
De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 2 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 2 van deze bijbelstudie is alleen de titel in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het overzicht van alle lessen van deze bijbelstudie zodat je ook de achtereenvolgende lessen van de andere twee delen van de bijbelstudie in de juiste volgorde kunt lezen.
De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
| les num. | Titel | bijbelgedeelte |
|---|---|---|
| Voorwoord bij deel 2 | ||
| les 26 | David's koningschap wel bevestigd maar niet voltooid | 2 Sam. 2 |
| bijlage bij les 26 | ||
| les 27 | David blijft verheven boven onbijbelse afrekeningen | 2 Sam. 3 en 4 |
| les 28 | David uiteindelijk koning over heel Israël | 2 Sam. 5, 1 Kron. 11 |
| les 29 | Lammen en blinden zullen u terug drijven | 2 Sam. 5 |
| les 30 | De ark wordt naar Jeruzalem gebracht | 2 Sam. 6, 1 Kron. 13,15 en 16 |
| les 31 | vervolg op les 30 | idem |
| les 32 | Met de ark aan de zwerf | idem |
| les 33 | De nederigen zal Hij verhogen | 2 Sam. 7, 1 Kron. 17 |
| les 34 | De oorlogen van David | 2 Sam. 5, 8 en 21 |
| les 35 | vervolg op les 34 | idem |
| les 36 | vervolg op les 34 en 35 | idem |
| les 37 | De passie van een groot koning | 2 Sam. 8, 1 Kron.18 |
| les 38 | David en Mefiboseth | 2 Sam. 4,9,16,19,21 |
| les 39 | Het einde van de buitenlandse oorlogen komt in zicht | 2 Sam. 10,12, 1 Kron. 19 en 20 |
| les 40 | David en Bathséba | 2 Sam. 11 |
| les 41 | Een zonde-gezwel dat bijna een jaar voortwoekert | 2 Sam. 12 |
| les 42 | Door wie wij nu de overwinning ontvangen hebben | 2 Sam. 24, 1 Kron. 21 |
| les 43 | vervolg op les 42 | idem |
| bijlage over dorsvloer-kaf-koren | ||
| Het is volbracht. |
VOORAF......
DIT IS EEN BIJBELSTUDIE GESCHREVEN OP BASIS VAN EEN PREDIKING GEHOUDEN OP 20-1-'91.
GETRACHT IS OM, BIJBELS GEFUNDEERD, AAN TE TONEN DAT HET OFFER VAN JEZUS CHRISTUS OP GOLGOTHA (het
brandofferaltaar) OOK IN DE NIEUWE BEDELING NOG STEEDS CENTRAAL STAAT IN HET EVANGELIE. ALLES IN
HET WERELDGEBEUREN EN OOK ALLES IN ONS PERSOONLIJK LEVEN BLIJFT VAN EEUWIGHEID TOT EEUWIGHEID
GEGRONDVEST OP DE MACHTIGSTE GEBEURTENIS ALLER TIJDEN, ZOALS GESCHREVEN STAAT:
- Hij heeft ons immers in HEM uitverkoren voor de grondlegging der wereld... Efeze 1 v. 4. en
- HIJ was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden
(pas) geopenbaard. 1 Petr. 1 v 20.
- En allen die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, ieder, wiens naam NIET geschreven is
in het boek des levens van HET LAM, DAT GESLACHT IS SEDERT DE GRONDLEGGING DER WERELD. Openb. 13
v. 8.
IN OPENBARING HFDST. 1 en 22 GEEFT JEZUS CHRISTUS ZIJN "VISITEKAARTJE" AF OPDAT IEDER WEET DAT HET
DE OPENBARING VAN JEZUS CHRISTUS IS, WELKE GOD DE VADER HEM GEGEVEN HEEFT OM ZIJN DIENSTKNECHTEN
TE TONEN HETGEEN WELDRA MOET GESCHIEDEN.... Openb. l v. 1. Behalve de namen: "DE ALFA EN DE OMEGA"
wordt JEZUS CHRISTUS in dit laatste bijbelboek boven alles bejubeld als HET LAM.
- EN IK ZAG.... EEN LAM STAAN, ALS GESLACHT.... EN HET LAM KWAM EN HEEFT DE BOEKROL AANGENOMEN UIT DE RECHTERHAND VAN HEM DIE OP DE TROON GEZETEN WAS.... EN TOEN HET LAM DE BOEKROL NAM....... ZONGEN ZIJ EEN NIEUW GEZANG, ZEGGENDE: "GIJ ZIJT WAARDIG DE BOEKROL TE NEMEN EN HAAR ZEGELS TE OPENEN; WANT GIJ ZIJT GESLACHT EN GIJ HEBT HEN VOOR GOD GEKOCHT MET UW BLOED, UIT ELKE STAM EN TAAL EN VOLK EN NATIE EN GIJ HEBT HEN VOOR GOD GEMAAKT TOT EEN KONINKRIJK EN TOT PRIESTERS EN ZIJ ZULLEN ALS KONINGEN HEERSEN OP DE AARDE. Openb. 5 v. 6-10.
- DAARNA ZAG IK, EN ZIE, EEN GROTE SCHARE, DIE NIEMAND TELLEN KON, UIT ALLE VOLK EN STAMMEN EN NATIËN EN TALEN STONDEN VOOR DE TROON EN VOOR HET LAM.... EN ZIJ RIEPEN MET LUIDER STEM: DE ZALIGHEID IS VAN ONZE GOD DIE OP DE TROON GEZETEN IS EN VAN HET LAM. Openb. 7 v. 9-10.
- EN ER KWAM OORLOG IN DE HEMEL; MICHAEL EN ZIJN ENGELEN HADDEN OORLOG TE VOEREN TEGEN DE DRAAK EN ZIJN ENGELEN...... EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN DOOR HET BLOED VAN HET LAM EN DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS. Openb. 12 v. 7-11.
Het Evangelie van HET LAM is niet alleen toereikend om ons los te kopen uit onze ijdele wandel, als medewerkers van de boze etc. maar het verleent ons de geestelijke kracht en inzicht om de geestelijke strijd te voeren tegen satan en zijn trawanten (de draak). Bovendien kan het in ons bewerken dat we door HET LAM beschouwd worden als een UITVERKOREN GESLACHT, EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP, EEN HEILIGE NATIE, EEN VOLK GODE TE EIGENDOM... 1 Petr. 2 v. 9. EN IK ZAG EN ZIE HET LAM STOND OP DE BERG SION EN MET HEM 144.000..... DEZE ZIJN HET DIE HET LAM VOLGEN WAAR HIJ OOK HEENGAAT. DEZE ZIJN GEKOCHT UIT DE MENSEN ALS EERSTELINGEN VOOR GOD EN HET LAM.... ZIJ ZIJN ONBERISPELIJK. Openb. 14 v. 1-5.
