen hij Levieten opstelde voor de tent in
Jeruzalem voor bewaking en lofprijzing. Welke geestelijke les(sen) zie je hierin? Zie Gen. 3 v.24
en Hebr. 9 v.6-10, speciaal v.8.
VRAAG 11: Geef je eigen visie eens op 1 Kron. 16 v.7-36.
VRAAG 12: Wat voor verdrietigs zie jij in het gegeven dat Tabernakel en
ark nog van elkaar gescheiden waren?
(2 Sam. 7 en 1 Kron. 17)
KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE:
Deze les gaat over de overweging die David in zijn hart maakte, nl. dat het eigenlijk niet kan
bestaan dat hij nu met zijn gezin in een mooi paleis woont, door Hiram, betekent: "mijn broeder is
hoop," de koning van Tyrus, voor hem gebouwd (2 Sam. 5 v.11) terwijl de ark des Heren slechts
onder een tentkleed stond. Of zoals de Lutherse vertaling zegt: "ZIE IK WOON IN EEN CEDEREN HUIS,
EN DE ARK GODS IS GEHUISVEST ONDER TAPIJTEN." Via de profeet Nathan worden David 2 dingen
duidelijk gemaakt.
a. Niet David, maar zijn zoon (Salomo) zal de tempel bouwen.
b. Niet David zal voor God een huis bouwen, maar juist ANDERSOM. God zal voor David een (eeuwig)
huis bouwen. Tenslotte spreekt David een zeer aangrijpend, profetisch getint dankgebed uit. De
nederigheid van David komt hierin sterk naar voren en daarmede juist ten diepste zijn
grootheid.
EN NU IS DE HEER AAN DE BEURT..
De oorlogen die David gedurende zijn leven te voeren had zijn een schaduwbeeld van de
geestelijke oorlogvoering die de gemeente van Jezus Christus te voeren had en nog steeds heeft,
volgens het principe van Efeze 6. De stadia die we daarin als volk van God doormaken worden
enigszins weergegeven in de volgende teksten, t.w:
Luc. 1 v.74: UIT DE WURGGREEP VAN DE VIJAND ONTKOMEN.
Luc. 10 v.19: WE KREGEN MACHT OM TEGEN ONZE VIJANDEN TE STRIJDEN EN WE ZIJN GOED BESCHERMD.
1 Cor. 15 v.26: TENSLOTTE ZAL OOK ONZE LAATSTE VIJAND, DE DOOD, SNEUVELEN.
Hebr. 10 v.13: JEZUS CHRISTUS WACHT HEDEN NOG AF TOT AL ZIJN (en onze) VIJANDEN DOOR ONS, IN ZIJN
NAAM EN ZIJN
KRACHT, GEMAAKT ZIJN TOT EEN VOETBANK VOOR ZIJN VOETEN.
Openb. 11 v.5: ZIJ, DIE DE BIJBEL AANDUIDT MET HET BEGRIP: "DE TWEE GETUIGEN," ZULLEN ZO'N GROTE
GODDELIJKE VOLMACHT UITOEFENEN, DAT HUN MACHTSWOORD IS ALS EEN VERTEREND VUUR DAT HUN
TEGENSTANDERS AAN HET VERDERF OVERGEEFT.
Zie ook 2 Thess. 2 v.8; Jer. 5 v.14.
DE MAN VAN DE VREDE.
Na David, zou zijn zoon Salomo, dat betekent: MAN VAN DE VREDE, uitbeelden dat na de
periode van strijden door Gods volk = de gemeente van Jezus Christus, de tijd van de WARE VREDE
zou aanbreken. (Rom. 16:20). Col. 3 v.15 zegt: EERST ZAL DE VREDE VAN GOD IN ONZE HARTEN
REGEREN.
Openb. 20 v.1-6 zegt: VERVOLGENS ZAL DE VREDE VAN GOD TE "PROEVEN" ZIJN GEDURENDE DE AANGEKONDIGDE
"1000 JAAR".
Openb. 22 v.1-5 zegt: DAARNA TENSLOTTE ZAL DE VREDE DUREN TOT IN EEUWIGHEID. De troon en de
regering van Salomo in Jeruzalem moest tot uitdrukking brengen in deze huidige, zichtbare,
natuurlijke wereld, dat in het NIEUWE JERUZALEM de troon van God en van het Lam, garant zullen
staan voor een EEUWIG DURENDE VREDE. (v.3).
