Een bijbelstudie over het leven van David.

De kroon, het symbool van het koningschap.De kroon, het symbool van het koningschap.

 

 

 

Deel 3.

De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 3 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 3 van deze bijbelstudie zijn uitsluitend de titels in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het overzicht van alle lessen van deze bijbelstudie zodat je ook de achtereenvolgende lessen van de andere twee delen van de bijbelstudie in de juiste volgorde kunt lezen.

De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.

Inhoudsopgave deel 3
les num. Titel bijbelgedeelte
les 44 De onteerde koningsdochter 2 Sam. 13
les 45 Van schaapscheerdersfeest tot familiedrama 2 Sam. 13
les 46 Absalom's terugkeer 2 Sam. 14
les 47 De aap komt uit de mouw 2 Sam. 15
les 48 Zoon probeert vader van de troon te stoten 2 Sam. 15
les 49 Simeï vervloekt David 2 Sam. 16, 1 Kon. 2
les 50 De raad der goddelozen 2 Sam. 16, 2 Sam. 17
les 51 David naar Mahanaïm 2 Sam. 17
les 52 Absalom's nederlaag en dood 2 Sam. 18
les 53 David's terugkeer naar Jeruzalem 2 Sam. 19
les 54 De opstand van Seba 2 Sam. 20
les 55 De tempelbouw in blauwdruk 2 Sam. 7, 1 Kon. 1 Kron.
les 56 David draagt aan Salomo de tempelbouw op 1 Kron. 28
les 57 De taak van de priesters en de levieten 1 Kron. 23,24
les 58 Zangers en poortwachters 1 Kron. 25-27
les 59 David zag reeds de geestelijke tempel 1 Kon. 5,6
les 60 De Gibeonieten en het huis van Saul 2 Sam. 21
les 61 De rebellie van Adonia 1 Kon. 1

 

les 56

David draagt aan Salomo de tempelbouw op.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 1 Kron. 28 en 29, 2 Kron. 3 en 4, 1 Kon. 5 v.1-hst. 6 v.38.
David wetende dat het bouwen van de tempel zelf, als een (bijna) afronding van Gods plan, althans in de zichtbare wereld, niet aan hem was vergund en opgedragen, roept een heleboel leidinggevenden bijeen om hen op te dragen Salomo te ondersteunen in zijn moeilijke taak en ook om bijdragen te leveren in geld en goederen. Zo geeft David als koning het goede voorbeeld en... de leidinggevenden volgen hem daarin. EEN VOORBEELD VOOR HEDEN...

EENDRACHT MAAKT MACHT.
Wie de ontwikkelingsgeschiedenis gelezen heeft van de plannen tot en met de realisering van de tempel, komt tot geen andere conclusie dan deze: David was weliswaar de initiatiefnemer, maar omdat velen hem hierin gevolgd zijn, is de tempelbouw voltooid. De plannen van David waren (bijna) gerealiseerd, vlak voor de ingebruikneming door Salomo van de tempel. 1 Kon. 7 v.51 zegt: "TOEN AL HET WERK DAT KONING SALOMO AAN HET HUIS DES HEREN DEED, VOLTOOID WAS, BRACHT SALOMO DE GEHEILIGDE VOORWERPEN VAN ZIJN VADER DAVID ER IN; HET ZILVER, HET GOUD EN DIE VOORWERPEN LEGDE HIJ IN DE SCHATKAMERS VAN HET HUIS DES HEREN." Deze kostbare voorwerpen waren óf buitgemaakt op de overwonnen vijanden óf ontvangen van koningen die de gunst van David wilden verwerven. 2 Sam. 8 v.9-14. Maar de geschiedenis van de tempel begon vele jaren daarvoor reeds. Zie les 55. David hield kennelijk diverse (werk)vergaderingen. Zie 1 Kron. 28 v.1 en verder en 1 Kron. 23 v.1. David vergaderde met alle 12 oversten van Israël = DE OVERSTEN DER DIVERSE STAMMEN, alsmede de 12 legeroversten oftewel de DIVISIE GENERAALS. Zie 1 Kron. 27 v.1-15.
David, als voorzitter van deze vergadering der "STATEN GENERAAL" stond op van zijn zetel en sprak deze vergadering toe.

HET THEMA VAN DEZE VERGADERING.
David tracht de vergadering ervan te overtuigen dat GOD hem en zijn zoon Salomo, uitverkoren had om koning over Israël te worden en om als een theocratisch vorst te regeren en... de tempel te bouwen. 1 Kron. 28 v.2-7 en 10. Niet slechts de (nieuwe) koning, ook de leiders en hun volk worden opgeroepen om hun VERANTWOORDELIJKHEID t.o.v. God en Zijn volk te aanvaarden. v.8-10. Let op de twee FUNDAMENTELE VOORWAARDEN waarop dit moet gebeuren, t.w:

  1. MET EEN VOLKOMEN TOEGEWIJD HART. (letterlijk: GEHEEL of ONGEDEELD).
  2. MET EEN BEREIDWILLIG GEMOED. 1 Kron. 28 v.9.

Dus geen uitwendige vormendienst, zoals de latere Farizeeërs, maar met HART EN ZIEL. Zie Deut. 10 v.12 en 16. God laat zich door uiterlijke schijn(vertoningen) niet bedriegen. Joh. 2 v.25.

HET GROTE MOMENT IS AANGEBROKEN. 1 Kron. 28 v.11.
"Toen gaf David aan zijn zoon Salomo het ONTWERP..." Dit ontwerp is z.w. een geheel uitgewerkte maquette geweest van het gehele tempelcomplex, beschreven in 1 Kron. 28 v.11-13. David had dit alles niet "UIT ZIJN DUIM GEZOGEN" als een soort religieuze bevlieging o.i.d. maar... "ALLES HAD HIJ IN ZIJN GEEST BEDACHT." v.12. Over Goddelijke inspiratie gesproken. David gaf ook aan hoeveel gewicht aan goud en zilver Salomo nodig zou hebben voor de div. attributen. v.14-18. God zelf had het alles aan David geopenbaard door Zijn Heilige Geest, hoe alles precies moest worden etc. In v.19 staat: "ALLES STAAT IN EEN GESCHRIFT, ONTVANGEN UIT DE HAND DES HEREN, WAARIN HIJ MIJ ONDERRICHTTE AANGAANDE DE GEHELE UITVOERING VAN HET ONTWERP."
Nog eenmaal steekt David een hart onder de riem van Salomo ten aanhoren van allen. Zoals eertijds Mozes tot Jozua sprak, deed David dit t.a.v. zijn zoon. 1 Kron. 28 v.20-21. Zie ook Deut. 31 v.7-8 en Haggaï 2 v.5-6 en 7-10.

....EN GEEN BRANDOFFER BRENGEN, DAT MIJ NIETS KOST.
Zie 1 Kron. 21 v.24 en 2 Sam. 24 v.24. In deze zelfde vergadering wordt nog eens grote nadruk gelegd op het gegeven dat God zelf Salomo verkoren heeft tot vorst en op de wetenschap dat het bouwen van zo'n KONINGSBURCHT alleen bestemd was voor de Here God. 1 Kron. 29 v.1 en 19. Een groot deel van zijn leven is David er mee bezig geweest om aan de voltooiing van deze BURCHT te werken.
Dus de voorbereidende werkzaamheden bestonden uit HET GEREEDLEGGEN, uit liefde voor het huis van zijn God en wel uit zijn EIGEN BEZITTINGEN. v.2-5. Goed voorbeeld doet goed volgen. Daarom heeft David de volle vrijmoedigheid om "iedereen" op te wekken, dit zijn goede voorbeeld te volgen en dan doet David een bewogen oproep op de "STATEN GENERAAL" met déze indringende vraag: "WIE VERKLAART ZICH NU BEREID, OM HEDEN DE HERE ZIJN GAVE TE SCHENKEN." v.5. Uit de reacties die volgen, weten we dat deze oproep overgekomen is en.... hun bijdragen waren INDRUKWEKKEND. v.6-8.
Hun positieve houding en reactie maakte diepe indruk op koning David en op heel het volk. Ze gaven VRIJWILLIG en MET EEN VOLKOMEN TOEGEWIJD HART. v.9. Zie ook Exod. 35 v.4-10 en 20-29.

HET ENIGE JUISTE ANTWOORD. 1 Kron. 29 v.10-19.
David brak uit in een lofprijzing. Het hart stroomt over van dankzegging. Vergelijk met 2 Kron. 31 v.3-10. EN in dit alles wordt God nu geëerd als DE BRON van alle ZEGENINGEN. Het enige doel was om voor de heilige naam van God een huis te bouwen. v.16. De vonk uit David's hart sloeg over op die van het volk. v.17. De bede van David is dat DEZE gezindheid in het hart van Gods volk zal blijven en in het bijzonder in dat van de (komende) koning Salomo. v.19.

DE TWAALF FAMILIE/STAMHOOFDEN VAN ISRAËL.
In de hierboven reeds genoemde vergadering die David als voorzitter leidde, namen de stamhoofden een centrale plaats in. "David riep de voornaamste Israëlieten, als vertegenwoordigende OUDSTEN in Jeruzalem bijeen, nl. de STAMHOOFDEN EN DE HOOFDEN DER KORPSEN." 1 Kron. 28 v.1. We vinden deze stamhoofden vermeld in 1 Kron. 27 v.16-22 en hun betekenis reikt tot in het boek OPENBARING o.a. hst.11 v.15-18.

In de hieronder staande overzichten van resp. STAMHOOFDEN en KORPSHOOFDEN, genoemd in 1 Kron. 27 v.16-22, vallen enkele dingen op. Bij de stammen die opgesomd worden zijn GAD en Aser niet genoemd. LEVI wordt wel genoemd, maar deze stam der priesters en Levieten heeft nooit een eigen gebiedsdeel gehad, slechts weidegrond vlak rond hun woonplaatsen. Aäron, die uit de stam Levi komt heeft als HOGEPRIESTERLIJK GESLACHT/familie kennelijk een "STATUS APARTE". De stam MANASSE wordt dubbel vertegenwoordigd, maar EFRAÏM (ook een zoon van Jozef) zou "DUBBEL VRUCHTBAAR" zijn of worden. Zie Gen. 48 v.19.
De namen van de 12 zonen van Jacob worden div. keren in de bijbel genoemd. Er zit echter de nodige variatie in. In Gen. 35 v.23-26 en in 1 Kron. 2 v.1-2 staan dezelfde namen genoemd, geboren uit 4 vrouwen. Maar in 1 Kron. 27 v.16-22 worden Gad en Aser weggelaten, maar in Openb. 7 v.4-8 worden deze twee weer wel genoemd, maar daar ontbreekt DAN als stam.
De profeet Ezechiël noemt in hst. 48 v.30-35 in profetische zin Jeruzalem: "DE HERE IS ALDAAR," dus een HEILIGE STAD. En de poorten dragen de namen van de zonen van Jacob, geboren uit zijn vier vrouwen (Lea, Rachel, Zilpa en Bilha). Ezechiël spreekt dikwijls als PROFEET nadat God hem d.m.v. visioenen/gezichten dingen had geopenbaard. Denk bijv. aan hst. 37 en 47. Ook in v.30-35 spreekt Ezechiël "GRENSOVERSCHRIJDEND", niet meer over het aardse Jeruzalem maar in geestelijke zin over het HEMELSE JERUZALEM.

OVERZICHT VAN DE STAMHOOFDEN VAN ISRAËL GENOEMD IN 1 Kron. 27 v.16-22.
Tezamen met de twaalf Oversten, genoemd in 1 Kron. 27 v.2-15 vormen zij de voorafschaduwing van de 24 OUDSTEN, genoemd in Openbaring 11 v.16 en hst. 4 v.4 en 10.

OVERZICHT VAN DE STAMHOOFDEN VAN ISRAËL.
UIT DE STAM: NAAM v.d. VORST: BETEKENIS VAN DEZE NAAM: ZIE TEKST:
1. RUBEN ELIËZER MIJN GOD IS HULP. Gen. 49 v.3-4
2. SIMEON SEFATJA DE HEER HEEFT GEOORDEELD. Gen. 49 v.5-7
3. LEVI HASABJA DE HEER HOUDT REKENING MET MIJ. Gen. 49 v.5-7
* AÄRON ZADOK RECHTVAARDIG. Ezech. 48 v.11-14
4. JUDA ELIHU HIJ IS MIJN GOD. Gen. 49 v.8-12
5. ISSASCHAR OMRI DE HEER IS MIJN DEEL. Gen. 49 v.15
6. ZEBULON JISMAJA DE HEER HOORT. Gen. 49 v.13
7. NAFTALI JERIMOTH HOOGTEN (Ps. 18 v.34; Hab. 3 v.19). Gen. 49 v.21
8. EFRAÏM HOSEA HULP VAN DE HERE. Gen. 48 v.5-6 en 13-22
9. MANASSE JOËL DE HEER IS GOD. Jes. 7 v.17
10. MANASSE JIDDO VRIEND. Jes. 7 v.17
11. BENJAMIN JAÄSIËL (mijn) MAKER IS GOD. Gen. 49 v.27
12. DAN

AZAREËL

GOD HEEFT GEHOLPEN. Gen. 49 v.16-19

* De familie van Aäron vormt als (hoge)priesterlijke familie een "status aparte." Ze zijn een (onder)deel van de stam Levi.


Hieronder het overzicht van de 12 LEGEROVERSTEN/DIVISIEGENERAALS, genoemd in 1 Kron. 27 v.2-15. Ieder is generaal over 2400 soldaten. Ze waren afkomstig uit geheel Israël.

DE TWAALF LEGEROVERSTEN/DIVISIEGENERAALS.
NAAM OVERSTE: BETEKENIS VAN DEZE NAAM: GLOBALE TOELICHTING:
1. JASOBAM ?? (Hij was zoon van Zabdiël = geschenk van God.) Hij was het hoofd van alle 12 legeroversten.
2. DODAI GELIEFDE VAN DE HEER.  
3. BENAJA DE HEER HEEFT GEBOUWD. Aanvoerder van de 30 helden van David. Later bevelvoerder over de KRETHI EN PLETHI. Hij versloeg de 2 grote helden van Moab en een leeuw. 2 Sam. 23 v.20.
4. ASAËL GOD HEEFT GESCHAPEN. Een held van David, broer van Joab, gedood door Abner.
5. SAMHUTH VERWOESTING.  
6. IRA ?? EEN HELD VAN DAVID.
7. HELEZ DE HEER HEEFT VERLOST. EEN HELD VAN DAVID.
8. SIBBECHAI ?? EEN HELD VAN DAVID.
9. ABIËZER MIJN VADER IS HULP. EEN HELD VAN DAVID.
10. MAHARAI HAASTIG IS DE HEER. (Ps. 141 v.1) EEN HELD VAN DAVID.
11. BENAJA DE HEER HEEFT GEBOUWD. EEN HELD VAN DAVID. (een ander dan nummer 3)
12. HELDAI ??  

Bij deze twaalf waren er acht zg. HELDEN VAN DAVID, die voor een deel al vanaf het begin bij David zijn geweest in zijn periode van vluchten voor koning Saul. Je zou kunnen zeggen dat ze door alle verdrukkingen heen, met David STERK geworden zijn. Ik geloof dat gezegd mag worden dat deze 12 + 12 (zie hier boven) LEIDERS/OUDSTEN "MODEL STAAN" voor de 24 OUDSTEN waarover we lezen in Openb. 11 v.15-19. Denkend aan hun "AFSTAMMING", de betekenis van hun namen en hun heldendaden, zijn zij bij uitstek de REPRESENTANTEN uit het O.T. die een (bescheiden) vóórafschaduwing vormen van DE GEZALFDE=DE GEMEENTE VAN Jezus Christus uit het N.T., aldaar vertegenwoordigd in de 24 oudsten die voor God op hun tronen gezeten waren. Openb. 11 v.16.

NATUURLIJK OF GEESTELIJK....
In Openb. 7 v.3 wordt het getal der VERZEGELDEN = 12 X 12 X 1000 = 144.000 genoemd en wel uit alle stammen der kinderen Israëls. Bij de namen der zonen van Jacob ontbreekt hier DAN. Maar JUDA wordt als "EERSTGEBORENE" bovenaan de rij geplaatst. In natuurlijk opzicht was hij NIET de eerstgeborene maar zijn broer Ruben. Zie Gen. 49 v.3-12.
Jozef zien we weer terug in zijn zonen MANASSE en EFRAÏM, die ieder een erfdeel ontvangen in Israël. In Openb. 7 vinden we echter wél MANASSE, maar géén Efraïm en wel weer JOZEF terug. Gen. 49 leert ons dat, alhoewel MANASSE de oudste was, toch EFRAÏM als de "EERSTGEBORENE" wordt gezegend. Gen. 49 v.14 en v.17-20.
DAN, die in Openb. 7 NIET genoemd wordt, vinden we als erfdeel terug in het gebied der Filistijnen, de Zuidflank en tevens in het hoge Noorden, de Noordflank. Zie ook Richt. 18 v.1. (Simson, de Filistijnenbestrijder was uit de stam DAN). SAMENVATTEND moet gezegd worden als CONCLUSIE DAT WIE ALLEEN AFGAAT OP DE DIV. NAMEN VAN DE ZONEN VAN JACOB (of hun zonen) IN EEN "MOERASSIG LAND" TERECHT KOMT... De oplossing is in wezen héél eenvoudig. De bijbel bedoelt te zeggen en duidelijk te maken dat de div. namen die zo variëren, NIET van wezenlijk belang zijn bij de verklaring van de diepere geestelijke betekenis van het één en ander.

