
Op deze pagina vind je het afsluitende deel van de bijbelstudie over koning David. Het is een aanvulling op de 25 instructies en de 60 stellingen die je ook op deze website kunt vinden.
De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
Op deze pagina gaat het over de strijd tegen "AMALEK" in de EINDSTRIJD. We zullen ons inzicht
verdiepen, o.a. aan de hand van profetische uitspraken uit het boek JESAJA en OPENBARING.
Laten we beginnen bij de uitspraak die staat vermeld in Jes. 14 v. 13-14 waar God t.a.v. de satan
ontmaskerend openbaart: "GIJ DACHT IN UW HART; IK ZAL TEN HEMEL OPKLIMMEN EN MIJN TROON BOVEN DE
STERREN VERHOGEN, IK ZAL MIJ ZETTEN OP DE BERG DER SAMENKOMST AAN DE ZIJDEN VAN HET NOORDEN. IK
ZAL BOVEN DE HOOGTEN DER WOLKEN KLIMMEN: IK ZAL DE ALLERHOOGSTE GELIJK WORDEN."
Vooraf aan Jesaja 14 tippen we nog enkele belangrijke gebeurtenissen aan. In genoemde verzen
wordt de MESSIAS genoemd als VREDEVORST en STERKE GOD en over Zijn HEERSCHAPPIJ wordt
gesproken.
Verder in 9 v. 11 worden we gewaar dat God heidense volken gebruikt als ROEDE VAN ZIJN TOORN zoals
ARAM en de FILISTIJNEN en anderen. Zie hfst. 10 v.5. In 9 v. 12-15 wordt vermeld dat Gods toorn
was gericht tegen o.a. de AANZIENLIJKEN VAN HET VOLK, dat zijn de LEIDERS en de LEUGEN PROFEET,
alsmede het HELE VOLK dat "GODVERGETEN" was. Zie 9 v. 16 en 10 v.6. Het grootste kwaad dat dit
volk bedreef was echter HET OCCULTISME = de zonde tot de eeuwige dood. Hst. 8 v.19-22.
God kondigt aan dat Israël (of een deel ervan) wordt prijsgegeven aan hun vijanden, zoals ASSUR. Maar aan de andere kant wordt er hoop gegeven (hst. 10 v.5-10) dat er tenminste een REST (v.21) ZICH ZAL BEKEREN. Zie daartoe Rom. 9 v.23-29 en Hosea 1 v.6 en hst. 2 v. 22. Na nog een laatste waarschuwing over de aantocht der ASSYRIËRS begint Jes. 11 weer met de MESSIAS en het VREDERIJK: "...EN ER ZAL EEN RIJSJE VOORTKOMEN UIT DE (afgehouwen) TRONK VAN ISAÏ.
Jezus Christus wordt dus aangekondigd en het DOEL van Zijn komst op aarde, vanaf HET BROODHUIS
= BETHLEHEM. JESAJA gaat er hink stap sprong doorheen. Jezus zal beginnen een scheiding aan te
brengen door de prediking van het EVANGELIE VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN. Het zijn en waren de
woorden Gods die Jezus uitsprak, die scheiding brachten in de harten der toehoorders. Zie b.v.
Jes. 11 v.3-5 en Hebr. 2 v.2 en hst. 4 v.12 en Luc. 6 v.47-49.
In Jes. 11 v.3-5 betoont Hij zich als RECHTER en als KONING. En als gevolg van Zijn prediking met
wonderen en tekenen onder de zalving van de Heilige Geest, bewerken Zijn woorden een tuchtiging
ten dode toe voor de hardnekkigen, de ongehoorzame toehoorders en tevens EEN GEMEENTE bestaande
uit OOTMOEDIGEN (v. 4) . Samenvattend: de adem Zijner lippen en de roede Zijns monds, zijn de
woorden Gods, geïnspireerd door de Heilige Geest (v.4b) die in GEESTELIJK OPZICHT, dodelijk
zijn voor de hardnekkige dienstweigeraar, die Gods woord verwerpt en wel BEWUST. LET WEL: WE
SPREKEN HIER OVER DE GEHELE BEDIENING VAN JEZUS CHRISTUS en wel in telegramstijl, want nadat is
gezegd dat Israël als volk en natie verworpen is, behoudens de rest (Jes. 10 v.15-21 en Rom.
9 v.23-29) ligt het accent nu verder op de heidenen, die samen met de bekeerde Joden (die rest)
zullen gaan behoren bij de gemeente van Jezus Christus oftewel HET NIEUWE JERUZALEM = het
geestelijk Israël = het Israël Gods en dit alles gelegen in de onzienlijke wereld, dus
zijn zij burgers van een rijk in de hemelen.
Jesaja stelt in hst. 11 v. 11: "EN HET ZAL TE DIEN DAGE GESCHIEDEN DAT DE HERE WEDEROM ZIJN HAND OPHEFFEN ZAL OM LOS TE KOPEN DE REST VAN ZIJN VOLK." Dit laatste zijn de HEIDENEN EN NIET de Joden (zie 11 v.10 en 16.) Jezus wordt hier geopenbaard als de HOGEPRIESTER voor alle volken en mensen. Jesaja spreekt over een NIEUW ISRAËL. Wat we gezien hebben is dat een REST van het volk ISRAËL weer uit de ballingschap terug zou komen, toen en NU. Omwille van Zijn NAAM en Zijn BELOFTEN aan de aartsvaders, heeft God nog eenmaal Zijn toenmalige volk verlost uit hun BALLINGSCHAPPEN zoals ook eertijds uit Egypte (11 v.16). Denk hierbij ook aan Gods belofte aan David. Maar... wat profetisch door Jesaja gezegd moest worden is, dat datgene wat met het Israël naar het vlees gebeurd is, ook met het NIEUWE ISRAËL zou (kunnen) gebeuren. Met andere woorden: KERK en CHRISTENHEID zouden hetzelfde kunnen ondervinden. Zowel de geboren Jood als de heidenen moesten hun keuze bepalen op basis van Jes. 11 v.1-10. Deze profetie proclameert dat Jezus Christus als rijsje zal voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï en een scheut (jij en ik) voortbrengen. En die vrucht zijn de wederomgeboren Joden (de overgebleven rest) en de bekeerde HEIDEN VOLKEN, wereldwijd. Ook de bekeerde heidenen, die bewust door occulte zonden of soms onbewust slachtoffer zijn geworden (denk aan de kinderen), die wil God bevrijden en losmaken van deze duistere banden des doods. (zie Ps. 18 v.4-7 en 18 en Ps. 118 v. 3-6 en 16b).
De heidenvolken, in Jesaja genoemd, die eerst door de Joden bv. ten tijde van David bestreden en overwonnen werden, geven in de natuurlijke wereld een BEELD van het grote rijk van DE ZOON VAN DAVID = Jezus Christus, nl. tot aan de grote rivier = DE EUFRAAT. Het gebied achter deze rivier werd zinnebeeldig als het OCCULTE rijk der duisternis aangeduid. Voor ons NU, na Golgotha zijn deze vijandige volken hier een beeld van de machten der duisternis. Denk maar aan Efeze 6.
Jes. 12 zegt o.a. in de Staten vert.: "EN TE DIENZELFDEN DAGE ZULT GIJ ZEGGEN: IK DANK U, HERE,
DAT GIJ TOORNIG OP MIJ GEWEEST ZIJT, MAAR UW TOORN IS AFGEKEERD, EN GIJ TROOST MIJ. ZIET, GOD IS
MIJN HEIL, IK ZAL VERTROUWEN EN NIET VREZEN; WANT DE HERE IS MIJN STERKTE EN MIJN PSALM, EN HIJ IS
MIJ TOT HEIL GEWORDEN. EN GIJLIEDEN ZULT WATER SCHEPPEN MET VREUGDE UIT DE FONTEINEN DES
HEILS..."(v. 1-3).
De afwending der toorn heeft alles te maken met "DE SCHEUT" uit Jes. 11 v. 1 = Jezus Christus. Er
moest gedankt worden voor de verlossing der zonde(machten) en Gods troost (v. 1) dat God heil =
heling zou brengen (v.2). Ook wordt Jezus als de doper in de Heilige Geest reeds aangeduid (v. 1-2
en Joh. 7 v.37-38), alsmede de opdracht om het Evangelie wereldwijd te proclameren (v.4-5). Jood
en Griek (ex-heiden) zullen zich mogen verblijden in de VREDE die deze VREDEVORST verspreidt in
het z.g. VREDERIJK van wolf en schaap, panter en bokje, kalf en jonge leeuw, koe en berin,
zuigeling en adder, giftige slang en gespeend kind. Kwaad en verderf zullen daar tot het verleden
behoren en de wereld zal op Jezus Christus gericht zijn. Zie Jes. 11 v.6-11.
In Openbaring 19 lezen we o.a. over de val van Babylon (v.1-5) en de bruiloft des LAMS wordt reeds aangekondigd, alhoewel deze pas over 1000 jaar gerealiseerd zal zijn (v.6-10). Wat we in hst. 19 beschreven vinden is verder de overwinning van Jezus Christus als HET WOORD GODS (v.11-16). Tezamen met hen die geheel hun wandel in de hemel hebben. Het resultaat mag er zijn, zo lezen we dat HET BEEST en zijn PROFEET MET DE HUNNEN verpletterend worden verslagen. Gods heerschappij is begonnen en Zijn KONINKRIJK is ingeluid. God heeft zijn "EVA", de collectieve mens, nu verkregen. Na de periode van het KONINKRIJK, zal de NIEUWE HEMEL en de NIEUWE AARDE er komen en de VROUW VAN CHRISTUS er zijn. Zie 21 v.1,2 en 9.
