Een bijbelstudie over het leven van David.

De kroon, het symbool van het koningschap.De kroon, het symbool van het koningschap.

 

 

 

Deel 1.

De titels in de onderstaande inhoudsopgave behoren bij deel 1 van een bijbelstudie over koning David. De complete bijbelstudie bestaat uit drie delen. Van deel 1 van deze bijbelstudie zijn uitsluitend de titels in de onderstaande inhoudsopgave met een lichtblauwe achtergrond op deze pagina weergegeven. Onderaan deze pagina vind je een link naar het vervolg van deel 1 zodat je de achtereenvolgende lessen in de juiste volgorde kunt lezen.

De overige delen van deze bijbelstudie zijn over de andere pagina's van deze site verdeeld. Een overzicht van alle lessen behorend bij deze bijbelstudie vind je hier.

Inhoudsopgave deel 1
les num. Titel bijbelgedeelte
  Inleiding bij deel 1  
  Voorwoord  
les 1 David door zijn vader naar zijn broers gezonden 1 Sam. 17
les 2 David's boezemvriend gaat tot actie over 1 Sam. 14
les 3 David's boezemvriend leert de kracht van honing kennen 1 Sam. 14
les 4 David door God uitgekozen voor het koningschap 1 Sam. 16
les 5 David en Goliath (1e deel) 1 Sam. 17
les 6 David en Goliath (2e deel) 1 Sam. 17
les 7 David en Goliath (3e deel) 1 Sam. 17
les 8 David en Goliath (4e deel) 1 Sam. 17
les 9 Jonathan en David 1 Sam. 18
les 10 Hoe een koning slaaf van satan kan worden 1 Sam. 18
les 11 Red mij van bloedschuld, O God, God mijns heils 1 Sam. 19
les 12 Er is slechts een schrede tussen mij en de dood 1 Sam. 20
les 13 David te Nob, maar niet in zijn nopjes 1 Sam. 21
les 14 De jonge filistijnse stadsvorst te Gath 1 Sam. 21, 22
les 15 De neerwaartse spiraal 1 Sam. 22
les 16 Alles draait om de oogst 1 Sam. 23
les 17 Saul als pitbull terriër 1 Sam. 23
les 18 Mij komt de wrake toe, Ik zal het vergelden 1 Sam. 24
les 19 Een verstandige vrouw is van de Here 1 Sam. 25
les 20 Drieduizend man proberen een vlo te vangen 1 Sam. 26
les 21 Helpers weg.... laatste ronde 1 Sam. 27
les 22 Hij heerse van zee tot zee... tot de einden der aarde 1 Sam. 27
les 23 Maar David sterkte zich in de Here, zijn God 1 Sam. 29, 30
les 24 Toen keerde zijn geest in hem terug 1 Sam. 30
les 25 De geraffineerde leugen van de Amalekiet 2 Sam. 1
  Nawoord  

 

INLEIDING BIJ DEEL 1

Verdeeld over 25 lessen is getracht een overzicht te geven over het leven van David, vanaf zijn leven als herdersjongen tot aan het aanvaarden van zijn koningschap.

In deel 2 wordt zijn leven als koning van Israël beschreven. Deze studie omvat ongeveer 1 Sam. 14 tot en met 2 Sam. 1.
De titel: DE ZOON VAN DAVID IN BEELD GEBRACHT impliceert dat het doen en laten van David, een weliswaar onvolkomen, maar toch een schaduwbeeld vormt van de ZOON VAN DAVID, oftewel JEZUS CHRISTUS.
Elke les wordt afgerond met een aantal vragen, die de lezer als het ware "dwingen" om goed over de lesstof na te denken.

De talloze tekstverwijzingen stellen de lezer in staat om, indien gewenst, dieper op de lesstof in te gaan. ANDERS GEZEGD:
Je kunt het aangebodene: gewoon doorlezen = 1e laag.
Je kunt het m.b.v. alle 254 vragen: bestuderen = 2e laag.
Je kunt m.b.v. alle tekstverwijzingen en vragen er een grondige studie van maken: het graafwerk = 3e laag.

In deze bijbelstudie wordt vele malen een link gelegd naar de psalmen van David, waarin hij vanuit het diepste van zijn hart, uitspreekt en vertelt wat er in werkelijkheid gebeurt of gebeurd is. Het leven van David, waarin hij door God wordt weggehaald bij de schapen en in de zware oefenschool wordt geplaatst naar het koningschap, is voor ons, die in de eindtijd leven, een les en een voorbeeld. Koning worden in de geestelijke wereld, oftewel het zoonschap Gods, zal u voeren langs wegen van training, beproeving, loutering dus levensheiliging in optima forma om meer en meer te kunnen worden ingezet in het leger Gods. Wat dat inhoudt leze men in het hierna volgende voorwoord.

Voorwoord bij de bijbelstudie:

"De zoon van David in beeld gebracht".

In deze bijbelstudie is getracht om David te schetsen als iemand die door zijn hele leven heen, dus in het overgrote deel van zijn handel en zijn wandel, een beeld of type is van Jezus Christus. De bijbel noemt Jezus ook diverse malen: "de zoon van David."
Matth. 1 v.1 zegt: "geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham."
De schare mocht haar twijfels hebben over de ware identiteit van Jezus Christus en de Farizeeën mochten in Hem een handlanger van Beëlzebul zien maar de z.g. blinden en de heidense Kananese vrouw, zij zagen wie Jezus werkelijk was, nl. de ware zoon van David. Zie Matth. hst. 12;9;15. Want.... deze laatsten geloofden in Hem. Terecht werd Jezus Christus ook profetisch bejubeld door de schare toen Hij Jeruzalem binnentrok en men het uitjubelde: "HOSANNA, DE ZOON VAN DAVID, GEZEGEND HIJ DIE KOMT IN DE NAAM DES HEREN, HOSANNA IN DE HOOGSTE HEMELEN."
Naast de blinden en de heidense vrouw, riepen óók de kinderen in de tempel: "HOSANNA, DE ZOON VAN DAVID." Matth. 21 v.9 en 15. Tenslotte zegt de opgestane, verheerlijkte Christus wie Hij in werkelijkheid is, nl. "DE EERSTE EN DE LAATSTE EN DE LEVENDE EN IK BEN DOOD GEWEEST EN ZIE, IK BEN LEVEND TOT IN ALLE EEUWIGHEDEN EN IK HEB DE SLEUTELS VAN DE DOOD EN HET DODENRIJK."
Hij openbaart zichzelf ook als de HEILIGE en de WAARACHTIGE, die de SLEUTEL DAVIDS heeft, die opent en niemand zal sluiten en HIJ sluit en niemand opent. Openb. 1 v.18 en 3 v.7. Jezus Christus heeft over dood en dodenrijk, met Apóllyon als "PORTIER", DE GLANSRIJKE OVERWINNING BEHAALD.
Jezus Christus heeft van Zijn Vader de sleutels ontvangen die de toegang opent tot het Koninkrijk Gods = HET HUIS DAVIDS en legt die sleutels op de schouders van de gemeente van Jezus Christus in haar strijd tegen dood en dodenrijk. Jes. 22 v.22; Matth. 16 v. 18-19; Openb. hst. 9.
In les 22 wordt de Eufraat, de grensrivier genoemd van het door David veroverde grote rijk, een beeld van het Koninkrijk van God, waarover Salomo als VREDEVORST later regeerde, op zijn beurt ook weer een beeld van Jezus Christus.
Wat zich ten Oosten van deze grensrivier de Eufraat bevond was een uitbeelding van vooral dat deel van satan's rijk, wat de bijbel beschrijft als: "DE PUT DES AFGRONDS." Openb. 9 v.1 met Apóllyon = VERDERVER, de engel des afgronds als koning heersend over het dodenrijk (v.11). Zie Rom. 10 v.7 en Luc. 8 v.30-31. Daarom spreekt Openb. 9 v.14-16 over de grote rivier de EUFRAAT (de grensrivier) en dit hele hoofdstuk 9 spreekt over deze "bodemloze" put die werd geopend en van waaruit de doodsmachten naar "boven" komen of.... door spiritistische handelingen of seances opgeroepen worden.
Deze doodsmachten zullen zich een bepaalde tijd onder aanvoering van hun leider Apóllyon op de mensen storten en hun ondragelijk pijnigen. Openb. 9 v.5 en 10. "Maar de mensen wilden hun oude manier van leven niet opgeven, zij bleven doorgaan met het aanbidden van boze geesten.... Moordpartijen en tovenarij, overspel en diefstallen etc." v.20-21.