DE 12 STAMMEN ISRAËLS....
Gen. 49 v.28 spreekt reeds over de 12 STAMMEN VAN ISRAËL. Openb. 21 v.10-12 spreekt opnieuw over de 12 STAMMEN VAN ISRAËL.
Ezech. 48 spreekt over DE HEILIGE STAD MET DE 12 POORTEN. De stad die de naam draagt: "DE HERE IS ALDAAR." Op de poorten van deze stad staan de namen van Jacob's zonen vermeld.
Openb. 21 spreekt over de gemeente van Jezus Christus. v.9. Deze geestelijke stad is gebouwd op: "HOOG" SION = het werk van de HEILIGE GEEST. v.10. Zie ook Jes. 2 v.2 en Hebr. 12 v.22-24. Van déze stad wordt gezegd: "EN ZIJ HAD DE HEERLIJKHEID GODS." v.11. Vergelijk dit eens met Ezech. 48 v.35: "DE HERE IS ALDAAR..." Zie óók Hebr. 11 v.9-10. Openb. 21.v.11. Op de poorten der stad, genoemd in Openb. 21, dus van deze HEMELSTAD, STAAN 12 engelen. v.12. Het is een stad in de onzienlijke wereld, gebouwd met LEVENDE STENEN. Zie 1 Petr. 2 v.4-5 en Joh. 14 v.2. HET IS EEN TEMPELSTAD. De POORTWACHTERS of engelen der GEMEENTE van deze stad zijn ENGELEN. Wat deze WACHTERS doen lezen we in Jes. 62 v.6-7. God wordt er voortdurend indachtig op gemaakt dat Gods plan met dit NIEUWE JERUZALEM, voltooid zal worden. In Openb. 21 lezen we dat de 12 poorten = de toegangen tot deze stad de namen dragen van: 12 STAMMEN DER KINDEREN ISRAËLS, nu zonder nadere naamsaanduiding. Het ISRAËL GODS zal deze stad binnentreden, komende uit alle volken, dus allen die wederom geboren zijn of zoals staat in v.27: "...MAAR ALLEEN ZIJ, DIE GESCHREVEN ZIJN IN HET BOEK DES LEVENS VAN HET LAM." Zie ook Matth. 8 v.10-12. De 12 FUNDAMENTEN waarop de muur rust zijn getooid met de namen der 12 APOSTELEN van het LAM, zonder dat hun namen genoemd worden. Het is het EVANGELIE VAN JEZUS CHRISTUS dat de 12 APOSTELEN hebben gepredikt en die ZODOENDE de (geestelijke) fundamentleggers geweest zijn van dit NIEUWE JERUZALEM. Zie Rom. 2 v.25-29 en Gal. 4 v.21-31. Het tegenwoordige Jeruzalem is met zijn kinderen in slavernij, v.25, maar het hemelse JERUZALEM is vrij en dat is onze moeder. v.26. Ps. 87 jubelt over dit JERUZALEM, de stad der volken.

GEESTELIJKE VREUGDE.
"IK VERBLIJD MIJ OVER UW WOORD, ALS IEMAND DIE RIJKE BUIT VINDT." Ps. 119 v.162. David, met de 12 VORSTEN, vertegenwoordigers van de 12 stammen, samen met de 12 LEGERLEIDERS verheugden zich over hetgeen ze toen reeds "ZAGEN", al was het nog ten dele. David zag echter reeds de verre toekomst. Zie 2 Sam. 7 spec. v.19 en 1 Kron. 22 v.1.
"DAAROM HEBT GIJ AANGAANDE HET HUIS VAN UW KNECHT GESPROKEN OVER DE VERRE TOEKOMST, EN IN MIJ (=David) EEN RIJ MENSEN GEZIEN IN OPGAANDE LIJN, HERE GOD." 1 Kron. 17 v.17.
Deze OPGAANDE LIJN kwam uit bij "DE ZOON VAN DAVID" = JEZUS CHRISTUS. Zie Openb. 11 v.15-19 en uiteraard komt deze lijn dan óók uit bij Zijn LICHAAM, dus DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS. Zie Dan. 7 v.27, Ef. 1 v.8-11 en 22-23 en Ef. 5 v.23-24 en Col. 2 v.18-19. "...EN HEM ALS HOOFD BOVEN AL, WAT IS, GEGEVEN AAN DE GEMEENTE, DIE ZIJN LICHAAM IS, VERVULD MET HEM, DIE ALLES IN ALLEN VOLMAAKT." Ef. 1 v.22-23. Het bovenstaande overzicht van alles wat betrekking heeft op resp. STAM en LEGEROVERSTEN geeft m.i. een "VOLLER" voorbeeld van de 24 OUDSTEN, genoemd in Openbaring.
De gedachte dat het beeld van de 24 Oudsten, genoemd in Openbaring, ontleend zou zijn aan de 24 groepsoudsten uit het priestergeslacht van Aäron, genoemd in 1 Kron. 24 v.4-5, lijkt mij minder overtuigend. Wat daar tegen zou kunnen pleiten is dat ze door het lot werden aangewezen. Alhoewel Spr. 16 v.33 hier positief over spreekt.
Echter, niet alleen de priesters, maar ook de Levieten werden in 24 klassen, door loting, ingedeeld en... dit was óók het geval met de zangers, nl. in 24 groepen van elk 12 man. Zie voor bijbelplaatsen resp. 1 Kron. 24 v.31 spec. 20-30; en 1 Kron. 25.
HOE DAN OOK.... de bijbel spreekt echter zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament zeer positief over een PRIESTERGESLACHT dat "ERUIT springt" als het gaat over EEN WANDEL IN DE HEER.... Voor het O.T. noemen we:

SADOK = RECHTVAARDIG
In Nehemia wordt de naam Sadok (of Zadok) div. keren genoemd. Hetzij als muurhersteller of als schriftgeleerde. Ze stonden te boek als BETROUWBAAR. Ten tijde van David blijft Sadok als (opper)priester over als de meest betrouwbare, ook ten tijde van de opstand van Adonia. Zie 1 Kon. 1 v.8 e.v. Het belangrijkste echter is wat de profeet Ezechiël er over schrijft: zie resp. Ez. 40 v.46; 43 v.19; 44 v.15; 48 v.11. Bijv.: "DE NAKOMELINGEN VAN ZADOK UIT DE STAM LEVI BLEVEN ECHTER GEWOON HUN PRIESTERTAAK IN DE TEMPEL VERVULLEN TOEN HET VOLK MIJ (=God) IN DE STEEK LIET VOOR AFGODEN. DEZE MANNEN ZULLEN MIJN DIENAARS ZIJN. ZIJ ZULLEN VOOR MIJ STAAN OM.... AAN MIJ TE OFFEREN, ZEGT DE OPPERMACHTIGE HERE. ZIJ ZULLEN MIJN HEILIGDOM BINNEN GAAN EN NAAR MIJN TAFEL KOMEN OM MIJ TE DIENEN OP DE MANIER ZOALS IK WIL." Vert. HET BOEK van Ezech. 44 v.15-16.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
David was ontegenzeggelijk de grote initiatiefnemer voor de bouw van de TEMPEL net zoals Zerubbabel, Haggaï, Zacharia en Ezra dat waren voor de tweede tempel. David heeft er een zeer duidelijk stempel op gedrukt. Van David kunnen we leren dat het bouwen van een (geestelijke) tempel, een hemelse visie vraagt, vervolgens volharding en een zeer grote (op)offervaardigheid en inspanning, tijd, geld en goederen. Tevens leren we dat het bouwen van een geestelijke tempel, door aan God gewijde/toegewijde mannen moet gebeuren, zoals de naamsbetekenis enigszins aanduidt. CONCLUSIE: Het "PARLEMENT" dat met Jezus Christus het (stads)bestuur over het NIEUWE JERUZALEM uitoefent en zal gaan uitoefenen (de 24 OUDSTEN uit o.a. Openb. 11 v.16) vindt in het O.T. ten tijde van David, een mooi "SCHADUW(beeld)KABINET", voor ons ten voorbeeld. Wij mogen als N.T. Christenheid datgene zijn wat staat in 1 Petr. 2 v.7-10. "GIJ ECHTER ZIJT EEN UITVERKOREN GESLACHT, EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP, EEN HEILIGE NATIE, EEN VOLK GODE TEN EIGENDOM..." v.9.
In dit verband zijn de teksten: Luc. 22 v.30 en Openb. 3 v.21 van belang. Dit is wat we zingen in lied 230 uit Opwekking:
"WANT IK MAAK MIJ EEN GEEST'LIJKE TEMPEL OP DE KOSTBARE HOEKSTEEN GEBOUWD. 'k WIL EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP VORMEN, UITVERKOREN EN MIJN EIGENDOM. BOUW UW KERK, HEER MAAK ONS STERK, HEER, IN HET RIJK, HEER, VAN UW ZOON. MAAK ONS ÉÉN, HEER, ALS UW VOLK, HEER, BRENG ONS SAMEN BIJ UW TROON."

ENKELE VRAGEN BIJ LES 56:

VRAAG 1: Wat zag en noemde David als (dé) twee FUNDAMENTELE voorwaarden om met elkaar de tempel te kunnen en mogen bouwen?
VRAAG 2: Als David zegt dat hij t.a.v. de tempelbouw: "ALLES IN ZIJN GEEST BEDACHT HAD," wat moet ik me daarbij dan voorstellen?
VRAAG 3: Hoe zouden wij nu nog "iets" gereed kunnen leggen voor de bouw van de tempel, zoals David zei?
VRAAG 4: Vroeger kende men de zg. "HELDEN VAN DAVID". Zouden er heden ook nog "HELDEN VAN DE ZOON VAN DAVID" kunnen bestaan?
VRAAG 5: Kun je het er mee eens zijn dat de div. namen der stammen, die zo variëren, niet zo van wezenlijk belang zijn bij de verklaring van de diepere, geestelijke betekenis van het één en ander?
VRAAG 6: Vertel in eigen bewoordingen wat jij verstaat onder HET NIEUWE JERUZALEM.
VRAAG 7: Bij wie kwam die opgaande lijn uit, die bij David begon?
VRAAG 8: Bestaan er heden nog "SADOK'S"?
VRAAG 9: Hoe zou je heden een "SADOK" kunnen worden?
VRAAG 10: Zie je verband tussen Openb. 11 v.16 en 1 Petr. 2 v.7-10?

les 57

De taak van de priesters en de levieten.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 1 Kron. 23 en 24.
David was niet levensmoe, maar toen hij oud was geworden, regelde hij nog een aantal zeer belangrijke zaken met het oog op de toekomst.
De voorbereidingen van de tempelbouw waren onafscheidelijk verbonden met het aanbrengen van structuren en het uitdelen van taken. Na de voorlopige voorziening voor de ark in Jeruzalem, stond David nu het optimaal functioneren van de gehele tempeldienst voor ogen, met de bouw van de tempel als SLUITSTUK.
Wat David ten diepste voor zijn geestesoog zag was de bouw van een geestelijke tempel met Jezus Christus als de ware HOGEPRIESTER, naar de ordening van Melchizédek. Hebr. 5 v.10.

NAAR DE ORDENING VAN MELCHIZÉDEK.
Bij het lezen van de hoofdstukken in de bijbel die berichten over de indeling en taak van priesters en Levieten, poortwachters etc. etc. zoals het boek Kronieken het weer geeft, zou de gedachte zoiets kunnen zijn als: "WEINIG INTERESSANT" of "NIET LEERZAAM, VÉR VERLEDEN TIJD of AFGEDAAN".... Maar het wordt (weer) interessant en van zeer groot belang indien we bedenken dat het inspirerende en stimulerende IN DIT ALLES door David is gekomen. Daarenboven had David met het organiseren etc. NIET SLECHTS zijn eigen tijd op het oog, maar ook en vooral de (verre) toekomst.
Het zichtbare PRIESTERAMBT bv. vindt haar ware (be)DOEL(ling) in het beleven van het HEILIG PRIESTERSCHAP en het brengen van GEESTELIJKE OFFERS door een KONINKLIJK PRIESTERSCHAP. Anders gezegd: Jezus Christus heeft ons gemaakt tot KONINGEN en PRIESTERS voor God om met Christus als KONINGEN te regeren, die duizend jaren lang. David heeft dit, geïnspireerd door Gods Geest, gezien en gezegd. Zie 1 Petr. 2 v.5 en 9 en Openb. 1 v.6 en 20 v.6. Behalve drie teksten in Gen. 14 v.18-20 waar verslag wordt gedaan over MELCHIZÉDEK de koning van Salem die Abraham zegende, is David in het O.T. de enige die "DE DRAAD" weer oppakt in Psalm 110 v.4.
Deze Psalm verheft het priesterschap vér boven een Oudtestamentische denkwereld tot op het niveau van Jezus Christus. Deze profetische Psalm 110 voorzegt dat JEZUS CHRISTUS voor eeuwig (hoge)priester zal zijn op dezelfde wijze als Melchizédek. Zie Hebr. 5 v.4-6 en Psalm 110 v.4.
Jezus Christus, zeggen zowel David als de Hebreeënbrief schrijver, is UNIEK, want Hij heeft geen begin of einde des levens. Hebr. 7 v.1-3. Hij stamt evenmin uit de priester/Levietenstam van LEVI, maar uit JUDA. Hebr. 7 v.14. Nu HIJ van Godswege uitverkoren is om voor EEUWIG HOGEPRIESTER te zijn, is er GEEN ENKELE overeenkomst meer met het Levitische, aardse priesterschap. Zie nogmaals Ps. 110 v.4 en Hebr. 7 v.16-22 en 25-28 en Hebr. 8 v.1-13. De Hebreeënbriefschrijver verhaalt uitvoerig wat David slechts even aantipt in o.a. Ps. 110 nl. deze waarheden:

WIE WAS NU EIGENLIJK MELCHIZÉDEK?
Een onbekend aantal kinderen Gods gelooft, omdat het hen zo is onderwezen, dat MELCHIZÉDEK, Jezus Christus zelf was, die aan Abraham verscheen, overeenkomstig Gen. 18, waar de Heer met hem sprak en wandelde.
Zelf ben ik door bijbelstudie tot de conclusie gekomen dat de gebeurtenissen rond Melchizédek uit Gen. 14 v.18-20 weliswaar een zeer mooi en uniek voorbeeld zijn van de bijzondere wijze waarop onze Heer Jezus Christus het eeuwige en unieke priesterschap d.m.v. een Goddelijke eed ontvangen heeft, maar Melchizédek is en blijft een sterfelijk mens, die ten tijde van Abraham koning van Salem was en tevens priester (en dat is het unieke) VAN DE ALLERHOOGSTE GOD. Uiteraard viel hij buiten elk geslachtsregister van Israël, immers, zelfs Isaäk was toen nog niet geboren. Wie zonder aantoonbaar, betrouwbaar GESLACHTSREGISTER was, telde in Israël (later) niet mee. Hij was als iemand zonder vader en moeder en geleek ook in dat opzicht op de Zoon des mensen. Zie bv. Ezra 2 v.60-63 en Neh. 7 v.5 en v.61-65.

DAVID, IJVERAAR VOOR EEN PERFECT FUNCTIONERENDE TEMPELDIENST.
David was niet zozeer een perfectionist, zonder méér, maar het meerdere was dat hij als PROFEET een "VER VOORUITZIENDE BLIK" had. Al zijn reeds hiervoor beschreven ijver, denkende aan de ark en de voorbereidingen voor de tempelbouw zelf, culmineert in de bede van David in zijn doodsgevaar als hij in Ps. 69 v.10 uitroept: "WANT DE IJVER VOOR UW HUIS HEEFT MIJ VERTEERD..." Natuurlijk gold het David's leven zelf, maar in profetische zin het leven en sterven van DE ZOON VAN David, Jezus Christus. Zie Joh. 2 v.17.
Als profeet zag David reeds wat bijv. Hebr. 8 schrijft: "DE HOOFDZAAK VAN ONS ONDERWERP IS, DAT WIJ ZULK EEN HOGEPRIESTER HEBBEN, DIE GEZETEN IS TER RECHTERZIJDE VAN DE TROON DER MAJESTEIT IN DE HEMELEN, DE DIENST VERRICHTENDE IN HET HEILIGDOM, IN DE WARE TABERNAKEL, DIEN DE HERE OPGERICHT HEEFT EN NIET EEN MENS." v.1-2. Zie ook Ps. 110 v.5.
Toch ijverde David er voor om een z.m. "VOLMAAKTE" afbeelding te (laten) maken, een schaduwbeeld van het hemelse, net als Mozes daarvoor op de berg Sinaï heeft mogen aanschouwen. Zie Hebr. 8 v.5. David zag uit naar hetgeen Hebr. 8 v.10 zegt: "WANT DIT IS HET VERBOND, WAARMEDE IK MIJ VERBINDEN ZAL AAN HET HUIS ISRAËLS NÁ DIE DAGEN, SPREEKT DE HERE: IK ZAL MIJN WETTEN IN HUN VERSTAND LEGGEN EN IK ZAL DIE IN HUN HARTEN SCHRIJVEN..."

ENKELE BELANGRIJKE TAKEN.
1 Kron. 23 verhaalt, honderden jaren na de dood van David, nog eens: "DE LES DER GESCHIEDENIS" (1 Kron. 29 v.29-30). Zaken die én ONTHOUDEN én DOORGEGEVEN moeten worden via Israël naar ons, (voormalige) heidenen. Bijvoorbeeld... uit 1 Kron. 23v.13: "Aäron werd AFGEZONDERD, opdat hij voor altijd als ALLERHEILIGST GEHEILIGD zou worden, hij met zijn zonen, om offers te ontsteken voor het aangezicht des Heren, om Hem te dienen en in Zijn naam te zegenen voor altijd." Het hoogtepunt (of DIEPTEPUNT) van deze AFZONDERING (via de geestelijke lijn), vinden we terug bij de WARE HOGEPRIESTER die, vlak voordat HIJ "geslacht" werd als HET LAM VAN GOD, zich afzonderde in de hof der olijven. Luc. 22 v.41-42: "EN HIJ ZONDERDE ZICH VAN HEN AF, ONGEVEER EEN STEENWORP VER, KNIELDE NEDER EN BAD DEZE WOORDEN: VADER, INDIEN GIJ WILT, NEEM DEZE BEKER VAN MIJ WEG; DOCH NIET MIJN WIL, MAAR DE UWE GESCHIEDE." Zie ook Ex. 12 v.3-8 waar HET PAASLAM (1 Cor. 5 v.7) = een stuk kleinvee, AFGEZONDERD MOEST WORDEN. Zie verder Jes. 53 v.7; Joh. 1 v.29; Openb. 5 v.6 en 12.
Johannes 12 vertelt ons hoe Jezus Christus Zijn dood aankondigt, als GRAANKORREL die in de aarde zal vallen om te sterven. v.24. Een stem uit de hemel kondigt echter Zijn VERHEERLIJKING aan. (v.28). En dan gaat Hij heen en VERBERGT ZICH voor hen. (v.36). Nog één keer weerklinkt een laatste oproep en waarschuwing, maar Zijn AFZONDERING is reeds ingegaan (v.44-5O). De rest van Zijn tijd op aarde is alleen voor Zijn discipelen. (Joh. hst. 13 t/m 17).Het LAM GODS dat al enige tijd AFGEZONDERD was van deze wereld, treedt nu naar voren om naar de slachtbank GOLGOTHA te worden geleid. Joh. 18.