Jesaja zag als profeet wat er in de(ze) eindtijd gebeuren zal met een ongehoorzame mensheid. In
tegenstelling tot hen die in het NIEUWE JERUZALEM wonen, nl. de wedergeboren Jood en Griek =
behorende tot de gemeente van Jezus Christus, spreekt Jesaja over het GEESTELIJK BABYLON. De
vijand die het geestelijk Babylon gaat tuchtigen voert een oordeel uit van God (v.3 en 4). Deze
werktuigen van Zijn toorn (v.5) komen van "HET EINDE DES HEMELS" of van "DE GRENZEN DES HEMELS",
oftewel uit de hemelse gewesten om Gods oordeel uit te voeren. Zie Joël 1 vers 15. Deze
uitdrukking doelt op een NIET-aardse afkomst, en beeldt de invasies der demonenlegers uit b.v. als
"SPRINKHANEN ". Zie Joël 1 v.1-12.
Met een soort flashback naar het verleden in het natuurlijke, dat de Joden beleefd hebben,
schrijft Joël volstrekt profetisch met het oog op de eindtijd, zoals ook Petrus op de
pinksterdag bevestigt. Zie Hand. 2 v. 14-21 en Jes. 2 v.6-22.
Sprekend over de koning van Babel doelt de profeet op de satan, wiens gruwelijke daden worden
weerspiegeld door de handelwijze van het (toenmalige) Babylonische rijk. Let op de begrippen
DODENRIJK, MET HAAR SCHIMMEN EN BOKKEN DER AARDE... v.9 en: UW TROTS IS IN HET DODENRIJK
NEERGEWORPEN (v. 11) en "HOE ZIJT GIJ UIT DE HEMEL GEVALLEN, GIJ MORGENSTER, ZOON DES DAGERAADS EN
OVERWELDIGER DER VOLKEN. v. 12.
In deze en de volgende teksten wordt het duidelijk dat het NIET gaat over een aardse heerser of
koning (v.13.) Het handelt over de hoogmoedig geworden satan (Lucifer) v. 14, de gevallen engel.
De profeet Jesaja spreekt in de taalvorm van een GELIJKENIS. We lichten er enkele woorden uit
zoals: "VER IN HET NOORDEN". v.14.
In verband met de uitdrukking: VER IN HET NOORDEN verwijs ik even naar Jes. 14 v. 12 en Luc. 10 v.
16-20. In Jeremia 1 v.13-16 wordt duidelijk aangeduid, dat de door VUUR in gloed gezette pot, een
beeld is van een GERICHT GODS, en wel in het bijzonder indien het vanuit HET NOORDEN komt. Er
staat: "UIT HET NOORDEN ZAL HET ONHEIL LOSBARSTEN OVER ALLE INWONERS VAN HET LAND, WANT ZIE IK
ROEP ALLE GESLACHTEN DER KONINKRIJKEN VAN HET NOORDEN... "Het Noorden" was voor Israël altijd
de onheilstreek der aarde. De natuurlijke vijanden naderden om geografische redenen, altijd uit
het NOORDEN. Zie hiertoe de aangrijpende geschiedenis, beschreven in Jeremia 4 v.5 tot 6 v.30. Het
Noorden was voor geheel Israël een dreiging, indien ze afweken van God. Deze vijanden in de
natuurlijke wereld (denk aan de ballingschappen) waren echter een afschaduwing van hun en onze
vijand in de BOVENNATUURLIJKE wereld oftewel de HEMELSE GEWESTEN = DE GEESTELIJKE WERELD. Zie
Efeze 6 v.12. Over "HET NOORDEN" zie bv. nog Jer. 46 v.20 en 24 die luidt: "EEN HORZEL UIT HET
NOORDEN...." Jer. 47 v.2-7 zegt: "ZIE, WATEREN KOMEN OPZETTEN UIT HET NOORDEN..."
Met een horzel en opkomend water wordt HET NOORDEN vergeleken.
Daar wordt ons geleerd dat God de vijanden van de kinderen Gods (HIER UITGEBEELD IN DE NATUURLIJKE WERELD), elkaar laat uitroeien nadat (het) Israël (Gods) zich met haar gehele hart tot de Here heeft bekeerd (v.20) door o.a. uit (het geestelijke) BABEL weg te trekken, Babel de grote hoer (Openb. 18 v.4), de valse overspelige kerk, die door middel van toverij, de volken verleid (v.23). Zie Openb. 17 en 18 geheel en Joël 2 v.20-32 en Zefanja 2 v.7-13.
Het Noorden, zoals vele keren in de bijbel genoemd en uitvoerig besproken, duidt op geestelijke vijanden. Maar de Joden (denk bv. aan David) hadden steeds te maken met NATUURLIJKE vijanden die vrijwel altijd uit het NOORDEN kwamen zoals we al eerder lazen. Jesaja 14, de plannen van satan vertolkend, spreekt naar HUN begrip over: "zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden" (v. 13-14) en bedoelt te zeggen dat de satan in de hemel der hemelen ook zijn troon wil oprichten, n.l. op die "plaats" ver boven/buiten deze aarde, waar men veronderstelde dat God resideerde. Men veronderstelde in Jesaja's tijd, naar Babylonische/heidense voorstelling, dat de (=hun) (af)goden zetelden op, wat zij noemden: "DE BERG DER SAMENKOMST VER IN HET NOORDEN." Het willen opstijgen boven de hoogten der wolken om zich aan de ALLERHOOGSTE gelijk te stellen. (Jes. 14 v.13-16) doelt NIET op "onze" wolken in deze lage aardse gewesten (Efeze 4 v.9), maar deze "WOLKEN " zijn weer een beeld van de gemeente van Jezus Christus. Wie zich wil verheffen boven het LICHAAM, oftewel de gemeente, wil zich uiteraard verheffen boven HET HOOFD VAN HET LICHAAM en dat is JEZUS CHRISTUS. Hier ligt de BRANDHAARD van deze hel(s)e rebellie...
Dit monster zwemt rond in de diepe wereldzeeën. Je kent wellicht wel zo'n griezelverhaal.
We horen allen dat de zeespiegel steeds hoger wordt en daarom zijn of worden onze dijken verhoogd,
ook rond onze rivieren. Bij noodweer wordt de Dijkwacht versterkt uitgevoerd. Kortom de
waakzaamheid wordt verhoogd, want... de WATERSNOODRAMP in 1953 zijn we hopelijk nog niet vergeten.
En daarom hebben we NU een DIJKLEGER die alarmfasen aangeeft.
Ten aanzien van de watersnoodramp in 1953 toen er tegelijkertijd een springvloed en een storm
opstaken, was dit "SLECHTS" een natuurlijke ramp die een paar duizend mensen om deed komen.
Maar... "dezelfde" gevaren bedreigen ons allen, maar nu, vanuit de GEESTELIJKE WERELD. Want "DE
ZEE" is in geestelijk opzicht een beeld van het religieuze leven van de niet wederom geboren
mensen, die nog door de VISSERS VAN MENSEN gevangen dienen te worden.
Matth. 4 v. 18-22 zegt: "Ik zal u vissers van mensen maken". Openbaring 17 schildert de ONDERGANG
= HET OORDEEL VAN DE VALSE KERK, nl. BABYLON. Lezen we de hieraan voorafgaande hoofdstukken bv.
vanaf hst. 11 dan wordt het steeds duidelijker dat we echt in de eindtijd leven.
Van de twee getuigen wordt in hst. 11 v.5 gezegd: "ÉN INDIEN IEMAND HUN SCHADE WIL
TOEBRENGEN, KOMT ER VUUR UIT HUN MOND EN HET VERSLINDT HUN VIJANDEN, EN INDIEN IEMAND HEN SCHADE
WIL TOEBRENGEN, MOET HIJ ZO DE DOOD VINDEN."
In hun manifestatie van Goddelijke kracht door deze zonen Gods heen, lezen we in v.7: "EN
WANNEER ZIJ HUN GETUIGENIS ZULLEN VOLEINDIGD HEBBEN, ZAL HET BEEST, DAT UIT DE AFGROND OPKOMT, HUN
DE OORLOG AANDOEN EN HET ZAL HEN OVERWINNEN EN DODEN."
Toen Jezus Christus ZIJN getuigenis (bediening) tot een einde had gebracht, kwam eveneens het
BEEST om Zijn leven te roven, dat HIJ overigens uit zichzelf had afgelegd, opdat, zo zegt Hebr. 2
v.9: "....hij voor een ieder van ons de dood zou smaken. "Joh. 6 v.52 stelt: "INDIEN IEMAND MIJN
WOORD BEWAARD HEEFT, ZAL HIJ DE DOOD IN EEUWIGHEID NIET SMAKEN."
Dat beest uit de afgrond of uit de zee, is de geest van de ANTICHRIST die werkt in de
antichristelijke kerk.
Het tweede beest, genoemd in hst. 13 v. 11 en verder, is een mens van vlees en bloed. In hst. 14
v.9-11 lezen we dat ook het BEEST (uit de aarde) een gemeente heeft die het MERKTEKEN van hem
draagt en de doop in DIE geest ontvangen hebben. Zo mogen wij, op onze beurt BEELDDRAGERS zijn van
Jezus Christus en de doop in de Heilige Geest ontvangen waarmee wij dan VERZEGELD zijn. Zo lezen
we bv. in Openb. 16 v.13: "EN IK ZAG UIT DE BEK VAN DE DRAAK EN UIT DE BEK VAN HET BEEST EN UIT DE
MOND VAN DE VALSE PROFEET DRIE ONREINE GEESTEN KOMEN ALS KIKVORSEN...." Deze drie (draak, beest,
en valse profeet zijn bedoeld als tegenstelling van resp. GOD, JEZUS CHRISTUS en DE HEILIGE GEEST,
die de duivel probeert te imiteren in zijn kwaliteit als VADER DER LEUGEN.
Er wordt verondersteld dat het eindtijdgebeuren een zaak is van hink-stap-sprong en dan de
opname o.i.d.
Wegwezen, de oorlog "komt er aan"... Maar... eindtijd IS oorlog voeren met een goed opgeleid leger
van Jezus Christus tegen een wanhopige vijand die weet dat hij nog maar weinig tijd heeft (Openb.