Lees met me mee, in de vertaling van HET BOEK, hetgeen actueler is dan toen de profeet JOËL het moest opschrijven.
ALARM = TE WAPEN
Joël zegt als profeet in Joël 1: "HEBT U OOIT IN UW LEVEN GEHOORD OF VOOR ZOVER U ZICH UIT DE GESCHIEDENIS KUNT HERINNEREN, GEHOORD VAN WAT IK U NU GA VERTELLEN? VERTEL HET IN DE TOEKOMST AAN UW KINDEREN. GEEF DIT VRESELIJKE VERHAAL DOOR VAN GENERATIE OP GENERATIE.
NADAT DE KNAAGSPRINKHANEN UW GEWASSEN HEBBEN OPGEGETEN, ZULLEN DE GEWONE SPRINKHANEN KOMEN OM DE REST KAAL TE VRETEN.
EN NA HEN ZULLEN DE ROOFSPRINKHANEN KOMEN EN DAARNA OOK NOG DE VELDSPRINKHANEN. v.2-4.
Joël schildert de "DEMONISCHE GOLVEN", die in eerste instantie over het toenmalige volk van God heen gingen. Zoals Petrus in 1 Petr. 4 v.17 bevestigt: "DE TIJD VAN GODS OORDEEL IS GEKOMEN EN HET BEGINT BIJ DE CHRISTENEN." (het huis Gods).
Dit scheidingsproces is reeds enige tijd volop aan de gang. De valse kerk en "DE WERELD" zullen volgen. Zie Openb. 14 v.6-12 en hst. 16 en 18 spec. v.4.
Joël lijkt in volslagen mineur als hij in hst. 1 v.10-11 uitroept: "DE VELDEN ZIJN VERWOEST, DE AARDE TREURT. JA DE HELE OOGST IS VERLOREN GEGAAN. DE WIJNGAARDENIERS MOGEN GERUST HUN TRANEN LATEN VLOEIEN." zie ook v.13-15.
Niemand behoeft te verwachten dat er gebrek aan (kadaver) discipline in het vijandelijke kamp zou zijn als we "even" luisteren naar de profeet Joël in hst. 2 v.1-3: "SLA ALARM OP MIJN HEILIGE BERG.... EN WAT EEN REUSACHTIG LEGER.... NOG NOOIT HEEFT MEN ZOIETS GEZIEN EN ZOIETS ZAL OOK NOOIT MEER WORDEN GEZIEN IN ALLE KOMENDE GENERATIES OP DEZE AARDE. VUUR GAAT VOOR HEN UIT EN LAAIT OOK ACHTER HEN OP. VÓÓR HEN IS HET LAND ZO MOOI ALS DE HOF VAN EDEN, MAAR NA HUN PASSEREN LIGT ER NIETS DAN EEN WOESTENIJ."

Dit is een weergave van hetgeen het rijk der duisternis gedaan heeft tot op heden, en nu en in de komende jaren als een ware escalatie zich zal manifesteren. ESCALATIE = HET MET STORMLADDERS BEKLIMMEN.... Joël zegt er over: "ZIJ BULDEREN ALS VUUR DAT EEN STOPPELVELD VERTEERT. ZIJ LIJKEN OP EEN MACHTIG LEGER DAT IN SLAGORDE STAAT OPGESTELD, KLAAR VOOR DE STRIJD. BIJ HUN NADEREN BREEKT ALLE VOLKEN HET KOUDE ZWEET UIT EN ALLE GEZICHTEN VERBLEKEN VAN ANGST. Joël 2 v.5-6. Maar wat zullen wij als leger Gods daar tegenover stellen. Het antwoord, hoe kan het ook anders, komt uit het woord van God. Dát deel van Gods volk dat uit het (geestelijk) Babylon is weggetrokken, (zie Openb. 18 v.4) en zich heeft laten reinigen en heiligen en bij wie de Joël profetie, beschreven in Joël 2 v.28-32, in vervulling is gegaan zal het op de aldaar beschreven wijze mogen beleven. Petrus, onder de zalving van Gods Geest, bevestigt dit nog eens onweerlegbaar in Hand. 2 v.16-21: "WAT HIER GEBEURT IS AL LANG GELEDEN DOOR DE PROFEET JOËL VOORSPELD: GOD ZAL AAN HET EINDE VAN DE TIJD ZIJN GEEST OVER ALLE MENSEN UITSTORTEN... VOORDAT DE GROTE EN ONTZAGWEKKENDE DAG VAN DE HEER KOMT.... MAAR IEDER DIE DE NAAM VAN DE HERE AANROEPT, ZAL GERED WORDEN."

Wat deed DAVID, zie les 5 t/m 8 en 1 Sam. 46-47:
Hij zei tegen Goliath: "....DE HERE ZAL U VANDAAG OVERWINNEN, IK ZAL U DODEN EN UW HOOFD AFHAKKEN... DE WERELD ZAL WETEN DAT ER EEN GOD IS IN ISRAËL ... ONZE GOD HEEFT DE STRIJD VOLLEDIG ONDER CONTROLE. HIJ ZAL U IN ONZE MACHT GEVEN."

Het eerste deel van deze bijbelstudie over David, zal naar ik hoop en verwacht onze ogen meer openen voor de wijze waarop God Zijn kinderen, speciaal de volwassen zonen Gods, klaar laat stomen, door verdrukking en vervolging en lijden heen. Het koningschap dat God met ons voor heeft, komt op een volkomen andere wijze tot stand als een aards koningschap. Paulus geeft ons in 1 Cor. 4 v.6 t/m 14 zo'n voorbeeld. Graag zou ik aan u allen doorgeven, waar de Heer mijzelf zeer sterk bij bepaald heeft, t.w: Joël (=de Here is God), moest Gods volk als het ware wakker schudden en alarmeren, opdat zij hun plaatsen zouden gaan innemen. Alvorens Joël te citeren, enige alarmerende berichten. De duivel met zijn leger is als een "vijfde colonne" overal binnengedrongen. In alle geledingen van deze maatschappij is de vijand gepenetreerd.
Zowel de politieke, de sociale, de medische en de onderwijswereld van basisschool tot universiteit zijn "zwaar besmet". Zowel in de wetgevende als in de zg. rechterlijke macht, heeft de boze vele handlangers.
Maar óók huwelijk, gezin en opvoeding zijn reeds in verre staat van ontbinding. De lijklucht van demonisch bederf tracht de "GEUR TEN LEVEN" te overtreffen. Het culturele leven met zijn vele uitingen b.v. in beeldende kunst, schilderkunst, boeken en C.D's, film, video, T.V. en radio etc. weerspiegelen in hoge mate het "BEZOEK" van de kaalvreter en de verderfelijke pest. (Psalm 91). De volksvertegenwoordigers, zeg maar de wetgevers, inclusief het volk, begint meer en meer te gelijken op een "GEBROED VAN BOOSDOENERS" waarvan Jesaja zegt in hst. 1 v.4: "WEE HET ZONDIGE VOLK, DE NATIE BELADEN MET ONGERECHTIGHEID..." Met David bidden wij dan: "HEER, VERBERG MIJ VOOR DE RAADSLAGEN VAN DE(ze) BOOSDOENERS." Psalm 64 v.2-3..en 1 Tim. 2 v.1-4. Het demonische gif, wat onze wetgeving weerspiegelt in wetten t.a.v. ABORTUS, DRUGSBELEID, EUTHANASIE etc. begint door te werken in alle facetten van het maatschappelijke leven. Het hele economische leven met het kapitalistische systeem, de z.g. financiële wereld, als een godheid van deze eeuw, treedt met voeten de grondwetten van het KONINKRIJK GODS. Kortom, het is tijd, de allerhoogste tijd voor Gods volk om op te staan en de door God bedoelde positie in te nemen.
We zingen het reeds in onze liederen, zie bv. Opw. 354;357;375 etc. en dan is het nu de allerhoogste tijd op te staan tot een geestelijke eindstrijd, als een absoluut geheiligd volk. Met de woorden van Psalm 91 v.1,2,3,5,6,13 mogen we belijden: "WIE IN DE SCHUILPLAATS DES ALLERHOOGSTEN IS GEZETEN, VERNACHT IN DE SCHADUW DES ALMACHTIGEN. IK ZEG TOT DE HERE: MIJN TOEVLUCHT EN MIJN VESTING, MIJN GOD OP WIEN IK VERTROUW. WANT HIJ IS HET, DIE U REDT VAN DE STRIK DES VOGELVANGERS, VAN DE VERDERFELIJKE PEST... GIJ HEBT NIET TE VREZEN VOOR DE VERSCHRIKKING VAN DE NACHT, VOOR DE PIJL DIE DES DAAGS VLIEGT, VOOR DE PEST DIE IN HET DUISTER RONDWAART.... OP LEEUW EN ADDER ZULT GIJ TREDEN, JONGE LEEUW EN SLANG ZULT GIJ VERTRAPPEN."
Joël schildert op weergaloze wijze de demonische aanval die reeds gaande is en haar dieptepunt nog niet heeft bereikt. Zie het bijbelboek JOËL en Openbaring hst.9.

In Openb. 18 v.4 wordt gezegd over Babylon: "EN IK HOORDE EEN ANDERE STEM UIT DE HEMEL ZEGGEN: GAAT UIT VAN HAAR MIJN VOLK, OPDAT GIJ GEEN GEMEENSCHAP HEBT AAN HAAR ZONDEN EN NIET ONTVANGT VAN HAAR PLAGEN."
Maar... uit Babylon trekken en NIET ontvangen van haar plagen is "slechts" het verbreken van de verkeerde geestelijke gemeenschap. Maar ontvangen wat de profeet Joël voorzegde in hst. 2 v.28-29 is gehéél iets anders.
Wat we reeds schreven over de (vernieuwde), VOLKOMEN VOLLE UITSTORTING VAN GODS GEEST, zal heden én morgen kunnen gebeuren. WIJ waren "SIMON DE MELAATSE", die van zijn zonde gereinigd is. WIJ waren "DE GESTORVEN LAZARUS", die een lijklucht verspreidde, nadat hij aan zijn "ZONDE-ZIEKTE" gestorven was. ALLES echter zou ter ere Gods zijn. Joh. 11 v.4;15;25;26.
Indien wij geloofden, zouden wij de HEERLIJKHEID GODS zien. Toen Maria de hals afbrak van het albasten flesje waarin een pond ECHTE, KOSTBARE nardusmirre was bewaard, kon de GEUR zich daarna door het gehele huis verspreiden. Joh. 12 v.3. Het (gehele) huis is de GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS EN DEZE MAG, KAN EN ZAL DE GEUR VAN CHRISTUS ALOM VERSPREIDEN. Zie Hebr. 2 v.10 en 3 v.6. Het is de HEERLIJKHEID van de opgestane, triomferende Heer, de Heer van Zijn gemeente.