OOK DE JONGSTE LICHTINGEN WORDEN OPGEROEPEN.
Spreekt Num. 4 v.3 nog van 30 jaar oud, Num. 8 v.24 vermeldt 25 jaar als beginleeftijd. We hebben het hier over de LEVIETEN. In latere tijden van 1 Kron. 23 v.24 wordt de leeftijd vanaf 20 jaar vermeld. Dit gebeurde overigens op de (laatste) bevelen van David. 1 Kron. 23 v.27. Zie ook 2 Kron. 31 v.17 en Ezra 3 v.8. De les die David ons geleerd heeft werd ook in tijden van OPLEVING/HERLEVING zoals bij Hizkia en Ezra, opgevolgd, nl. de Levieten op steeds jongere leeftijd oproepen om hun dienstplicht te vervullen. Dus MOBILISATIE.... Indien wij een opwekking verwachten, indien we daar althans, na verootmoediging, vurig om bidden, zullen we "LEVITISCHE HELPERS" moeten oproepen, hen instrueren hoe in de gemeente des Heren dienst gedaan kan en moet worden. We zullen immers gereed moeten zijn zodra het zover is. (Dat God een OPWEKKING kan schenken...) Noach bouwde vele jaren in geloof aan "zijn" ark en deze was gereed toen de vloed kwam. Matth. 24 v.37-39; Luc. 17 v.27; Hebr. 11 v.7. De ARK bestond uit drie bouwlagen/woonlagen (Gen. 6 v.16) waarin velen het beeld zien van de DRIE-ENIGE GOD, één ark, doch bestaande uit drie verdiepingen, die resp. voorstellen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
En de deur, in de middelste verdieping duidt dan op Jezus Christus, DE DEUR der schapen. Joh. 10 v.7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
David verheft het Oudtestamentische priesterschap ver boven de toenmalige denkwereld en brengt deze op het niveau van Jezus Christus. Het UNIEKE van Jezus Christus wordt m.b.v. Melchizédek als voorbeeld, naar voren gebracht.
Het aardse en hemelse heiligdom worden voor zover mogelijk, met elkaar vergeleken. Het enige dagen in afzondering gehouden PAASLAM tenslotte is een duidelijk (voor)beeld van het LAM GODS, dat ook enkele dagen voor Zijn kruisdood, "IN AFZONDERING" ging.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 57:

VRAAG 1: Als iemand jou zou vragen, wat denk jij van Melchizédek en wie was dat eigenlijk? Wat zou jij dan zeggen?
VRAAG 2: Wat zijn de overeenkomsten, maar ook de grote verschillen tussen resp. het aardse priesterschap en het heilig of koninklijk priesterschap?
VRAAG 3: Waarom moest het aardse, natuurlijke model van de Tabernakel en de Tempel zo mooi en volmaakt zijn?
VRAAG 4: Hoe vindt de AFZONDERING, beschreven in Ex. 12 v.3-8 haar verwezenlijking in Jezus Christus?
VRAAG 5: Vind jij (ook) dat de tijd van MOBILISATIE van de "LEVITISCHE HELPERS" gekomen is?
VRAAG 6: Wat kunnen we, met het oog op de "ARK-BOUW," nog van Noach leren?

les 58

Zangers en poortwachters.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 1 Kron. 6 v.31-32; 1 Kron. 9 v.33; 1 Kron. 16 v.4-7 en 39-43; 1 Kron. 15 v.16-21; 1 Kron. 25 t/m 27.
De inhoud van het onderwerp "ZANGERS" wordt wellicht het duidelijkst omschreven in de laatste twee coupletten van Psalm 150 berijmd:
"LOOFT GOD MET BAZUINGEKLANK, GEEFT HEM EER, BEWIJST HEM DANK,
LOOFT HEM MET DE HARP EN LUIT, LOOFT HEM MET DE TROM EN FLUIT.
LOOFT HEM OP UW BLIJDE SNAREN. LAAT ZICH 't ORGEL OVERAL,
BIJ 't JUICHEND VREUGDGESCHAL TOT DES HEREN GLORIE PAREN."

DE ZANGERS. 1 Kron. 25.
De taken der Levieten waren legio, leert ons o.a. 1 Kron. 23 v.28-32. Iedere groep kreeg haar eigen SPECIFIEKE taken of werkzaamheden.
De resp. zonen van Asaf etc. kregen als DIENSTWERK door koning David daartoe aangewezen, om onder begeleiding van citers, harpen en cimbalen te profeteren, terwijl de Heer werd geloofd en geprezen.
HEMAN (v.1 en 5) was DAARENBOVEN, ZIENER van de koning. Je zou kunnen zeggen de "SPREEKBUIS" van God, richting koning en volk. Het doel was: "OM DE HOORN TE VERHOGEN" = de macht van het theocratisch koningschap te vergroten. ZIENER is een ander woord voor PROFEET. God toont aan een Ziener wat voor anderen verborgen is en aan hem is geopenbaard. Zie 1 Sam. 9 v.9 en 2 Sam. 24 v.11. Ze werden óók wel WACHTER genoemd. Hosea 9 v.8 en Ezech. 3 v.17-19. Al de zonen, MUSICI, (v.2-5) onder leiding van hun vaders namen dagelijks deel aan de "ZANGDIENST", toen nog bij de Tabernakel, beter gezegd bij de ARK, die onder een (aparte) tent in Jeruzalem stond. Zie 1 Kron. 15 v.16-21 en 1 Kron. 16 v.4-6. Ze deden kennelijk óók dienst bij de Tabernakel te Gibeon.
Later deed men dienst bij de eredienst rond de tempel die Salomo gebouwd heeft. 1 Kron. 6 v.31-32 en 1 Kron. 16 v.39-43.

WAT WAS HET VERSCHIL TUSSEN HET PROFETEREN EN DE TAAK DER SPECIFIEKE PROFEET?
De taak der (aparte) profeet die dus óók wel ZIENER of WACHTER werd genoemd, is vrij duidelijk, denkend aan wat Samuël bij koning Saul en Nathan en Gad bij koning David deden en zo vele andere profeten. Ze brachten, op korte termijn, de vermanende, corrigerende woorden van God over of ze spraken over de VERRE TOEKOMST, zoals óók David zelf als profeet deed en Jeremia, Ezechiël, Daniël en de vele z.g. "kleine" profeten.
Iets geheel anders was de door David opgedragen taak om bij muziek te profeteren. Ik geloof dat dát in het bijzonder inhield: "...OM DE HERE, DE GOD VAN ISRAËL, TE ROEMEN, TE LOVEN en TE PRIJZEN." 1 Kron. 16 v.4. Een en ander ging gepaard met GEZANG, dus Lofzangen, Lofliederen en PSALMEN, muzikaal ondersteund door div. muziekinstrumenten zoals HARPEN, CITERS en CIMBALEN (van koper) , TROMPETTEN en HOORNGESCHAL alsmede TAMBOERIJN en FLUIT. 1 Sam. 10 v.5-12. De ZANGERS waren "fulltimers". Ze hadden, mede i.v.m. repeteren en oefenen etc. er een volle dagtaak aan en bovenal moesten ze geestelijk "OP PIJL" blijven. Hun opdracht luidde: "WEES UITSLUITEND MET DE ZANG EN MUZIEK BEZIG, OPDAT DE GOD DES HEMELS EER ONTVANGT." vrij naar 1 Kron. 9 v.33.
Ze moesten LUIDE VREUGDEKLANKEN laten horen. 1 Kron. 15 v.16. Ze moesten de woorden aanheffen: "LOOFT DE HERE, WANT ZIJN GOEDERTIERENHEID IS TOT IN EEUWIGHEID." 1 Kron. 16 v.41.

NIET ALLE SPELERS TEGELIJK GRAAG....
Bij een opsomming van de ong. zeven verschillende muziekinstrumenten zou men kunnen veronderstellen dat ze altijd mét en door elkaar een kakofonie oftewel een onwelluidend lawaai produceerden. Niets was echter minder waar. Hun muzikaal "PRODUCT" was welluidend en in geen enkel opzicht te vergelijken met een ad hoc samengestelde dorpskapel die het 200 jarig bestaan van dorp en kroeg moet opluisteren of zoals een krant eens schreef over de boerenrockband "NORMAAL": "WAAR TIJDENS HET OPWINDENDE CONCERT VELE LITERS BIER OVER DE VERHITTE LIJVEN WORDT GESMETEN."
Maar... alvorens de muziek in een meer bijbels kader terug te plaatsen, moet gezegd worden dat we zelfs in muzikaal opzicht (ver) van de bijbelse normen en waarden zijn AFgedreven of VERdreven.
Muziek, of wat daar voor door moet gaan, kan het overbrengen van het pure evangeliewoord niet slechts in de weg staan, maar.... zelfs tegenwerken. Als de zangleider aankondigt dat we nu beter watjes in de oren kunnen stoppen en er div. toehoorders (de potentiële muziekLIJDERS) opstappen om zo ver mogelijk achter in de zaal te gaan zitten, zo ver mogelijk weg van een komende OVERproduktie aan decibels geluid.... dán zitten we ver naast het dienen en ondersteunen van het EVANGELIEWOORD door middel van muziek en zang (zoals ik dit zelf eens meemaakte).

Wat betreft Gods kinderen, geldt het volgende: Gedegen onderzoeken hebben onomstotelijk aangetoond, dus vastgesteld dat noch het kijkgedrag (T.V. etc.) noch het koopgedrag, noch "the way of life", de levensstijl o.a. op sexueel gebied, ook maar noemenswaard verschilde met die van de (geest van) deze duistere wereld. (Het Zoeklicht, 17/9/94 blz. 5)

TERUG NAAR DE BIJBEL EN DE BIJBELSE MUZIEK.
De devaluatie van de zang en muziek binnen kerken en groepen heeft veel, zo niet alles te maken met het loslaten van HET WOORD VAN GOD als absoluut NORMGEVEND, voor ALLE facetten van ons leven, dus inclusief de muziek... In het blad: "OOGST" van Jan. '95 schreef H. Frinsel in een zeer behartenswaardig artikel: "TERUG NAAR DE BIJBEL" o.a. dit: "HET REVEIL IN DE VORIGE EEUW VOERDE EEN KRACHTIGE STRIJD TEGEN DE VRIJZINNIGHEID, EN TERECHT, WANT VRIJZINNIGHEID IS EEN GROOT GEVAAR, DAT GELOVIGEN VERLEIDT GODS WOORD TE RELATIVEREN EN HUN HEILAND TE MISKENNEN. HET IS EEN WEG TOT VERDERF."
En br. Frinsel beëindigde zijn artikel als volgt: "KOPFERMAN WAARSCHUWT ERVOOR DAT HET EINDE VAN DE CHARISMATISCHE BEWEGING ALS SERIEUZE GEESTELIJKE DOORBRAAK IN ZICHT IS, ALS ZIJ NIET TERUGKEERT TOT DE BIJBEL. Deze waarschuwing geldt niet alleen voor de Charismatische beweging, maar voor de hele Evangelische beweging. We moeten terug naar de bijbel." Einde citaat. In datzelfde nummer (blz. 15) schreef Hans L.J. Keyzer: "Aan ware opwekking gaan gebedsworsteling en lijden vooraf. Je bereikt haar niet vanuit een stoel in de zoveelste "PRAISE AND FAITH AND HEALTH CONFERENTIE" met gezalfde buitenlandse predikers."
Terug naar de muziek. MODERNISME, VRIJZINNIGHEID, WERELDGELIJKVORMIGHEID en ONTAARDING DER MUZIEK, hebben één gemeenschappelijke grondslag, nl. deze, dat het "BOUWSELS" zijn, op demonisch drijfzand neergezet...

MUZIKALE TEKENEN DER TIJDEN.
In "HET ZOEKLICHT" van 10/7/93 werden onder dit kopje zinnige dingen gezegd over MUZIEK. Gewezen wordt op de gevaren van de NEW AGE visie op muziek. Samengevat zou gesteld kunnen worden dat New Age muziek de mens het rijk van de (geestelijke) dood in laat zweven.
Alhoewel de New Age beweging het bestaan van de enige ware God ontkent, is ze niet god-loos, want de god dezer eeuw is haar inspirator. Was muziek ooit een middel tot..., ze is NU geworden tot een gevaarlijk wapen in de geestelijke oorlogsvoering. New Age muziek tracht haar luisteraars/beoefenaars met andere wezens, de demonenwereld, in contact te brengen, oftewel leren communiceren met andere wezens in de hogere sferen. Hun oefening bestaat nu dus reeds in communiceren met "KLANK EN MUZIEK."
Hanteert de duivel muziek ten kwade, b.v. bij stervenden etc. muziek kan zeker óók ten goede worden gebruikt, leert ons de bijbel. Job vertolkte zijn bittere zielsverdriet en zijn lichamelijke lijden d.m.v. fluit en citer als bitter geween en rouwklacht. Job 30 v.26-31. Zo deed ook David. Zie bv. Psalm 6, een gebed van David in doodsgevaar. Zie deel 1 les 23. Toen David zich in doodsgevaar bevond heeft hij gegrepen naar zijn HARP en gezongen: "TOT U, HERE, HEF IK MIJN ZIEL OP". Ps. 25 v.1 of 62 v.2 of 63 v.2. Goddelijke woorden kunnen ons en engelen als muziek klinken. Bijv. Psalm 103 v.20: "LOOFT DE HERE, GIJ ZIJN ENGELEN... LUISTEREND NAAR DE KLANK VAN ZIJN WOORD."
Op de "MUZIEKSCHAAL" zou je twee "uitersten" kunnen ontwaren. Enerzijds de New Age muziek die als een "engel des lichts" de ziel en geest van de mens tracht te penetreren.
Aan de andere kant is daar de zg. HOUSEMUZIEK, waarbij de duivel met geluidsgeweld met deur en al binnen komt stormen en als een brullende leeuw tekeer gaat. De Christenheid heeft van beide kanten besmettingen opgelopen. Ook hier geldt: "TERUG NAAR DE BIJBEL en TERUG NAAR ECHTE BIJBELSE MUZIEK."

WAT DEED DAVID MET MUZIEK?
David was een geestelijk mens, die een geestelijke visie had. Wat hij van God ontving aan gedachten, zette hij op papier. Zie 1 Kron. 28 v.11 en 19. De SLEUTELTEKST v.19: "ALLES STAAT IN EEN GESCHRIFT, ONTVANGEN UIT DE HAND DES HEREN (=door de Heilige Geest geïnspireerd), WAARIN HIJ MIJ ONDERRICHTTE AANGAANDE DE GEHELE UITVOERING VAN HET ONTWERP."
Bij dit "ALLES" moet zeer zeker óók het MUZIKALE GEDEELTE der gehele tempeldienst gerekend worden. Om te beginnen DE MUZIEKINSTRUMENTEN.
Amos 6 v.5 vermeldt David als degene die met zijn muzikale talent, muziekinstrumenten heeft uitgedacht. Deze profeet zei dit echter in een tijd van ernstig geestelijk VERVAL, toen hij stelde dat ze het getier van hun liederen en het daarmee gepaard gaande harpspel, beter konden stoppen. Amos 5 v.24 en 6 v.5-6. Na David bleven zijn muziekinstrumenten nog heel lang in gebruik. Nehemia 12 v.36 gebruikt ze bij de inwijding van de herstelde muur rond Jeruzalem. Ook vermeldt Nehemia 12 v.44-47: "WANT IN DE DAGEN VAN DAVID EN ASAF, DE TIJD VAN WELEER, LIGT DE OORSPRONG VAN DE ZANGERS, VAN HET LOFLIED EN DE LOFZANGEN AAN GOD" v.46. Zie ook v.27-35.
Bij de inwijding der tempel van Salomo, lezen we in 2 Kron. 7 v.6: "DE PRIESTERS STONDEN OP HUN POSTEN; EVENEENS DE LEVIETEN MET DE MUZIEKINSTRUMENTEN DES HEREN, DIE KONING DAVID VERVAARDIGD HAD OM DE HERE, WANNEER DAVID DOOR HUN DIENST HET LOFLIED DEED HOREN, ALDUS TE PRIJZEN: WANT ZIJN GOEDERTIERENHEID IS TOT IN EEUWIGHEID. TEGENOVER HEN BLIEZEN PRIESTERS OP DE TROMPET EN GEHEEL ISRAËL STOND."

GEWAPENDE LEVIETEN EN MUZIEK.
Het lijkt een vreemde combinatie, maar om weer een Godvrezende koning te hebben en zeer zondige, afgodische praktijken uit te roeien, was het nodig om naast ZANGERS en MUSICI, ook zwaar bewapende Levieten op te stellen om de koning en het heiligdom des Heren te verdedigen. We lezen dat in 2 Kron. 23 en spec. in v.13 en 18 is daar de lofzang door de zangers met de muziekinstrumenten.
Het is een voorbeeld voor déze, ONZE TIJD, dat de hogepriester Jojada = DE HERE KENT, zo handelt. De Heer kent ook de droevige situatie waarin (Christelijk) Nederland is weggezonken. Moge ook NU een "JOJADA" opstaan om te handelen, overeenkomstig 2 Kron. 23.