12 v. 12), en dan alles en allen in de strijd werpt die hem ter beschikking staan. Daar is hij al
lang mee bezig, maar nu nog heel veel in het geniep (occult). Waar Gods kinderen in dienen te
groeien, dat is: "EN DIT BID IK, DAT UW LIEFDE NOG STEEDS MEER OVERVLOEDIG MOGE ZIJN IN HELDER
INZICHT EN ALLE FIJNGEVOELIGHEID, OM TE ONDERSCHEIDEN WAAROP HET AANKOMT..." Fil. 1 v.9-11. En
Col. 1 v.9-11 haakt daar op in: "DAAROM HOUDEN OOK WIJ, SEDERT DE DAG, DAT WE DIT GEHOORD HEBBEN,
NIET OP VOOR U TE BIDDEN EN TE VRAGEN, DAT GIJ MET DE RECHTE KENNIS VAN ZIJN WIL VERVULD MOCHT
WORDEN, IN ALLE WIJSHEID EN GEESTELIJK INZICHT. OM DE HERE WAARDIG TE WANDELEN, HEM IN ALLES TE
BEHAGEN, IN ALLE GOED WERK VRUCHT TE DRAGEN EN OP TE WASSEN IN DE RECHTE KENNIS VAN GOD. ZO WORDT
GIJ MET ALLE KRACHT BEKRACHTIGD NAAR DE MACHT ZIJNER HEERLIJKHEID TOT ALLE VOLHARDING EN
GEDULD."
Zo wordt nog even in vers 13/14 opgemerkt: "HIJ HEEFT ONS VERLOST UIT DE MACHT DER DUISTERNIS EN
OVERGEBRACHT IN HET KONINKRIJK VAN DE ZOON ZIJNER LIEFDE IN WIE WIJ DE VERLOSSING HEBBEN, DE
VERGEVING DER ZONDEN." Het leger van Jezus Christus heeft deze, hier bovengenoemde geestelijke
eigenschappen voor 100% nodig.
Dat deze geestelijke groei en opstelling nog ergens voor nodig zijn in deze eindtijd, leert ons
Col. 2 v.1: "WANT IK STEL ER PRIJS OP DAT GIJ WEET, HOE ZWARE STRIJD IK TE VOEREN HEB VOOR U EN
VOOR HEN DIE TE LAODICEA ZIJN."
Dat ze in Laodicea daarna uiteindelijk NIET gekomen en gebleven zijn: "TOT ALLE RIJKDOM VAN EEN
VOLLEDIG INZICHT EN HET GEHEIMENIS GODS GEKEND EN VASTGEHOUDEN HEBBEN" dat moge blijken uit Openb.
3 v.14-20.
We leven nu dus in de pre-eindtijd. NU is Openb. 18 actueel en komt de engel van Jezus aan
Johannes tonen wat er staat te komen. Enerzijds wordt ons een einddrama geschilderd in de vorm van
plagen die op "een dag" zullen komen. (v.5-8). Anderzijds worden de heiligen opgeroepen: "WEEST
VROLIJK OVER HAAR. WANT GOD HEEFT UW RECHTZAAK TEGEN HAAR BERECHT" v.20. Het is het beeld van de
valse kerk BABYLON waarin alle door tove(na)rij misleidden worden aangetroffen, en ook het bloed
van profeten en heiligen en allen die omwille van hun getuigenis op aarde, zijn geslacht.
v.23-24.
Daarom wordt ieder die God ernstig en oprecht zoekt, opgeroepen om "BABYLON" te verlaten, alvorens
het te laat is. Openb. 18 v.4 zegt: "GAAT UIT VAN HAAR, MIJN VOLK, OPDAT GIJ GEEN GEMEENSCHAP HEBT
AAN HAAR ZONDEN EN NIET ONTVANGT VAN HAAR PLAGEN."
In Openb. 19 wordt de overwinning (reeds) geproclameerd (v.1-6). Het oordeel over de grote hoer
BABYLON, de valse kerk, werd reeds in Openb. 14 v.7 aangekondigd en in Openb. 18 v.20 worden alle
heiligen opgeroepen OM ZICH DAAROVER TE VERHEUGEN, want de hoogste rechter heeft de vierschaar
gespannen, oftewel het OPPERSTE/HEMELSE GERECHT heeft deze uitspraak gedaan en BABEL voor eeuwig
veroordeeld. Het oordeel door het hoogste hemelse gerecht uitgesproken, zal nu tot (volkomen)
overwinning worden gebracht. Matth. 12 v.17-21. Nadat de VALSE KERK veroordeeld is, wordt deze ten
prooi gegeven aan de ANTICHRISTELIJKE KERK. Openb. 17 v.16-17.
Deze antichristelijke kerk openbaart het wezen van het BEEST, waarvan Openb. 17 v.7 en 8 zegt dat
het de geest uit de afgrond is. Zie 13 v.1: "EN IK ZAG UIT DE ZEE EEN BEEST OPKOMEN." En dat Beest
(= boze geest) werd de uitvoerder van Gods gramschap t.a.v. de valse kerk, oftewel BABYLON. Zie
Jes. 13 geheel spec. v.3-6.
We bevinden ons in een "OVERGANGSFASE" waarover iemand eens schreef: "NOOIT WAS IMMERS DE
GEESTELIJKE ONVERSCHILLIGHEID EN WERELDZIN ZO GROOT EN ZO ALGEMEEN ALS IN DEZE EINDTIJD." Met onze
GEESTELIJKE OGEN kunnen we deze ontwikkeling zien en ons afvragen hoe onze opstelling zal dienen
te zijn in een snel toenemende EINDTIJDBANDELOOSHEID."
De kerk van de antichrist komt dus snel naderbij, het openbaar worden van de zonen Gods (de
ware kerk) komt overigens evenzeer naderbij. Zie Ps. 68 berijmd, wat de ouden zongen zullen nu de
jongen dienen te "piepen": "DE HEER ZAL OPSTAAN TOT DE STRIJD, HIJ ZAL ZIJN HATERS WIJD EN ZIJD,
VERJAAGD, VERSTROOID, DOEN ZUCHTEN. HOE TROTS ZIJN VIJAND WEZEN MOOG', hij zal voor zijn
ontzagg'lijk oog al sidderende vluchten. Gij zult hen, daar G' in glans verschijnt, als rook en
damp, die ras verdwijnt, verdrijven en doen dolen. 't Godd'loze volk wordt haast tot as, 't zal
voor Uw oog vergaan als was, dat smelt voor gloeiende kolen." Lees de gehele Psalm berijmd en
onberijmd....
De antichristelijke kerk probeert de ware kerk te evenaren en te imiteren en ook te intimideren.
Deze kerk van de antichrist heeft als belangrijkste doelstelling om volslagen wetteloos, in de
hemelse gewesten, langs de occulte weg, de geestelijke heerschappij trachten te verkrijgen om de
WARE eindtijdgemeente van Jezus Christus te overwinnen en zich het recht toe te eigenen om de
troon te bestijgen. Zie Jes. 14 v.12-15.
De grote hoer BABYLON is te beschouwen als de wegbereider van de ANTICHRISTELIJKE KERK, die in
haar hart zegt: "IK TROON ALS KONINGIN, IK BEN GEEN WEDUWE EN GEEN ROUW ZAL IK ZIEN." Openb. 18
v.7 en: "IK BLIJF EEUWIG GEBIEDSTER." Jes. 47 v. 5-15. Ook onder het oude Israël was het
offerend aanbidden van "DE KONINGIN DES HEMELS" een hardnekkig kwaad. Zie Jer. 44 geheel en spec.
v. 15-19 die men NU, rond het jaar 2000 in al haar pluriformiteit steeds meer en meer manifest
ziet worden. BABYLON munt uit in tovenarij. Jes. 2 v.6 zegt: "VOORWAAR, GIJ HEBT UW VOLK, HET HUIS
VAN JACOB, VERWORPEN, OMDAT HET GEHEEL BEÏNVLOED IS DOOR HET OOSTEN EN TOVENARIJ PLEEGT ALS
DE FILISTIJNEN EN SAMENDOET MET KINDEREN VAN BUITENLANDERS" of "EN AAN DE KINDEREN DER VREEMDEN
TONEN ZIJ HUN BEHAGEN." Staten vert.
Kortom, het is met een groot deel der mensheid en met een (zeer) aanzienlijk deel der Christenheid zo gegaan dat er door Paulus werd gezegd in Rom. 3 v.9-18: "WIL IK HIERMEDE ZEGGEN DAT WIJ ALS JODEN BETER ZIJN DAN DE ANDERE VOLKEN? NEE, ABSOLUUT NIET. IK HEB AL EERDER GEZEGD DAT ALLE MENSEN, JOOD OF NIET-JOOD, SCHULDIG ZIJN. ZE WORDEN ALLEN BEHEERST DOOR DE ZONDE. HET STAAT ZO IN DE BOEKEN: VOOR GOD IS NIEMAND RECHTVAARDIG, WERKELIJK NIEMAND. ER IS NIEMAND VERSTANDIG. ER IS NIEMAND DIE ECHT ZIJN BEST DOET OM GOD TE VINDEN. ALLE MENSEN HEBBEN ZICH VAN GOD AFGEKEERD, ZE ZIJN MET ELKAAR DE VERKEERDE WEG OPGEGAAN. NIEMAND DOET WAT GOED IS, ZELFS NIET EEN..." En deze aanklacht, die juist is, gaat door tot v.19. En in v.24-25 komt de radicale oplossing, waardoor we weer door God kunnen worden aangenomen, nl. JEZUS CHRISTUS, als VERZOENINGSOFFER....
Alvorens de put van de afgrond geopend wordt, dienen Gods kinderen eerst met de Heilige Geest te zijn verzegeld. (Zie Openb. 9 v.4-6.) Een gemeente die uit haar hoge geestelijke positie neervalt op de aarde, zal weer terug moeten naar "AF" oftewel naar hun eerste werken, nl. in de liefde en de kracht Gods omzien naar de aangevallene, de door de machten der duisternis gebonden en de door ziektemachten overweldigde in de gemeente van Jezus Christus. Openb. 2 v.4-5.