ABRAHAM VERTROUWT OP GODS BELOFTEN.
Bijbelgedeelte: Gen. 22 v. 1-8.
Allereerst een algemene vraag aan U: HEEFT GOD WEL EENS BELOFTEN GEDAAN? Op grond van div.
bijbelgedeelten luidt dan het antwoord: ZEER ZEKER. We lezen bv. in het bijbelboek JOZUA hfdst. 21
v. 45 dus in het Oude Testament: NIET ÉÉN VAN ALLE GOEDE BELOFTEN DIE DE HERE AAN HET
HUIS VAN ISRAËL HAD TOEGEZEGD IS ONVERVULD GEBLEVEN, ALLES IS UITGEKOMEN. En nu ook nog een
korte tekst uit het Nieuwe Testament t.w. Hebr. 10 v. 23: HIJ DIE BELOOFD HEEFT IS GETROUW. In het
algemeen weten we nu dat God dingen beloofd heeft en trouw is in het nakomen van Zijn
beloften.
Laten we nu de vraag dan eens stellen WAT God dan eigenlijk allemaal wel beloofd heeft. Hier volgt
een globaal overzichtje, t.w:
Deze laatste 3 beloften zijn nog niet geheel of in het geheel nog niet vervuld maar wel "in
werking". Laten we Abram maar even verder volgen want hij wordt immers genoemd: "EEN DRAGER VAN
BELOFTEN. Bijbelgedeelten: Rom. 4 v. 13-20; Gal. 3 v. 16-20; Hebr. 6 v. 13 e.v. Vooraf aan de
geschiedenis beschreven in Gen. 22 v. 1 e.v. heeft God zelf een "persoonlijke" ontmoeting met
Abram. We lezen nl. in Gen. 17 v. 1-22 onder anderen dit: vers 1: DE HERE VERSCHEEN ABRAM EN VERS
22: ....TOEN VOER DE HERE VAN ABRAM OP. Het doet er nu even niet zo toe of God d.m.v. Zijn engel
met Abram sprak of persoonlijk. In Hand. 7 v. 35-38 lezen we dat het DE ENGEL was die Mozes kracht
gaf bij de uittocht uit Egypte met wonderen en tekenen. Deze zelfde engel sprak met Mozes op de
Sinaï en bij de brandende braamstruik. Jezus ontving kracht van een engel in Gethsémane
Luc. 22 v. 43. Van al deze gebeurtenissen kunnen we in de bijbel ook lezen dat God zelf of daarbij
was, of sprak, of kracht gaf etc.
BRANDENDE BRAAMSTRUIK - Exod. 3 v. 2-6; Hand. 7 v. 30-33; Deut. 33 v. 16.
DE UITTOCHT UIT EGYPTE - Exod. 13 v. 14 en 21; Exod. 14 v. 19 en 24
WETGEVING OP DE SINAÏ - Exod. 19 v. 20; Exod. 23 v. 20-24.
IN GETHSEMANE - Lucas 22 v. 42-45; Joh. 17 v. 20-25.
DE SLEUTEL VAN DE OPLOSSING VAN DEZE SCHIJNBARE TEGENSTELLINGEN VINDEN WE WELLICHT IN EXODUS 23
vers 20-23, t.w: "ZIE, IK ZEND EEN ENGEL VOOR UW AANGEZICHT.... NEEM U VOOR HEM IN ACHT EN LUISTER
NAAR HEM. WEES TEGEN HEM NIET WEDERSPANNIG, WANT HIJ ZAL UW OVERTREDINGEN NIET VERGEVEN, WANT MIJN
NAAM IS IN HEM."
DE WAARHEID PREKEN NA HEMELS SPREKEN...
Conclusie: HET MAAKT GEEN VERSCHIL OF EEN ENGEL SPREEKT, HANDELT OF KRACHT GEEFT, WANT DEZE HANDELT
IN DE NAAM JA, IN DE VOLLE AUTORITEIT VAN GOD DE VADER ZELF. GODS NAAM IS IN HEM LAZEN WE REEDS.... ALS
EEN ENGEL SPREEKT, SPREEKT GOD, ALS DE ZOON SPREEKT, SPREEKT GOD, ALS HET WOORD SPREEKT (de bijbel),
DAN SPREEKT GOD ZELF.
Als GOD DUS SPREEKT MET ABRAM IN Gen. 17 v. 1-22, WAARSCHIJNLIJK DOOR BEMIDDELING VAN EEN ENGEL,
DAN SPREEKT GOD ZELF. ALS GOD DOOR ZIJN GEEST SPREEKT TOT ABRAM IN Gen. 22 v. 1-2 DAN SPREEKT GOD
ZELF. ZO WAS HET VROEGER EN ZO IS HET NU OOK NOG.
VAN ABRAM KUNNEN WE OVERIGENS NOG VEEL LEREN, WANT UIT O.A. GEN.17 LEREN WE:
a. Abram kende de Here.
b. Abram verstond Zijn stem.
c. Abram luisterde naar Gods stem.
d. Abram handelde dienovereenkomstig.
LET NU GOED OP HOE GOD ZICH IN GEN. 17 v. 1 VOORSTELT AAN ABRAM, DE 99 JAAR OUDE MAN. "IK BEN
GOD, DE ALMACHTIGE, WANDEL VOOR MIJN AANGEZICHT EN WEES ONBERISPELIJK." In de grondtekst staat:
"IK BEN EL-SHADDAI."
God heeft zich in Zijn woord onder tientallen benamingen geopenbaard. Het hangt van de specifieke
situatie af, onder welke naam God zich openbaart. " EL" betekent: GOD, in de zin van STERKE GOD.
In alle eerbied zou je het Gods voornaam kunnen noemen. En SHADDAI, Gods "achter" naam. Dit
Hebreeuwse woord betekent in alle gevallen: DE BORST VAN EEN VROUW. Het WAAROM van deze
naamsopenbaring zal duidelijk zijn, want: iedere pasgeborene krijgt daar voeding, als
levensnoodzaak. Het moederleven vloeit daar als het ware in de zeer hulp en voedsel behoeftige
baby, tegelijk met moederliefde, kracht, toewijding, troost, bemoediging. Kortom, er ontwikkelt
zich een intieme relatie.