HET GOED BEDOELDE ADVIES VAN NATHAN.
Het is niet moeilijk voor te stellen dat Nathan na zo'n oprechte belijdenis van David, op
het eerste gehoor tot een positief advies komt: "WELAAN, DOE ALWAT IN UW HART IS, WANT GOD IS MET
U" Noch David, noch Nathan de profeet hadden op dat moment het juiste zicht op Gods toekomst
plan. In de nacht begint God liefdevol en niet verwijtend uit te leggen hoe en wat Hij zal gaan
doen in de toekomst.
GOD SPREEKT IN DE NACHT.
God sprak ernstig en vermanend tot Bileam in de nacht om hem te
weerhouden ernstig te zondigen. (Num. 22 v.8-12). God sprak uitnodigend tegen de jonge
Samuël in de nacht. (1 Sam. 3 v.3-10 en 1 Sam. 15 v.10-11). Jezus sprak gedachten
corrigerend in de nacht tegen Nicodemus. (Joh. 3 v.1-21). God sprak openbarend tot
Daniël in de nacht. (Dan. 7 v.1-2). De Heer wil tot een ieder van ons spreken als we "ONZE
VENSTERLUIKEN" naar de buitenwereld toe hebben gesloten en het "HEMELVENSTER" open gedaan hebben.
Zie ook Gen. 46 v.1-7.
Als we kunnen en willen luisteren en zeggen: "HEER, HIER BEN IK" of "SPREEK HERE, UW KNECHT
HOORT," dan kan God aan ons kwijt, wat Hij ons wil openbaren. (Hand. 16 v.9 en Luc. 6 v.12.
DE "ROLLEN" WORDEN OMGEDRAAID.
Via de les die David moest leren, kunnen ook wij een heel bijzondere les leren, nl. deze:
NIET WIJ BOUWEN EEN TEMPEL VAN LEVENDE STENEN, MAAR NET ANDERSOM, GOD BOUWT IN ONS ZIJN
KONINKRIJK. God heeft ons a1len, of van achter de schapen weggehaald, of van achter onze werkbank
of bureau, of vul maar in ..... God heeft elk in het bijzonder, zijn of haar plaats in het lichaam
aangewezen, zoals Hij heeft gewild. (1 Cor. 12 v.18-31). In Zijn liefdevolle genade heeft God ons
zelfs een HEERLIJKE plaats toebedacht, zoals Ef. 2 v.1-10 het beschrijft. "...EN GOD HEEFT ONS
MEDE OPGEWEKT (met Christus) EN ONS MEDE EEN PLAATS GEGEVEN IN DE HEMELSE GEWESTEN." (v.6).
Kortom, onze NAAM en onze PLAATS (positie) worden door Hem verhoogd. (2 Sam. 7 v.9-14). 1 Kron. 17
v.10-14 zegt: "OOK KONDIG IK U AAN: DE HERE ZAL U EEN HUIS BOUWEN" (v.10) EN VERDER STELDE GOD
VAST DAT VAN DAVID'S NAGESLACHT HET KONINGSCHAP NOOIT MEER WIJKEN ZOU.
DE DRAAGWIJDTE VAN DIT KONINGSCHAP.
David heeft wel begrepen dat dit (aangekondigde) koningschap de eeuwen zou trotseren. (1
Kron. 17 v.12-14; 1 Kron. 28 v.2-5). De profetie van Nathan mist nog de dimensie die David zelf
met zijn geestesoog bespeurde. Het was gebaseerd op o.a. deze teksten:
1. IK ZAL ZIJN KONINGSCHAP BEVESTIGEN... en IK ZAL ZIJN TROON VOOR IMMER BEVESTIGEN. (1 Kron. 17
v.11-12.
2. EN ZIJN TROON ZAL VAST STAAN VOOR ALTIJD. (2 Sam. 7 v.12-14. David keek verder. Hij kon de
beloften reeds zien in Messiaans perspectief. David beleed: "HERE HERE, DAAROM HEBT GIJ AANGAANDE
HET HUIS VAN UW KNECHT GESPROKEN OVER DE VERRE TOEKOMST" (2 Sam. 7 v.19 en 29). en "IN MIJ EEN RIJ
MENSEN GEZIEN IN OPGAANDE LIJN, HERE GOD." (1 Kron. 17 v.17+27). EN MIJ, EEN MENS, DE TOEKOMSTIGE
GLORIE DOEN ZIEN. (v.17 vert. P. Canisius).