Is deze, onze tijd, ook niet te vergelijken met een gemeente als Pergamum, waar o.a. de tempel van de afgod ZEUS stond en waar men de afgod ASCLEPIUS diende, met de bijnaam helper of zaligmaker. Bovendien waren er tempels gewijd aan de "goddelijke" keizer Augustus en de godin Rome. Daar was volgens Openb. 2 v. 13 de troon des satans gevestigd maar daar werd als getrouwe getuige van Jezus Christus Antipas gedood omwille van zijn volhardend geloof. Weerspiegelt dit gegeven niet een deel van het lichaam van Christus, DE GEMEENTE DES HEREN? Hoe zullen we kunnen standhouden onder het geloofsdevies: MAAR GIJ GEHEEL ANDERS, GIJ HEBT CHRISTUS LEREN KENNEN." Efeze 4 v.20. In de verzen 14-16 van Openb. 2 wordt het duidelijk dat het vasthouden aan het geestelijk hoereren met de grote vijand en daardoor gemeenschap krijgen met de tafel der demonen (v. 14), resulteert in Gods standpunt: "BEKEER U DAN, MAAR ZO NIET, DAN KOM IK SPOEDIG TOT U EN IK ZAL STRIJD TEGEN HEN VOEREN MET HET ZWAARD MIJNS MONDS."
Een verkeerde "MARANATHA" leer in deze eeuw, levert in wezen hetzelfde resultaat op als de leer
der Nicolaieten (Openb. 2 v.15), de predikers van dwalingen van de weg Gods. (Zie ook 1 Cor. 10
v.21.
Indien een deel van de gemeente van Jezus Christus nl. te Sardus aangeduid wordt met: "GIJ ZIJT
DOOD" (Openb. 3 v.1) en ook: "IK HEB GEEN VAN UW WERKEN VOL BEVONDEN VOOR MIJN GOD" (v.2) dan
juist is een oproep tot bekering op haar plaats (v.3), want dan is men niet wakker, maar slapende
en geestelijk dood, v. 1 en 3, dus absoluut INACTIEF als burgers van een rijk in de hemelen. We
lezen hier dus van ONgeestelijke mensen, die in het duister rondtasten en niet weten hoe de
geestelijke toestand in elkaar steekt. Maar voor geestelijke mensen komt de PAROUSIA van de Heer,
niet als een dief (v.3), immers: "WANT GIJ ZIJT NIET IN DE DUISTERNIS, ZODAT DIE DAG U ALS EEN
DIEF OVERVALLEN ZOU, WANT GIJ ZIJT ALLEN KINDEREN DES LICHTS EN KINDEREN DES DAGS." 1 Thess. 5
v.4-5.
Shackelton (1874-1922), de beroemde Zuidpoolreiziger, plaatste bij de voorbereiding van een van zijn expedities de volgende advertentie in een Londense krant: "GEVRAAGD: gegadigdenvoor riskante onderneming. Laag salaris, bittere kou, maandenlange volledige duisternis, voortdurend gevaar. Veilige terugkeer twijfelachtig." De respons was overweldigend. Shackelton zei: "HET LEEK WEL OF ALLE MANNEN VAN ENGELAND BESLOTEN HADDEN MET ONS MEE TE GAAN." Jezus zei tot de mensen dat wie Hem wilden volgen, konden rekenen op een leven van zelfverloochening en zelfs vervolging. Ook toen was de respons enorm. In korte tijd had het EVANGELIE honderdduizenden aanhangers. En dat ondanks de heftige vervolgingen. Ook nu nog geldt Jezus' woord dat wie Hem wil volgen zal moeten rekenen op een leven van moeite, vijandschap en zelfverloochening. Toch schrikt dit bepaalde mensen niet af. De bovenmenselijke kracht die Jezus hun geeft, stelt hen in staat die uitdaging te beantwoorden.
Zie Fil. 1 v.27-30. Gevaar lijkt in deze wereld niet af te remmen, maar de mensen juist te
prikkelen, te stimuleren om de gevaarlijke prestaties te leveren met het risico hun leven daarbij
te verliezen. In het KONINKRIJK GODS GELDEN GEESTELIJKE WETTEN, bv. Marc. 8 v.35: "WANT IEDER DIE
ZIJN LEVEN ZAL WILLEN BEHOUDEN, DIE ZAL HET VERLIEZEN, MAAR IEDER DIE ZIJN LEVEN VERLIEZEN ZAL OM
MIJNENTWIL EN OM DES EVANGELIES WIL, DIE ZAL HET (juist) BEHOUDEN."
Het ontdekken van bv. DE ZUIDPOOL geeft de mensen EER, ROEM en PUBLICITEIT. Het volgen van Jezus
(het ontdekken van de heerlijkheid van het Koninkrijk Gods) brengt haat naar boven vanuit de
wereld.
Joh. 15 v.19 zegt: "....doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar IK u uit de wereld uitgekozen
heb, daarom haat u de wereld." Zie ook Jac. 4 v.4 en de alinea hierboven onder: "NIET
AFGESCHRIKT."
Zoals de profeet Jesaja lang geleden sprak met het oog op Joh. de Doper, zo is het nu in een
deel van deze wereld, met dit verschil, dat ROEPEN zacht spreken tot fluisteren is geworden, omdat
de vijand meeluistert. Matth. 3 v.3 zegt: "DE STEM VAN EEN DIE ROEPT IN DE WOESTIJN; BEREIDT DE
WEG DES HEREN, MAAKT RECHT ZIJN PADEN."
Als Gods kinderen zich in zeer moeilijke situaties en omstandigheden bevinden en desondanks
levende getuigen van de uit de dood opgestane Christus willen zijn en blijven, dan geldt voor hen
de Goddelijke aanwijzing uit Jac. 11 v.5: "INDIEN IEMAND IN WIJSHEID TEKORTSCHIET, BIDDE HIJ GOD
DAAROM."
Markante voorbeelden uit de bijbel zijn o.a. beschreven in Dan. 1 v.4 en 17. Onder buitengewoon
moeilijke omstandigheden, werden ze door God zelf begiftigd met KENNIS en VERSTAND en WIJSHEID en
INZICHT. Hetzelfde gold voor de gevangen genomen Jozef, waarvan staat dat God met hem was en hem
verloste uit al zijn verdrukkingen en hem GENADE en WIJSHEID schonk tegenover Farao, de koning van
Egypte. Hand. 7 v.10. Gods volk zal in deze (eind)tijd dienen uit te munten in van God ontvangen
wijsheid om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.
Als een soort accentuering volgt hieronder o.a. een artikel dat ik jaren geleden heb mogen
vastleggen. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren.
Het was niet "GEDREVEN", maar GEÏNSPIREERD. Als voorganger van de gemeente gaf ik toen deze
geïnspireerde boodschap door. Al deze jaren is juist deze hartenkreet me zeer helder voor de
geest gebleven. In wat aangepaste, verkorte vorm vind je een deel van dit artikel terug in DEEL 1
als een inleiding op deze bijbelstudie.
Deze bijbelstudie over en rond het gehele leven van DAVID, wil ik er ook mee afronden, want het
gaat om een GEDACHTENOORLOG, de WAARHEID tegen de LEUGEN. We spreken hierin niet meer over een
Jeruzalem van 3000 jaren maar over een NIEUW JERUZALEM DAT UIT DE HEMEL IS NEDERGEDAALD, uit
Openb. 3 v.12 en 21 v.2. God zelf zal haar een vurige muur zijn rondom en heerlijkheid binnen in
haar, zo zegt Zach. 2 v.5. Voor wie NIET SCHUILT achter de Goddelijke beschutting, zullen de
demonen als sprinkhanen de muur beklimmen, terwijl ze op de stad aanstormen en via de vensters de
huizen binnendringen zoals Joël 2 v.7-9 waarschuwend schrijft. Ook onze tijd kent een
"VENSTER" door welks opening in vrijwel ieder huis de "SPRINKHANEN" = de demonen trachten binnen
te dringen via onze ogen, gedachten, ons hart, ja ons hele leven. Alweer is het een strijd op
leven en dood om onze gedachten te kunnen beheersen. Ze komen door DEZE "vensters" als een DIEF.
Zie Joh. 10 v.1, 8, 10. Begreep je het al? Het is (mede) onze "TELE-VISIE" die ons volkomen
(demonen)blind kan maken en in het gunstigste geval, kort-zichtig, zonder VISIE. Zie het
betreffende artikel hieronder.
Een wat vreemde kreet om boven het leergedeelte van een nieuwsbrief te zetten. Het woord ALARM is samengesteld uit de Franse woorden a en l'arme = TE WAPEN of GRIJPT DE WAPENS WANT DE VIJAND KOMT. Het andere deel van het opschrift is ontleend aan een oud liedje dat de voorloper van het Feyenoord liedje is. Maar ik bedoel met SCHUTTERS de geestelijke scherpschutters die het schieten (met vurige pijlen) als tijdvulling beoefenen. Ze komen echter niet als een elftal, maar lees eens wat Joël zegt in hst. 2...: "WANT EEN VOLK (een vijandig leger van demonen) IS TEGEN MIJN LAND OPGETROKKEN, MACHTIG EN ONTELBAAR, ZIJN TANDEN ZIJN LEEUWENTANDEN EN HET HEEFT HOEKTANDEN VAN EEN LEEUWIN. DE LANDBOUWERS ZIJN VERSLAGEN, DE WIJNGAARDENIERS JAMMEREN... HOE KREUNT HET VEE. DE RUNDERKUDDEN DOLEN ROND, WANT ER IS VOOR HEN GEEN WEIDE. ZELFS DE DIEREN DES VELDS ZIEN SMACHTEND TOT U OP.... BLAAST DE BAZUIN OP SION EN MAAKT ALARM OP MIJN HEILIGE BERG, WANT ALS RATELENDE WAGENS OP DE TOPPEN DER BERGEN, SPRINGEN ZIJ ALS HET GEKNETTER VAN EEN VUURVLAM... ALS EEN MACHTIG VOLK IN SLAGORDE GESCHAARD TOT DE STRIJD. ALS HELDEN RENNEN ZIJ, ALS KRIJGSLIEDEN BEKLIMMEN ZIJ DE MUUR... ZE STORMEN OP DE STAD AAN, ZIJ RENNEN OP DE MUUR, ZIJ KLIMMEN IN DE HUIZEN, ZE KOMEN DOOR DE VENSTERS ALS EEN DIEF."