God de Vader zegt als het ware: "IK BEN DE EL, MAAR OOK DE SHADDAI". IK ben dus de gever en de
onderhouder van het ware leven. Het is alsof God Abram influistert: "JIJ, ABRAM, BENT MET JE 99
JAAR ZWAK EN ONMACHTIG (b.v. om nog een zoon te verwekken), wel.... drink dan uit de fontein, de
springader van mijn kracht en sterkte net als een baby doet bij zijn moeder."
EN VERDER SPRAK GOD:
Abram, je behoeft niet langer te struikelen in twijfel en ongeloof ook niet wat je
nageslacht betreft, maar doe dit:
"WANDEL VOOR MIJN AANGEZICHT EN WEES OPRECHT. Gen. 17 v. 1-2. Toen Abram hier in geloof op in
ging, ging God weer een stapje verder en legde Zijn belofte, Zijn verbond, met hem vast in de vorm
van een NIEUWE, betekenisvolle NAAM, want ABRAM = Vader is verheven wordt nu bovendien ABRAHAM =
Vader van een menigte volken. Zo wordt Saraï hierin betrokken, want SARAÏ = De Heer
heeft verlost. Dat wordt NU: SARA = VORSTIN oftewel: ZE ZAL TOT VOLKEN WORDEN EN KONINGEN ZULLEN
UIT HAAR VOORTKOMEN, dus MOEDER VAN VOLKEN. Zie Gen. 17 v. 4-5 en 15-16. In de nieuwe namen zijn
Gods geweldige beloften voor ABRAHAM en SARA EN ALLE GELOVIGEN inbegrepen.
DE GROTE TEST.
Na een persoonlijk gesprek met EL SHADDAI en een boel heerlijke beloften, komt dan nu DE
PROEF OP DE SOM. Schriftgedeelte: Genesis hfdst. 22.
Let op de manier van vragen, het gaat naar een dramatische climax. Eerst wordt, net als bij een
telefoongesprek, even vastgesteld dat de juiste personen met elkaar spreken.
"ABRAHAM", RIEP GOD.
"JA, HERE, HIER BEN IK", antwoordde Abraham. vers 1. NEEM UW ZOON.... UW ENIGE.... Abraham had
jaren voor Isaäk's geboorte al geprobeerd God op andere gedachten te brengen door Ismaël
bij Hagar, de slavin te verwekken. Een ANDERE erfgenaam uit SARA geboren, was er niet en zou er in
Gods plan ook nooit komen. DIE GIJ LIEFHEBT. Iets afstaan waar je niet echt mee verbonden bent is
nog wel te volbrengen, maar je enig kind, waar het hart van de vader en de moeder geheel mee
verbonden is, is "HARTVERSCHEUREND". OFFER JULLIE ENIGE ZOON ALS EEN BRANDOFFER....
De vrees, vertwijfeling, wanhoop en/of de bestorming van Abrahams gedachten, daar wordt met niet
een woord over gerept. Al kunnen we met vrij grote zekerheid aannemen dat ook de leugenaar van 't
begin: DE SATAN, niet stil gezeten zal hebben en Abraham vanaf dat moment een enorme ZIELESTRIJD
gehad moet hebben, ons uitgangspunt is dat God Abraham riep. Vergelijk dit deel eens met Luc. 22
v. 42-44.
Bedenk bij dit alles dat God Abraham had geroepen uit UR en apart had gezet van de heidenen met
hun gruwelijke gewoonten van o.a. MENSENOFFERS. Hoe kon God nu toch zoiets vragen... Wat voor
overwegingen Abraham ook gemaakt mag hebben, Abraham liet zich leiden door een vast vertrouwen, ja
zijn geloof in EL SHADDAI. Waarschijnlijk zijn de drie dagen tussen de opdracht en de uitvoering
ervan wel de zwaarste dagen in Abrahams leven geweest.
Abraham nam, net als Jezus Christus, de gestalte van een dienstknecht, ja van een slaaf aan, door
het KNECHTEWERK zelf te doen t.w. HOUT HAKKEN voor het brandoffer en de ezel zadelen en
opladen.... Zie ook Fi1. 2 v. 5-7. ZO VOLGDEN DRIE LANGE ZWARE DAGEN EN NACHTEN, VOORDAT HET
VERLOSSENDE WOORD UIT DE HEMEL KWAM.
Deze drie dagen van innerlijke strijd komen we later ook bij JEZUS CHRISTUS tegen. Voordat Jezus
Christus op Golgotha als LAM VAN GOD geslacht werd voor U en mij, lezen we in Luc. 13 v. 32: "ZIE,
IK DRIJF BOZE GEESTEN UIT EN VOLBRENG GENEZINGEN, HEDEN EN MORGEN EN OP DE 3e DAG BEN IK GEREED.
(net als Abraham). DOCH IK MOET HEDEN EN MORGEN EN DE VOLGENDE DAG REIZEN, WANT HET GAAT NIET AAN,
DAT EEN PROFEET BUITEN JERUZALEM OMKOMT."
Een bijna volkomen overeenkomst en... beslist niet toevallig. De 3 dagen durende "LIJDENSWEG" van
Abraham is een afspiegeling, ja een VOOR-AFSPIEGELING VAN DE ZOJUIST GENOEMDE LIJDENSWEG VAN JEZUS
CHRISTUS.
OVEREENKOMSTEN IN BEIDE SITUATIES:
WE GAAN IN GEDACHTEN EVEN TERUG NAAR GENESIS 22 v. 3-5.
Abraham nam, behalve zijn zoon Isaäk, twee knechten mee, waarvan we niet lezen dat ze
"IETS DEDEN", maar ze waren als getuigen meegenomen. Dit zien we ook bij Jezus op de berg der
verheerlijking in Gethsémane en bij het dochtertje van Jaïrus. Zie wat Luc. 24 v. 43-48
en Hand. 5 v. 26-43 daarover zeggen.
ABRAHAM, ONZE GEESTELIJKE VADER.