POORTWACHTERS.
Vergelijken we 1 Kron. 26, waar de poortwachters worden besproken met hun nazaten die optraden in Hand. 4 v.1, dan valt het schrille kontrast zeer op. De deur- of poortwachters waakten over de stadspoort, het koninklijk paleis en het huis van de hogepriester. De schatbewaarders kwamen kennelijk hun plichten nauwgezet na. Maar dan treedt er net als bij koningen en priesters, vaak verval op. Ten tijde van Jezus Christus en Petrus zijn ze op een absoluut dieptepunt beland. Hand. 4 v.1 vertelt dat de hoofdman van de tempel die dus het bevel voerde over de (Levieten)tempelwachters, vervallen was tot een "OVERVALLER", als felle tegenstander van het Evangelie van Jezus Christus.
Hand. 4 vertelt dat, wat ook nu, juist NU, de geestelijke toestand op deze huidige wereld is. Opnieuw heeft de gemeente van Jezus Christus, goede betrouwbare "POORTWACHTERS" en "SCHATBEWAARDERS" nodig. Niet meer ten aanzien van zichtbare toegangsdeuren of schatten, maar in de zin van Hand. 4 v.36-37, waar gesproken wordt over Barnabas = zoon van vertroosting, een LEVIET uit Cyprus, die een zeer trouwe medewerker werd van de apostel Paulus.
Lees over deze "POORTWACHTERS" verder in resp. Hand. 9 v.27, Hand. 11 v.22-30 waar hij een goed man, vol van de Heilige Geest en van geloof, werd genoemd. v.24. Om zulke "POORTWACHTERS" zit de eindtijdgemeente te "schreeuwen."

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
David bracht, geïnspireerd door de Heilige Geest, de muziek met de zelf ontworpen muziekinstrumenten, tot een integraal onderdeel van de eredienst aan God. Alles was met elkaar in harmonie, de woorden van lof of klaagzang, verdriet en vreugde, met de soort muziek en/of het soort instrument. David had geen geluidsversterkers of mengpanelen, geen geluidsboxen of microfoons, maar de schoonheid en de harmonie grensden nochtans aan het hemelse.... Hulpapparatuur is nu moeilijk meer weg te denken, maar we zullen opnieuw moeten leren bij het voortbrengen van vocale en/of instrumentale muziek ons te laten inspireren, net als David deed, door de Heilige Geest.
Dán zal muziek weer opnieuw, opbouwend werken in de geestelijke levens van Gods kinderen en bijdragen aan de overwinning in de geestelijke oorlog, waarin we zijn gewikkeld. God zal evt. weer kunnen spreken als door "geestelijke muziek" onze ziel tot rust is gekomen en ons hart geopend is richting GOD en Zijn woord, zoals we lezen in o.a. 2 Kon. 3 v.15 waar staat: "ELISA ZEI: NU DAN, HAALT MIJ EEN CITERSPELER. EN HET GESCHIEDDE, TOEN DE CITERSPELER SPEELDE, DAT DE HAND DES HEREN OP HEM KWAM."
Het mode duidelijk zijn dat een mens niet geestelijk wordt door citer te spelen, maar wie geestelijk is kan door een tot rust gebrachte ziel, beter in staat zijn om de stem des Heren te verstaan, iets wat zittend voor de T.V. bv. onmogelijk is. 1 Kron. 25 v.3 lijkt te zeggen dat er uit de 24 groepen zangers van elk 12 man, er een klein aantal geselecteerd werden die onder leiding van hun vader, bij het spel van de citer, profeteerden, ingebed in een "WOLK VAN LOFPRIJZING".
Zie ook Num. 11 v.24-30 dat vermeldt: "OCH, WARE HET GEHELE VOLK DES HEREN PROFETEN DOORDAT DE HERE ZIJN GEEST OP HEN GAVE." v.29.

CONCLUSIE.
De muzikale (instrumentale en vocale) eredienst is te onderscheiden in LOFPRIJZING met daartoe geëigende muziekinstrumenten en AANBIDDING, duidelijk van de lofprijzing te onderscheiden en daarnaast het PROFETEREN, meestal met de citer, wat ENERZIJDS in het O.T. in zich had om, al of niet zingend en begeleid wordend, Gods woorden uit te spreken en ANDERZIJDS voorzeggende woorden (voorspelling), maar ALTIJD IN EEN RUSTIG, positief geestelijk klimaat. Zie ook Ps. 33 v.1-4 waar de waarachtigheid van Gods woord in directe relatie wordt gebracht met LOVEN, PSALMZINGEN en SCHOON SNARENSPEL. Hetzelfde vinden we in Ps. 57 v.8-12; Ps. 71 v.22-24; Ps. 92 v.1-5; Ps. 144 v.9-11.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 58:

VRAAG 1: Komen de "zangdiensten" in onze samenkomsten nog veel overeen met de zangdiensten ten tijde van David?
VRAAG 2: Hoe moeten we ons het PROFETEREN voorstellen, zoals David dit aan de Levieten opdroeg?
VRAAG 3: Zou je geestelijk "op pijl" kunnen blijven door fulltime zanger te zijn? Motiveer je antwoord.
VRAAG 4: Zou je, in eerste instantie voor jezelf, voorbeelden kunnen noemen van gebeurtenissen op muzikaal gebied, ten dienste van het lichaam van Christus, de gemeente, waarbij er een aantoonbare wanverhouding was te constateren tussen het bijbelse DOEL van (de) muziek en de hierboven beschreven werkelijkheid die zich gedurende een samenkomst voordeed?
VRAAG 5: Hoe zouden wij er tegen kunnen waken dat onze muziek in Christelijke samenkomsten niet ontaard?
VRAAG 6: Hoe zou je het doel van de z.g. New age muziek kunnen omschrijven?
VRAAG 7: Hoe moeilijk ook te omschrijven, probeer toch eens te formuleren wat je onder "ECHTE BIJBELSE MUZIEK" zou willen verstaan.
VRAAG 8: Waarom zou er staan: "EN GEHEEL ISRAEL STOND" in 2 Kron. 7 v.6?
VRAAG 9: Als ik stel: Christelijk Nederland heeft (weer) "JOJADA'S" en "BARNABASSEN" nodig, wat zou ik daar dan mee bedoelen?
VRAAG 10: Als je 1 Kron. 26 vergelijkt met Hand. 4, waar het in beide gevallen gaat over POORT- of TEMPELWACHTERS (Levieten), wat valt je dan op?

les 59

David zag reeds de geestelijke tempel.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE: (1 Kon. 5 en 6).
David handelde in geloof en werkte achtereenvolgens, dat deel van Gods plan af dat hij kon (over)zien. Hij wachtte dus niet tot hij Gods HELE PLAN tot in alle details zag. Pas aan het einde van zijn leven overhandigde hij het schriftelijk vastgelegde ontwerp van de bouw van de tempel, die Salomo zou gaan bouwen. Alhoewel David de (zichtbare) tempel niet meer met zijn eigen (natuurlijke) ogen heeft mogen aanschouwen, geeft zijn gehele leven blijk van een geestelijk profetisch inzicht in Gods "BOUWPLAN." De Psalmen 22; 23; 24; 40; 69 en 110 van David, alsmede Ps. 118 getuigen van de bijbelse waarheid, min of meer verwoord in het lied dat luidt: "WANT IK MAAK MIJ EEN GEEST'LIJKE TEMPEL, OP DE KOSTBARE HOEKSTEEN GEBOUWD. 'k WIL EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP VORMEN, UITVERKOREN EN MIJN EIGENDOM....."

WORDT ER EEN GEESTELIJKE TEMPEL GEBOUWD???
Om met de deur in huis te vallen. Er wordt een geestelijk huis gebouwd en David heeft dit profetisch gezien en gezegd. We weten dat de eerste, grootste en mooiste, tevens duurste tempel door Salomo werd gebouwd, maar...je zou de tempel eigenlijk net zo goed op naam van David kunnen schrijven. DAVID DEED HET VOLGENDE:

  1. Staande bij de dorsvloer van Ornan (Arauna) sprak David de volgende profetische woorden: "DIT IS HET HUIS VAN DE HERE EN DIT IS HET BRANDOFFERALTAAR VOOR ISRAËL." (1 Kron. 22 v.1). David wist van het "offer" van Isaäk door Abraham op diezelfde plaats gebracht.
  2. David wist ook dat Jeruzalem, de vroegere stad der Jebusieten, de stad zou worden van de GROTE KONING. Daarom was de inname van Jeruzalem, de eerste grote daad die David verrichte, nadat hij koning van GEHEEL ISRAËL was geworden.
    Het was de realisering van de 1e fase van Gods plan.
  3. David en geheel Israël wist, wat in 1 Kon. 14 v.21 staat vermeld, nl: "...JERUZALEM, DE STAD DIE DE HERE UIT ALLE STAMMEN ISRAËLS VERKOREN HAD, OM ZIJN NAAM ALDAAR TE VESTIGEN." (Jeruzalem lag in Juda's stamgebied. Gen. 49 v.8-12.)
  4. David wachtte NIET tot hij Gods gehele plan met zijn geestesoog zag, maar hij handelde in geloof en naar de mate God hem daar inzicht in gaf.
  5. Nadat David Jeruzalem veroverd had, beter gezegd heroverd (Richt. 1 v.8) begon de 2e en volgende fase van Gods plan in zijn hart te groeien. Dit kreeg gestalte in het verlangen om nu VERVOLGENS de Ark des verbonds over te brengen naar het nu inmiddels veroverde Jeruzalem.

DE NAAM VAN DE ARK LUIDT VOLUIT....
De ark Gods waarover de naam van de Here der Heerscharen is uitgeroepen, die op de Cherubs troont. De Ark met het verzoendeksel waarop de gouden Cherubs stonden, was de denkbeeldige plaats waar God troonde zoals Ps. 99 v.1 zegt: "DE HERE IS KONING. DAT DE VOLKEN BEVEN. HIJ TROONT OP DE CHERUBS, DE AARDE SIDDERE." Zeker, de aarde met haar heidenvolken, mogen sidderen en beven, maar... als ook zij, (net als toen de bekeerde Israëlieten), deze KONING als VERZOENER der zonden hebben leren kennen en belijden, wordt alles anders. Rom. 5 v.10-11 zegt: Want als wij, toen wij nog vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij Leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus Christus, door wien WIJ (ex-heidenen) de VERZOENING ontvangen hebben." Zie ook Rom. 3 v.25 en Ef. 2 v.13. Wij, (ex) heidenen waren eertijds VERAF, maar zijn door het bloed des kruises DICHT BIJ (God) gekomen. (Ef. 2 v.13-15).
Als heidenen, mochten we, OP STRAFFE DES DOODS, immers het voorhof der heidenen bij de tempel niet verlaten om de voorhof der Joden te betreden .... Maar NU mogen we zingen met Psalm 87 (berijmd):
" 'k Zie Rahab, ik zie Babel tot Uw eer, bij hen geteld, die mijne grootheid zingen.
De Filistijn, de Tyriër, de Moren, zijn binnen U, o Godsstad, voortgebracht.
Van Sion zal het blijde nageslacht haast zeggen: "DEEZ' EN DIE IS DAAR GEBOREN"
Rahab is zinnebeeld voor Egypte. (Jes. 30 v.7).

HOE WERD DE VERZOENING UITGEBEELD.
De wijze waarop dit in de oude bedeling werd uitgebeeld was duidelijk en begrijpelijk voor de op het tempelplein toegestroomde Joden.

  1. De hogepriester ging 1 X per jaar op de grote verzoendag het Heilige der Heiligen binnen met het bloed van een geslachte stier ter verzoening van zijn EIGEN ZONDEN.
  2. Vervolgens werd het lot geworpen over (de) 2 rammen. Lev. 16 v.8-10 + 22 zegt: "EN AÄRON ZAL OVER DE BEIDE BOKKEN HET LOT WERPEN; EEN LOT VOOR DE HERE EN EEN LOT VOOR AZAZEL...ZO ZAL DE (2e) BOK AL HUN ONGERECHTIGHEID OP ZICH DRAGEN NAAR EEN ONVRUCHTBAAR LAND EN HIJ ZAL DIE (2e) BOK IN DE WOESTIJN VRIJ LATEN/ LOSLATEN/ ACHTERLATEN.
  3. Voor het zover was moest Aäron de 1e bok slachten en dat bloed brengen op het VERZOENDEKSEL, daarna kwam de hogepriester weer naar buiten en legde vervolgens zijn beide handen op de kop van de (2e) bok.
  4. Deze levende (2e) bok werd daarna naar de woestijn gebracht, waar hij zeker zou omkomen (bv. door het wild gedierte.) In latere tijden gooiden de Joden deze bok van een stijle rots af ....wat NIET voorgeschreven was.

DE EERSTE EN DE TWEEDE BOK.
De 1e bok die dus geslacht werd en waarvan het bloed in het heiligdom op het VERZOENDEKSEL werd gesprengd, komt overeen met wat Jes. 53 v.7 zegt: "ALS EEN LAM DAT TER SLACHTING GELEID WORDT..." en Joh. 1 v.29+36: "ZIE, HET LAM GODS DAT DE ZONDE DER WERELD WEGNEEMT (niet: wegdraagt)

DE 1e BOK:
Deze 1e (geslachte) bok was (de) uitdrukking/uitbeelding die we beschreven vinden in Hebr. 9 v.11-12 . Vrij vertaald luidt deze: "JEZUS CHRISTUS IS ALS HOGEPRIESTER BINNEN GEGAAN IN DE VOLMAAKTE (=geestelijke) TABERNAKEL, NIET MET HET BLOED VAN BOKKEN ETC., MAAR MET ZIJN EIGEN BLOED. IN DIT HEMELSE HEILIGDOM VERWIERF HIJ VOOR ONS EEN EEUWIGE VERLOSSING = VERZOENING. HOEVEEL TE MEER ZAL DAN HET BLOED VAN CHRISTUS DIE DOOR EEN EEUWIGE GEEST, ZICH ALS SMETTELOOS OFFER OPDROEG AAN GOD, ONS GEWETEN REINIGEN VAN DODE WERKEN TOT DE DIENST AAN DE LEVENDE GOD." (Hebr. 9 v.14. Vert. Petr. Can.) Ook Hebr. 13 v.11-14 wijst hier op. Col. 2 v.13-15 komt hier op neer dat ....: "ONS HANDSCHRIFT (=onze schuldbekentenis, het bewijsstuk) HEEFT JEZUS CHRISTUS AAN HET KRUIS GESPIJKERD EN ONZE SCHULD BETAALD. DAT BEWIJS HEEFT HIJ VERNIETIGD."

DE 2e BOK:
Wat die 2e (dus NIET geslachte) bok betreft kan worden opgemerkt dat de ceremonie begon met het leggen van de handen der hogepriester op de kop van deze levende (2e) bok. Daarbij werden resp. de ongerechtigheden, overtredingen en zonden beleden en deze werden op de kop van de bok gelegd, onder belijdenis van alle zonden. (Lev. 16 v.21 + 30 + 34). Deze handelingen spreken enerzijds van een TOTALE REINIGING van ALLES wat tussen God en Zijn volk in stond. Verder spreekt de handeling van het leggen van de handen op de kop van de (2e) bok van een (hernieuwde) TOEWIJDING AAN GOD. Dat zien we ook in Exod. 29 v.10+15+19-20 en Num. 29 v.7-11. David weet het een en ander in Ps. 103 te verwoorden:

Heb U opgemerkt dat David precies hetzelfde "DRIELUIK" hanteert, wat we reeds tegen kwamen in Lev. 16 v.21, t.w:

Toen Jezus Christus stierf op Golgotha ging Lev. 16 v.30 reëel in vervulling.

DAG DER VEROOTMOEDIGING.
Dit alles gebeurde in de 7e maand op de 10e dag, de zg. grote verzoendag. Dat is de dag der VEROOTMOEDIGING (Lev. 16 v.29 en Lev. 23 v.23-32, Num. 29 v.7-11). De klemtoon ligt steeds op VEROOTMOEDIGEN, dat is je voor God vernederen, je in ootmoed neerbuigen, opdat ons hart voor 100% OPEN komt voor hetgeen God daarna kan en zal gaan doen. Het resultaat zal immers zijn een 100% VERZOENING. Het zal zijn zoals Openb. 19 v.7-8 zegt: "LATEN WIJ BLIJDE ZIJN EN VREUGDE BEDRIJVEN EN HEM DE EER GEVEN, WANT DE BRUILOFT DES LAMS IS GEKOMEN EN ZIJN VROUW HEEFT ZICH GEREED GEMAAKT EN HAAR IS GEGEVEN ZICH MET BLINKEND EN SMETTELOOS FIJN LINNEN TE KLEDEN, WANT DIT FIJNE LINNEN ZIJN DE RECHTVAARDIGE DADEN DER HEILIGEN."
*We zullen niet alleen "IN PRINCIPE" gereinigd zijn door het bloed van het LAM, waardoor we acceptabel werden voor God, maar ook heel reëel, zoals Ef. 5 v.26-27 zegt: "OM HAAR TE HEILIGEN, HAAR REINIGENDE DOOR HET WATERBAD MET HET WOORD EN ZO ZELF DE GEMEENTE VOOR ZICH TE PLAATSEN, STRALEND, ZONDER VLEK OF RIMPEL OF IETS DERGELIJKS, ZO DAT ZIJ HEILIG IS EN ONBESMET." Zie ook Rom. 8 v.29.
We zullen na de beleving van "DE GROTE VERZOENDAG," daarna het geestelijke LOOFHUTTENFEEST = HET EIND-OOGSTFEEST vieren en mogen beleven en tezamen opgaan naar het HEMELSE JERUZALEM, de "STAD" die David voor zich zag. De tijd van : "HET EINDE DES JAARS" komt dichterbij (Ex. 23 v.16), dan zal het "FEEST DER INZAMELING VAN DE VRUCHTEN VAN DE AKKER" worden gevierd.
*De geestelijke vruchten (koren, wijn, olie) dienen te worden geproduceerd door "DE WIJNGAARD DES HEREN." De wijngaard des Heren is het huis Israëls oftewel het lichaam van Christus. (Jes. 5 v.1-7).
*De Landman, de Zaaier, ze zaaiden en plantten in "DE MANNEN VAN JUDA" Zie Jes. 7 v.7 en Marc. 4 v.1-20 en "...DIE HET WOORD HOREN EN IN ZICH OPNEMEN EN VRUCHT DRAGEN.