Dit laatste woord toont aan met wie we te doen hebben, immers: "DE DIEF (de wolf = satan) komt
niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen. Ik (Jezus) ben gekomen, opdat zij LEVEN
hebben en OVERVLOED. Ik ben de GOEDE HERDER." Joh. 10 v.10-11.
Daarom roept de profeet Joël in hst. 2 v. 1 de GEMEENTE wakker = de stad gebouwd op de berg
SION = HET NIEUWE JERUZALEM, gebouwd door de kracht van de Heilige Geest... en dus NIET door
mensenhanden. Daarom roept God ook d.m.v. deze Joël de gemeente op: "EN GIJ KINDEREN VAN
SION, JUICHT EN VERHEUGT U IN DE HERE, UW GOD. WANT HIJ GEEFT (gaf) U DE LERAAR TER GERECHTIGHEID
(= de Heilige Geest), JA REGENSTROMEN LAAT HIJ VOOR U NEDERDALEN, VROEGE REGEN EN LATE REGEN,
ZOALS VOORHEEN... GIJ ZULT LOVEN DE NAAM VAN DE HERE UW GOD, DIE WONDERBAAR MET U GEHANDELD
HEEFT... MIJN VOLK (het geestelijk Israël) ZAL NIMMERMEER TE SCHANDE WORDEN. (v.23-27).
We leven nu in de tijd zoals beschreven in Joël 2 v. 18-27 en dan wordt de machtige slotfase
van de geschiedenis als een triomfgeschal aangekondigd: "DAARNA ZAL HET GESCHIEDEN DAT IK MIJN
GEEST ZAL UITSTORTEN OP AL WAT LEEFT (geestelijk tot LEVEN is gekomen). WANT OP DE BERG SION EN TE
JERUZALEM ZAL ONTKOMING ZIJN...
Joël 2 v.28-32. Om wat voor soort strijd gaat het nu eigenlijk? Het gaat om een
geestelijke strijd, EEN STRIJD VAN GEDACHTEN. GOEDE en VERKEERDE gedachten, WAARHEID en
leugen.
Alvorens de Leraar ter gerechtigheid = de Heilige GEEST, ons de goede gedachten kon inblazen,
moest er eerst IN ons iets gebeuren. Onze menselijke geest alleen, faalde. Alhoewel de geest van
de mens een lamp des Heren is, (Spr. 20 v.27) is deze door de zonde geheel of gedeeltelijk
verduisterd d.w.z. IJDELHEID VAN DENKEN- VERDUISTERD IN HUN VERSTAND- VERVREEMD VAN HET LEVEN
GODS- VERHARD VAN HART. Efeze 4 v.17-18.
Maar de Heer had en heeft de oplossing en zegt: "WORDT HERVORMD DOOR DE VERNIEUWING VAN UW DENKEN,
OPDAT GIJ MOOGT ERKENNEN WAT DE WIL VAN GOD IS..." Rom. 12 v.2-3.
Dus Gods wil en plannen zijn uitsluitend te begrijpen door een TOTAAL VERNIEUWD DENKEN. Vers 3
bevat echter de waarschuwing dat we met ons denken op drift kunnen geraken, dus dat we in ons
denken niet boven ons geloof moeten uitgaan door gedachten te koesteren die in een bepaald
geestelijk groeistadium te hoog gegrepen zijn. Om de GEDACHTENSTRIJD: WAARHEID tegen LEUGEN te
kunnen winnen, dienen we ons aan nog enkele geestelijke OORLOGSWETTEN te houden. Zie bv. de punten
hieronder.
De profeet Joël kondigde de boven beschreven gedachtenoorlog aan en Micha moet over satan
en alle oude denkers zeggen: "MAAR ZIJ KENNEN DE GEDACHTEN DES HEREN NIET EN VERSTAAN ZIJN
RAADSLAG NIET... STA OP EN DORS, GIJ DOCHTER VAN SION... GIJ ZULT VOLKEREN VERBRIJZELEN" Joël
4 v.12-13.
Golgotha was satan's grootste vergissing omdat hij Gods plannen = gedachten niet kende en
doorzag. Joël roept: "a l' arme, HEILIGT DE (gedachten)OORLOG, doet de helden opstaan, dat
alle krijgslieden aantreden, oprukken."
Want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing. En de Here brult (als de leeuw van
Juda) uit Sion en verheft Zijn stem uit Jeruzalem. En de Here zal blijven wonen op Sion. Joël
3 v.9-21. En daarom... al voeren we een oorlog, nochtans leven we in VREDE. Vanuit deze
verzoeningsrust zeggen we AMEN op Fil. 4 v.4 en 7: "VERBLIJDT U IN DE HERE TE ALLEN TIJDE... EN DE
VREDE GODS DIE ALLE VERSTAND TE BOVEN GAAT, ZAL UW HARTEN EN GEDACHTEN BEHOEDEN IN CHRISTUS
JEZUS."
Vanuit deze OVERWINNINGSPOSITIE in vrede, grijpen we de evt. LEUGENGEDACHTEN die als dieven door
de vensters van onze geestelijke levenshuizen zijn binnengekomen. We smijten ze van de muren naar
beneden en/of werpen ze de stad uit en sluiten de poorten. DAAROM... a L' ARME, blaast de
krijgsbazuin…
In het hierna volgende van deze bijbelstudie: "DE ZOON VAN DAVID IN BEELD GEBRACHT" wordt getracht de strijd van David in de natuurlijke wereld te transponeren naar de geestelijke strijd die wij nu te voeren hebben. Ik maak mede gebruik van uitspraken die door anderen zijn gedaan over dit onderwerp. Te beginnen bij vader en zoon Frinsel in het blad: OOGST van april 1995. Sprekend over de zg. Toronto blessing zegt hij o.a.:
EN EVEN VERDER PONEERT FRINSEL:
"Met name in Pinkster- en Charismatische kringen vinden allerlei zogenaamde profeten een
vruchtbare voedingsbodem voor hun valse leer. Maar ook daarbuiten blijken velen open te staan voor
hun dwalingen.
Dat is zeer betreurenswaardig, want er zou natuurlijk met kracht stelling genomen moeten worden.
Het is immers een bijbelse opdracht om niet alleen het GOEDE NIEUWS te verkondigen, maar ook om de
werken van de vorst der duisternis te ontmaskeren..."
EN WEER EVEN VERDER…
"Behalve dat er druk gevallen en geschaterd wordt door de "VERS GEZALFDEN", wordt er door sommigen
van hen ook gedreigd en verwenst. De "NIEUWE GEESTESGAVEN" brengen een grote verdeeldheid te
weeg....
VERDEELDHEID, (zo zei de leiding in Zwolle zelf) zou ontstaan t.g.v. deze "TORONTO BLESSING". Dat
zou de prijs zijn die er voor betaald zou moeten worden." En Frinsel stelt dan vast: "WE BELEVEN
EEN SCHEIDING DER GEESTEN, DAT IS WEL DUIDELIJK".
EN WEER EEN STUK VERDER...
"Evenmin vinden we het "heilige lachen" ergens als een gave van de Heilige Geest in de bijbel. Het
infantiele, uitzinnige en hysterische gelach dat de samenkomsten van het begin tot het einde
kenmerkt, vinden we nergens als een gave van de Heilige Geest in de bijbel, is een bespotting voor
het evangelie. De enige die voluit reden heeft tot schaterlachen bij deze onzin, is de duivel. Hij
moet wel een hels plezier beleven in deze dingen.
De gemeente wordt zo het WOORD ontroofd, de wereld DE BLIJDE BOODSCHAP, en GOD de eer die Hem
alleen toekomt. Zie als vergelijkingsmateriaal eens wat Derek Prince hier over (zichzelf) schrijft
in zijn brochure: OPSCHUDDING IN DE KERK."
En Frinsel vervolgt: "NEE, DE TORONTO BLESSING IS GEEN ZEGEN. HET IS EEN VLOEK." Een vloek die over allen komt die bereid zijn de waarheid in te ruilen voor een bedrieglijke ervaring. Als we Gods woord niet (meer) als complete openbaring en als absolute en enige maatstaf voor alle dingen accepteren, zendt HIJ ons een dwaling die bewerkt dat wij de leugen geloven.
EN WEER VERDER....
"Het (de Toronto Blessing) heeft in werkelijkheid niets met Gods Pinksterfeest te maken. Het is
een Charismatische ontsporing waarin veel Pinkstervoorgangers zich helaas laten meeslepen. Hoe dat
mogelijk is? Ik denk door gebrek aan kennis. Door zucht naar succes. Uit angst om niet voor "vol"
te worden aangezien. Vanwege het verlangen om er bij te mogen horen.
De wereld heeft haar HOUSE PARTY, ze weet niet beter. De Evangelische wereld heeft haar "TORONTO
PARTY'S", zij zou wel beter moeten weten. Daarover zijn we verbolgen en verdrietig. David redde
zijn lammeren, met inzet van zijn eigen leven, uit de muil van de wilde dieren en dat is een
voorbeeld dat navolging verdient. Wij zijn het verplicht om stelling te nemen tegen de valse
profeten en pal te staan voor de WAARHEID."
Onder het hoofdstuk: MANIPULATIE schrijft Frinsel Jr. in hetzelfde nummer van het blad OOGST
o.a. dit: "We zien vandaag de dag echter ook manipulatie door valse profeten in de gemeente, zoals
de zg. WELVAARTSPREDIKERS, die met allerlei geestelijk bedrog de mensen geld aftroggelen. We
vinden het ook in de zg."Toronto blessing", die overigens zijn oorsprong heeft in de kringen van
de welvaartsevangelisten.
De bijbel zegt: "UIT UW EIGEN MIDDEN ZULLEN MANNEN OPSTAAN EN VERKEERDE DINGEN SPREKEN, OM DE
DISCIPELEN ACHTER ZICH AAN TE TREKKEN." Hand.20 v.30. We worden gewaarschuwd dat allerlei wind van
leer, komt door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt. Efeze 4 v.
14.