Let ook op wat "DE VADER VAN ALLE GELOVIGEN", Abraham, getuigt tegen deze twee
knechten/getuigen, nl: "Wanneer WIJ hebben aangebeden, zullen WIJ tot U terugkeren...." Uit alle
attributen die Abraham meenam, blijkt dat hij voor 100% rekende op het moeten offeren van zijn
enige zoon. (Hout voor het brandoffer-vuur-mes-zoon). Isaäk moest de ZWAARSTE LAST dragen,
zijn vader legde dit op hem. Van Jezus Christus staat geschreven: "...OM DOOR ZIJN OFFER DE ZONDE
WEG TE DOEN..." Hebr. 24 v. 24-28; 1 Petr. 2 v. 24; Jes. 53 v. 4-8. Joh. de Doper zei: "ZIE HET
LAM GODS DAT DE ZONDE(last) DER WERELD WEGNEEMT. Joh. 1 v. 29; Num. 11 v. 10-15 en Jer. 23 v.
33-38. Isaäk beeldde het bovenstaande uit in de zichtbare wereld als voorbeeld.
ZO GINGEN DIE BEIDEN TEZAMEN....
Let tevens op het tweegesprek. Naarmate ze de heuvel verder bestegen, naderde het uur der
beslissing. Terwijl vader en zoon met elkaar in gesprek waren, hield Abraham de mogelijkheid open
dat God op de een of andere manier toch EEN OPLOSSING had voor het "ONONTKOOMBARE." Ongetwijfeld
zullen Gods beloften hem in gedachten zijn gekomen, zoals uit Gen. 17 v. 19: "MAAR UW VROUW SARA
ZAL U EEN ZOON BAREN... EN IK ZAL EEN VERBOND MET HEM OPRICHTEN TOT EEN EEUWIG VERBOND VOOR ZIJN
nageslacht."
GEESTELIJKE OVERWEGINGEN:
Abraham heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken... en
daaruit heeft hij Isaäk dan ook bij wijze van spreken teruggekregen. Hebr. 11 v. 17-19.
WAAR GELOOF HOUDT STAND.
Het geloof dat God voor een WONDERBAARLIJKE OPLOSSING zou (kunnen) zorgen, was nog steeds
in het hart van Abraham toen hij het brandofferaltaar bouwde, het hout schikte en zijn zeer
geliefde zoon, GEBONDEN op dat hout legde... Vergelijk dit met de geestelijke worsteling van de
"ANDERE ZOON" nl. JEZUS CHRISTUS, wat hij doormaakte in Gethsémane.
DE GEESTELIJKE WORSTELING VAN DE WARE ZOON IN GETHSÉMANE.
Bijbelgedeelte: Matth. 26 v. 36-39.
Jezus zei toen Hij bedroefd en beangst begon te worden tegen Zijn drie discipelen/GETUIGEN: "MIJN
ZIEL IS ZEER BEDROEFD, TOT STERVENS TOE...." En Jezus bad: "MIJN VADER, INDIEN HET MOGELIJK IS,
LAAT DEZE BEKER MIJ VOORBIJGAAN, DOCH NIET GELIJK IK WIL, MAAR GELIJK GIJ WILT. EN HEM VERSCHEEN
EEN ENGEL UIT DE HEMEL OM HEM KRACHT TE GEVEN EN HIJ WERD DODELIJK BEANGST EN BAD DES TE VURIGER".
Luc. 22 v. 43-44.
VOOR ABRAHAM IS HET UUR DER WAARHEID AANGEBROKEN.
Heeft Abraham tevergeefs gehoopt en geloofd??? Een verlossende roep van een engel uit de
hemel, kondigt het plotselinge einde van deze grote beproeving aan. Door daad en handelwijze is
God, als het ware overtuigd, nl. ABRAHAM VERTROUWT MIJ VOLKOMEN, HIJ IS GODVREZEND. Abraham en
Jezus Christus waren beiden bereid om of hun zoon of zichzelf te offeren ....
WE VOLGEN NOG STEEDS DEZE GESCHIEDENIS BESCHREVEN IN Gen. 22.
Als Abraham het PLAATSVERVANGENDE DIER, verward in het struikgewas ziet, weet hij dat in
HET BRANDOFFER is voorzien. Zowel voor Abraham als voor ons allen bleek God in een zg.
PLAATSVERVANGEND OFFERDIER te hebben voorzien, nl. Jezus Christus, HET LAM VAN GOD. Zie Hebr. 7 v.
26-27; Hebr. 9 v. 11-15 en 26; Hebr. 10 v. 8-14 etc. We herinneren ons dat Abraham (v.2) door God
werd verwezen naar het land en de berg MORIA, dat betekent DE HERE ZAL (er in) VOORZIEN. Abraham
noemde die plaats in het geloof ook in v.8, DE HERE ZAL ERIN VOORZIEN.
OP DE BERG DES HEREN ZAL ERIN VOORZIEN WORDEN.
Uit v.14 blijkt dat dit een gevleugeld woord is geworden. We zien niet alleen dat God aan
Abraham de berg MORIA aanwees, maar ook later aan DAVID DE JUISTE PLAATS, ook weer die zelfde berg
Moria. Later ook genoemd de berg SION, DE TEMPELBERG.
Was de geloofshouding van (vader) ABRAHAM al indrukwekkend, van de zoon Isaäk is de positieve
houding eigenlijk niet minder. Let op de gewillige overgave, zonder verzet of protest o.i.d.
Hierin ligt weer een grote overeenkomst met God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus. Op vele
bijbelplaatsen staan verwijzingen van profetische uitspraken over Jezus' lijden en Zijn opstelling
daarin b.v. in Matth. 12 v. 17 wordt Jes. 42 v. 1-4 aangehaald: "....OPDAT VERVULD ZOU WORDEN....
TOEN HIJ ZEI: ZIE MIJN KNECHT DIE IK VERKOREN HEB, MIJN GELIEFDE IN WIE MIJN ZIEL EEN WELBEHAGEN
HEEFT. IK ZAL MIJN GEEST OP HEM LEGGEN."
De houding van Jezus Christus, de Zoon van de Vader kan in drie woorden gekenschetst worden nl.
"UW WIL GESCHIEDE ...." Alvorens het laatste gedeelte van Gen. 22 nl. v. 15-19 te bespreken zullen
we nog uitvoerig stilstaan bij de berg MORIA, waarop Abraham offerde, omdat juist deze plaats een
sleutelpositie inneemt in deze hele bijbelstudie.