CONCLUSIE:
GODS AKKER, GODS BOUWWERK ZIJN WIJ." (1 Cor. 3 v.9).

NOG 1 X DE BOK, DIE NAAR DE WOESTIJN WERD GEVOERD.
Het evangelie van de 1e geslachte bok moge duidelijk zijn. De andere, dus levend naar de woestijn afgevoerde bok, waarop na de handenoplegging, de zonden van het gehele volk rustten, is te vergelijken met onze oude mens, die met Christus gekruisigd en gestorven is en met Christus begraven. Aan het lichaam der zonde is nu zijn (zonde)kracht ontnomen en we zijn rechtens vrij van de zonde, zoals Paulus stelt in Rom. 6 v.2-8. Zie ook 2 Cor. 5 v.17; Ef. 4 v.22-24 en Co1. 3 v.9. Ook Hizkia roept het uit: "GIJ HEBT AL MIJN ZONDEN ACHTER UW RUG GEWORPEN" (Jes. 38 v.17).

JE ZOU SAMENVATTEND KUNNEN ZEGGEN:
Wiens zonden NIET verzoend zijn (1e bok), zal zelf zijn EIGEN zonden dragen en komt in de GEESTELIJKE WOESTIJN terecht ten prooi aan de boze geesten, dus in een ONVRUCHTBAAR land en is NIET gereinigd van dode werken en is NIET dienstbaar aan God, maar WEL aan satan. Buiten God zullen ze voor EEUWIG omkomen. Zie 1 Sam. 2 v.9; Gen. 2 v.17 en 3 v.3; 1 Cor. 15 v.22+45; 2 Tim. 3 v.6-9; Joh. 8 v.21-24.

ALLES STAAT IN EEN GESCHRIFT, ONTVANGEN UIT DE HAND DES HEREN. (1 Kron. 28 v.19).
David gaf het ontwerp aan Salomo en deze bouwde de tempel op de berg MORIA, op de dorsvloer van Ornan. (2 Kron. 3 v.l). Op die plaats had God immers zijn vader David geantwoord met vuur uit de hemel op het brandofferaltaar. (1 Kron. 21 v.14-19 +26 en 1 Kron. 22 v.1).
DE BOUW VAN DE ZICHTBARE TEMPEL (1 Kon. 5 + 6).
Jes. 51 v.1-2 zegt iets heel moois, t.w: AANSCHOUWT DE ROTS WAARUIT GIJ GEHOUWEN ZIJT EN DE HOLTE VAN DE PUT, WAARUIT GIJ GEGRAVEN ZIJT, AANSCHOUWT ABRAHAM UW VADER EN SARA DIE U BAARDE...." De Joden die Jezus verwierpen konden zeggen, als bewering: "WIJ HEBBEN ABRAHAM TOT VADER'' (Matth. 3 v.9; Joh. 8 v.33+37-47), maar Jezus antwoordde: "JULLIE HEBBEN DE DUIVEL TOT VADER..." Jezus zei: "ABRAHAM HEEFT ZICH ER OP VERHEUGD MIJN DAG TE ZIEN EN HIJ HEEFT DIE GEZIEN EN ZICH VERBLIJD." en "EER ABRAHAM WAS BEN IK." (Joh. 8 v.56-59).
DE GEESTELIJKE TEMPEL GEHOUWEN UIT "DE ROTS."
Abraham heeft dus de dag van Jezus gezien en zich zeer verblijd, want Abraham zag in geloof "DE STAD MET FUNDAMENTEN WAARVAN GOD DE ONTWERPER EN BOUWMEESTER IS." Hij zag het "UIT DE VERTE" en heeft dat HEMELSE VADERLAND begroet, omdat hij op aarde een VREEMDELING en BIJWONER was. (Hebr. 11 v.9-16; Joh. 12 v.41; Gen. 22 v.9-18; Gal. 3 v.8-9 + 13-18). Hebr. 12 v.22 stelt duidelijk: MAAR GIJ ZIJT GEKOMEN TOT DE BERG SION EN DE STAD VAN DE LEVENDE GOD, TOT HET HEMELSE JERUZALEM." (Stat. vert). Sion was immers de tempelberg. De positieve geestelijke ontwikkeling, gaat echter onverminderd door, alle verdrukkingen van de tegenstander(s) ten spijt en het resulteert daarin dat de "TEMPEL" haar taak heeft volbracht. Zo lezen we in Openb. 21 v.22: "EN EEN TEMPEL ZAG IK IN HAAR NIET (meer), WANT DE HERE GOD, DE ALMACHTIGE IS (nu voortaan) HAAR TEMPEL EN HET LAM." en "HAAR LAMP IS HET LAM." (v.23).
De naam Sion voor de heuvel waarop de tempel was gebouwd, gold later voor geheel Jeruzalem. Zie Jes. 10 v.12; Jes. 1 v.8+27; Jes. 3 v.16. De taak of functie van de tempel is vervallen. Het begon reeds met het scheuren van het voorhangsel tussen het HEILIGE en het Heilige der Heiligen, toen Jezus stervende aan het kruis uitriep: "HET IS VOLBRACHT." (Joh. 19 v.28-30; Jes. 52 v.13-15).

HET ZINLOOS IN STAND HOUDEN VAN OUDE VORMEN.
A1 hielden de Joden de tempel tot haar definitieve vernieling in het jaar 70 na Christus nog in functie, maar wat voor zin zou nu nog hebben bv. een voorhof der vrouwen, der Israëlieten of de aparte voorhof der heidenen of de voorhof der priesters. Zie Ef. 2 v.11-17. De TUSSENMUUR tussen de diverse voorhoven is weggebroken. De heidenen lazen bij elk poortje dat toegang zou kunnen geven tot een andere voorhof, deze woorden: "VERBODEN VOOR HEIDENEN OP STRAFFE DES DOODS." Zelfs de voorhof van God, het HEILIGE IS VERVALLEN zegt Hebr. 8 geheel en hst. 9 speciaal v.24-28 en 10 v.1-18. Hebr. 10 v.19 stelt duidelijk: "DAAR WIJ DAN, BROEDERS, VOLLE VRIJMOEDIGHEID BEZITTEN OM IN TE GAAN IN HET HEILIGDOM DOOR HET BLOED VAN JEZUS, LANGS DE NIEUWE EN LEVENDE WEG, DIE HIJ ONS INGEWIJD HEEFT, DOOR HET VOORHANGSEL, DAT IS ZIJN VLEES EN WIJ EEN GROTE (=Hoge) PRIESTER OVER HET HUIS GODS HEBBEN, LATEN WIJ TOETREDEN MET EEN WAARACHTIG HART, IN VOLLE VERZEKERDHEID DES GELOOFS..." Jezus Christus heeft alle "muurtjes" weggedaan. Het is klip en klaar dat alles onder de hemel zijn (eigen) tijd heeft. Pred. 3 v.1+14.

JERUZALEM DE TEMPELSTAD.
Jeruzalem, de TEMPELSTAD verlicht door HET LAM (Jezus Christus) en Zijn GEMEENTE, dat KONINKLIJKE PRIESTERSCHAP, die hun geloof bouwen op de uitverkoren en kostbare hoeksteen, die de toenmalige bouwlieden hebben afgekeurd. (1 Petr. 2 v.4-10). Ze zijn ingegaan op de uitnodiging: "EN KOMT TOT HEM, DE LEVENDE STEEN ...BIJ GOD UITVERKOREN EN KOSTBAAR." Zo kwamen we bij "DE ROTS" aan n1. Jezus Christus en aanvaarden de uitnodiging om ons OOK ZELF te laten gebruiken als LEVENDE STENEN voor de bouw van een geestelijk huis = EEN GEESTELIJKE TEMPEL, om aldaar als GEESTELIJKE PRIESTERS in te functioneren. Voor de Joden gold nog Jes. 51 v.1-2: "AANSCHOUWT DE ROTS ...ABRAHAM." Voor iedere Jood en Griek geldt NU Jes. 53 en met Ps. 18 v.32 belijden we: "WIE IS EEN ROTS BUITEN ONZE GOD." Ook Ps. 92 v.16 zegt: "OM TE VERKONDIGEN DAT DE HERE WAARACHTIG IS, MIJN ROTS IN WIEN GEEN ONRECHT IS." 1 Cor. 10 v.4 zegt: "...EN ALLEN DEZELFDE GEESTELIJKE DRANK DRONKEN, WANT ZIJ DRONKEN UIT EEN GEESTELIJKE ROTS, WELKE MET HEN MEDEGING, EN DIE ROTS WAS DE CHRISTUS.. (Ex. 17 v5). Paulus stelt in 1 Cor. 15 v.46: "DOCH HET GEESTELIJKE KOMT NIET EERST, MAAR HET NATUURLIJKE EN DAARNA HET GEESTELIJKE.

TERUG NAAR HET NATUURLIJKE VOORBEELD.
De tempel en omgeving werden gegrondvest = GEFUNDEERD op grote, kostbare stenen, die in het gebergte werden uitgehakt. Op bevel van koning Salomo moesten deze stenen GEHOUWEN zijn. De "natuurlijke" vorm van steenrots en boom moest dus BEWERKT worden. Alleen wanneer ze terplekke PASKLAAR waren gemaakt, konden ze worden gebruikt voor de bouw van de tempel, die op een andere plaats werd gebouwd, nl. op de berg Sion, de voormalige dorsvloer. Zie 1 Kon. 5 v.17-18. De tempel werd gereed gemaakt aan de steengroeve en vandaar getransporteerd naar de TEMPELBERG, het gebergte Moria, de dorsvloer van Ornan/Arauna, later genoemd de heuvel SION. Aldaar werd de tempel "SAMENGESTELD." Op de tempelberg zelf werd geen geluid gehoord van hamer, beitel of enig ijzeren gereedschap o.i.d. Zie 1 Kon. 6 v.7; Gen. 22 v.2; 2 Kron. 3 v.1; Gaan we uit van de ROTS, Jezus Christus, waaruit wij gehouwen zijn, dan zou opnieuw gezegd kunnen worden: "AANSCHOUW DE ROTS WAARUIT GIJ GEHOUWEN ZIJT." (Jes. 51v1-2). of "IK BEN DE (ware) WIJNSTOK EN JULLIE ZIJN DE RANKEN." (Joh. 15 v.5).

DE WARE HOEKSTEEN.
De hoeksteen was en is die steen die een gebouw de absoluut noodzakelijke steun verleent op die plaats waar 2 muren samenkomen. In de bijbel wordt het woord hoeksteen gebruikt om een geestelijke waarheid aan te verbinden/aan te duiden, in de zin van ONMISBAAR bij de bouw van een geestelijk gebouw zoals de tempel, waarmede Jezus Christus wordt bedoeld. Gehouwen uit een enorme rots, waarin we gezien de aangehaalde teksten, zeker Jezus Christus kunnen en mogen zien, daaruit werden andere grote stenen gehouwen met afmetingen van soms wel 4 X 5 X 5 meter van zo'n 250000 KG. Zelfs was er een steen bij van 10 X 10 X 2 meter. Bij zo'n steen denk je onwillekeurig aan bv. Ps. 118 v.22-23: "DE (hoek)STEEN DIEN DE BOUWLIEDEN VERSMAAD HEBBEN IS TOT EEN HOEKSTEEN GEWORDEN, VAN DE HERE IS DIT GESCHIED, HET IS WONDERLIJK IN ONZE OGEN."
Jezus haalde deze woorden aan. De evangeliën halen deze woorden aan. Zie Matth. 21 v.42; Marc. 12 v.10; Luc. 20 v.17. Als Petrus en Johannes voor de Joodse raad staan, halen ze ook deze woorden aan:
"DIT IS DE STEEN, DOOR U, BOUWLIEDEN, VERSMAAD, DIE NOCHTHANS TOT HOEKSTEEN IS GEWORDEN." Hand. 4 v.11. Jesaja profeteerde reeds over deze valse leiders in hst. 28 v.14-16 die over "DEZE STEEN" zouden struikelen. (Jes. 28 v.7 Vert. HET BOEK). "MAAR OOK JERUZALEM WORDT DOOR DRONKAARDS GELEID. HAAR PRIESTERS EN PROFETEN WANKELEN EN WAGGELEN. ZIJ MAKEN DOMME FOUTEN EN BEGAAN GROTE VERGISSINGEN, HUN TAFELS LIGGEN VOL MET BRAAKSEL, OVERAL LIGT VUIL."
In 1 Petr. 2 v.6-7 (al diverse keren aangehaald) gaat dit "TEMPELBEELD in v.9 nog verder door. Tegenover Jes. 28 v.7 stelt Petrus dan: (Vert. HET BOEK):
NAAR ZO BENT U NIET. U BENT DOOR GOD UITGEKOZEN OM KONINKLIJKE PRIESTERS TE ZIJN, MENSEN DIE VOOR GOD ZIJN AFGEZONDERD OM OVERAL TE VERTELLEN HOE GOED EN GROOT HIJ IS, DIE U GEROEPEN HEEFT OM VANUIT DE DUISTERNIS NAAR ZIJN HEERLIJK LICHT TE KOMEN." Zie ook Zach. 10 v.3-6.

DE WET ALS AFSCHUTTENDE TUINMUUR.
Paulus maakt in Ef. 2 duidelijk dat de Joden door DE WET (hun wet), die als een omheining, een afschutting werkte, zij daardoor als Gods volk afgeschermd waren van de omringende heidenen, want die waren als vijanden. Maar...IN CHRISTUS, zijn de (bekeerde) Jood en heiden geschapen tot EEN NIEUWE MENS = één lichaam in Christus. In de natuurlijke = zichtbare wereld komt dat tot uitdrukking in de AFBRAAK VAN DE MIDDENMUUR = de omheining die om en op het tempelplein stond. Deze muur moest de Joden gescheiden houden van de voorhof der heidenen. Bij elk poortje stond immers dat bordje: "VERBODEN VOOR HEIDENEN OP STRAFFE DES DOODS." (Efeze 2 v.14-22).

TERUG NAAR DE BOUW VAN DE ZICHTBARE TEMPEL. (1 Kon. 5 en 6).
Salomo, de "uitvoerder van de tempelbouw, schreef in Ps. 127 v.1-2: "ALS DE HERE HET HUIS NIET BOUWT, TEVERGEEFS ZWOEGEN DE BOUWLIEDEN DAARAAN .... HIJ GEEFT HET IMMERS ZIJN BEMINDEN IN DE SLAAP." Dat hield niet in dat er niet hard aan gewerkt werd, want Salomo gebruikte meer dan 150000 man voor de tempelbouw, 153600 mannelijke vreemdelingen waarvan 70000 lastdragers + 80000 steenhouwers, de rest opzichters. (2 Kron. 2 v.17-18). Zoals gezegd werden deze zeer grote en zware bouwstenen in de groeve reeds PASKLAAR gemaakt. (1 Kon. 5 v.15-18). Van boven werden de stenen afgevlakt, zorgvuldig gemeten en gemerkt en dan opzij en van onder losgehouwen om vervolgens NAAR BOVEN te worden vervoerd en PRECIES op de daartoe bepaalde plaats op de rots (tempelberg) geplaatst, die van te voren nauwkeurig gevlakt was. Voegen waren nauwelijks zichtbaar.
Ps. 122 v.1+3+9 een bedevaartslied, dat tezamen met Ps. 120 en 121 gelezen kan worden. Vers 3: "JERUZALEM IS GEBOUWD ALS EEN STAD, DIE WEL SAMENGEVOEGD IS." Vers 1: "IK WAS VERHEUGD, TOEN MEN MIJ ZEIDE: LATEN WE NAAR HET HUIS DES HEREN GAAN." Vers 9: "OM HET HUIS VAN DE HERE, ONZE GOD, WIL IK HET GOEDE VOOR U ZOEKEN." Zulke gedachten zongen de Joden bij het op en binnentrekken naar of in Jeruzalem. In de nieuwe bedeling zegt men het zo: Zie 1 Cor. 3 v.9-15; Ef. 2 v.20-22; Hebr. 11 v.9-10. De geestelijke les hierin is duidelijk, nl.:
WE ZULLEN ONS GEWILLIG LATEN INVOEGEN OP DIE PLAATS, DIE GOD WIL EN ONS ZO, TEZAMEN MET VELE ANDEREN LATEN BOUWEN TOT EEN WOONSTEDE GODS IN DE GEEST. (Ef. 2 v.22). Maar we moeten komen tot de levende hoeksteen Jezus Christus die zowel fundament als gevelsteen is in deze geestelijke tempel. (l Petr. 2 v.4-6; 1Cor. 3 v.11-12; Zach. 4 v.7).