Deze Koning zegt in Openb. 1 v.8: "IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA, HET BEGIN EN HET EINDE VAN ALLES, ZEGT DE HERE, DE ALMACHTIGE GOD, DIE IS, DIE WAS EN DIE KOMT... UIT ZIJN MOND KWAM EEN SCHERP, TWEESNIJDEND ZWAARD EN ZIJN GEZICHT STRAALDE EN SCHITTERDE ALS EEN FELLE ZON. TOEN IK HEM ZAG, VIEL IK ALS DOOD VOOR HEM NEER, MAAR HIJ LEGDE ZIJN RECHTERHAND OP MIJ EN ZEI: WEES NIET BANG. IK BEN DE EERSTE EN DE LAATSTE. IK BEN DE LEVENDE. IK BEN DOOD GEWEEST, MAAR NU LEEF IK VOOR ALTIJD EN EEUWIG: IK HEB DE DOOD EN HET DODENRIJK OVERWONNEN." v.17-18.
Deze ZOON VAN DAVID is de vijand tegemoet getreden en heeft overwonnen. Het leger dat achter Hem staat is nu opgedragen om OP TE STAAN en de vijand te verpletteren. Volk van God, ga op Uw (geestelijke) voeten staan en zing met mij lied 330 uit Opwekking:
Gods bazuinen klinken luid:
op de bressen stel niet uit.
Verzamelt u en sluit de rij.
Verkondig Jezus' heerschappij.
Gods bazuinen klinken luid:
wachters op de muur, zie uit.
één hand die het zwaard hanteert
de ander die de Heer vereert...

les 1

DAVID, DOOR ZIJN VADER NAAR ZIJN BROERS GEZONDEN.

1 Sam. 17 v. 16-30 In deze bijbelstudie komen we via het leven van DAVID terecht bij de "ZOON VAN DAVID" = JEZUS CHRISTUS en via Jezus Christus bij ons. Het leven van David kan een schoolvoorbeeld genoemd worden voor het leven van Gods kinderen in deze (eind)tijd. Zijn leven is als het ware VOOR ONS opgeschreven omdat er zeer veel van/uit geleerd kan worden. Laten we beginnen met een soort situatieschets:

KORTE BESCHRIJVING VAN DE LEVENSSITUATIE VAN DE JONGE DAVID
David was de jongste van 8 jongens van vader Isaï. 1 Sam. 16 v.10-11.
David weidde de schapen van zijn vader.
David werd door Samuël, temidden van zijn broers en vader gezalfd tot koning.
Vanaf dit moment greep de GEEST des Heren David aan. v.13.
Vanwege zonden was de Geest des Heren van koning Saul geweken. v.14.
Niet alleen Saul,ook David's broers waren niet zo blij met deze nieuwe toestand. Jaloezie etc. 1 Sam. 17 v.28.
Later zou dit veranderen. Zie 1 Sam. 22 v.1-2. Vergelijk dit eens met "DE ZOON VAN DAVID=Jezus Christus. Joh. 7 v.1-6.
David kwam "IN HET NIEUWS" toen hij in opdracht van zijn vader proviand moest brengen aan zijn strijdende broers, t.w: GEROOSTERD KOREN en 10 BRODEN en 10 melkkazen voor de oversten over 1000 en.... een pand mee terug nemen.

UITWERKING VAN BOVENSTAANDE GEGEVENS.
We hebben nu een globale indruk van David's start. Let eens op de details. David was reeds gezalfd tot koning, die in Gods kracht reeds leeuw en beer had verslagen. 1 Sam. 17 v.37. David zei dat DE HERE hem gered had uit de klauwen van leeuw en beer. David had als het ware zijn leven ingezet/OPGEOFFERD voor zijn schapen. 1 Sam.17 v.34-36. of beter gezegd DE SCHAPEN VAN ZIJN VADER. David was keer op keer bereid zijn leven te offeren voor deze schapen. Zie je de duidelijke gelijkenis met "de zoon van David"=Jezus Christus? Zie Joh. 10 v.11-15. We zagen het voedsel dat Isaï aan David meegaf en dat bestemd was voor zijn broers in het leger. Om dit te kunnen begrijpen dienen we twee andere bijbelgedeelten te lezen en te verstaan, t.w: Leviticus 23 vers 9-14 en Ruth 2 vers 13-14.

De handelswijze van David's vader is een afspiegeling van de wijze waarop de Hemelse Vader handelde met Zijn Zoon Jezus Christus.
We lezen eerst Lev. 23 v.9-14.
Wat had God aan Mozes bevolen??? Eerst moest je GEOFFERD hebben en DAN PAS mocht je BROOD of GEROOSTERD OF VERS KOREN ETEN.

GEESTELIJKE BETEKENIS HIERVAN:
Pas toen Jezus Christus zichzelf GEOFFERD had, kwamen voor zijn broers en zusters (Gods kinderen de geestelijke vruchten beschikbaar. Vlak voor Zijn sterven zei Jezus: "HET IS VOLBRACHT" David bewees "hetzelfde" door zijn leven in de waagschaal te zetten in zijn gevecht met leeuw en beer en later... GOLIATH.

De 10 broden wijzen op een periode van verdrukking. Openb. 2 v.10 leert ons: "...EN GIJ ZULT EEN VERDRUKKING HEBBEN VAN TIEN dagen." Dit wijst op een korte, door God zelf afgebakende tijd. Net zoals de 10 broden die David van zijn vader aan zijn broers in het leger moest brengen, zo zal het WOORD VAN GOD=het levende brood hen door deze moeilijke periode van geestelijke strijd heen helpen.

HET HOGEPRIESTERLIJK GEBED VAN JEZUS CHRISTUS
Joh. 17 v.6-8: ... en zij hebben Uw WOORD BEWAARD. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de WOORDEN die Gij mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen....." v.14: "...Ik heb hun UW WOORD GEGEVEN...."

Het aanreiken van GEROOSTERD KOREN, beeldt uit dat de gever de ontvanger deel laat hebben aan DE NIEUWE OOGST.

BOAZ EN RUTH BEELDEN HET UIT.
Ruth, de heidense is hier beeld van de gemeente van Jezus Christus uit de heidenen. Haar schoonmoeder Naomi, is hier een beeld van de gemeente uit de joden. Ruth ontmoet BOAZ = "IN HEM IS KRACHT", hij is hier beeld van JEZUS CHRISTUS. Nu reikt Boaz aan Ruth (en Naomi) geroosterd koren en in deze handelwijze wordt tot uitdrukking gebracht dat de GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS (uit Joden en heidenen) deel heeft gekregen aan de NIEUWE OOGST IN JEZUS CHRISTUS. Die OOGST begon op Golgotha, waar de graankorrel, Jezus Christus, in de aarde viel en stierf en.... VEEL VRUCHT VOORTBRENGT. LEES: Ruth 2 v.12-14 en Joh. 12 v.20-25.

SAMENVATTING:
We zien een heel gewone, eenvoudige, nederige, oprechte jongen geroepen worden door God tot het koningschap. Ogenschijnlijk simpele handelingen zoals b.v. het zenden van David door zijn vader met 10 BRODEN etc. blijken een diepe geestelijke betekenis te hebben. Steeds duidelijker zal in de levensgeschiedenis van de nu nog jonge David tot uiting komen dat hij het leven van "DE ZOON VAN DAVID" en... van ons uitbeeldt met alle ups en downs. In de volgende lessen zullen we zien dat de roeping tot het koningsschap de nodige vervolging met zich meebrengt, maar daarna(ast) ook heerlijkheid.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 1:

VRAAG 1: Wie is (niet wie WAS) de Zoon van David?
VRAAG 2: Waarom zou de een (Saul) de zalving kwijtraken en de ander (David) deze juist ontvangen?
VRAAG 3: Zie je overeenkomst tussen de broers van David en de broers van Jezus Christus?
VRAAG 4: Wat houdt het voor jou persoonlijk in om deel te hebben aan DE NIEUWE OOGST?
VRAAG 5: Vertel met eigen woorden de overeenkomsten die je ziet tussen resp. 1 Sam. 17 v.34-37 en Joh. 10 v.11-15.
VRAAG 6: Waarom zou er beslist eerst DE OFFERGAVE gebracht moeten worden vóór men brood etc. mocht eten? Zie Lev. 23 v.14 (9-14)

 les 2

DAVID'S BOEZEMVRIEND GAAT TOT AKTIE OVER.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE LEVENSSITUATIE VAN JONATHAN.
Jonathan, de oudste zoon van koning Saul had een duidelijk andere hartsgesteldheid dan zijn vader. Jaloezie t.a.v. David werd bij hem niet gevonden, maar wel oprechtheid en heldenmoed. In Israël lag een bezettende macht nl. de Filistijnen en die verboden om wapens te hebben v.22. Zie 1 Sam. 13. geheel. Terwijl de Filistijnen het land plunderden (v.17) zag iedereen passief toe, ja... men vluchtte zelfs de Jordaan over of verborg zich in spelonken, spleten, rotsen en putten. (v.6).
Jonathan versloeg een deel der bezettende macht der Filistijnen, hij werd leider/aanvoerder van het verzet. Als gevolg daarvan mobiliseerde de vijand zijn hele troepenmacht. (v.5). In deze situatie sloeg Jonathan met Gods hulp opnieuw toe. 1 SAMUËL 14 vers 1 tot en met 23.
De koning zat met 600 ongewapende mannen te sidderen van vrees. Zie 1 Sam. 13 v.7. Maar Jonathan greep moed, net als David in kritieke situaties deed, sterkte hij zich in de Here. 1 Sam. 30 v.6b.