Maar het allerbelangrijkst zijn de waarschuwingen van de Here Jezus zelf, dat er valse profeten
zullen opstaan, die in Zijn Naam zullen spreken en wonderen doen. Matth. 7 v.15 en 24 v.11 en 24.
In al deze gevallen gaat het niet om aanvallen van buitenaf maar van binnenuit. Toetsen aan de
bijbel is daarom van levensbelang. Mensen worden gemanipuleerd om NIET te toetsen, om niet de
BIJBEL als toetssteen te hanteren, om niet het verstand te gebruiken, om er zich blind aan over te
geven."
Frinsel Jr., sprekend over Rodney Howard Browne, de grondlegger van de Toronto blessing,
tekende op wat deze zei: "....DAT JE HET NIET MET JE VERSTAND MOET PROBEREN TE BEGRIJPEN, WAT ER
IN ZIJN DIENSTEN GEBEURT. ALS JE HET KUNT BEGRIJPEN (zo zei Rodney Howard Browne) IS HET NIET VAN
GOD, MAAR ALS JE HET NIET KUNT BEGRIJPEN, DAN IS HET VAN GOD."
Dit, zo zegt Fr., is echter gevaarlijk misleidend. De bijbel mag nooit gebruikt worden om ons
verstand op nul te zetten, in tegendeel. De bijbel roept ons op om onvoorwaardelijk te vertrouwen
in wat God ons geopenbaard heeft in Zijn Woord, en dat te onderzoeken. We mogen ons nooit
blindelings overgeven aan vreemde ervaringen.
Mensen die bidden en zich zo uitstrekken naar God, gebiedt hij (langs de rijen lopend en ze een
zg. "zalving" gevend): "NIET BIDDEN." Bidden kan blijkbaar in de weg staan. Je moet je alleen
helemaal "LEEGMAKEN EN OPENSTELLEN" (net als bij de demonische sensitivity training). Frinsel zegt
dan: "'IEDERE LERAAR DIE ONS VERSTAND PROBEERT UIT TE SCHAKELEN, MOET ALS LEVENSGEVAARLIJK
AFGEWEZEN WORDEN."
Tegenwoordig wordt van de gelovigen niet meer gevraagd na te denken, maar te reageren.
TENSLOTTE:....
Tenslotte nog een citaat waarin Frinsel Rodney Howard Browne aan het woord laat, waar deze
vertelt: "IN 1979 WILDE HIJ ZO GRAAG DE KRACHT VAN GOD ONTVANGEN, DAT HIJ GOD EEN ULTIMATUM
STELDE: ALS U NIET NAAR BENEDEN KOMT OM MIJ AAN TE RAKEN, KOM IK NAAR BOVEN OM U AAN TE RAKEN."
Hij bleef dat 20 minuten schreeuwen totdat er een enorme kracht over hem kwam.
Denken we nu werkelijk dat wij God zo kunnen dwingen en dat we er dan zeker van kunnen zijn dat we
iets goeds ontvangen, omdat God geen steen voor brood geeft?
Zijn vraag aan God was niet om HEM te kennen en de gemeenschap aan Zijn lijden, maar om het
modeartikel van deze tijd te verkrijgen: KRACHT en MACHT. Zo worden de mensen gemanipuleerd om er
geen vragen bij te stellen. HET VERSTAND MOET DAN DUS OP NUL.
Hier een citaat van Wimber, die stelde: "GOD IS EEN SPREKENDE GOD EN GEEN SCHRIJVENDE GOD." Waarop
Frinsel reageerde met o.a.: "....ZO WORDEN WE IN FEITE AL JAREN BEWERKT OM GODS WOORD NIET MEER ALS ABSOLUTE
TOETSSTEEN TE HANTEREN, VAN MENSEN DIE WEL ALLES AAN GODS WOORD WILLEN TOETSEN WORDT VAAK SPOTTEND GEZEGD
DAT ZIJ EEN DRIE-EENHEID BELIJDEN VAN VADER, ZOON en HEILIGE SCHRIFT."
Door zulke misleidende uitspraken wordt Gods geopenbaarde woord losgemaakt van het vleesgeworden WOORD
en van DE GEEST, die juist dat Woord gebruikt. Reagerend op Wimber's dogma antwoordt Frinsel met deze
woorden: "OP SUBTIELE WIJZE WORDT ZO DE ABSOLUTE AUTORITEIT VAN GODS WOORD AANGETAST. HET ZIJN GEEN DIRECTE
AANVALLEN OP DE SCHRIFT, DAT ZOUDEN WE METEEN IN DE GATEN HEBBEN, NEE, HET IS SUBTIELE MANIPULATIE. MENSEN
WORDEN LOSGEMAAKT VAN HET IDEE VAN EEN ABSOLUTE OPENBARING EN BANG GEMAAKT OM NIEUWE LERINGEN AAN HET
WOORD TE TOETSEN."
Tenslotte mag je "examen" doen en je mening vormen en uitspreken over de hierna volgende stellingen, t.w.:
(De laatste drie uitspraken zijn van Rodney Howard-Browne).
Er wordt in de Toronto blessing de nadruk gelegd dat je pas achteraf kunt zien of de ervaring
die iemand opdeed, uit God, uit het vlees of demonisch was. Arme proefkonijnen. Hun herders zijn
laboranten geworden, terwijl het hun taak juist is om de schapen te beschermen tegen leringen die
de toets van het Apostolisch getuigenis niet kunnen doorstaan. Hand. 20 v.28-29.
En dan eindigt dit artikel van H. Frinsel in het maandblad OOGST aldus: "DE BIJBEL HEEFT IN ONZE
KRINGEN DE LAATSTE JAREN STEEDS MEER AAN AUTORITEIT INGEBOET. ALS JE IETS TOETST OF TWIJFELACHTIG
VINDT IN HET LICHT VAN DE BIJBEL, DAN BEN JE EEN LETTERKNECHT. ALS JE VINDT DAT GEMEENTETUCHT
GEHANDHAAFD MOET WORDEN, DAN WORDT JE VOOR LEGALISTISCH UITGEMAAKT. VELEN ZIJN NIET MEER
AANSPREEKBAAR OP HET WOORD VAN GOD EN ZIJN ZICHZELF TOT WET. DOOR HET TORONTO-GEBEUREN ZIJN VELEN
WEER IETS VERDER VAN HET WOORD AF GEMANIPULEERD EN NOG MEER ONTVANKELIJK GEMAAKT VOOR DE VOLGENDE
MISLEIDING."
De uitspraak van de bekende Pinksterprediker, David du Plessis in zijn boek: "DE GEEST MAAKT
LEVEND"
SPREKENDE OVER: "GAVEN OF OPENBARINGEN VAN DE GEEST", schrijft het navolgende, t.w:
"IK WIL HIER HEEL DUIDELIJK ZEGGEN, DAT IK HET ZUIVER KETTERIJ ACHT, wanneer we schudden, beven,
vallen, dansen, klappen, schreeuwen en dergelijke handelingen betitelen als UITINGEN DES GEESTES."
En hij vervolgt met de ernstig waarschuwende woorden: "DIT ZIJN ZUIVER MENSELIJKE REACTIES OP DE
KRACHT DES GEESTES EN ZE STAAN DE WERKELIJKE OPENBARINGEN JUIST IN DE WEG. ER ZIJN VEEL TE VEEL
CHRISTENEN DIE ZICH TEVREDEN STELLEN MET DEZE FYSIEKE REACTIES. ZE GROEIEN NIET IN DE GENADE EN
WORDEN GEEN KANALEN WAARDOOR DE GEEST ZIJN STICHTENDE GAVEN TOT DE GEMEENTE KAN LATEN KOMEN."
In het Decembernummer 1994 van het jongerenblad JONG EN VRIJ, werd toen nog geschreven: "Vanuit de hele wereld horen we over een frisse uitstorting van de HEILIGE GEEST op de gemeente. Mensen lachen, huilen, schudden en vallen en worden innerlijk veranderd…." De schrijver kiest helaas voor de positieve optie en stelt dan: "De Heilige Geest werkt zo krachtig en de manifestaties zijn soms zo "raar" dat ze ongetwijfeld alarmerend zouden zijn, als we niet wisten dat ze in eerdere opwekkingen ook plaatsvonden."
Lezen we het eerder aangehaalde artikel in het blad OOGST nog even verder, dan wordt ik bijna onpasselijk van de BABYLONISCHE spraakverwarring die opgetreden is op het geestelijk erf. Wat bv. te denken van de uitspraak van John Arnott, voorganger van de bewuste gemeente in Toronto, die stelt: "DAT ZOVEEL CHRISTENEN "DOOD" GEPREEKT ZIJN. ZE HEBBEN NIET NOG MEER ONDERWIJS NODIG, MAAR ZE HEBBEN DE AANWEZIGHEID EN DE KRACHT VAN GOD NODIG."
Dit bovenstaande gelezen hebbende, doet het wat ridicuul aan, als je dan even verder leest:
"ONBEKEND MAAKT ONBEMIND, IS EEN BEKEND GEZEGDE EN NATUURLIJK MOET ER TOETSING ZIJN."
Verder zegt het artikel: "DE BIJBEL LEERT DAT WE DE PROFETIEËN MOETEN TOETSEN EN HET GOEDE
MOETEN BEHOUDEN EN OOK DAT WE DE GEESTEN MOETEN BEPROEVEN OF ZE UIT GOD ZIJN.
LATEN WE ECHTER NIET MET HET BADWATER OOK HET KIND WEGGOOIEN, OMDAT ER OOK MINDER GOEDE DINGEN GEBEUREN.
HET LIJKT ER OP DAT ER EEN NIEUWE EN KRACHTIGE BEWEGING VAN GODS GEEST OP GANG IS GEKOMEN, WAAR WE DE
GEVOLGEN NOG NIET VAN KUNNEN OVERZIEN. LATEN WE BIDDEND ALERT BLIJVEN OP WAT ER GEBEURT EN NIET ALLES
AUTOMATISCH AAN DE HEILIGE GEEST TOESCHRIJVEN, MAAR TEGELIJKERTIJD HET WERK VAN DE HEILIGE GEEST MET
OPEN ARMEN ONTVANGEN EN HEM ZIJN WERK LATEN DOEN IN DE GEMEENTE EN IN DE WERELD."