INFORMATIE: Messias = een titel nl. GEZALFDE (Grieks). Christus= een titel nl. GEZALFDE (Latijn)
Zie Psalm 2 v.1-2.
BELOFTE IN MESSIAANS PERSPECTIEF.
De profeten hebben in alle toonaarden over dit PROFETISCH PERSPECTIEF GESPROKEN EN
GESCHREVEN, zie bv. Jes. 9 v.5-6: "...GROOT ZAL DE HEERSCHAPPIJ ZIJN EN EINDELOOS DE VREDE OP DE
TROON VAN DAVID...." Jer. 23 v.5-6: "ZIE DE DAGEN KOMEN ....DAT IK AAN DAVID EEN RECHTVAARDIGE
SPRUIT ZAL VERWEKKEN, DIE ZAL ALS KONING REGEREN..." en "DE HERE ONZE GERECHTIGHEID: Zie ook Jer.
33 v.14-22. Luc. 1 v.32-33: Tenslotte komt de engel Gabriël aan Maria de directe boodschap
vanaf de troon van God verkondigen:
"DEZE (Jezus) ZAL GROOT ZIJN EN ZOON DES ALLERHOOGSTEN GENOEMD WORDEN EN DE HERE GOD ZAL HEM DE
TROON VAN ZIJN VADER DAVID GEVEN EN HIJ ZAL ALS KONING OVER HET HUIS VAN JACOB HEERSEN TOT IN
EEUWIGHEID EN ZIJN KONINGSCHAP ZAL GEEN EINDE NEMEN."
DAVID'S DANKGEBED.
David heeft begrepen dat God in de nabije, maar ook en vooral in de VERRE toekomst,
heerlijke dingen zou gaan doen. Gods belofte luidde: "IK ZAL HEM TOT EEN VADER ZIJN, EN HIJ ZAL
MIJ TOT EEN ZOON ZIJN." (2 Sam. 7 v.14). Een THEOCRATISCHE KONING (zoals David) werd en wordt de
of een zoon van God genoemd en kan worden gezien als een zichtbare vertegenwoordiger van Hem onder
Gods volk, regerende als een koning, naar de wetten van het koninkrijk Gods. Daarmede wordt een
nieuwe ERETITEL geïntroduceerd, nl. ZONEN GODS, naar het voorbeeld van de Zoon van God, nl.
JEZUS CHRISTUS. Zie bv. Ps. 2 v.6-8; Marc. 1 v.11. In navolging van DE ZOON, spreekt God: "...IK
ZAL U AANNEMEN EN IK ZAL U TOT VADER ZIJN EN GIJ ZULT MIJ TOT ZONEN EN DOCHTEREN ZIJN, ZEGT DE
HERE, DE ALMACHTIGE." (2 Cor. 6 v.18). Verder lees ik in Openb. 21 v.7: "WIE OVERWINT, ZAL DEZE
DINGEN BEËRVEN, EN IK ZAL HEM EEN GOD ZIJN EN HIJ ZAL MIJ EEN ZOON ZIJN." Openb. 22 v.1-5:
speciaal v.5 zegt: "...EN ZIJ ZULLEN ALS KONINGEN HEERSEN TOT IN ALLE EEUWIGHEDEN."
DAVID IN OPPERSTE VERBAZING.
Geen wonder, dat David, naar de mate hij meer en meer inzicht gekregen had op de heerlijke
toekomst, de tent binnen ging om zittend of knielend neerzat voor het aangezicht van God. Zijn
uitroep spreekt van verbazing en uiterste verwondering over deze OPENBARING: "WIE BEN IK, HERE
HERE, EN WAT IS MIJN HUIS, DAT GIJ MIJ TOT HIERTOE GEBRACHT HEBT." (2 Sam. 7 v.18+27-29). Ons een
moment verplaatsend in de positie van David zouden wij het lied kunnen zingen: "VADER GOD, ik ben
vol lof en dank voor U. VADER GOD, mijn handen hef ik op naar U. Want Uw macht en liefde Heer,
verbazen mij, verbazen mij. En ik sta aanbiddend voor U, VADER GOD."