BEELD EN WERKELIJKHEID VAN DE OPLOSSING VAN HET ZONDEPROBLEEM.
U herinnert zich dat God zelf Abraham hier naar toe zond. De Vader wist wat op die berg
(dat gebergte) in de verre toekomst zou gebeuren. Wat voor Abraham de berg MORIA was nl. plaats en
symbool van lijden/beproeving, maar.... ook van wonderbaarlijke verlossing; dat was voor Jezus
Christus DE OLIJFBERG, met daarop de HOF VAN GETHSÉMANE en daarna GOLGOTHA, plaats der
kruisiging...
In de bijbel wordt veel over de ZONDE gesproken, maar gelukkig ook over de OPLOSSING van dit
grootste probleem ter wereld.
Als een rode draad loopt door de hele bijbel heen, de oplossing van het zondeprobleem en dit wijst
altijd naar Jezus Christus hetzij over het aanbrengen van bloed van het geslachte (paas)lam, bij
het vieren van het PASCHA bij de uittocht uit Egypte en vervolgens o.a. het aanbrengen van het
RODE KOORD door Rachab in Jericho. Ook bij de (in)wijding van (hoge)priester waarbij bloed van een
offerdier genomen werd en resp. aan rechter oorlel, rechter duim en rechter grote teen werd
aangebracht, als beeld van ONTZONDIGING, REINIGING en HEILIGING. Zie o.a. Lev. 8 v. 22-24.
DE SPREKENDE, BELOVENDE EN ZEGENENDE GOD.
Lees Genesis 22 vers 15-17. Tweemaal sprak God d.m.v. een engel tot Abraham en... tot ons.
De eerste keer werd Abraham's vasthoudend geloofsvertrouwen in de hemel bejubeld. (vers 12.)
De tweede keer dat God sprak (v. 15-18) belooft God met een eed een zeer grote, verstrekkende
zegen voor hemzelf, maar vooral voor Abraham's nageslacht t.w:
a. ABRAHAM ONTVANGT ZELF EEN ZEGEN
b. ABRAHAM KRIJGT EEN ZEER GROOT NAGESLACHT
c. DIT NAGESLACHT ZAL EEN OVERWINNEND VOLK ZIJN (v.17)
d. ALLE VOLKEN DER AARDE ZULLEN GEZEGEND WORDEN t.g.v. "HET ZAAD VAN ABRAHAM" = JEZUS
CHRISTUS.
Dit laatste maakt Paulus later duidelijk in Gal. 3 v. 16: "NU WERDEN AAN ABRAHAM DE BELOFTEN
GEDAAN EN AAN ZIJN ZAAD, HIJ ZEGT NIET: EN AAN ZIJN ZADEN, IN HET MEERVOUD, MAAR IN HET ENKELVOUD:
EN AAN UW ZAAD, d.w.z. AAN CHRISTUS." (Zie ook Gen. 12 v. 3; Gen. 17 v. 8 en 10; Gen. 15 v. 5;
Rom. 4 v. 18-25.)
Vanuit Christus (v.18) wordt het gehele (geestelijke) nageslacht van Abraham, gezegend en tot
overwinnende erfgenamen benoemd. Abraham is een voorbeeld van Jezus Christus. Zoals er zeer veel
nageslacht uit Abraham is voortgekomen (o.a. Jezus Christus) zo zijn er uit JEZUS CHRISTUS, zeer,
zeer velen voortgekomen door het geloof in Hem. (Gal. 3 v. 9 en 14). Rom. 4 v. 23-25 onderstreept
dit nog eens duidelijk.
OMDAT JIJ NAAR MIJN STEM GELUISTERD HEBT....
Let eens op wat God laat zeggen in Gen. 22 v. 18b.... Het geheim van Gods zegen ligt kennelijk
in: LUISTEREN NAAR ....EN DOEN VAN GODS WIL.
ABRAHAM, DE VREEMDELING EN DE BIJWONER.....
Gen. 22 vers 19 en Gen. 26 v. 3.
Abraham leefde in het beloofde land als vreemdeling en bijwoner, maar met de BELOFTE dat via
ISAÄK, Gods belofte(n) waar zouden worden. Ondanks de 7 apart gezette ooilammeren (Gen. 21
v. 28) bleek het verbond dat Abimelech, de Filistijnse vorst, met Abraham sloot, niet erg
betrouwbaar. Steeds probeerden deze heidenen de door Abrahams knechten gegraven putten of te roven
(Gen. 21 v. 25 en 30) of weer met aarde dicht te gooien. (Gen. 26 v. 15 en 18-25 en 32-33). Na
alle verdrukkingen en vervolgingen als vreemdeling en bijwoners ervoer eerst Abraham en later
Isaäk dat God eenmaal ruimte zal verschaffen en... EEN BRON VAN (levend) WATER waar ze uit
kunnen drinken. God houdt wel Zijn woord, Zijn eed en al Zijn beloften.
ABRAHAM, RUSTEND IN GODS HEERLIJKE BELOFTEN.
Abraham trok na het "offeren" van Isaäk zich terug naar de bron van de eed = BERSEBA,
om daar ongestoord te blijven wonen. Als VREEMDELING temidden der heidenen, riep Abraham daar de
NAAM DES HEREN aan, de NAAM VAN DE EEUWIGE GOD (Gen. 21 v. 31-33). Dat Abraham daar bomen plantte,
DE TAMARISK, wil zeggen dat hij daar wilde blijven wonen, een schaduwrijk plekje in de hete
woestijn, bij een put door Abraham gegraven..... Hier kon hij in alle rust, vertrouwend genieten
van, naar ik meen, de allermooiste belofte(n) d.m.v. een EED, die God ooit aan een mens gedaan
heeft. God had met Abraham een verbond gesloten toen Hij op het gebergte MORIA sprak: " IK ZWEER
BIJ MIJZELF, LUIDT HET WOORD DES HEREN, OMDAT GIJ DIT GEDAAN HEBT.... ZAL IK U RIJKELIJK ZEGENEN
EN.... UW NAGESLACHT ZAL DE POORT ZIJNER VIJANDEN IN BEZIT NEMEN EN MET UW NAGESLACHT (Jezus
Christus) ZULLEN ALLE VOLKEN DER AARDE GEZEGEND WORDEN. Gen. 22 v. 16-18.
WAAROM NU JUIST HET GEBERGTE MORIA??