De zojuist aangehaalde uitspraak trof ik aan in hetzelfde nummer van Jong en Vrij waaruit ik ook
citeerde onder het kopje: "Rijp of onrijp." Het een en ander lijkt op een lichte
verwarring….
HEB JE DE JUISTE KEUZE AL GEMAAKT UIT DE HIERBOVEN AANGEDRAGEN DIV. UITSPRAKEN? WELKE KEUZE IS HET GEWORDEN? Motiveer je standpunt eens....
Satan is er in geslaagd om zand te strooien in de ogen van de gemeente en je hoort hem lachen, ja schudden van het lachen dat men hem niet onderkent omdat het proces van de VERLICHTE OGEN DES HARTEN niet ontwikkelen kan, als de WAARHEID omtrent Gods woord weggemanipuleerd is en wordt. We spreken wel over toetsen, maar als ons GEVOEL de overhand heeft? En zo merkt Frinsel nog op: "DE ZOGENAAMDE ZALVING DIE WORDT GEPROPAGEERD, DE HEILIGE LACH, DE DRONKENSCHAP IN DE GEEST, die de gezonde prediking onmogelijk maakt, het kan niet anders zijn dan het werk van BOZE GEESTEN waar de schrift ons duidelijk voor waarschuwt dat zij zich zullen manifesteren in de laatste dagen." Laten we er goed acht op slaan.
Tenslotte over het onderwerp: "RUSTEN IN DE GEEST" en wel aan de hand van het boekje dat deze naam
draagt en geschreven is door M.F.G. Parmentier, een uitgave van Stichting "VUUR", in samenwerking met
o.a. de CHARISMATISCHE WERKGEMEENSCHAP NEDERLAND. Uitgave 1992. Het tijdschrift "BOUWEN AAN DE NIEUWE
AARDE" is een orgaan van de KATHOLIEKE CHARISMATISCHE VERNIEUWING, die dit boekje samen hebben uitgegeven.
En dat is zeer merkbaar. Het zou te ver voeren om citaten hier uit over te nemen, maar al lezende wordt
het steeds duidelijker dat de denkwereld die in dit boekje naar voren komt, op haar zachtst uitgedrukt,
zwaar besmet is met de occulte gedachtewereld van het ROOMS KATHOLIEKE BOLWERK. Let wel: ik spreek niet
over R.K. individuen o.i.d. Want zo'n 95% van dit boekje heeft haar wortels in de mystiek, dus ik bedoel
met name de mystici die de R.K. kerk heeft voortgebracht in vele eeuwen. De Bijbel en dus het WOORD VAN
GOD is in die denkwereld een absoluut RANDVERSCHIJNSEL.
Het zijn de gevoelens en de ervaringen die de boventoon voeren. Bovendien is het vol van NEW AGE
GEDACHTEN en van de Psychiatrie en de Psychologie. Werkelijk geestelijk inzicht en waarachtig
bijbels onderbouwde uitspraken ben ik niet tegengekomen. Arme schapen die te maken krijgen met
deze "wolven" in schaapskleding. Moge de gemeente van Jezus Christus gespaard blijven voor deze
wargeesten en dwaalgeesten.
Om beter inzicht te verkrijgen in het gevaar der z.g. CHARISMATISCHE BEWEGING, zou je er goed aan
doen het boek te lezen, t.w: "CHARISMATISCHE BEWEGING WAARHEEN?" van de hand van J.E. van den
Brink en ook het boekje dat Ds. van Petegem schreef over de Toronto Blessing verschijnselen, in
een brochure uitgegeven bij St. Moria in 1993. Indien we de laatste bladzijden en evt. de div.
verwijzingen hebben gelezen van het reeds eerder genoemde boekje, dan zullen we tot gezondere
gedachten kunnen komen wat het gevaarlijke probleem aangaat betreffende het zg. "vallen in de
geest"…
Als aanbevolen lectuur zou ik het boekje willen noemen, getiteld: "DE HEERLIJKE GEMEENTE" geschreven door Watchman Nee. Enkele gedachten daaruit zal ik proberen op eigen wijze weer te geven, t.w.:
Laat me enige gedeelten aan mogen halen van Watchman Nee uit zijn boek: "DE HEERLIJKE GEMEENTE." waarin hij o.a. stelt dat...
Enkele gedachten van Watchman Nee, hieronder weergegeven:
Watchman Nee vertelde een waar gebeurde geschiedenis waarin twee zusters in de Heer gevraagd
werden om bij een familielid van die persoon een boze geest uit te drijven. Ze baden er eerst voor
en geloofden dat ze er heen moesten gaan.
De bezeten vrouw zag er keurig gekleed uit toen ze aankwamen en alles leek in orde, zodat hen de
twijfel overviel of de aan hen gestelde vraag wel terecht was. Ze predikten tegen haar en ze
scheen heel helder te zijn (de demonen deden alsof). Vervolgens vroegen ze deze vrouw: "GELOOFT U
IN DE HERE JEZUS CHRISTUS?" Het verrassende antwoord luidde: "IK GELOOF AL VELE JAREN." Toen
wisten ze niet hoe het nu verder moest, want er leek een aanknopingspunt te ontbreken. Toen
vroegen ze: "WEET JE WIE JEZUS IS?" Daarop zei die vrouw: "ALS JE WIL WETEN WIE JEZUS IS, KOM DAN
MAAR KIJKEN." Ze werden naar het achterste gedeelte van het huis gebracht, waarop die vrouw hun
haar afgodsbeeld toonde met de woorden: "DIT IS JEZUS, IK GELOOF AL VELE JAREN IN HEM."
Toen voelde één der zusters dat het NU de tijd was om een GETUIGENIS/verkondiging te geven. De ene zuster pakte de hand van de bezeten vrouw en zei tegen de boze geest (niet tegen de vrouw):
Toen de zuster dit deed en dit had verklaard, wierp de boze geest de vrouw op de grond en ging van haar uit. De steeds herhaalde vraag van deze Christin: "WEET JE WEL..." is van het allergrootste belang. Haar herhaaldelijk aandringen d.m.v. die vraag, dat was haar GETUIGENIS. Als we satan de feiten verkondigen, in het bijzonder de geestelijke feiten, dan is hij machteloos.
Met zijn enorme zuignappen die aan alle acht armen zitten "OMARMT" een octopus zijn prooi in
een dodelijke greep om hem te verslinden.
Net zo zien we dat de GEEST VAN DE ANTICHRIST (het beest uit de zee of de afgrond) zijn demonische
werking uitoefent door de ANTICHRIST (een mens), ook wel genoemd: HET BEEST UIT DE AARDE. Zie 1
Joh. 2 v.18-23 en 1 Joh. 4 v.1-3. De jeugd wordt door dit "BEEST UIT DE ZEE" (Openb. 13 v.1) als
het ware OMARMT in een dodelijke wurggreep. Bovendien (om de vergelijking nog even voort te
zetten) bestaan er in de natuurlijke wereld kleinere inktvissen die de kunst verstaan om ZWARTE of
WITTE "ROOKGORDIJNEN" TE LEGGEN. Zo ook de boze met zijn vele boze geesten. LET OP: ook de duivel
is gespecialiseerd in het leggen van "GEESTELIJKE ROOKGORDIJNEN", als een MASKER waarachter hij
zich tracht te verschuilen. De ene keer achter een ZWART ROOKGORDIJN, in al haar OCCULTE
(=verborgen, geheime) manifestaties, een andere keer werkt hij eveneens verborgen, achter een zg.
WIT ROOKGORDIJN, wanneer hij zich voordoet als een engel des lichts. 2 Cor. 11 v.14.
Terugkomende op genoemde reuzenoctopus, die alleen na een zware strijd door de potvis, een
tandwalvis, overwonnen kan worden, zo is dat "BEEST UIT DE ZEE" (de geest van de antichrist) reeds
door Jezus Christus overwonnen, maar nog niet GEGREPEN. Openb. 19 v.17-20.
Zoals we in de gemeente van Jezus Christus spreken over resp. de Vader, de Heilige Geest en de
Zoon, zó openbaart de draak (oude slang, satan, duivel Openb. 12 v.7-9) de grote vijand van
God, zich door de geest van de antichrist, oftewel de geest der dwaling of leugen. 1 Joh. 4
v.6.
Deze stelt zich tegenover de GEEST DER WAARHEID. Joh. 14 v.17. De valse profeet stelt zich
tegenover de WARE PROFEET. Openb. 19 v.20.
We moeten in deze eindtijd niet de fout maken om ons alleen en uitsluitend met z'n allen op
één der armen van deze geestelijke OCTOPUS te werpen, maar God bidden om de Geest van
Wijsheid en van Openbaring om Hem recht te kennen, verlichte ogen uws harten... zodat wij weten...
hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan ons etc. Ef. 1 v.17-23. Dit overwegende kunnen we ons
ook werpen op die overige, resterende zeven "armen" van deze geestelijke OCTOPUS.
De nieuwe soort oorlog, de derde (geestelijke) wereldoorlog is nu uitgebroken. Aanleiding tot
deze toevoeging is de zeer dramatische gebeurtenis op 11 september 2001 in Amerika, dat zal je
genoeg zeggen.
Het is nu al weer vele jaren geleden dat ik in een toenmalig gemeenteblad, als voorganger een
artikel schreef met een profetische inhoud, onder de titel: "ALARM, DAAR KOMEN DE SCHUTTERS",
handelende over Joël 2. Deze profetische woorden zijn NU actueler dan ooit tevoren.
Vergelijkingen worden ons aangediend met de beruchte aanval op PEARL HARBOUR, waarin op een dag
ong. 2500 Amerikanen het leven verloren. Het is ook niet toevallig dat de Japanners als
wanhoopsdaad, toen ze de nederlaag zagen naderen, zich als KAMIKAZE piloten stortten op de
Amerikaanse oorlogsschepen, vergelijkbaar met de vliegtuigen met "KAMIKAZE PILOTEN" ACHTER DE
STUURKNUPPEL op 11 september 2001 die zich op of in de grote gebouwen stortten, dood en verderf
zaaiende voor velen, inclusief zichzelf. Dit is de zogeheten tactiek van de verschroeide aarde.