David bidt nu om Gods zegen over zijn huis en gelooft dat het voor altijd gezegend zal zijn. Voor
ons geldt het woord uit Ef. 1 v.3-6: "...DIE ONS MET ALLERLEI GEESTELIJKE ZEGEN IN DE HEMELSE
GEWESTEN GEZEGEND HEEFT IN CHRISTUS. HIJ HEEFT ONS IMMERS IN HEM UITVERKOREN, VOOR DE GRONDLEGGING
DER WERELD, OPDAT WIJ HEILIG EN ONBERISPELIJK ZOUDEN ZIJN VOOR ZIJN AANGEZICHT. IN LIEFDE HEEFT
HIJ ONS TEVOREN ER TOE BESTEMD ALS ZONEN VAN HEM TE WORDEN AANGENOMEN DOOR JEZUS CHRISTUS..." Zie
ook Matth. 25 v.34. Wie zou, als hij dit heerlijke geheim begrepen heeft, met David niet
uitroepen: "TERWILLE VAN UW WOORD EN NAAR UW HART HEBT GIJ AL DIT GROTE GEDAAN EN AAN UW
KNECHT(en) VERKONDIGD." (2 Sam. 7 v.21).
Ook nu en heden zingen we als het ware met David mee het lied:
VERBLIJDT U, ZONEN GODS. AL GIJ ZONEN GODS. EN VERHEUGT U IN DE HEER, UW GOD AL GIJ DOCHTERS,
DOCHTERS VAN DE HEER, DANST IN HET ROND EN WEEST VERHEUGD. WANT DE HEER HEEFT GROTE DINGEN GEDAAN.
GAAT DAN MET VREUGDE ZIJN POORTEN BINNEN EN KOMT MET LOFZANG IN ZIJN HEILIGDOM. KOMT, PRIJST DE
HEER MET ONS, GROOT IS ZIJN TROUW AAN ONS, ZIJN WOORD IS VLEES GEWORDEN ONDER ONS.
ENKELE VRAGEN BIJ LES 33: (2 Sam. 7 en 1 Kron. 17).
VRAAG 1: Wat zie jij in deze eindtijd (tevens eindstrijd) als een
van de belangrijkste taken van de "TWEE GETUIGEN," oftewel de zonen Gods?
VRAAG 2: Wat is (of zijn) de bijbelse voorwaarden, alvorens de WARE
VREDE kan aanvangen?
VRAAG 3: Waarom zou God dikwijls gedurende de nachtelijke uren spreken
tot hen die Zijn wil zoeken?
VRAAG 4: Wat zou je onder een "HEMELVENSTER" kunnen verstaan?
VRAAG 5: Kun je Jezus Christus ook zien als iemand die dikwijls gebruik
maakte van de "NACHTELIJKE SPREEKUREN" van de Vader? Zie o.a. Marc. 1 v.35; Luc. 6 v.12-13; Luc.
21 v.37-38.
VRAAG 6: Welke lering kun je trekken uit Gods uitspraak aan David (en daarmede
ook aan ons) gedaan: "OOK KONDIG IK U AAN: DE HERE ZAL U EEN HUIS BOUWEN"?
VRAAG 7: Zou het lied uit Opw. no. 23 ongeveer weergeven wat God aan
David en dus ook aan ons duidelijk probeert te maken: "WANT IK MAAK MIJ EEN GEEST'LIJKE TEMPEL OP
DE KOSTBARE HOEKSTEEN GEBOUWD. 'k WIL EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP VORMEN UITVERKOREN EN MIJN
EIGENDOM?
VRAAG 8: Ben je (ook) van mening dat de beloften die Nathan namens God
aan David doorgaf, een MESSIAANS PERSPECTIEF boden?
VRAAG 9: Wordt o.a. in Hebr. 2 v.5-18 gezegd dat het hoofddoel is, na
de verlossing van de zonde(n), vele zonen en dochters tot HEERLIJKHEID te brengen? Zie spec.
v.10-12. Geef jouw mening eens.
VRAAG 10: Verbaast U zich nog wel eens over de HEERLIJKE TOEKOMST die
voor ons is weggelegd? Wat zijn de voorwaarden om dit alles te verkrijgen?
Verder lezen? Het vervolg van deel 2 is hier te vinden.
Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.