DE LIJFSPREUK VAN JONATHAN:
"...WANT DE HERE KAN EVENGOED VERLOSSEN DOOR WEINIGEN ALS DOOR VELEN...." 1 Sam. 14 v.6.
Jonathan (="DE HERE HEEFT GEGEVEN") was een kroonprins van een ontwapend volk die voor het merendeel lid waren van het V.V.V. = VREES-vluchten-verbergen... Een volk met een ongehoorzame koning. Dan staat opeens (v.1) deze troonpretendent op om weer een moedige daad te gaan verrichten tegen een "OPPERMACHTIGE" vijand. 1 Sam. 13 v.5.

EEN HELD GAAT TOT AKTIE OVER:
(v.6). Met de uitspraak: "komt laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen", handelt hij in geloof. Let ook op de betekenis van Jonathan's naam. Als je evangelisatiewerk gaat doen kun je geestelijke strijd/tegenstand verwachten, ga er dan niet alleen op uit. Jezus zond Zijn discipelen ook 2 aan 2. Marc. 6 v.7. Zonder een goede wapendrager kun je niet effectief strijden. Let op de positieve belijdenis van Jonathan's wapendrager. 1 Sam. 14 v.7 en 13. Jonathan handelde "IN OVERLEG" met de Heer. v.8-10.

DE VIJAND IS NIET IN VERWACHTING:
De vijand verwachtte helemaal geen heldendaden meer. (v.11) De vijand gelooft óók niet in GELOOFSMOED. Ga niet onnodig met de vijand in discussie, maar... HANDEL, of geef vooraf aan het handelen, EEN GELOOFSBELIJDENIS, zoals David tegen Goliath deed. 1 Sam. 17 v.45-47.
Alvorens we weer (gewoon) kunnen WANDELEN in het geloof dient er eerst wel eens op handen en voeten moeizaam omhoog te worden gekropen. (v.13). Dit is een KWETSBARE periode want onze gehele kracht, ogen en oren etc. hebben we nodig om niet te struikelen. En vergeet de vurige pijlen van de boze niet. Pas als we "boven" zijn en weer RECHTOP kunnen staan, kan de strijd pas goed beginnen.

DE HEMEL KOMT IN BEWEGING:
Jonathan maakte een begin met de herovering van aan de vijand verloren gegane rechten en terrein, maar het bleek voldoende om de hemel in beweging te zetten. In de geestelijke wereld greep God in en de uitwerking daarvan wordt beschreven in 1 Sam. 14 v.15-17.

PREDIKER 3 vers 16 en 17:
"Voorts aanschouwde ik onder de zon de plaats des rechts, daar heerste het onrecht.... Ik zei bij mijzelf: ....er is voor elke zaak en voor elk werk een BESTEMDE TIJD..."
Jonathan wist dat toen de BESTEMDE TIJD was aangebroken om gerechtigheid te bewerken. Het was de juiste tijd om op te staan en in geloof te handelen. Dit staat in schril contrast met de paniekreactie van Jonathan's vader, Saul. v.18-20. Het brengen van een religieus voorwerp naar het strijdtoneel brengt beslist geen overwinning. Deze les had het volk al eens eerder geleerd. Zie 1 Sam. 4 v.1-11.
Gods volk zal dienen te leren, te verstaan, wat in een bepaalde situatie Gods wil is. Let op wat Paulus zegt in Efeze 5 v.15: "ZIET DUS NAUWLETTEND TOE, HOE GIJ WANDELT. v.17... MAAR TRACHT TE VERSTAAN, WAT DE WIL DES HEREN IS. v.18 MAAR WORDT VERVULD MET DE GEEST"

EEN GROTE OMWENTELING IN DENKEN EN LEVENSHOUDING T.G.V. DE GELOOFSHOUDING VAN 1 of 2 personen, namelijk:

ENKELE VRAGEN BIJ LES 2:

VRAAG 1: Zou er een bepaalde betekenis kunnen zitten in de feiten:
DAVID WAS DE JONGSTE ZOON.
JONATHAN WAS DE OUDSTE ZOON.

VRAAG 2: Komt het verschijnsel, zoals beschreven in 1 Sam. 13 v.6 en 7 ook nu nog voor in kerken en gemeenten?
VRAAG 3: Hoe zouden we Jonathan's lijfspreuk nu waar kunnen maken: "DE HERE KAN EVENGOED VERLOSSEN DOOR WEINIGEN ALS DOOR VELEN?" 1 Sam. 14 v.6.
VRAAG 4: Zou je 3 "WACHTPOSTEN" kunnen noemen die de vijand vandaag de dag heeft uitgezet. Hoe denk je die in te nemen?
VRAAG 5: Vul eens in wat heden een WAPENDRAGER is of doet. 1 Sam. 14v.7 en 13.
VRAAG 6: Wat vind je van de belijdenis van Jonathan's wapendrager?
VRAAG 7: Tijdens ons "OMHOOGKLIMMEN", op weg naar de vijand, zoals Jonathan deed in 1 Sam. 14 v.13, welk deel van de wapenrusting is DAN het belangrijkste?
VRAAG 8: Ben je het eens met de stelling: Jonathan was een geestelijk man, maar zijn vader Saul een ongeestelijk mens? Zie o.a. 1 Sam. 14 v.18-20 en 1 Sam. 4 v.1-11.

les 3

DAVID'S BOEZEMVRIEND LEERT DE KRACHT VAN HONING KENNEN OM EEN GOED STRIJDER TE KUNNEN ZIJN.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE MOEILIJKE SITUATIE WAARIN JONATHAN TERECHTKWAM. 1 Sam. 14 v.24 tot einde.
In het tweede gedeelte van het veertiende hoofdstuk lezen we opnieuw van de overwinning die dankzij Jonathan tot stand kwam. Vader Saul speelt echter een soort geestelijk pokerspelletje door te dreigen met dood en vervloeking.
Doordat het volk meer zicht bleek te hebben op de oorzaak van de behaalde overwinning werd het leven van Jonathan gespaard door te stellen: "ZO WAAR DE HERE LEEFT, ER ZAL GEEN HAAR VAN ZIJN HOOFD TER AARDE VALLEN, WANT MET GODS HULP HEEFT HIJ HEDEN DIT VERRICHT". v.45.

BLUF TAAL BRENGT GÉÉN OVERWINNING IN EEN OORLOG.
Het uitspreken van een vervloeking is als regel meer een teken van zwakte dan van (geestelijke) kracht. Het lijkt hier meer op het trekken aan de noodrem. Als God, door de gebeurtenissen met Jonathan en het voorstel van de priester (v.36), niet ingegrepen had zou één en ander wel eens ontspoord kunnen zijn.
In les 2 stelden we dat Jonathan een GEESTELIJK, en Saul een ONGEESTELIJK mens was. We zien dit duidelijker indien we de gevolgen van Saul's handelen eens op een rijtje zetten. Door onder de dreiging van een vervloeking (v.24) het volk te verbieden om te eten vóór de avond gebeurde het volgende:

  1. Er is overvloed van voedsel, maar het volk moet hongeren t.g.v. vrees. (v.25-26).
  2. Het volk was daardoor zeer uitgeput. (v.28 en 31).
  3. Daardoor had Saul het volk in het ongeluk gestort. (v.29)
  4. Door honger gedreven, overtrad het volk de wet. (v.32).

JONATHAN'S HANDELEN LIGT OP EEN HEEL ANDER NIVEAU.

  1. Jonathan wist van geen eed en vervloeking af. (v.27)
  2. Hij at honing op het juiste moment. (v.27).
  3. Hij onderkent de diepere oorzaak van een dreigende catastrofe.

Zie, daar vloeide honing, maar NIEMAND bracht de hand aan de mond. 1 Sam. 14 v.26. Er was één uitzondering, nl. Jonathan. Hij at honing....