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
We zien David bezig om PLANMATIG te werken, omdat hij een VISIE had, zoals blijkt uit de profetie: "DIT IS HET HUIS VAN DE HERE ...." Het evangelie van verlossing werd zeer aanschouwelijk en derhalve begrijpelijk uitgebeeld bij voorbeeld d.m.v. de 2 bokken. In deze les valt grote nadruk op de sterke samenhang tussen resp. GROTE VERZOENDAG en VEROOTMOEDIGING en daarna pas het feest van de inzameling van de vruchten, het OOGSTFEEST.
De noodzaak van regen en dauw, vertaald naar geestelijke gedachten = de ABSOLUTE NOODZAAK VAN DE WERKING VAN DE HEILIGE GEEST, wordt onderstreept. David wist al goed te luisteren naar de stem van de Heilige Geest en dit t.a.v. de TEMPELBOUW vast te leggen in een geschrift. Tenslotte wordt in deze les getracht om zo nodig de prachtige, NATUURLIJKE voorbeelden te TRANSFORMEREN tot geestelijke werkelijkheden en met David de GEESTELIJKE TEMPEL te zien en ons daar in te laten voegen.
CONCLUSIE:
Wie zich gewillig als een LEVENDE STEEN wil laten invoegen voor de bouw van een geestelijk huis oftewel een GEESTELIJKE TEMPEL, die kan en zal door God worden gebruikt = INGEZET bij het herstel van deze wereld zoals Openb. 22 vermeldt in vers 1-5.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 59:

Vraag 1. Wat moet ik me indenken of voorstellen bij Ps. 99 v.1?
Vraag 2. Hoe is het mogelijk geworden dat ook wij als (ex)heidenen nu inwoners mogen zijn van HET NIEUWE JERUZALEM?
Vraag 3. Vertel wat de bijbel wil uitdrukken d.m.v. alle handelingen met de 1e bok, die geslacht werd.
Vraag 4. Vertel wat de bijbel wil uitdrukken d.m.v. alle handelingen van de 2e bok, die naar de woestijn werd gebracht.
Vraag 5. Op welk "moment" ging Lev. 16 v.30 reëel in vervulling?
Vraag 6. Wat was het belangrijkste dat de Israëliet diende te doen op de 10e dag der 7e maand?
Vraag 7. En welk belangrijk feest begon er op de 15e van de 7e maand?
Vraag 8. Probeer de GEESTELIJK BETEKENIS voor nu en morgen eens onder woorden te brengen van hetgeen je genoemd hebt onder vraag 6 + 7.
Vraag 9. Waartoe dient de zg. vroege en late regen en wat is haar geestelijke betekenis?
Vraag 10. Zou je t.a.v. die 2e bok, die naar Azazel werd gestuurd kunnen stellen dat onze zonden werden en worden "RETOUR AFZENDER" gestuurd?
Vraag 11. Waar worden resp. Abraham en Sara mee vergeleken in Jes. 51?
Vraag 12. Uit welke rots zijn wij gehouwen?
Vraag 13. Zou een aardse tempel bv. in Jeruzalem, heden voor ons van geestelijke waarde kunnen zijn? Motiveer je antwoord.
Vraag 14. Welke diepe geestelijke betekenis zouden we mogen hechten aan het bijbelse feit dat de tempel op de berg Sion SAMENGESTELD werd?
Vraag 15. Welke heerlijke dingen weet je te vertellen van "DE WARE HOEKSTEEN?"
Vraag 16. Iemand vraagt je: "VERTEL ME EENS WAT DE WAARDE IS OM EEN LID TE ZIJN VAN DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, ZOWEL PLAATSELIJK ALS WERELDWIJD." Wat zou je de vragensteller daarop antwoorden? 

les 60

DE GIBEONIETEN EN HET HUIS VAN SAUL.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE. 2 Samuël 21 v.1-14.
Deze geschiedenis dient wat het tijdstip betreft waarschijnlijk geplaatst te worden in het begin van David's regeerperiode, na de verheffing van Mefiboseth en voor de opstand van Absalom. Zie bv. 2 Sam. 16 v.7-8. Zonder een goed bijbels begrip van het woord BLOEDSCHULD, is dit een "vreemd" verhaal. In de bespreking van dit duidelijk Oudtestamentische gebeuren, ligt toch weer een heenwijzing naar het verzoenend offer van de Zoon van David, Jezus Christus, die AL ONZE (bloed)SCHULD VERZOEND heeft op het kruis van Golgotha.

WRAAK.... OF TOCH GERECHTIGHEID??
Hongersnood, meestal t.g.v. het uitblijven der regens, kwam in Israël meer voor. Zie bv. Ruth 1 v.4 en 1 Kon. 17 v.l. Droogte werd aldaar terecht ervaren als een oordeel des Heren. Zie bv. Deut. 11 v.13-17; Deut. 28 v.12 en 15-24 en Jer. 14 v.1-12; Haggaï 1 v.7-11. Iedere keer, als op de één of andere wijze het volk van God afweek, kwam deze "WET" in actie, in de 4 bovenvermelde bijbelgedeelten genoemd. Men zou kunnen zeggen dat het rijkelijk lang geduurd heeft, alvorens David de Here raadpleegde, net als bv. Mozes deed in Exod. 32 v.11-14. Het antwoord van de Here was duidelijk: "OP SAUL EN OP ZIJN HUIS RUST EEN BLOEDSCHULD." v.l. Bloedschuld wil zeggen dat er (naar Gods normen) ONSCHULDIG BLOED VERGOTEN IS, waar bij én Saul én zijn huis en het volk (mede)schuldig zijn. De schuld lag derhalve NIET bij David zelf. De zg. BLOEDWRAAK BERUSTTE OP DE WET GENOEMD IN NUM. 35 v.9-34. Dit laatste bijbelgedeelte werpt wat meer licht op deze zaak. Saul had waarschijnlijk in het begin van zijn regeerperiode ook getracht om de Gibeonieten uit te roeien om daarmede het land (verder) te zuiveren van overgebleven heidense elementen. Zie bv. 1 Sam. 28 v.3. In Jozua 9 v.15-18 lezen we echter dat God via Jozua een verbond met hen gesloten had. Deze heidense Gibeonieten hadden uit lijfsbehoud list en leugen toegepast. Maar... een EED, gezworen in de naam van de ALLERHOOGSTE GOD, mag NIET verbroken worden. Zie Jozua 9 geheel en spec. v.19-20. Koning Saul, wetende van deze eed, haalde wél de toorn van God over zichzelf, zijn huis en zijn land heen. Door deze eed redde Jozua hen toentertijd uit de hand der Israëlieten die hen (ook) wilden doden. Joz. 9 v.18 en 26.

HUN ZONDEN BRACHTEN HEN NOG ONDER EEN VLOEK.
Een vloek, door Jozua uitgesproken, maakte hen en hun nageslacht tot knechten/slaven, houthakkers en waterputters, zowel voor het volk als voor het altaar des Heren. Joz. 9 v.27. Koning Saul wist van dit alles en maakte dezelfde fout als Jozua (9 v.14) en de hoofden der vergadering, nl. "MAAR ZIJ RAADPLEEGDEN DE HERE NIET". Koning Saul bracht door dit bijna geheel uitmoorden van dit "VERBONDSVOLK" (Joz. 9 v.15 en 19), toch DE TOORN VAN GOD over hem en het volk. v.20. Jozua redde toentertijd de Gibeonieten uit de handen der Israëlieten, want DIE wilden hen óók doden. v.26. In JOZUA (Hebreeuwse naam) = JEZUS (Latijn, Grieks) zien we reeds een UITGESTREKTE ARM naar de heidenen. Het NIEUWE Testament bevestigt dit "REDDENDE VERBOND" vele malen. Zie Jesaja die in één profetie zowel oordeel als redding voor de heidenen profeteert. Zie resp. Jes. 42 v.1-4 en Matth. 12 v.15-21. Op Golgotha bracht Jezus Christus het oordeel tot overwinning door Zijn dood en opstanding, waarin onze eeuwige redding ligt. Zie Hand. 13 v.47-49 en 15 v.14-18; Rom. 3 v.29-30; Rom. 15 v.9-12 waar in v.10 staat: "VERHEUGT U, HEIDENEN MET ZIJN VOLK." Ef. 3 v.6-13 Paulus spreekt over een GEHEIMENIS... DAT HEIDENEN, MEDE-ERFGENAMEN WORDEN. Dat geldt Gode zij dank nu ook voor U en mij.

MEDE-ERFGENAMEN.... NIET TE GELOVEN.
Het is verwonderlijk dat Jozua, de Gibeonieten diensten laat verrichten bij het ALTAAR (in afwachting van de nog nieuw te bouwen tempel). Joz. 9 v.27. Dat was puur LEVIETENWERK. En nu zelfs worden bekeerde Jood en heiden als het ware "GEPROMOVEERD" tot een koninklijk priesterschap, één heilige natie etc. Zie 1 Petr. 2 v.7-10. Wat eens NIET ZIJN VOLK was, wordt geroepen uit de duisternis van het zondige heidendom, tot zijn wonderbaar licht en wordt nu GODS VOLK genoemd. Koning Saul had door zijn onrechtmatige daad, nl. het doden der Gibeonieten, het land ontwijd, oftewel VERONTREINIGD. God had temidden der Israëlieten immers zijn woonstede, en in een land dat door op onrechtmatige wijze vergoten bloed wil God niet wonen. Num. 35 v.33-34. BLOEDSCHULD kon op 2 manieren ongedaan worden gemaakt.
A. TIJDELIJK in de zin van voorlopig.
B. BLIJVEND en dan ook volkomen.

ad. A-l. De schuld van de BLOEDSCHULDIGE, indien onopzettelijk gedaan, wordt afgeschermd door hem een schuilplaats te bieden in één der 6 VRIJSTEDEN VAN Israël TOT de dood van de met heilige olie gezalfde hogepriester. Daarna kon hij VRIJUIT gaan
ad. A-2. De OPZETTELIJKE doodslager/bloedschuldige zal door de vergadering schuldig verklaard worden en de BLOEDWREKER zelf zal de doodslager ter dood brengen.
ad. B-1. Degene die iemand gedood heeft (of welke andere zonde dan ook gedaan heeft) wordt BEGENADIGD door het geloof in de dood van de WARE HOGEPRIESTER, Jezus Christus. Wie ZIJN dood, als VERZOENEND sterven voor (al) zijn zonden in het geloof aanvaardt, gaat VRIJUIT. Matth. 1v.21; Joh. 1v.29.
ad. B-2. Wie het VERZOENEND STERVEN VAN Jezus Christus, de hemelse Hogepriester, NIET in geloof voor zichzelf aanvaardt, behoudt zijn eigen zondeschuld en zal omkomen. Zie Num. 35 v.9-34; Rom. 6 v.23 en Hebr. 10 v.26-31.

DE GIBEONIETEN IN HET NAUW.
Voor een goed begrip gaan we even terug in de geschiedenis van de Gibeonieten. Toen de Gibeonieten, ten tijde van Jozua hun einde zagen naderen bij het oprukken van Jozua en het leger der Israëlieten, konden ze op 3 manieren trachten dit onheil af te wenden.

  1. Vluchten uit hun woongebied, naar een ander land. Heel gebruikelijk toen.
  2. Zich in de strijd begeven tegen Israël net als Ai etc.
  3. Zoeken naar "VERZOENING" = trachten een verbond van vriendschap te sluiten.

Al maakten ze gebruik van een misleidende list, toch was hun getuigenis "WAAR". Zie Joz. 9 v.9-11. Hun eigen keuze om "KNECHTEN VAN DE ISRAËLIETEN TE WILLEN WORDEN", redde hen van de dood. Joz. 9 v.9 en 11en 24-25. Dit had gevolgen. Want wie zich wil afwenden van zijn oude leven en contact en vriendschap, ja zelfs een onder ede afgesloten verbond met de Israëlieten (en hun God) zoekt, haalt zich de vurige haat van de overige Kanaänieten op de hals. Vijf koningen belegerden daarom hun stad. Joz. 10 v.1-5. Alhoewel de Gibeonieten genoemd werden: "EEN GROTE STAD... EN AL HAAR MANNEN HELDEN" werden ze zéér bevreesd. v.1-2. Ze riepen Jozua snel te hulp met de bede: "TREK UW HAND NIET VAN UW KNECHTEN AF, RUK HAASTIG TOT ONS OP, VERLOS ONS EN HELP ONS...." Het heerlijke antwoord lezen we in Luc. 1 v.67-79: "... OM ONS TE REDDEN UIT DE HAND VAN ALLEN DIE ONS HATEN... OM HEN TE BESCHIJNEN DIE GEZETEN ZIJN IN DUISTERNIS EN SCHADUW DES DOODS..." v.71 en 79. Ze riepen Jozua snel te hulp met een wel héél bijzonder gevolg.

GODDELIJK INGRIJPEN BRACHT EEN ZEER GROTE OVERWINNING.
De gebeurtenissen met de Gibeonieten bracht de veroveringsstrijd in een stroomversnelling. Niet alleen het vallen van de muren van Jericho waren direct Goddelijk ingrijpen, maar óók het in verwarring brengen en het werpen van (zeer grote) hagelstenen, bracht veel Kanaänieten om het leven. Joz. 10 v.10-11. Dit gebeurde bij Beth-Choron = huis van (de Kanaänitische god) CHORON. Een voorproefje van Openb. 16 v.21. Zie ook Ezech. 38 geheel, spec. v.22-23.

NOOIT EERDER....
Nooit in een strijd heeft God zich zó groot en machtig getoond aan een mens, zoals Jozua, door zijn gebed te verhoren, zodat de zon en de maan 24 uur stilstonden. Joz. 10 v.12-15. In de hierboven genoemde gebeurtenissen (geheel Joz. 10) zien we 5 gevluchte en verslagen koningen, zich verbergen in een spelonk van Makkeda = herdersplaats. Deze valse herders worden door Jozua gedood en in hun "EIGEN BERG" geworpen. Zie ook Openb. 6 v.15-17. In één veldslag van ong. 48 uur (omdat God zon en maan stil zette) werden genoemde 5 en nog eens 5 andere koningen, dus TOTAAL 10 KONINGEN verslagen, dus gedood. Vergelijk dit eens met Openb. 17 v.12-14 en Jozua 10 spec. v.5 en v.28-39. De Kanaänitische koning van Jeruzalem, ADONI-ZEDEK was de initiatiefnemer en aanvoerder.

IN EEN ANDER LICHT.
Na de uitvoerige toelichting en bijbelse onderbouwing van het handelen der Gibeonieten vanaf de tijd van Jozua, komen we terug bij David, die op een pijnlijke manier werd geconfronteerd met de zonde van zijn voorganger Saul. Nadat God op de een of andere wijze gesproken had, lag bij David de moeilijke taak deze BLOEDSCHULD weer van het land af te wentelen. Vandaar David's vraag aan deze nakomelingen van Kanaän, de zoon van Cham: "WAT KAN IK VOOR U DOEN EN WAARMEDE KAN IK VERZOENING BEWERKEN, OPDAT GIJ HET ERFDEEL DES HEREN ZEGENT?" 2 Sam. 21 v.3. In het OUDE verbond, dus voor het verzoenend sterven van Jezus Christus, kon dit ernstige vergrijp tegen Gods instelling, alleen worden "AFGEKOCHT" door bloed. "...WANT BLOED, DAT ONTWIJDT HET LAND EN VOOR HET LAND KAN TEN AANZIEN VAN HET BLOED (v/h slachtoffer) DAT DAARIN VERGOTEN IS, GEEN VERZOENING WORDEN GEDAAN DAN DOOR HET BLOED (= het leven van de doodslager) VAN DEGENE DIE HET VERGOTEN HEEFT." Num. 35 v.33-34.

ZEVEN "SCHULDOFFERS"
De Gibeonieten vragen om 7 mannen uit het geslacht van koning Saul om hen, i.p.v. de reeds gesneuvelde koning, terecht te stellen. Niet uit wraak, maar.... "OPDAT WIJ HEN TER ERE VAN JAHWEH OPHANGEN TE GIBEON OP DE BERG VAN JAHWEH." 2 Sam. 21 v.6 Leidse vert. Saul's verkeerde ijver was vleselijk, nl. om zich als koning waar te maken bij zijn volk. v.2. Hij wilde hen totaal vernietigen en verdelgen. v.5. Als een verbond in de naam des Heren dus voor Zijn aangezicht onder ede was gesloten, kon het niet zonder gevolgen worden geschonden. Lezen we 2 Sam. 21 v.8-9 dan beginnen we wat meer te beseffen van de onnaspeurlijke rijkdom van Zijn genade die we in Christus Jezus hebben ontvangen. Ef. 1 v.7-11 en 2 v.7 en 3 v.8-13.

EEN NIEUWE LENTE, EEN NIEUW GELUID.
De terechtstelling, vóór het aangezicht des Heren had plaatsgevonden in de eerste dagen van de gersteoogst. Dit was de mooiste tijd van het jaar, want de zware winterregens waren voorbij en overal kwamen de voorjaarsbloemen tevoorschijn en alles getuigde van nieuw leven. Voorjaarsregens en zonneschijn wisselen elkaar af en zijn onmisbaar. Hooglied 2 v.11-14 verwoordt dit schitterend: ".... EN HET GEKIR VAN DE TORTEL(duif) wordt gehoord in ons land.... STA OP, kom mijn liefste.... mijn duif in de ROTSKLOOF in de schuilhoek van de bergwand. Laat mij Uw gedaante zien..." v.13-14.
Ook hier is de tortelduif zeker een beeld van de Heilige Geest. Zie bv. Matth. 3 v.16; Luc. 3 v.22; Gen. 8 v.8-12.
Vooral de regen die eind maart tot begin April valt, de zg. late of spade regen, is ABSOLUUT ONONTBEERLIJK voor het vormen der aren en de korrels van het graan en voor het vruchtzetten der vruchtbomen. Verderop zullen we zien dat de vermelding in de bijbel dat deze "vreemde" gebeurtenis viel in het begin van de gersteoogst, niet toevallig is vermeld maar dat er een diepe(re) geestelijke betekenis in schuilt.
Zoals vermeld viel deze gebeurtenis in de eerste dagen van de gersteoogst. 2 Sam. 21 v.9. Er begon pas water uit de "hemel" te stromen na de volgende gebeurtenis.
De (bij)vrouw van koning Saul, nl. Rizpa, zat bij de lijken van deze 7, waaronder 2 van haar eigen kinderen, t.w. ARMONI = van het paleis en (niet de zoon van Jonathan) MEFIBOSETH = die schande verbreidt. Rizpa nam een ROUWKLEED of treurgewaad, die ze op de rots uitspreidde en er mogelijk óók de lijken mee bedekte. Ze bleven dus nog ONBEGRAVEN.
Lijken moesten in Israël voor zonsondergang begraven worden, want zo'n (aan een paal) gehangene is door God vervloekt en anders zou het land verontreinigd worden. Zie resp. Num. 25 v.3-14; Deut. 21 v.22-23; Matth. 27 v.57-60; Gal. 3 v.13; Joz. 8 v.29. Zo bleef deze vrouw waken bij deze 7 lijken, immers, het laten opeten als aas op het veld, gold als een vloek. Spr. 30 v.17; 1 Sam. 17 v.44-46.