De sleutelvraag blijft echter, waarom Abraham naar het gebergte MORIA werd gedirigeerd en
waarom God juist daar de heerlijkste en mooiste belofte deed voor Zijn toekomstige gemeente, zowel
uit de Joden als uit de heidenen. (Zie bv. Efeze 2 v. 14-22) Alvorens te trachten deze vraag te
beantwoorden wil ik eerst enkele opmerkelijke feiten memoreren uit de hieronder genoemde
bijbelgedeelten, t.w:
A. 2 Sam. 24 v. 1-25.
B. 1 Kron. 21 v. 1-30 en 22 v. 1.
C. 2 Kron. 3 v. 1.
D. Hebr. 10 v. 11-12.
DEZE GEDEELTEN WORDEN ACHTEREENVOLGEND NADER UITGEWERKT/TOEGELICHT ALS ad. A, B,
C en D.
Ad. A: 2 Sam. 24 v. 1-25.
In dit 1e bijbelgedeelte wordt verhaald dat er weer zonde in Israël onder koning en volk was
gekomen.(Zie ook 2 Sam. 21 v. 1-3 en 14) en zonde kan alleen weggedaan worden door VERZOENING.
Satan wist David te misleiden tot HOOGMOED/EERZUCHT, want op eigen initiatief een VOLKSTELLING
houden om te weten over hoeveel strijdbare mannen je beschikt, boven de 20 jaar, was volstrekt
niet toegestaan. En David wist dat... David ging door ondanks de waarschuwing van zijn
legeroverste Joab (v. 3). Van de 800.000 + 500.000 = 1.300.000 man stierven er 70.000....
JOUW ZOENGELD IS REEDS BETAALD...
David liet de strijdbare mannen tellen terwijl hij wel wist wat er in Exodus 30 v. 11-16
stond, nl. dat er voor ELK der getelden een ZOENGELD MOEST WORDEN BETAALD.... "OPDAT ER ONDER HEN
GEEN PLAAG ZIJ BIJ DE TELLING" (v. 12). Deze halve sikkel per persoon moest als heffing voor de
Here ter verzoening voor hun leven worden gegeven, met als bestemming de bekostiging van de bouw
van en de dienst in de Tabernakel. Zowel de arme als de rijke betaalde hetzelfde bedrag. (zie
Exod. 38 v. 21-31 en Matth. 17 v. 24-27)
"Dit zoengeld (hoofdgeld) v.16, zal dienen om Israël's kinderen bij Jahweh in gedachtenis te
houden en tot een LOSPRIJS (verzoening) voor Uw leven." Uit 2 Sam. 24 v. 1-25 en uit bijna
hetzelfde verslag uit 1 Kron. 21 v. 1-30 blijkt dat David uit eigener beweging maar wat
aangerommeld heeft en het gebod van LOSPRIJS (verzoening) er in het geheel niet aan te pas kwam.
ABRAHAM heeft het ten diepste begrepen na zijn "offeren" van Isaäk. DAVID had het pas goed
begrepen wat er in het aangehaalde schriftgedeelte stond na de moeilijke les die hij geleerd had.
WIJ kunnen het pas goed begrijpen als bv. de Heilige Geest ons heeft overtuigd van zonde,
gerechtigheid en oordeel = scheiding tussen het een en het ander. Joh. 16 v. 5-11. Met Abraham's
beproeving op de berg MORIA, heeft God ons de belangrijkste les uit de gehele heilsgeschiedenis
willen leren. David heeft ongeveer op dezelfde plaats deze les geleerd. Wij allen weten dat Jezus
Christus als HET LAM VAN GOD als losprijs voor ons op hetzelfde gebergte Moria voor onze zonde als
VERZOENING is gestorven.
ER BESTAAT GEEN ZELFVERLOSSING.
Psalm 49 v. 8-10: "NIEMAND KAN OOIT EEN BROEDER LOSKOPEN, NOCH GODE ZIJN LOSPRIJS BETALEN,
TE HOOG IMMERS IS DE PRIJS VOOR HUN LEVEN EN VOOR ALTOOS ONTOEREIKEND, DAT HIJ VOOR IMMER ZOU
VOORTLEVEN, DE GROEVE NIET ZOU ZIEN." De mens Christus Jezus, nochtans de Zoon van God, was de
middelaar tussen God de Vader en ons mensen. Hij gaf Zichzelf als losprijs voor allen. 1 Tim. 2 v.
5-6. David "beroofde" God van Zijn heerlijkheid, want UITSLUITEND op Gods tijd en Zijn wijze
wordt de zondaar verlost = de losprijs betaald, die alleen verzoening kan brengen. Zie de genoemde
teksten. Spreuken 14 v. 28: "IN DE TALREIKHEID DER (verloste) NATIE LIGT DES KONINGS LUISTER
(heerlijkheid) maar GEBREK AAN ONDERDANEN (volk) is eens vorsten verstoring (is des vorsten onheil
of is des vorsten ondergang) Openbaring 7 v. 9 geeft hiervan de VERKLARING: "DAARNA ZAG IK, EN ZIE
EEN GROTE SCHARE, DIE NIEMAND TELLEN KON UIT ALLE VOLK EN STAMMEN EN NATIËN EN TALEN, STONDEN
VOOR DE TROON EN VOOR HET LAM.... EN ZIJ HEBBEN HUN GEWADEN GEWASSEN en die wit gemaakt in het
bloed des Lams (v.14b).
Hierboven werd de vraag gesteld: "WAAROM NU JUIST OP HET GEBERGTE MORIA??" Het tweede opmerkelijke bijbelgedeelte dat hier wat meer licht op kan werpen wordt hieronder uitgewerkt.
Ad. B. 1 Kron. 21 vers 1-30 en 1 Kron. 22 v. 1.
David zegt (eist) in vers 2: "OPDAT IK HET GETAL WETE..." In Openb. 7 v. 9 staat dat Johannes op
Patmos o.a. zag: "EEN (verloste-losgekochte-verzoende) SCHARE, DIE NIEMAND TELLEN KON EN... IN
VERS 12... AMEN, DE LOF EN DE HEERLIJKHEID... EN DE EER EN DE MACHT... ZIJ AAN ONZE GOD TOT IN
ALLE EEUWIGHEDEN. AMEN. IN VERS 15:.. DAAROM VEREREN ZIJ HEM DAG EN NACHT IN ZIJN TEMPEL. IN VERS
17:... WANT HET LAM (Jezus Christus, de Goede Herder) ZAL HEN WEIDEN. Dus.... NIET David zou hen
weiden, al was hij een ervaren schaapherder geweest, maar de EER en de TAAK zijn voor JEZUS
CHRISTUS ALLEEN. 1 Kron. 21 v. 3-4:
EEN GEWAARSCHUWD MAN TELT VOOR TWEE...