EN ZIJN OGEN STONDEN WEER HELDER… v.27.
Maar... het volk was zeer uitgeput. (v.28 en 31) en de slachting onder de Filistijnen niet groot. v.30. Omdat het volk, vooral t.g.v. de dwaze daad van Saul, als wolven op de buit aanvielen, overtraden ze de wet. Zie Lev. 7 v.26-27. Op overtreding stond zelfs de doodstraf. En toch... ging het volk vrijuit naar Gods oordeel. 1 Sam. 14 v.41. De vraag dringt zich op WIE nu eigenlijk wél schuldig is en waardoor. Was het Jonathan of Saul of het volk of allen???

HET GEHEIM ZIT IN DE HONING.
WAT VERTELT DE HEILIGE SCHRIFT ONS OVER HONING EN HAAR BETEKENIS? Spreuken 24 v.13-14: "EET HONING MIJN ZOON, WANT DAT IS GOED HONINGZEEM IS GOED VOOR UW GEHEMELTE . ERKEN DAT DE WIJSHEID ZÓ IS VOOR UW ZIEL. ALS GIJ HAAR GEVONDEN HEBT, DAN IS ER TOEKOMST EN UW VERWACHTING WORDT NIET AFGESNEDEN."
Jonathan at honing en bemerkte dat het goed voor hem was. Het was wijs om voor de veldslag HONING TE ETEN. Jonathan's vriend DAVID zou later in Psalm 62 belijden: "...WANT VAN HEM IS MIJN VERWACHTING, WAARLIJK, HIJ IS MIJN ROTS EN MIJN HEIL..." en in Psalm 19 vertelde David ons: "GODS WET, getuigenis, bevelen, gebod en verordeningen = GODS WOORD, is zoeter dan HONING, ja dan HONINGZEEM uit de raat." v.8-11.

WE GAAN NOG EEN STAPJE VERDER OM HET GEHEIM VAN "HONING" TE ONTDEKKEN.
Zie ook Psalm 119 v.103. Gods woord wordt vergeleken met HONING. Ps. 81 leert ons in v.9-17:"....INDIEN GODS VOLK MAAR GELUISTERD HAD, MAAR DAT DEDEN ZE NIET, …ZOU HIJ ZE VERZADIGD HEBBEN MET HONING UIT DE ROTS..."
HONING = een beeld van GODS WOORD.
DE ROTS = JEZUS CHRISTUS.

Nog enkele bijbelse bewijzen om dit aan te tonen. Ezechiël 3 v.1-3 werpt meer licht op deze zaak: "EET DEZE ROL OP.... EN EZECHIËL DEED HET... EN ZIJN HELE BINNENSTE (zijn hart) WERD ER VOL VAN... EN ZIJ WAS IN ZIJN MOND ALS HONING ZO ZOET." Hetzelfde beeld zien we bij Johannes in Openb. 10 v.10: "EN IK NAM HET BOEKJE (de rol) UIT DE HAND VAN DE ENGEL EN AT HET OP EN HET WAS IN MIJN MOND ZOET ALS HONING..." Mozes leert in Deut. 32 v.13: HIJ DEED HET VOLK ISRAËL HONING ZUIGEN UIT DE ROTS.
Dat deze Rots de Heer Jezus Christus was, zullen we in een latere les aantonen. Zie nu reeds Deut. 32 v.4,15,18,31 en 1 Cor. 10 v.4.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE:
De zg. BEDREIGING kwam niet zozeer van de vijand, want deze waren op de vlucht geslagen (v.23) het was nu nog een zaak van achtervolgen. Juist daar hadden de Israëlieten kracht voor nodig dus VOEDSEL. Bedenken we dat ze op een OVERVLOED van voedsel stuitten in een bos, maar vanwege de eed, sidderden om ook maar iets ervan te eten en bedenken we dat DEZE HONING EEN BEELD IS VAN GODS WOORD DAT ONS STERK MOET MAKEN VOOR DE GEESTELIJKE STRIJD, dan... begrijpen we de onderstaande uitspraken des te beter t.w:

Dit zijn gedeelten uit div. vertalingen van 1 Sam. 14 v.24. Saul werkte als een soort SLAVENDRIJVER... Wat Saul hier deed was niet eens NAAR DE WET maar veel minder. Zijn wettisch handelen vinden we terug in o.a. 1 Sam. 14 v.18-19, 24,28, 33-34, 44-45.

DE WET IS DUS EEN TUCHTMEESTER VOOR ONS TOT CHRISTUS. Gal. 3 v.25.
Galaten 3 leert ons over de wet:

Jonathan werd door het volk bevrijd van de vloek der wet = de doodstraf v.45. 2 Cor. 3 v.6 zegt: "...want de letter (der wet) doodt, maar de Geest maakt levend." Saul was bezig met de BEDIENING DES DOODS. v.7.
Jonathan was bezig met de BEDIENING DES GEESTES. v.8. EN WAAR DE GEEST DES HEREN IS, IS VRIJHEID. v.17.
Jonathan, niets wetende van eed noch vervloeking, handelde in GELOOF, nl. "ALS IK HONING EET, ZAL IK STERK WORDEN VOOR DE STRIJD EN NIET MEER UITGEPUT EN IN STAAT OM EEN GROTE SLACHTING ONDER DE FILISTIJNEN AAN TE BRENGEN." v.29-30. Wie NU "HONIG EET UIT DE ROTS" = zich voedt met het hemelse manna, het levende en krachtige woord van God, alleen DIE zal daardoor in staat zijn om de vijand, niet slechts te WEERSTAAN, maar om AAN TE VALLEN, TE ACHTERVOLGEN EN TE OVERWINNEN. 2 x vermeldt de bijbel:
"...EN ZIJN OGEN STONDEN WEER HELDER." en
"..ZIET EENS, HOE HELDER MIJN OGEN STAAN, NU IK EEN WEINIG VAN DEZE HONING GEPROEFD HEB." v.27 en 29.
In v.29 en 30 lezen we dat Jonathan méér ziet dan met natuurlijke ogen waarneembaar is.

EFEZE 1 v.17-23:
"...OPDAT DE GOD VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS, DE VADER DER HEERLIJKHEID U GEVE DE GEEST VAN WIJSHEID EN VAN OPENBARING OM HEM RECHT TE KENNEN: VERLICHTE OGEN UWS HARTEN, ZODAT GIJ WEET.... HOE OVERWELDIGEND GROOT ZIJN KRACHT IS AAN ONS, DIE GELOVEN." Jonathan had het geloof en hij at honing zoals Spr. 24 v.13 zei: "EET HONING MIJN ZOON WANT DAT IS GOED."

ENKELE VRAGEN BIJ LES 3:

VRAAG 1: Wat vind jij van de maatregel van Saul om het volk onder de ban te brengen, indien ze voor de avond zouden eten?
VRAAG 2: Waaruit blijkt nu dat zo'n maatregel bepaald geen loze woorden zijn, maar wel degelijk kwade gevolgen kunnen hebben?
VRAAG 3: Lezen we 1 Sam. 14 v.34-36 dan krijgen we een positieve indruk van hem, maar hst. 13 v.13-14 en hst. 15 v.10-12 en 27-29 spreken een andere taal. Probeer eens je eigen mening te vormen.
VRAAG 4: Kan gebrek aan geestelijk voedsel de mens ook de verkeerde kant op drijven?
VRAAG 5: Maakt het eten van geestelijk voedsel je ogen open voor geestelijke mogelijkheden en/of gevaren?
VRAAG 6: Hoe is het te verklaren dat het volk vrijuit ging, ondanks hun duidelijke wetsovertreding?
VRAAG 7: Kun je zeggen: HONING IS EEN BEELD VAN HET HEERLIJKE, KOSTBARE WOORD VAN GOD?
VRAAG 8: Ken je zelf nog andere teksten waarbij God wordt vergeleken met een ROTS, BURCHT, STEENROTS, SCHUILPLAATS o.i.d?
VRAAG 9: Wie was naar jouw mening nu de echte schuldige, Saul of Jonathan? Probeer je mening te onderbouwen.
VRAAG 10: Verklaar eens waar het nu eigenlijk allemaal goed voor is: "EET HONING MIJN ZOON, WANT DAT IS GOED."

les 4

David door God uitgekozen voor het koningschap.

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
1 Sam. 16 v.1-13 en 1 Sam. 16 v.14-23:
Hoofdstuk 16 is niet goed te begrijpen, als bij de overdenking ook niet hfdst. 15 wordt betrokken. We zien in dat hoofdstuk dat Saul faalde t.g.v. zijn herhaalde ongehoorzaamheid. 1 Sam. 15 v. 9 en 13 en 20. Als hij door God wordt vermaand spreekt Saul halve waarheden. Uiteindelijk moet de profeet Samuël uitspreken en uitvoeren wat reeds eerder was aangezegd (1 Sam. 13 v.13-14) nl. dat David, als MAN NAAR ZIJN HART is uitverkoren en Saul is verworpen. Er gebeuren twee dingen:

  1. De Geest des Heren greep David aan (1 Sam. 16 v. 13) en.....
  2. De Geest des Heren week van Saul (v.14) en tengevolge daarvan had de boze meer en meer greep op Saul. Zodoende kwam David als citerspeler in dienst van Saul en werd hij tevens zijn wapendrager. v.21.