Dit is altijd een ultieme wanhoopsdaad die vanaf het bovennatuurlijke wordt geïnspireerd.
Vele commentaren en reacties hebben we kunnen horen en lezen. Ik laat ze maar even voor wat ze
zijn, nl. menselijke wijsheid. Alleen wat de Heilige Geest inspireert is van wezenlijk belang in
deze tijd.
Kunnen wij niet beter heel serieus bezig zijn om vanuit onze overwinningspositie die we in
Christus hebben ontvangen, "AMALEK" te weerstaan en de geestelijke Octopus, het achtarmige
ZEEMONSTER te ontwapenen?
Al dit lijden in deze tijd heeft te maken met: "....DE GEHELE SCHEPPING IS NAMELIJK ONDERWORPEN
AAN DOOD EN VERVAL... MAAR ER IS HOOP. OOK DE SCHEPPING ZAL BEVRIJD WORDEN UIT DE MACHT VAN DE
DOOD EN VERVAL..." Zie Rom. 8 v.18-23, vertaling HET BOEK. Mogen wij niet bij onze God schuilen en
met David uitroepen: "WAT IS HET GEWELDIG OM UW GOEDHEID EN LIEFDE TE MOGEN ERVAREN, HERE. DAAROM
KOMEN TALLOZE MENSEN BIJ U SCHUILEN." Ps. 36 v.8.
Zijn wij als kinderen Gods dan niet geroepen om heel in het bijzonder, net als Nehemia, te (gaan)
staan in de bressen van "JERUZALEM", de Nieuw Testamentische gemeente van Jezus Christus, zie o.a.
Nehemia 6 v.1-14, om de moderne theologen en de valse profeten te ontmaskeren als de vossen die de
wijngaard bederven. Daarom ... a l'arme = TE WAPEN. De ware strijd die er vroeger en NU gevoerd
werd en wordt is een geestelijke strijd met haar reflectie in deze natuurlijke wereld. De
bedoeling van onze ware vijand, de satan, is nl. deze: "TEGEN ELKE PRIJS, bv. KAMIKAZE EN TOTALE
DESTRUCTIE, d.m.v. de zg. TAKTIEK VAN DE VERSCHROEIDE AARDE, TRACHTEN TE VOORKOMEN DAT HET
KONINKRIJK GODS VORM EN GESTALTE KRIJGT, DUS GEREALISEERD WORDT."
"Daartoe gebruikte satan JAPAN en Hitler DUITSLAND. Maar God heeft toen ingegrepen. NU gebruikt
satan in het bijzonder het Communisme en de Islam als voedingsbodems, zo schreef Anne van der Bijl
eens. Zou echter de grondoorzaak ook niet in het bijzonder bij ons als CHRISTENEN KUNNEN LIGGEN,
net als vroeger in Juda en Israël, waarover de profeet Amos moest profeteren en daarom in
hst. 2 v.4 zegt: "DE HERE ZEGT: DE INWONERS VAN JUDA HEBBEN STEEDS OPNIEUW GEZONDIGD EN DAT ZAL IK
NIET VERGETEN... DAAROM ZAL IK JUDA MET "VUUR" VERWOESTEN. In hst. 2 v. 11-12 zegt Amos verder:
"IK VERKOOS SOMMIGEN VAN UW ZONEN TOT NAZIREEËRS EN PROFETEN... MAAR U LIET DE
NAZIREEËRS ZONDIGEN DOOR HEN TE DWINGEN UW "WIJN" TE DRINKEN EN U LEGDE MIJN PROFETEN HET
ZWIJGEN OP MET EEN KORT: STOP MET PROFETEREN." Moge God onze geestelijke ogen verlichten, zodat we
zullen weten wat ons te doen staat. Zal de Heer niet Zijn zegenende, helpende, bewarende handen op
onze trillende handen leggen die de geestelijke strijdboog omklemmen net zoals Elisa deed bij
koning Joas?
Samuël, als Gods spreekbuis, vertelde het toenmalige volk van God dat het geen zin heeft om
de Here steeds weer te achtervolgen met onze klachten, maar hij verkondigde hun de therapie om tot
genezing te komen (1 Sam. 7 v.2-4) t.w.: RADICALE BEKERING EN VOLKOMEN HET OCCULTISME EN DE
AFGODERIJ VERWIJDEREN UIT HUN MIDDEN. De andere kant van deze medaille lezen we in Spr. 1 v.27-33.
Indien we de kennis van Gods waarschuwing haten en Gods waarschuwingen versmaden, dan is de
geestelijke dood hun oordeel (v.28-32). Maar moge v.33 onze levenshouding zijn of worden.
Psalm 123 v.1 en 4 geeft ons goede moed: "IK HEF MIJN OGEN OP TOT U, DIE IN DE HEMEL TROONT."
Onze ogen zullen onder alle omstandigheden gericht zijn op HEM, die als eerste en nu nog enige op
de TROON zetelt. En dit alles niet tevergeefs, want zo lezen we in Ps. 33 v.10-19 over Gods
TEGENACTIE als de tegenstander ons benauwt en HIJ dit vanaf Zijn troon gadeslaat. JEZUS CHRISTUS
zal onze ziel van de dood redden.
Laten we steeds in gedachten houden dat de Here der heerscharen met ONS is als een BURCHT... die
oorlogen doet ophouden tot het einde der aarde... Ps. 46 v.8-10. Alle vrome leugenleringen ten
spijt, zeggen we met Openb. 6 v.2: "KOM, EN IK ZAG, EN ZIE, EEN WIT PAARD, EN DIE ER OP ZAT HAD
EEN BOOG, EN HEM WERD EEN KROON GEGEVEN EN HIJ TROK UIT, OVERWINNENDE EN OM TE OVERWINNEN…
Zo openbaart zich onze HEER, JEZUS CHRISTUS. En dat wist Luther ook reeds. Neem vooral kennis van
wat werd geschreven over: "AMALEK" en zijn inspirators in Maleachi 1 v.4 waar deze genoemd worden:
GEBIED DER GODDELOOSHEID of HET VOLK WAAROP DE HERE VOOR EEUWIG TOORNT. Het heeft heel veel te
maken met Jes. 2 v.6 waar de ernstige, waarschuwende woorden staan: "VOORWAAR, GIJ HEBT UW VOLK,
HET HUIS VAN JACOB, VERWORPEN OMDAT HET GEHEEL BEÏNVLOED IS DOOR HET OOSTEN EN TOVERIJ PLEEGT
ALS DE FILISTIJNEN EN SAMENDOET MET KINDEREN VAN BUITENLANDERS." Hoe actueel zijn deze woorden
voor onze eindtijd, daar waar wij als Holland, velen uit "HET OOSTEN" hebben binnengehaald uit
pure economische motieven en stoffelijk gewin en daarna(ast) velen hebben binnengelaten die hun
"OOSTERSE (af)GODEN" MEEBRACHTEN. Met 1 Cor. 15 v.25 belijden wij: "WANT HIJ MOET ALS KONING
HEERSEN, TOTDAT HIJ AL ZIJN VIJANDEN ONDER ZIJN VOETEN GELEGD HEEFT." En juist DEZE opdracht is
aan jou en mij gedelegeerd, dus a l'arm = te wapen...
Zijn wij, als Christenheid, speciaal in de zg. Westerse wereld, niet oorlogsmoe geworden, net
als voorheen (in de natuurlijke wereld) een groot deel van Israël? In het lied van Deborah in
Richt. 5 wordt gesproken over deserteurs. Ook tegenwoordig kent het MILITIA CHRISTI, vele
deserteurs en onwetenden. En in v.8 staat heel toepasselijk: "WAARLIJK, SCHILD NOCH SPEER (lees
nu: de geestelijke wapenrusting) WERD GEZIEN ONDER 40.000 MAN IN ISRAËL." Laten we geen stap
verder meer zetten op de weg van Meron.
Het is goed en noodzakelijk om zo nodig in de bressen te staan ter verdediging tegen (mogelijke)
vijandelijke aanvallen, zoals een Nehemia deed. Een geheel andere zaak is om de tegenstander(s)
aan te vallen. Een briljant voorbeeld uit de Tweede W.O. is Sir Winston Churchill die, toen hij
zijn orders gaf aan Lord Louis Mountbatten, zei: "UW STRATEGIE MOET ZICH RICHTEN OP DE AANVAL. OP
UW HOOFDKWARTIER MAG U NOOIT DEFENSIEF DENKEN." Zo ook wij. We moeten ons, als Militia Christi
uitsluitend bezighouden met de aanval en de vijand in de geestelijke oorlog met getrokken ZWAARD
tegemoet treden en met een gespannen BOOG.
Sluit je je hier bij aan, dan zullen we, Gods heilig aangezicht bij voortduring zoekende, met elkaar onze knieën buigen en bidden: "BLAAS OP DE TROMPET IN SION. ROEP EEN HEILIGE VASTENTIJD UIT. LAAT EEN PLECHTIGE BIJEENKOMST HOUDEN. VERZAMEL IEDEREEN, OUDEREN EN JONGEREN, KINDEREN EN ZUIGELINGEN, HET MOET EEN HEILIGE BIJEENKOMST ZIJN. LAAT DE PRIESTERS, DE DIENAREN VAN DE HERE, DIE TUSSEN HET VOLK EN HET ALTAAR STAAN, ONDER TRANEN BIDDEN: "O HERE, REDT UW VOLK. GEEF HET NIET PRIJS AAN DE HEIDENEN, WANT UW VOLK IS VAN U. LAAT HET NIET HET MIKPUNT VAN SPOT VAN DE HEIDENEN WORDEN. WANT ZIJ ZOUDEN ONS BELACHELIJK MAKEN DOOR TE ZEGGEN: WAAR IS NU HUN GOD? DAN ZAL DE HERE HET OPNEMEN VOOR ZIJN LAND EN MEDELIJDEN HEBBEN MET ZIJN VOLK.
Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.
Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.