HET ANTWOORD BLEEF NIET UIT.
Als Goddelijk antwoord op deze Oudtestamentische "VERZOENINGSPOGING" antwoordde God door het zo onmisbare water te geven, waardoor een goede oogst gegarandeerd was en de hongersnood dus voorbij. 2 Sam. 21 v.10. In haar eenvoudige geloof en grote trouw bracht deze vrouw tot uitdrukking dat zij háár geloof gebouwd had op de (geestelijke) rots, waarop ze in de zichtbare wereld deze lijken had gelegd. EN DIE ROTS WAS DE CHRISTUS zegt 1 Cor. 10 v.1-5. Het bloed van de ware, geestelijke rots Jezus Christus zou óók verzoening brengen over het bloed der terechtgestelden, want hun bloed = hun dood was volslagen ONTOEREIKEND om ook maar enige verzoening te kunnen bewerken. Hebr. 9 v.2. Toen God de "VERZOENINGSDAAD" van deze vrouw kennelijk aanvaardde, blijkend uit de neerstromende regen, kon met Hooglied worden getuigd: "MIJN GELIEFDE GAAT TOT MIJ SPREKEN. STA TOCH OP, MIJN LIEFSTE, MIJN SCHONE, EN KOM. WANT ZIE DE WINTER IS VOORBIJ... MIJN DUIF IN DE ROTSKLOOF, IN DE SCHUILHOEK VAN DE BERGWAND... LAAT MIJ UW STEM HOREN." Hooglied 2 v.10-14. en Joh. 5 v.36-40. En... inderdaad, Gods Geest openbaarde zich, nadat Jezus Christus was gestorven voor onze zonden opgewekt uit de doden en opgevaren ten hemel en zittende ter rechterhand Gods. David profeteerde dit alles reeds. Zie Hand. 2 v.29-36; Ps. 16 v.8-11; Ps. 110 v.1.

DE DUIF VLIEGT OP UIT DE ROTSWAND.
Met PINKSTEREN is "DE DUIF" (de H. Geest) als het ware OPGEVLOGEN, vanuit haar SCHUILPLAATS (Joh. 7 v.39) in de ROTSKLOOF. Het kirren hadden we reeds vernomen, maar nu hebben we "ZIJN GEDAANTE" gezien en zijn stem gehoord. Joh. 14 v.9. Paulus zegt het zo in Gal. 4 v.4-7: "MAAR TOEN DE VOLHEID DES TIJDS GEKOMEN WAS, HEEFT GOD ZIJN ZOON UITGEZONDEN (de Rots), GEBOREN UIT EEN VROUW etc. ....NU HEEFT GOD DE GEEST ZIJNS ZOONS (de duif) UITGEZONDEN IN ONZE HARTEN, DIE ROEPT: ABBA, VADER." Zie ook Joh. 16 v.13; Hand. 16 v.7; Rom. 5 v.5-6; Ef. 1 v.13-14; 1 Petr. 1 v.10-12.

DE STAATSBEGRAFENIS.
David was kennelijk diep onder de indruk van de blijken van trouw en aanhankelijkheid van Rizpa en hij ging direct tot actie over. Deze actie bestond hier uit dat hij aan Saul en Jonathan alsnog een soort van "staatsbegrafenis" gaf in het graf van zijn vader te Zela, stamgebied van Benjamin. In Israël werd het als een groot voorrecht beschouwd om in eigen familiegraf te worden bijgezet, het tegenovergestelde als een straf van God. Zie resp. 2 Sam. 19 v.37 en 1 Kon. 13 v.22-24.
En zo werden eveneens de 7 terechtgestelden als 't ware nog EERVOL ter aarde besteld en dan staat er: "EN HIERNA ONTFERMDE GOD ZICH (weer)OVER HET LAND." De straf was opgeheven die het huis van Saul over eigen huis en het land had gebracht. Het lezen van de geschiedenis uit 1 Sam. 11 werpt licht op het handelen van de mannen van Jabes. Zie daartoe 2 Sam. 21 v.12-14.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Men kan zonder meer stellen dat deze geschiedenis bij wat oppervlakkige beschouwing, vragen oproept, waarop moeilijk een bevredigend antwoord is te geven.
Indien echter, zoals gebeurd is, deze "LOSSE" gebeurtenis in een groter en ruimer kader wordt geplaatst, dan kan gesteld worden dat de handelwijze van de Gibeonieten ten tijde van Jozua voor zowel henzelf als voor de Israëlieten tot een zegen is geworden. De barmhartigheid van God komt openbaar.
Het komt overeen met de bekende geschiedenis van de zg. Kananese vrouw, die stelde: "ZEKER, HERE, OOK DE HONDEN ETEN IMMERS VAN DE KRUIMELS, DIE VAN DE TAFEL VAN HUN MEESTERS VALLEN." Matth. 15 v.21-28.
En zoals Paulus uitriep in v.10 van Rom. 15 v.7-13: "VERHEUGT U, HEIDENEN, MET ZIJN VOLK" waarbij Paulus Mozes citeert uit Deut. 32 v.43. En... waren WIJ in zekere zin niet die heidense "Gibeonieten"??
Of reageerden we wellicht net als Simeï, zéér waarschijnlijk met het oog op de gebeurtenissen rond die 7 "slachtoffers", toen hij uitriep tegen David: "GA WEG, GA WEG, BLOEDVERGIETER, NIETSWAARDIGE. DE HERE VERGELDT U AL HET BLOED VAN HET HUIS VAN SAUL, IN WIENS PLAATS GIJ KONING GEWORDEN ZIJT." 2 Sam. 16 v.7-8.
Toen ook wij nog onbekeerd waren en niets beseften van Gods liefde voor ons zoals Openb. 1 v.5 zegt, hadden we nog geen weet van: "HEM DIE ONS LIEFHEEFT EN ONS UIT ONZE ZONDEN VERLOST HEEFT DOOR ZIJN BLOED. " Zie ook Openb. 5 v.9 en Hebr. 13 v.12.
En nu we de verlossing van onze zonden door Zijn bloed in geloof hebben geaccepteerd, NU geldt Ef. 2 v.13: "MAAR THANS IN CHRISTUS JEZUS, ZIJT GIJ, DIE EERTIJDS VERAF WAART, DICHTBIJ GEKOMEN DOOR HET BLOED VAN CHRISTUS."

ENKELE VRAGEN BIJ LES 60:

Vraag 1. Wat dienen we te verstaan onder het bijbelse begrip: BLOEDSCHULD?
Vraag 2. Wat dienen we te verstaan onder: BLOEDWREKER?
Vraag 3. In hoeverre zijn deze 2 begrippen heden nog actueel of van waarde? Denk je dat ze VOLKOMEN "uit de tijd" zijn? Motiveer je antwoord.
Vraag 4. Noem eens een aantal voorbeelden waaruit het blijkt dat God, ook reeds in het Oude verbond, Zijn Hand uitstrekte naar de heidenen.
Vraag 5. Hoe kon en kan BLOEDSCHULD ongedaan worden gemaakt?
Vraag 6. Heb jij deze geestelijke wet ook al eens in je leven ontdekt, nl. dat wanneer je met je hele hart besloten hebt om de Heer te volgen en te dienen, het blijkt dat "DE HEL" in beroering komt? Geef eens een voorbeeld daarvan.
Vraag 7. Zie jij er een heerlijke vertroostende waarheid in om te lezen of te horen dat, alhoewel de Gibeonieten op het programma van Jozua (lees Jezus) stonden om over enkele dagen te worden uitgeroeid, zij slechts luttele dagen later door diezelfde Jozua en zijn leger van een wisse dood werden gered?
Sterker nog, er gebeurde een wonder (zon en maan) zoals NIMMER is vertoond.
Vraag 8. Zie je een verband tussen het verslaan door Jozua van die 10 koningen en hetgeen beschreven staat in Openb. 17?
Vraag 9. Stel nu eens dat er op onze woonplaats een BLOEDSCHULD zou rusten (denk bv. aan Noord Ierland o.i.d.) hoe zou deze dan verwijderd kunnen worden?
Vraag 10. Wat denk je als je leest over die "7 SCHULDOFFERS"?
Vraag 11. Indien er aan je gevraagd werd om een korte bijbelstudie over RIZPA, "DE VROUW OP DE ROTS" te geven, welke dingen of gebeurtenissen zou je dan zeker vermelden?
Vraag 12. Wie is "DE DUIF", die aanvankelijk nog verborgen was in de rotswand en die NU in al haar HEERLIJKHEID tevoorschijn is gekomen in de VOLHEID DES TIJDS?
Vraag 13. Wat zou het verschil kunnen zijn tussen HET KIRREN VAN DE DUIF en HET ROEPEN?
Vraag 14. Zijn wij, (ex)heidenen, in zekere zin te vergelijken met die Gibeonieten? 

les 61

DE REBELLIE VAN ADONIA.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
Na Absalom, volgt nu Adonia die een poging onderneemt om op een illegale wijze de troon te bestijgen, terwijl de oude, bedlegerige koning David nog geen afstand had gedaan van de troon. Bij Adonia zien we dezelfde HOOGMOEDIGE trekken als bij zijn oudere broer Absalom, wiens denken en handelen reeds beschreven werd in les 45 tot en met 52. Ook bij Adonia speelden hoogmoed en het smeden van een complot de hoofdrol. Hij kreeg er velen aan zijn zijde, maar het ingrijpen van DE GETROUWEN IN DE LANDE, had mede tot gevolg dat de staatsgreep op het laatste moment werd verijdeld en Salomo tot koning werd gekroond.

DE OVERMOEDIGE KONINGSZOON.
De keuze was normaliter aan de heersende koning om zijn opvolger aan te wijzen. (Deut. 17 v.14-15), maar dan wel in de zin van: "DIEN DE HERE, UW GOD VERKIEZEN ZAL." Er was een profetie van de profeet Nathan. Zie 2 Sam. 7 v.12-17 en 2 Sam. 12 v. 24-25 en DEEL 2 les 41 blz. 69. Adonia minachtte echter de Godsspraak en wilde ZELF koning worden. Ook bij Absalom zagen we de hoogmoed gestalte krijgen, net zoals bij Adonia, door PAARDEN EN RUITERS aan te schaffen en 50 man die voor hem uit liepen. (v.6). Zie ook 2 Sam. 15 v.1 en deel 3 les 47. Je kunt je afvragen of de goede koning, zijn knappe koningszonen niet te weinig gecorrigeerd heeft. Uiterlijke schoonheid werd in Israël, SPECIAAL voor een (aspirant)koning, hoog gewaardeerd. Niet aldus bij God. Zie resp. 2 Cor. 4 v.16; 1 Sam. 16 v.6-7; 1 Sam. 9v2; 1 Sam. 16 v.12; 2 Sam. 14.v.25. Hoogmoedige mensen leggen natuurlijke criteria aan om zich (zo mogelijk tot koning) te verheffen. Geestelijke, nederige mensen zoeken naar Gods criteria en dat is het HART van de mens.

IS OOK JOAB ONDER DE REBELLEN?
In Adonia's complot treffen we Joab aan, mogelijkerwijs door de gebeurtenissen beschreven in 2 Sam. 23 v.20-23 en 2 Sam. 20 v.4-10.
Ook Abjathar kan door vleselijke motieven geleid zijn, wellicht omdat hogepriester ZADOK een steeds grotere rol ging spelen. Zie bv. Ezech. 43 v.19, 44 v.15 en 48 v.11. We zien enerzijds Joab de legeroverste en Abjathar de priester bij Adonia. Benaja, een legeroverste, Zadok de (hoge)priester en Nathan de profeet des Heren stonden aan de zijde van David en Salomo.
Adonia had wél de vertegenwoordigers van LEGERMACHT en de RELIGIEUSE WERELD aan zich trachten te binden, maar wat hij miste en Salomo wel had, dat was DE PROFEET DES HEREN nl. NATHAN = de Heer heeft gegeven. Deze sprak namens de Heer.
Salomo was door God aan het volk geschonken en had van God de naam meegekregen: JEDIDJA = geliefd door de Here. Zie deel 2 blz. 69.
Salomo was het type van de ware VREDEVORST, Jezus Christus, waarvan de Vader immers getuigde: "DEZE IS MIJN ZOON, DE GELIEFDE, IN WIEN IK MIJN WELBEHAGEN HEB." (Matth. 3 v.17).

NET DOEN ALSOF....
Het is zeer opmerkelijk dat het HEILIGE en het SCHIJNHEILIGE dikwijls heel dicht bij elkaar liggen, maar er is in werkelijkheid een HEMELSBREED verschil. In deze eindtijd heeft men het de naam NEW AGE meegegeven. Maar... NEW AGE is in werkelijkheid OLD AGE en wel zo oud als de wereld. Het verschil zit NIET in de offermaaltijd (1 Kon. 1 v.9-10). Adonia pakte het net zo geraffineerd aan als zijn oudere broer Absalom het toentertijd deed. (2 Sam. 15 v.10-12).
Aan uitnodigingen aan de elite, ontbrak het ook niet, want de koninklijke familie en de elite van Juda etc. waren genodigd. Anderen werden zeer bewust niet uitgenodigd, zoals de profeet Nathan, noch David's helden, vermeld in 2 Sam. 23 v.8-39 en ... uiteraard Salomo zelf niet, want Adonia wist wel dat hij de door God uitverkorene was.

DE PROFEET GRIJPT IN.
Met Goddelijke wijsheid begiftigd, grijpt Nathan op het juiste moment in bij deze paleis revolte. Nathan was reeds diverse keren door God gebruikt om in het koninklijk gebeuren corrigerend op te treden. Zie bv. 2 Sam. 7 v.2 en verder en 2 Sam. 12 v.1-14 en v.25. Ook deze keer wist hij "DE TROON" te redden uit de handen van OPSTANDELINGEN. In 1 Kon. 1 v.11-21 wordt de wijze manier van aanpak door Nathan en Bathséba, de moeder van Salomo, uitvoerig beschreven. Nathan, die zichzelf heel juist typeert als EEN KNECHT VAN DE KONING (v.26), doet er in vers 22-27 nog een schepje bovenop en herhaalt min of meer wat Bathséba reeds naar voren heeft gebracht, op RAAD van Nathan zelf. (v.12). En dan is bij de oude bedlegerige koning David de maat vol. Twee oorzaken zullen er tenminste aan zijn plotselinge, radicale besluitkracht ten grondslag hebben gelegen, t.w:
l. Onder EDE, dus bij de naam van God, had David gezworen dat NIEMAND ANDERS DAN SALOMO na hem koning zou worden.
2. Het feit dat én Bathséba en Salomo evt. als opstandelingen gedood zouden kunnen worden na David's heengaan, was onverdraaglijk. (v.21).

GROTE BESLUITVAARDIGHEID VAN EEN OUDE KONING.
Je zou kunnen zeggen dat Gods Geest vaardig wordt over de koning en hij neemt radicale besluiten nadat hij eerst bij de naam van de ALMACHTIGE gezworen heeft dat Salomo koning zou worden. (v.29-30). Daarna deelt hij zijn koninklijke bevelen uit, die inhouden dat de priester Zadok en de profeet Nathan bij de bron GIHON Salomo aldaar tot koning zouden zalven. Rijdend op het koninklijke muildier, zou hij daarna terugkeren naar Jeruzalem en plaats nemen op de troon van David. Onder BAZUINGESCHAL werd het koningschap geproclameerd en vreugde bedreven onder fluitspel, terwijl de aarde dreunde onder de toejuichingen. (v.33-40). Wensen klonken uit de mond van Bathséba en Benaja. (v.31 en 36).

HET FUNDAMENTELE VERSCHIL TUSSEN DE ENE EN DE ANDERE KONING.
A. Laten we eerst het "KONINGSCHAP" van Adonia bezien, dan zullen we het ware verschil opmerken tussen hen die werkelijk mogen behoren tot het KONINKLIJK PRIESTERSCHAP en hen waarvan Paulus zegt in 1 Cor. 4 v.8: " ZONDER ONS HEBT GIJ U KONING GEMAAKT."

  1. Adonia riep zichzelf tot koning uit en niet God.
  2. Adonia liet zich bij de verkeerde bron tot koning uitroepen.
  3. De offermaaltijd was een offeren aan zichzelf en niet aan God.
  4. Adonia miste uiteraard de profetische bevestiging.
  5. Bij Adonia spreekt de bijbel niet van zalven of zalving.

B. En nu de normen die bij Salomo golden, t.w:

  1. Bij Salomo lezen we dat God hem geroepen en bevestigd had als VORST over Israël. (1 Kon. 1 v.35). Het woord VORST betekent voorganger van zijn volk in de dienst van God, dat is passend bij een theocratisch koningschap.
  2. Salomo werd bij de goede bron gezalfd tot koning. Zie de toelichting verderop.
  3. In plaats van een tijdrovende offermaaltijd, zoals bij Adonia, was er een triomftocht van en naar Jeruzalem onder uitbundige feestvreugde, met veel volk dat achter hun nieuwe koning optrok om de troon te bezetten.
  4. Priester en profeet vertegenwoordigen God bij de gehele PROCLAMATIE TOT KONING.
  5. In tegenstelling tot Adonia en Absalom, lezen we t.a.v. Salomo: "DE PRIESTER ZADOK HAD DE HOORN MET OLIE UIT DE TENT MEEGENOMEN EN DAARMEDE ZALFDE HIJ SALOMO." (v.39). Olie is hier een beeld van de Heilige Geest die over het hoofd van de koning wordt gegoten en beeldt in de zichtbare wereld uit wat Johannes de Doper over Jezus Christus zei: "OP WIEN GIJ DE GEEST ZIET NEDERDALEN EN OP HEM BLIJVEN, DEZE IS HET DIE MET DE HEILIGE GEEST DOOPT. EN IK HEB GEZIEN EN GETUIGD, DAT DEZE DE ZOON VAN GOD IS." (Joh. 1 v. 33-34). Salomo was de beelddrager van Jezus Christus.