OPWAARTSE EN NEERWAARTSE SPIRAAL .....
Als we de levenshouding van resp. Saul en David naast elkaar zetten, kan het worden samengevat in 2 zinnen, t.w:
a. Saul was ONGEHOORZAAM, HOOGMOEDIG, LEUGENACHTIG en ONGEZEGLIJK. 1 Sam. 15 v.12, 20, 22-23.
b. Gods maatstaf t.a.v. David was: "DE MENS ZIET AAN WAT VOOR OGEN IS, MAAR DE HERE ZIET HET HART AAN." 1 Sam. 16 v.7.
David was Gods keuze, nl. de man naar Gods hart. Toch lijkt het of de bijbel alleen de uiterlijk waarneembare, natuurlijke kwaliteiten opnoemt, maar... zetten we "ONZE GEESTELIJKE BRIL" op, dan komt er veel meer tevoorschijn.

WAT WAREN DE EIGENSCHAPPEN/KWALITEITEN VAN DAVID.

  1. David had MOOIE OGEN. 1 Sam. 16 v.12
  2. David had een SCHOON VOORKOMEN v. 12 en 18 en SCHOON VAN GESTALTE. v.18b.
  3. .....die goed MUZIEK kon spelen. v. 17-18
  4. .....EEN DAPPER HELD. v.18
  5. .....EEN KRIJGSMAN, geoefend in de krijg. v.18
  6. .....WEL TER TALE. v.18
  7. .....DE HERE WAS MET HEM. v.18.
    We gaan Gods keus beter begrijpen als we deze 7 genoemde eigenschappen eens GEESTELIJK VERTALEN.

MOOIE OGEN
ad. l. Als spiegel(s) der ziel stralen David's ogen datgene uit wat innerlijk aanwezig is. Paulus zegt in Efeze 1 v.18: "IK HOUD NIET OP TE BIDDEN ...OPDAT DE GOD VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS.... U GEVE... VERLICHTE OGEN UWS HARTEN...." Jezus zei: "De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan UW OOG zuiver (mooi) is, zal geheel Uw lichaam verlicht zijn. Matth. 6 v.22. David was (dus) ZUIVER van binnen.

SCHOON VOORKOMEN, SCHOON VAN GESTALTE...
ad. 2. Van de (oudere) broers van David werd door God gezegd (1 Sam. 16 v. 7-9). "LET NIET OP HUN VOORKOMEN, NOCH OP HUN RIJZIGE GESTALTEN." Hun uiterlijk kwam NIET overeen met hun innerlijk (1 Sam. 17 v.28). Van Jezus Christus zei Jes. 53 v.2: "HIJ HAD GESTALTE NOCH LUISTER, DAT WIJ HEM ZOUDEN HEBBEN AANGENOMEN, NOCH GEDAANTE (voorkomen) DAT WE HEM ZOUDEN HEBBEN BEGEERD." (als Koning, Heer of Verlosser.) Maar naar de INNERLIJKE mens was Jezus zoals Hebr. 1 v.3 Hem beschrijft: "...DE AFSTRALING ZIJNER HEERLIJKHEID EN DE AFDRUK VAN ZIJN WEZEN..." De Zoon geleek op de Vader. Over Gods kinderen zegt Paulus in Gal. 4 v.19: "....MIJN KINDEREN TERWILLE VAN WIE IK OPNIEUW WEEËN DOORSTA, TOTDAT CHRISTUS IN U GESTALTE verkregen heeft."
Dit is de innerlijke GEESTELIJK GESTALTE die ieder in David ontdekte.

DAVID, DIE GOED MUZIEK KAN SPELEN. (v.17)
ad. 3. David had een natuurlijk talent, nl. MUZIKALITEIT, die hij echter voor 100% in dienst van God stelde. 1 Kron. 15 v.16 vertelt ons: "OOK BEVAL DAVID AAN DE OVERSTEN DER LEVIETEN, HUN BROEDERS, DE ZANGERS OP TE STELLEN MET MUZIEKINSTRUMENTEN, HARPEN, CITERS EN CIMBALEN OM LUIDE VREUGDEKLANKEN TE LATEN HOREN. David diende God met zijn talent en maakte het geheel dienstbaar aan God en Zijn EREDIENST. Let nog even op Nehemia 12 v. 36: De feestelijke inwijding van Jeruzalem's muren gebeurde met de MUZIEKINSTRUMENTEN VAN DAVID, DE MAN GODS.

DAVID, EEN DAPPER HELD.
ad .4. Ook koning Saul heeft heel veel gestreden en ook veel overwinningen behaald. Lees uit 1 Samuël de hoofdstukken 11 t/m 15, maar Saul voerde Gods opdrachten niet altijd goed uit. 1 Sam. 15 v. 17-26. DAVID was de man naar Gods hart, de man Gods en David streed anders. David beleed vooraf wat hij in zijn hart geloofde. David liet zich leiden en streed als een dapper held. bv. 1 Sam. 17 v. 45: "....maar David zei tot de Filistijn, gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed U tegemoet in de naam van de Here der Heerscharen, de God ...die gij getart hebt..." Zie ook 1 Sam. 18 v.17.

DAVID WAS EEN KRIJGSMAN, GEOEFEND IN DE KRIJG...
ad. 5. De a.s. vrouw van David, Abigaïl beleed het in 1 Sam. 25 v. 28: "...want de Here zal voor mijn heer zeker een bestendig huis maken, omdat mijn heer de OORLOGEN DES HEREN voert en er geen kwaad bij U gevonden wordt Uw leven lang." Zijn status als vluchteling, STRIJDER en aspirant koning zal veranderen in een regerend koning, maar... STRIJDER bleef hij. De oorlogen des Heren worden nu op een geheel ander vlak uitgestreden. Paulus zegt in 2 Thess. 4 v. 7: "IK HEB DE GOEDE STRIJD GESTREDEN." David deed op het aardse vlak wat 1 Thess. 2 v. 2 zegt: "Immers ondanks de mishandeling en de smaad, dien wij, zoals gij weet te Filippi tevoren ondergaan hadden, hebben wij U, in onze God vrijmoedig, onder ZWARE STRIJD het evangelie Gods gebracht." DAVID WAS HET PROTOTYPE VAN DE GEESTELIJKE KRIJGSMAN.

DAVID WAS WEL TER TALE...
ad. 6. Dit is wat anders dan een groot redenaar zijn, dat is ter meerdere eer en glorie van de spreker zelf. Wat David in zijn psalmen (leerdicht) doorgeeft, blijft vele eeuwen van waarde omdat het ons onderricht over het EEUWIGE evangelie. Bv. Ps. 32 v. 1-5 spreekt over de zegen der schuldbelijdenis. Dit leerdicht van David wordt eeuwen later door Paulus aangehaald in Rom. 4 v. 6-8 en 2000 jaar later is het voor ons nog steeds van levensbelang. Dus David was WEL TER TALE. 1 Sam. 16 v.18 zegt: "HIJ HEEFT EEN GOED EN BETROUWBAAR OORDEEL." (vert. Het Boek).

DAVID WAS DE MAN NAAR GODS HART EN DE HEER WAS MET HEM.
ad. 7. 1 Sam. 16 v.18 en 1 Sam. 13 v.14: Hoe God over David denkt haalt Paulus aan in Hand. 13 v. 21-23: "...Nadat God Saul verworpen had, verwekte Hij hun David als koning van wie hij ook dit getuigenis gaf: "Ik heb David, de zoon van Isaï gevonden, een man naar Mijn hart die al mijn bevelen zal volbrengen ...."
Als voorvader was David ook een type van "DE ZOON VAN DAVID" nl. Jezus Christus. Van David's positieve hartsgesteldheid proeven we iets in zijn psalmen. Zie bv. Ps. 9 v. 2-3 en v. 20. Ps. 10 v.12, 16, 17, 18.
PSALM 9 v. 2-3: "HERE, IK PRIJS U MET MIJN HELE HART. IK VERTEL IEDEREEN OVER DE GEWELDIGE DINGEN DIE U DOET. IK LOOP OVER VAN BLIJDSCHAP EN VREUGDE DANK ZIJ U. U WIL IK LOFZINGEN, U BENT DE ALLERHOOGSTE GOD." PSALM 10 v.12: "HERE GRIJP TOCH IN. O GOD, HEF UW HAND TOCH TEGEN HEN OP. DENK ALSTUBLIEFT AAN DE ARMEN EN ANDEREN DIE U ZO NODIG HEBBEN.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 4:

VRAAG 1: Noem eens een paar positieve eigenschappen van koning Saul die gedurende zijn 40 jarig koningschap aan het licht kwamen.
VRAAG 2: Een man naar Gods hart zijn, houdt dat nu ook in dat je (reeds) volmaakt bent?
VRAAG 3: Bij ad.1: "MOOIE OGEN." Geef eens een verklaring van Openb. 3 v.18c: "....en ogenzalf om Uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt".
VRAAG 4: Zou Jezus in Matth. 6 v. 22 en Openb. 3 v.18c een "OOGZIEKTE" bedoelen of ...de hartsgesteldheid van een mens?
VRAAG 5: Bij ad. 2: Van wie was Jezus nu de afstraling of afdruk?
VRAAG 6: Bij ad. 3: Wanneer kun je nu zeggen dat een bepaald NATUURLIJK talent (zoals hier muzikaliteit) in dienst van God gesteld wordt?
VRAAG 7: Bij ad. 4: Wanneer ben je nu naar bijbelse normen: EEN DAPPER HELD?
VRAAG 8: Bij ad. 5: Hoe worden nu en later de "OORLOGEN DES HEREN" gevoerd? Kun je dit uit de bijbel aantonen?
VRAAG 9: Bij ad. 6: Wordt je waarde in het Koninkrijk van God bepaald door de veelheid van woorden of geschriften die je aan de dag gelegd hebt of ....?
VRAAG 10: Bij ad. 7: Vertel kort in eigen woorden wat jij "PROEFT" in de psalmen van David, bv. Psalm 9.