Joab, de legeroverste, wist van de schuld die David op zich zou laden, het was hem een
gruwel. (v. 6). Maar David negeerde hoogmoedig deze waarschuwing. In v. 7 en 17 lezen we echter
dat David tot zondebesef kwam OMDAT HIJ ZEER VERKEERD GEHANDELD HAD. Hetgeen Abraham
geleerd/begrepen had na het offer van Isaäk, dat begreep David nu ook, na deze dramatische
gebeurtenissen.
LET OP WAT DAVID ZEI, ZAG, DEED EN ERVOER...
1 Kron. 21 v. 13-18. Hij had een heilig ontzag gekregen voor een BARMHARTIG God (v. 13)
Zonde kan uitsluitend door verzoening weggedaan worden. God wil GEEN BLOED zien van mensen of
dieren. God heeft GEEN behagen in de dood van een zondaar, maar.... HET ZWAARD WAS NOG GETROKKEN,
DE DOOD HING DREIGEND BOVEN JERUZALEM EN ER IS DAN MAAR EEN MANIER OM AAN HET OORDEEL TE ONTKOMEN
nl. BEROUW (v. 16) en SCHULDBELIJDENIS (v. 17). David treedt in de rol van MIDDELAAR als een
schaduwbeeld van Jezus Christus, de WARE MIDDELAAR, waarvan de Vader later zou getuigen: "DEZE IS
MIJN ZOON, DE GELIEFDE, IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB, HOORT NAAR HEM. Matth. 17 v. 5-8.
GOD WIJST ALTIJD DE WEG TER ONTKOMING AAN, NL. HET ALTAAR.
Zolang er bewuste zonde in ons leven is, is het niet mogelijk op de goede wijze met God te
communiceren. Gods aangezicht is als het ware (nog) verborgen. De profeet GAD wordt steeds door
God als SPREEKBUIS gebruikt. Zie 1 Kron. 21 v. 9, 11, 13, 18, 19. David zag Gods aangezicht pas
weer na dat hij op de door God aangewezen plaats en wijze brand en vredesoffers (schuld en
verzoening) had gebracht. Het zwaard, beeld van het rechtvaardige oordeel, werd weer in de schede
gestoken. (v. 27).
JOOD EN HEIDEN VINDEN REDDING BIJ HET ALTAAR.
Zowel David, de Jood en Ornan (Arauna), de Jebusiet = Kanaäniet, dus de heiden, weten
dat hun beider redding ligt in HET ALTAAR. 1 Kron. 21 v. 19-27.
DE GOD DIE ANTWOORDT MET VUUR.
Gods antwoord met vuur uit de hemel op het BRANDOFFERALTAAR ZAGEN WE OOK REEDS BIJ Elia,
het altaar op de Karmel. (1 Kon. 18). Later zou dit worden herhaald bij Salomo (2 Kron. 7 v. 1-3)
op het altaar bij de nieuw gebouwde tempel. De offerplaats werd door God zelf aangewezen. v.
28.
Het duidelijke antwoord uit de hemel, was Gods ondubbelzinnig duidelijke aanwijzing wat HIJ ziet
als de OPLOSSING VAN HET SCHULD, ZONDEPROBLEEM.
GOD BEPAALT PLAATS, TIJD en DUUR.
Voor David was het nu zonneklaar, nl. daar op Ornan's dorsvloer moest nu en voortaan
geofferd worden. David, die en KONING en PRIESTER en PROFEET WAS, en daarmede een type van Jezus
Christus, sprak en besliste in PROFETISCHE ZIN: "DIT IS HET HUTS VAN DE HERE EN DIT IS HET
BRANDOFFERALTAAR VOOR ISRAËL. " 1 Kron. 22 v. l. Gods Geest kon nu door middel van David en
Salomo het bouwplan van de tempel, inclusief het brandofferaltaar, uitwerken. David maakte,
geïnspireerd door de Heilige Geest het bouwbestek. Zie 1 Kron. 28 v. 2 en 11-13 en 19.
DAVID: "ALLES STAAT IN EEN GESCHRIFT, ONTVANGEN UIT DE HAND DES HEREN, WAARMEDE HIJ MIJ
ONDERRICHTTE AANGAANDE DE GEHELE UITVOERING VAN HET ONTWERP. 1 Kron. 28 v. 19.
Toen uiteindelijk (zie bv. 1 Kon. 3 v. 4) Salomo overeenkomstig DIT bestek de opdracht van de bouw
der tempel voleindigd had, antwoordde God weer op dezelfde wijze als bij David. 1 Kron. 21 v. 26.
En zoals al eerder was gebeurd bij Elia op de Karmel en..... DAARVOOR REEDS bij Mozes en
Aäron. Lev. 9 v. 23-24.
TOEN BEGON SALOMO MET DE BOUW VAN DE TEMPEL TE JERUZALEM OP DE BERG MORIA, WAAR DE HERE AAN ZIJN
VADER DAVID VERSCHENEN WAS, OP DE PLAATS DIE DAVID DAARVOOR HAD BESTEMD, OP DE DORSVLOER VAN DE
JEBUSIET ORNAN. 2 Kron. 3 v. 1.
Moria betekent: DE HERE ZAL voorzien. Zetten we nu even alle gegevens eens op een rijtje, dan is
er een duidelijke geestelijke lijn te ontdekken die heenwijst naar Jezus Christus en diens offer
op GOLGOTHA.
Hierboven werd de vraag gesteld: "WAAROM NU JUIST OP HET GEBERGTE MORIA??" Van de vier aldaar
genoemde bijbel gedeelten: a, b, c, en d is onder Ad. A het eerste gedeelte uitgewerkt. Onder Ad.
B is het volgende bijbelgedeelte uitgewerkt.
Hieronder volgen Ad. C. en Ad. D.
Ad. C. 2 Kron. 3 v. 1.
Deze tekst luidt: "TOEN BEGON SALOMO MET DE BOUW VAN DE TEMPEL TE JERUZALEM ....." etc. We weten
dat David het plan had om een tempel te bouwen en de bouwmaterialen daarvoor reeds zoveel mogelijk
bijeengebracht had. Maar God stond niet toe dat David de tempel bouwde.