TOELICHTING: DE TWEE BRONNEN.
We lazen dat Adonia en Salomo bij verschillende bronnen tot koning werden verheven of GEZALFD. Dus twee bronnen, die ieder hun eigen betekenis hebben. Om te beginnen bij "B" de bron van Salomo, de bron GIHON. Het lag in de lijn der verwachting dat David niet zomaar iets beval, maar óók hier bleek hij, behalve koning ook profeet te zijn. Daarom moesten ze met Salomo 'beginnen" bij de bron. GIHON dat betekent: "DE BRUISENDE" ook wel genoemd: "IETS WAT TEVOORSCHIJN SPRINGT, WAT LOSBARST." Daarenboven is het de naam van één der vier paradijsrivieren uit Gen. 2 v.13 en ook dat is NIET toevallig. Deze bron was gelegen aan de voet van de berg Sion en daar is deze bron nog steeds gelegen. Dit was een bijzondere plaats, waar later, onder koning Achaz, de profeet Jesaja door God naar toe wordt gezonden om deze koning van Juda te bemoedigen bij de naderende belegering van Jeruzalem door Aram en de 10 (overige) stammen van Israël = EFRAIM. Terwijl koning Achaz bezig was om de watertoevoer uit de bron Gihon te inspecteren, verschijnt daar de door God gezonden profeet met zijn zoon. Jesaja moest zeggen: "TRACHT RUSTIG TE BLIJVEN, VREES NIET, UW HART VERSAGE NIET VOOR DEZE TWEE ROKENDE STOMPEN BRANDHOUT..." (Jes. 7 v.1-15). Omdat Juda, onder leiding van koning Achaz meer vertrouwen stelde in de hulp van Assyrië, vervolgt Jesaja in hst. 8 v. 5-6: "EN DE HERE GING VOORT NOGMAALS TOT MIJ TE SPREKEN: OMDAT DIT VOLK (Juda) de ZACHT VLOEIENDE WATEREN VAN SILOAH VERSMAADT..." En dan volgt het oordeel voor de grote massa van Jeruzalem, als volgt verwoord: "DE HERE DOET OVER HEN OPKOMEN DE MACHTIGE EN GEWELDIGE WATEREN VAN DE RIVIER (de Eufraat), DE KONING VAN ASSUR MET AL ZIJN HEERLIJKHEID." (Jes. 8 v.5-10). Dat is een beeld van het OCCULTISME dat over de RELIGIEUZE WERELD zou opkomen. De keus toen en NU nog meer is of we vertrouwen op de bron van LEVEND WATER DIE TEVOORSCHIJN SPRINGT (onzichtbaar voor de vijand), maar ... LEVEND WATER = DE HEILIGE GEEST gevende aan het NIEUWE JERUZALEM, dat zijn zij die hun geloof gebouwd hebben op JEZUS CHRISTUS. De anderen hadden hun geloof gebouwd op het "WATER VAN DE EUFRAAT" (Jes. 8 v.7-10).

HET IS STEEDS DE KLEINE REST...
God gebiedt de profeet en het kleine deel van de ware gelovigen in Jeruzalem, om niet te vrezen noch te schrikken. (Jes. 8 v.11-13 en 1 Petr. 3 v.13-16). De ware keus in deze eindtijd blijkt te gaan tussen het OCCULTE WATER dat de EUFRAAT in overvloed aanbiedt (Jes. 8 v.7-8 en 19-23) of de verborgen bron GIHON. De OVERIGEN stellen hun vertrouwen op HET WATER VAN DE EUFRAAT (Jes. 8 v.7-10). God gebiedt de profeet en het kleine deel van ware gelovigen in Jeruzalem, om NIET te vrezen NOCH te schrikken. (Jes. 8 v.11-13 en 1 Petr. 3 v.13-16). De ware keus in deze eindtijd blijkt te gaan tussen het "OCCULTE WATER" DAT DE "EUFRAAT" in overvloed aanbiedt. (Jes. 8 v.7-8 en 19-23) of DE
VERBORGEN BRON GIHON, deze geestelijke bron des heils. (Jes. 12 v. 1-6). God ZELF is de bron van levend water. (Jer. 2 v.13 en Openb. 21 v. 5-8 en 22 v.17, Joh. 4 v.10). Jezus belooft dat er stromen van levend water uit het binnenste (ziel en geest) van de gelovige zullen vloeien, indien hij althans uit de enige ware bron JEZUS CHRISTUS drinkt. (Joh. 7 v.37-39), juist zoals de profeet JOEL reeds lang voorzegd had in Joël 3 v. 18.
Eerst wordt "JERUZALEM" gedrenkt door de Goddelijke bron, uitgebeeld door de bron GIHON, en als dat levende water haar werk heeft gedaan dan zal "HET HUIS DES HEREN" = de gemeente van Jezus Christus een DOORGEVER zijn van dit levende water.

TERUG NAAR SALOMO'S ZALVING BIJ GIHON.
Zeer profetisch was David's opdracht om zijn zoon bij DEZE bron tot koning te laten zalven met olie, meegenomen door de priester vanuit het heiligdom, waar de ARK VAN HET VERBOND was ondergebracht. Salomo zou kunnen getuigen, net als Jezus Christus, waar hij een beelddrager van was: "DE GEEST DES HEREN IS (nu) OP MIJ, DAAROM DAT HIJ MIJ GEZALFD HEEFT..." (Luc. 4 v.18). Zo zullen wij ALLEN moeten weten wat 1 Joh. 2 v.20 stelt: "GIJ ECHTER HEBT EEN ZALVING VAN DE HEILIGE EN GIJ WEET DAT ALLEN." Dit zei Johannes omdat wij daar beslist niet zonder kunnen. Immers zegt hij in vers 18: "KINDEREN, HET IS DE LAATSTE URE." met als specifiek kenmerk de vele antichristen die er heden zijn. Nadat de druisende bron tevoorschijn gesprongen was, werd het kostbare water door een klein beekje, via een waterpoort (zie deel 2 blz. 16) de stad Jeruzalem binnen geleid. Aldaar vulde dit beekje, ontsprongen uit de bron Gihon, de zo geheten Siloachvijver, ook wel Siloam geheten. Dit was mogelijk door de later door koning Hizkia aangelegde watertunnel.

DE BRUISENDE BRON LEIDT TOT "ZEER STILLE WATEREN."
De bron Gihon, waar we i.v.m. Salomo's inwijding tot koning, hier boven over spraken, is dus een uitdrukking/uitbeelding van de onmisbare kracht van de Heilige Geest indien we op de één of andere wijze willen dienen in het koninkrijk van God. De KRACHTBRON, die (uiteraard voor de zondeval) het Paradijs tot leven wekte en waarin Adam zijn werkopdracht moest uitvoeren, was de 2e paradijsrivier GIHON. Dat was één van de vier vertakkingen waarin deze rivier zich splitste, die ontsprong in EDEN. De andere drie vertakkingen, t.w. de EUFRAAT; TIGRIS en de NIJL OF GANGES symboliseren het zondige, occulte water waarmede de mens buiten de bron van LEVEND WATER, tracht haar (geestelijke) dorst te lessen. Zie Gen. 2 v.10-17. Deze bron GIHON, met daaruit voortkomend één klein stroompje, dat Jeruzalem van drinkwater voorzag, is het "OVERBLIJFSEL," van waaruit OPNIEUW de gehele aarde voorzien zal worden van LEVEND WATER. DE "BRUISENDE GIHON BRON" = DE HEILIGE GEEST. De Heilige Geest voert de schapen, waarvan Jezus Christus de GOEDE HERDER is, altijd naar de "RUSTIGE WATEREN WAAR HIJ ONZE ZIEL VERKWIKT." Ps. 23 v. 1-3 beschrijft eveneens het zacht vloeiende water dat van de bron Gihon geleidelijk afvloeit naar het WATERRESERVOIR van Jeruzalem, nl. de vijver Siloam (of Silóah). Zie Jes. 8 v.5-6. Dat genoemde "OVERBLIJFSEL" zijn zij, die zowel in de tijden van het Oude verbond (oude testament), als nu en "MORGEN", de Heer met hun hele hart zijn trouw gebleven. Zie Jes. 37 v.1-7, spec. v.4 en 2 Kon. 19 v.30-34. Zie óók Micha 2 v.12-13 en Zach. 8, spec. v.12. Dit reikt tot aan het HEDEN zegt Paulus in Rom. 11 v.1-10 spec. v.4-6. Door genade heeft God ook nu nog uit Israël 7 x 1000 man, EEN OVERBLIJFSEL, gelaten. Die GENADE is door het GELOOF in het verzoenend sterven van DE ZOON VAN DAVID, JEZUS CHRISTUS.

TERUG NAAR DE WARE BRON.
De BRON en het daaruit voortvloeiende levende water moeten we ons indenken overeenkomstig Joh. 7 v.37-39. Er zijn vele, zéér bemoedigende teksten hieromtrent in de bijbel, zoals bv. geheel Jesaja 12: "DAN ZULT GIJ MET VREUGDE WATER SCHEPPEN UIT DE BRONNEN DES HEILS" (v.3). Zie ook Ezech. 47 v.1-12 waar gezegd wordt: "ZIE, ER STROOMDE WATER ONDER DE DREMPEL VAN HET TEMPELHUIS UIT..." en "OVERAL WAAR DE BEEK KOMT, ZAL ALLES LEVEN..." (v.10). Nog een paar teksten over DE WARE BRON: Joël 3 v.18-21: "EEN BRON ZAL ONTSPRINGEN UIT HET HUIS DES HEREN..." Zach. 13 v.l: "TE DIEN DAGE ZAL ER EEN BRON ONTSLOTEN ZIJN VOOR HET HUIS VAN DAVID EN VOOR DE INWONERS VAN JERUZALEM, TER ONTZONDIGING EN REINIGING."
Zach.14 v. 8-9: "DAN ZULLEN TE DIEN DAGE LEVENDE WATEREN UIT JERUZALEM VLIETEN." Openb. 7 v. 13-17: "WANT HET LAM, DAT IN HET MIDDEN VAN DE TROON IS ZAL HEN WEIDEN EN HEN VOEREN NAAR WATERBRONNEN DES LEVENS." (v.17). Openb. 21 v. 6: "IK ZAL DE DORSTIGE GEVEN UIT DE BRON VAN HET WATER DES LEVENS OM NIET." Zie ook Openb. 22 v.l. Met Ps. 42 v. 2 kunnen we zeggen: "GELIJK EEN HINDE, DIE NAAR DE WATERBEKEN SMACHT, ZO SMACHT MIJN ZIEL NAAR U, O GOD." en "DE HERE VOERT MIJ AAN RUSTIGE WATEREN EN HIJ VERKWIKT MIJN ZIEL." (Ps. 23 v.2). Zie ook Num. 21 v. 16-18, Jer. 2 v.13 en 17 v.12-13. Het was koning David, de profeet, die een koninklijk bevel gaf om zijn zoon Salomo vanuit deze bron het KONINGSCHAP te laten aanvangen, geroepen door God, gezalfd door God met HEILIGE ZALFOLIE, en... BEVESTIGD DOOR GOD.

MAAR DE BRON VAN ADONIA, WAS EEN SLANGENBRON. (1 Kon. 1 v.9).
De EIGEN GEMAAKTE TROONBESTIJGING ging wél gepaard met een uitvoerig VREETFESTIJN, maar op de bazuin zou er niet geblazen en nog minder zou zijn hoofd gezalfd worden met heilige zalfolie en de troon van Israël zou hij nimmer bestijgen. Wat met latere koningen van Juda wel gebeurde (over de koningen van de 10 stammen praten we dan nog niet eens ... ) nl. dat ze de afgoden, de BAÄLS van de Kanaänieten gingen dienen, kon NU nog voorkomen worden, al was het op het nippertje. Het was alweer NIET toevallig dat Adonia, de steen ZOHELETH, naast de bron ENROGEL HAD UITGEKOZEN om alle slachtoffers te brengen . ZOHELETH (of Zochelet) betekent slangensteen of kruipster (Gen. 3 v.14). Zonder twijfel was dit een plaats waar tot de inname van Jeruzalem door David, de Jebusieten hun Kanaänitische slangencultus vierden of uitoefenden zoals slangen bezweren etc. De slang waarvan er in Israël ongeveer 35 soorten voorkomen, waaronder zeer giftige, is een beeld geworden van de boze en van hen die naar de boze luisteren, dus de satan. In Ps. 58 v.5 zegt David: "HUN VENIJN is GELIJK HET VENIJN VAN EEN SLANG; ALS EEN DOVE ADDER DIE HAAR OOR TOESLUIT, DIE NIET LUISTERT NAAR DE STEM DER BEZWEERDERS." David doelt in v.2-4 op de afgoden en de goddelozen. Zie ook Jer. 8 v.17; Jes. 47 v.12; Ps. 140 v.2-4. Johannes de Doper gebruikte het woord ADDERENGEBROED in Matth. 3 v.7.

HUN OFFEREN IS EEN OFFEREN AAN BOZE GEESTEN.
Dit zegt Paulus in 1 Cor. 10 v.18-20 en het is niet mis te verstaan....
Adonia had zijn oor geleend aan de "OUDE SLANG", die genoemd wordt duivel. Zie Openb. 12 v.9. Hij had gedronken uit de VERKEERDE BRON. De "ADONIA's" zijn zelf bronnen zonder water zegt Petrus in 2 Petr. 2 v.17. En Spr. 20 v.17 zegt:"BROOD DES BEDROGS IS ZOET VOOR DE MENS, MAAR DAARNA IS ZIJN MOND VOL KIEZEL."
Erger nog, ... het was niet zolang daarna dat Adonia gedood werd. Hij had nog een kans van Salomo gekregen (1 Kon. 1 v.50-53) maar met "EEN MOND VOL KIEZEL" vraagt men dwaze dingen en kan een oordeel niet lang uitblijven. Zie 1 Kon. 2v. 13-25. Ook heden zou men kunnen stellen: DE "ADONIA's" ZIJN NOG STEEDS ONDER ONS...
Het is nog opmerkelijk te weten dat de bron EN-ROGEL geen natuurlijke bron was, maar een diep gelegen verzamelbekken waar KIDRON en GEHENNA tezamen komen. Kidron = woelig. Gehenna = dal van Hinnom, wordt vertaald door HEL. Als er in de wintertijd een stroom ontstond stroomde het water aldaar door deze dalen tezamen af naar....DE DODE ZEE. Dus geestelijk gezien een VERGAARBAK van ongerechtigheden, die afgevoerd worden naar een "DODE ZEE". En om nu bij zo'n "SCHIJN-bron" je koningschap te beginnen?

SAMENVATTING EN CONCLUSIE.
Indien je de levens van Absalom en in deze les die van Adonia bestudeert, dan verbazen we ons over de zonde der hoogmoed die in hun levens en in die van vele mensen rondom hen, zo'n fatale rol speelt. Ook de overwaardering van de uiterlijke schoonheid is een misvatting die nog niet is uitgestorven. Zelfs de machtsbundeling, zowel in de maatschappelijke als in de religieuze wereld, is nog steeds gaande. Een verblijdende zaak is dat er èn vroeger en nu, profeten zijn die namens de enige ware God spreken en handelen. Bovendien zien we in deze les dat het "NIEUWE JERUZALEM" teruggekeerd is naar haar oorspronkelijke bron en dat het levende water uit deze bron, de gehele aarde weer zal drenken.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 61:

Vraag 1. Hoe kijkt God aan tegen uiterlijke schoonheid van een mens?
Vraag 2. Waarom was Salomo het type van de VREDEVORST?
Vraag 3. Wat versta je onder het begrip: NEW AGE?
Vraag 4. Als jij jezelf, net als de profeet Nathan, zou typeren, hoe zou je dat dan doen?
Vraag 5. Waarom zou de oude koning David zo radicaal gereageerd hebben toen hij van de nieuwe opstand hoorde?
Vraag 6. Tracht het fundamentele verschil te schetsen tussen de "self-made" koning Adonia en de door God geroepen koning Salomo.
Vraag 7. Wat is het grote verschil tussen de twee bronnen?
Vraag 8. Waar zouden de machtige wateren van de Eufraat, heel goed een beeld van kunnen zijn?
Vraag 9. Zou je heden ook voorbeelden kunnen noemen van "ROKENDE STOMPEN BRANDHOUT"?
Vraag 10. Geef in eigen bewoordingen weer, wat God bedoelde te zeggen in Jes. 8 v.5-10.
Vraag 11. Hoe zou de gemeente van Jezus Christus het beste een DOORGEVER kunnen worden en blijven van LEVEND WATER?
Vraag 12. Wat moet ons antwoord zijn op 1 Joh. 2 v.18?
Vraag 13. Waar is de bruisende GIHON bron een uitdrukking van?
Vraag 14. Noem eens twee teksten waarin de bijbel duidelijk uitspreekt wie de ware BRON is.
Vraag 15. Denk je dat de plaats waar Adonia tot "koning" zou worden uitgeroepen, iets te betekenen heeft? Dus dat hun keuze veelzeggend is?
Vraag 16. Als je Openb. 2 v.13 en hst.13 v.2 leest, kun je dan geloven dat Satan ergens een troon kan oprichten en zich verheffen als een koning?
Vraag 17. Wat zou Psalm 58 v.5 ons proberen duidelijk te maken?
Vraag 18. Wat zou: "EEN MOND VOL KIEZEL" kunnen betekenen? Zouden de steentjes, waarheid of leugen symboliseren?

Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.

Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.