 les 5

David en Goliath (1e deel)

1 Samuël 17: KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
Dit 17e hoofdstuk handelt geheel over deze (over)bekende gebeurtenis. Het verslaan van de reus Goliath door een tot nu toe onbekend herdertje, spreekt tot de verbeelding van vrijwel ieder die het hoort. Achter deze heldendaad gaat echter een totaal ander "VERHAAL" schuil. Deze gebeurtenis is een diepgeestelijke les, te vergelijken met de inname van Jericho bij de verovering van het beloofde land. In het verslag van Goliath, de reus, kampvechter en vertegenwoordiger van de gehele slagorde der Filistijnen met David die als de VERTEGENWOORDIGER van de gehele Israëlitische slagorde in het strijdperk treedt, zien we een zeer duidelijke parallel met satan, die de strijd aanbindt met de ware zoon van David, nl. Jezus Christus en uiteindelijk wordt deze "GOLIATH" definitief op GOLGOTHA verslagen. De mens gelooft in Goliath of Golgotha...

EFES-DAMMIM, EINDE VAN HET BLOEDVERGIETEN.
In het 1e vers van dit 17e hoofdstuk lezen we dat het vijandelijke leger zich uit alle richtingen als een soort "VLECHTWERK" samentrekt/bijeenvoegt te Socho (en Socho betekent...VLECHTWERK). Om zich vervolgens te legeren, te nestelen te EFES-DAMMIM. De betekenis van deze plaatsnaam = EINDE VAN HET BLOEDVERGIETEN.... Het lijkt niet erg aannemelijk, dat er bij het binnenvallen van een bloeddorstige vijand aan het bloedvergieten een einde komt. Het tegendeel ligt meer voor de hand. Tenminste....? Het Israëlitische leger vormde de tegenpartij, met als plaats van legering het zg. TEREBINTENDAL = het dal der eiken. Als we lezen hoe de profeet Jesaja in hst. 61 v.1-3 spreekt over "DE ZOON VAN DAVID" = Jezus Christus, dan treffen ons de uitspraken:
....OM VOOR GEVANGENEN VRIJLATING UIT TE ROEPEN
....OM EEN JAAR VAN HET WELBEHAGEN DES HEREN UIT TE ROEPEN
....OM EEN DAG DER WRAKE VAN ONZE GOD UIT TE ROEPEN
....OM ALLE TREURENDEN TE TROOSTEN
....OM ZE VREUGDEOLIE I.P.V. ROUW TE SCHENKEN.
EN MEN ZAL HEN NOEMEN: TEREBINTEN DER GERECHTIGHEID, EEN PLANTING DES HEREN, TOT ZIJN VERHEERLIJKING. En deze eikebomen der gerechtigheid zouden, met David voorop, de heerlijkheid van God proclameren.

LUISTER EVEN NAAR DE PROCLAMATIE UIT DAVID'S MOND.
David stond niet onmiddellijk oog in oog tegenover zijn grote tegenstander. Hij maakte zijn volksgenoten duidelijk wat er ten diepste gebeuren moest:
- WIE ZAL DE SMAAD VAN ISRAEL AFWENTELEN v.26
- BESEF DAT HET EEN ONBESNEDENE IS DIE DE SLAGORDEN VAN DE LEVENDE GOD TART...
- LAAT NIEMAND OM HEM (Goliath) DE MOED VERLIEZEN. v.32
- UW KNECHT (Jesaja 52 v.12; 53 v.11; Ezech. 37 v.24-28) ZAL MET DEZE FILISTIJN STRIJDEN. v.32.
- DEZE FILISTIJN ZAL NET ZO VERSLAGEN WORDEN ALS IK LEEUW EN BEER HEB MOGEN VERSLAAN VANWEGE ZIJN TARTEN VAN DE LEVENDE GOD. v.35-37.
- DE HERE ZAL MIJ (ook) REDDEN UIT DE HAND VAN DEZE FILISTIJN. v37.
Dit was de GELOOFSBELIJDENIS die David uitsprak tegen zijn volksgenoten. Alvorens we David's antwoord gaan zien aan zijn tegenstander willen we de ware geestelijke betekenis van Goliath's lastertaal inschatten.

DIT BEDOELT DE WARE VIJAND TE ZEGGEN.
- Het bolwerk waar Goliath vandaan kwam was GATH, dat betekent WIJNPERS, ....Gezegd zou kunnen worden:
"WAARLIJK, HUN WIJNSTOK STAMT UIT DE WIJNSTOK VAN SODOM EN UIT DE WIJNGAARDEN VAN GOMORRA, HUN DRUIVEN ZIJN GIFTIGE DRUIVEN... HUN WIJN IS SLANGENVENIJN EN WREED ADDERENGIF. (Deut. 32 v.32-33). En Spreuken 4 v.17: "...ZIJ ETEN BROOD DER GODDELOOSHEID EN DRINKEN WIJN VAN GEWELDADIGHEID ...."

DE UITDAGING VAN DE VIJAND.
Deze luidt als volgt...
- ..indien hij met mij vermag te strijden en mij verslaat, dan... zullen wij U tot knechten zijn, maar ....v.9
- indien ik hem overwin en versla, dan zult gij ons tot knechten zijn en ons dienen.
- ik (Goliath) tart heden de slagorde van Israël. v.10 Geef mij EEN MAN en laat ons met elkander strijden.
Wanneer je de ware, diepe betekenis van deze tartende woorden op je in laat werken, besef je wat hier gezegd wordt nl.: Als "DEZE MAN" de strijd verliest zal het volk (leger van Israël) dat achter hem staat en zijn hoop en vertrouwen geheel op zijn "VERTEGENWOORDIGER" heeft gesteld, dan zullen ze altijd SLAVEN zijn net als in Egypte.

STRIJD VAN MAN TEGEN MACHT.
Het gaat er nu op aan komen. De grote vraag is of er iemand gevonden kan worden die én deze beslissende strijd aandurft én aankan. Want toen Saul en GEHEEL Israël (al) deze woorden hoorden van de Filistijn, werden zij verschrikt en VREESDEN ZEER v.11 en.... de Israëlieten zeiden tot elkaar: hebt gij deze man (macht) wel gezien, die daar aankomt. Ja, hij komt om Israël te tarten....
Toen ALLE mannen van Israël de man zagen, sloegen ze voor hem op de VLUCHT en VREESDEN ZEER. v.24 en 25. Het is duidelijk dat ALLEEN David de strijd aandurfde. Zie v.37. Maar in deze geschiedenis stond David als het ware model voor de ware DAVID: "DE ZOON VAN DAVID" en dat is JEZUS CHRISTUS. OPENB. 5 v.5 zegt: "WEENT NIET, ZIE DE LEEUW UIT DE STAM JUDA, DE WORTEL DAVIDS (=de nakomeling van..) HEEFT OVERWONNEN OM DE BOEKROL TE OPENEN."
In deze verzegelde boekrol stond Gods heerlijke verlossingsplan van het begin tot in de eeuwigheid. Gen. 49 v.9-10. Het is Jezus Christus die de leeuw uit de stam van JUDA is. Hij trad in Gethsémane en op Golgotha in het strijdperk met de satan (Goliath) en het leger demonen dat achter hem stond.

ZING EEN NIEUW GEZANG.
OPENB. 5 v.9: "EN ZIJ ZONGEN EEN NIEUW GEZANG, ZEGGENDE: GIJ ZIJT WAARDIG.... WANT GIJ ZIJT GESLACHT EN GIJ HEBT HEN VOOR GOD GEKOCHT MET UW BLOED UIT ELKE STAM EN TAAL EN VOLK EN NATIE..." En de talloze engelen rondom de troon, zongen met luider stem: (OPENB. 5 v.12): "HET LAM, DAT GESLACHT IS," juichen zij, "IS HET WAARD OM ALLE MACHT, RIJKDOM, WIJSHEID, KRACHT, HEERLIJKHEID, LOF EN EER TE ONTVANGEN."

GELOOF JE IN DE ZOON VAN JOZEF OF VAN "DAVID".
David is als het ware het "PROTOTYPE" van Jezus Christus. Als David in het strijdperk treedt om de strijd op leven en dood met Goliath aan te gaan is dat 'n (zwakke, onvolkomen) uitdrukking van wat vele jaren later, de nakomeling van David =de wortel Davids uit de stam Juda (Openb. 5 v.5) = "DE ZOON VAN DAVID" zou verrichten. Zie Matth. 21 v.9 en hst. 22 v.41-46. Jezus Christus was niet zozeer de zoon van de timmerman of de zoon van Maria of de zoon van Jozef, zoals de mensen hem noemden. Jezus Christus is de beloofde zoon van David, waarvan David in Psalm 22 profetisch zegt: "IK STA MIDDEN TUSSEN EEN HELE GROEP STIEREN EN BEN OMSINGELD DOOR BUFFELS VAN BASAN. v.13. REDT MIJN LEVEN EN VOORKOM DAT IK DOOR HET ZWAARD (van "Goliath") WORDT GEDOOD. v.21. BEVRIJDT MIJ UIT DE MUIL VAN DE LEEUW EN BESCHERM MIJ TEGEN DE HORENS VAN DE BUFFELS. U HEBT MIJ ANTWOORD GEGEVEN." v.22.