David was de koning die de oorlogen des Heren voerde. DAVID betekent LIEVELING. Denk in dit
verband aan de uitspraak van de VADER: Matth. 3 v. 17: "EN ZIE, EEN STEM UIT DE HEMELEN ZEIDE:
DEZE IS MIJN ZOON, DE GELIEFDE IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB. DAT WAS JEZUS CHRISTUS.
1 Sam. 13 v. 14: "DE HERE HEEFT ZICH EEN MAN (David) UITGEZOCHT NAAR ZIJN HART EN DE HERE HEEFT
HEM TOT EEN VORST OVER ZIJN VOLK AANGESTELD.
David was een beeld(drager) van de grote KONING EN VORST Jezus Christus. David vertegenwoordigde
de periode dat Israël steeds door vijanden werd aangevallen. Het doel van David was om al
strijdend een rijk van VREDE te stichten. Zolang er gestreden moet worden is dat niet te
realiseren. Zo merkt later Salomo op: 1 Kon. 5 v. 3: "GIJ WEET, DAT MIJN VADER DAVID NIET IN STAAT
WAS VOOR DE NAAM VAN DE HERE, ZIJN GOD, EEN HUIS TE BOUWEN WEGENS DE OORLOG, DIE ZIJ VAN ALLE
KANTEN TEGEN HEM VOERDEN, TOTDAT DE HERE HEN ONDER ZIJN VOETZOLEN GELEGD HAD."
Gods volk, het Israël Gods bevindt zich ook nu nog in een periode van strijd, de GEESTELIJKE
STRIJD, zoals beschreven in Efeze 6. David wist als profeet dat de tijd zou komen dat AL DEZE
VIJANDEN, de boze geesten in de hemelse gewesten, eens en allen en voor goed onder de voeten van
Jezus Christus gelegd zouden zijn als VERSLAGEN VIJANDEN. Zie Matth. 22 v. 41-46. Zie ook 1 Kor.
15 v. 23-28. Hand. 2 v. 34-36. Prachtig formuleert Hebr. 10 v. 12-18 het o.a. zo: "JEZUS CHRISTUS
IS, NA ËËN OFFER VOOR DE ZONDE TE HEBBEN GEBRACHT, VOOR ALTIJD GEZETEN AAN DE
RECHTERHAND VAN GOD. VOORTS AFWACHTENDE, TOT ZIJN VIJANDEN GEMAAKT WORDEN TOT EEN VOETBANK VOOR
ZIJN VOETEN. WANT DOOR ËËN OFFERANDE HEEFT HIJ VOOR ALTIJD HEN VOLMAAKT, DIE GEHEILIGD
WORDEN....."
SALOMO = MAN VAN DE VREDE.
Salomo beeldt ook Jezus Christus uit als KONING maar nu met het accent als VREDEVORST. Als
gevolg van alle gevoerde oorlogen kon er nu VREDE heersen. Zie 1 Kon. 4 v. 21-24. "WANT HIJ
HEERSTE... OVER ALLE KONINGEN... EN HIJ HAD VREDE AAN ALLE KANTEN." Een "voorproefje" van de
eeuwig durende vrede vinden we in het komende VREDERIJK beschreven in Jes. 2 v. 1-5. "..EN ZIJ
ZULLEN DE OORLOG NIET MEER LEREN..." v. 4 b.
EEN HEERLIJK VOORPROEFJE.
Dat het komende VREDERIJK een voorbode is van een eeuwig blijvende toestand blijkt o.a.
uit 1 Kor. 15 v. 23-28: "WANNEER HIJ ALLE HEERSCHAPPIJ, ALLE MACHT EN KRACHT ONTTROOND ZAL HEBBEN
ZAL HIJ HET KONINGSCHAP AAN GOD DE VADER OVERDRAGEN WANT HIJ MOET ALS KONING HEERSEN TOTDAT HIJ AL
ZIJN VIJANDEN ONDER ZIJN VOETEN GELEGD HEEFT..... WANNEER ALLES HEM ONDERWORPEN IS, ZAL OOK DE
ZOON ZELF ZICH AAN HEM (de Vader) ONDERWERPEN... OPDAT GOD ZIJ ALLES IN ALLEN. (v. 24-25 en
28).
We zien dus zowel in het leven van David als van Jezus Christus uitgebeeld dat zij DANK ZIJ HUN
STRIJD (oorlogen) de VREDE bewerkstelligen. Salomo en Jezus Christus beelden resp. tijdens hun
koningschap en in het KOMENDE VREDERIJK UIT DAT NA DE STRIJD (oorlogen) de VREDE AANBREEKT. Jezus
zal als Gezalfde voor eeuwig KONING ZIJN zegt Openb. 11 v. 15. De bijbel besluit als het ware met
een geweldige belofte voor Gods volk zoals er staat in Openb. 22 v. 3-5: "EN NIETS VERVLOEKTS ZAL
ER MEER ZIJN..... EN ER ZAL GEEN NACHT MEER ZIJN EN ZIJ HEBBEN GEEN LICHT VAN EEN LAMP OF LICHT
DER ZON VAN NODE, WANT DE HERE GOD ZAL HEN VERLICHTEN EN (ook) ZIJ (Gods kinderen) zullen als
koningen heersen tot in alle eeuwigheid."
EEN OFFER IS VOLDOENDE VOOR...
Hebr. 10 v. 11-12: "JEZUS CHRISTUS IS, NA ÉÉN OFFER VOOR DE ZONDE TE HEBBEN
GEBRACHT.."
Ad. D. In één tekst wordt als het ware het gevolg van dat ene
offer geschilderd. We sommen het eens even op...
"DOCH THANS ZIEN WIJ NOG NIET, DAT HEM ALLE DINGEN ONDERWORPEN ZIJN. MAAR WIJ ZIEN JEZUS... DIE VOOR
EEN IEDER DE DOOD ZOU SMAKEN, NU MET EER EN HEERLIJKHEID GEKROOND".
"OPDAT HIJ DOOR ZIJN DOOD hem, die de macht over de dood had, de duivel, ZOU ONTTRONEN EN ALLEN ZOU BEVRIJDEN
DIE GEDURENDE HUN GANSE LEVEN DOOR ANGST VOOR DE DOOD TOT SLAVERNIJ GEDOEMD WAREN."
Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.