In les 6 zullen we de afloop van de (geestelijke) oorlog zien.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 5:

Vraag 1: Welke overeenkomst zie JIJ tussen resp. de inname van Jericho en de overwinning op Golgotha behaald?
Vraag.2: Goliath werd onthoofd, de satan VOLKOMEN verslagen door Jezus Christus op Golgotha, wil dat nu ook zeggen dat onze vijand zijn horden demonen niet meer als een "VLECHTWERK" (Socho) bijeen kan trommelen om Gods gemeente aan te vallen? Zie Openb. 16 v.14-16; Openb. 19 v.19-21 en Openb. 20 v.7-10.
Vraag 3: Waarom zou de naam EFES-DAMMIM = einde van het bloedvergieten, een diepere, geestelijke betekenis kunnen hebben?
Het lijkt immers wel dat er "heden" meer bloed vloeit dan weleer. Zie Ps. 51 v.16-21; 2 Sam. 16 v.7-8; Efeze 1 v.7; Col. 1 v.20; Hebr. 9 v.14 en 24-28.
Vraag 4: Zie je overeenkomst tussen Jeremia 17 v.7-8 en Jesaja 61 v.1-3?
Vraag 5: Geef je mening eens over de GELOOFSBELIJDENIS die David, vooraf aan de slag, uitsprak.
Vraag 6: De zg. uitdaging van de vijand is niet mis te verstaan. Wat zouden de afschuwelijke gevolgen geweest zijn indien David, maar speciaal "DE ZOON VAN DAVID" de strijd met Goliath (satan) verloren zou hebben?
Vraag 7: Waarom is in de geestelijke strijd de grond weggenomen om te vrezen, sidderen en te vluchten? Ef. 6.
Vraag 8: Toen de oude vader Jacob zijn profetische zegeningen uitsprak over zijn zonen, speciaal over Juda in Gen. 49 v. 8-11 zou hij toen ook (of juist) "de zoon van David" = Jezus Christus gezien hebben? Zie ook Openb. 5 v.5.
Vraag 9: Hoe kan nu een persoon nl. Jezus Christus tegelijk LAM en LEEUW worden genoemd?
Vraag 10: Waarom bleven zo velen in Israël Jezus noemen: zoon van Maria of Jozef of zoon van de timmerman, maar zelden: "DE ZOON VAN DAVID"? Matth. 13 v.55; Marc. 6 v.3; Luc. 4 v.22. 

les 6

David en Goliath (2e deel)

1 Samuël 17: KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
David was door zijn vader er opuit gestuurd om poolshoogte te gaan nemen en brood etc. te brengen en... EEN PAND mee terug te nemen. Het hoofd en het zwaard van Goliath waren uiteindelijk de panden waarmede hij terugkeerde. Toen er niemand bleek te zijn die de strijd met de reus aandurfde, stond het volk in gespannen afwachting toen David, overal bij wie hij in het leger kwam, een positieve belijdenis uitsprak. Alle goede bedoelingen van koning Saul ten spijt, wilde David vertrouwen op de hulp en bijstand van de Heer. (v.37). De herdersstaf en de slinger bleken naar de overwinning te voeren.... v.40.

DE HARDE KONFRONTATIE MET DE STERKE VIJAND.
Tegen zijn volksgenoten had David al zijn geloof beleden (les 5). Of deze volksgenoten het ook geloofden is nog maar de vraag. Nu komt het moment steeds dichterbij dat hij zijn geloof in de overwinning ook tegen de vijand zal moeten uitspreken. De tegenstander heeft al 40 dagen lang (v.16) zijn "belijdenis" uitgebrald onder honen en vloeken. Wanneer je geconfronteerd wordt met de vijand helpt alleen waar geloof, denk maar aan de zonen van Sceva uit Hand. 19 v.13-18. Psalm 22 (les 5) schildert in grote lijnen de zeer benarde situatie waarin David zich bevond. David durfde in geloof tegen deze Goliath te zeggen hoe Gods plan eruit zag... en dat liegt er niet om, oftewel dat is meer dan bemoedigend.

WAARUIT BESTOND DAVID'S WAPENRUSTING.
Deze WAPENRUSTING bestond resp. uit:
- NIET uit de uitrusting van een ander bv. Saul. v.38-39, maar wel..
- ZIJN STAF IN DE HAND v.40.
- ZIJN SLINGER IN DE HAND.
- VIJF GLADDE STENEN UIT DE BEEKBEDDING IN ZIJN HERDERSTAS. v.40. Alleen reeds het zien van de STAF in de hand van David lokte een zeer felle reactie uit. Goliath noemde het een STOK om een hond te slaan. v.43. Een staf in de hand van een herder is een beeld van het woord van God, waarmede de schapen geleid worden maar tevens een beeld van GEZAG. Zie daartoe o.a. de teksten uit resp. Gen. 32 v.10; Ex. 4 v.2-3 en 20; Ex. 14 v.13-16; Ex. 17 v.5-6 en 9-16 etc.

GOLIATH'S REAKTIE....
De reaktie van Goliath was dat hij David vervloekte bij zijn goden. Gezegd kan worden dat David een "UITSTRALING" had, hij was SCHOON VAN GESTALTE zie les 4 (hieronder). Tezamen met de staf Gods in zijn hand betekende dit dat David het ZWAARD DES GEESTES hanteerde. Efeze 6 v.17 en Hebr. 4 v.12.
Voordat David zijn steentje wegslingerde was in deze geestelijke oorlog de eindslag reeds aangebroken. v.44. David ging op een heel andere wijze in op de "UITNODIGING", beter gezegd: de uitdaging van Goliath: "KOM MAAR EENS HIER ...."

DAVID BEREIDT DE GENADESLAG VOOR.
Voordat David op zijn grote tegenstander afsnelde (v.48) legde hij een indrukwekkende belijdenis af, t.w:
- IK TREED JOU TEGEMOET IN DE NAAM VAN DE HERE DER HEERSCHAREN, DE GOD DER SLAGORDEN VAN ISRAEL ....
Let eens op de overeenkomst met Jezus Christus o.a. in Joh. 17 v. 12 en 26; Luc. 10 v.17; Openb. 3 v.8. Ook de reden van zijn (snelle) handelen wordt bekend gemaakt.
- OMDAT DE VIJAND DEZE GOD GETART HEEFT, GEHOOND EN GESMAAD. v.45 ...en het OORDEEL wordt geproclameerd...
- DEZE DAG ZAL DE HERE U IN MIJN MACHT OVERLEVEREN. v. 46 en v. 36-37.
Alle schijn is tegen, het lijkt er meer op dat David als beelddrager van de Here Jezus aan de vijand is overgeleverd, net zoals Jezus. Matth. 17 v. 22 zegt: "...DE ZOON DES MENSEN ZAL OVERGELEVERD WORDEN IN DE HANDEN DER MENSEN EN ZIJ ZULLEN HEM TER DOOD BRENGEN EN TEN DERDEN DAGE ZAL HIJ OPGEWEKT WORDEN. EN ZIJ WERDEN ZEER BEDROEFD." Zie ook Rom. 4 v.24-25: "...DIE IS OVERGELEVERD OM ONZE OVERTREDINGEN EN OPGEWEKT OM ONZE RECHTVAARDIGING."
Dat David in deze strijd eigenlijk "TEN DODEN GEDOEMD" was maar er toch als overwinnaar uit tevoorschijn kwam, was een WONDER. Dat Jezus stierf aan het kruis en nochtans LEEFT is een veel GROTER WONDER. Daarom riep Jezus uit aan het kruis: "HET IS VOLBRACHT". Joh. 19 v. 28-30. Voor Jezus stierf wist Hij dat ALLES reeds volbracht was en kon Hij na Zijn opstanding getuigen: "MIJ IS GEGEVEN ALLE MACHT IN HEMEL EN OP (de) AARDE..." Matth. 28 v.18-20. Ook voor Golgotha wist Jezus Christus wie Hij was. Lees bv. Joh. 5 v. 26-29. Ook David sprak reeds profetisch hierover in Psalm 22 v.22: "U HEBT MIJ (reeds) ANTWOORD GEGEVEN". David zowel als Jezus wisten in geloof van de goede afloop op DEZE DAG. Verder beleed David tegen Goliath:
- EN IK ZAL U VERSLAAN EN U HET HOOFD AFHOUWEN. v.46a.
Deze belijdenis is overduidelijk. De vijand zal het NIET overleven. Beter nog, hij zal tot zijn eigen schande met/door zijn eigen zwaard onthoofd worden. HET ZWAARD VAN DE VIJAND IS DE LEUGEN. Het begin van de totale overwinning van Jezus Christus en Zijn gemeente begon na de overwinning op Golgotha. Daarom zegt Openb. 12 v.11 "...EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN DOOR HET BLOED VAN HET LAM EN DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS..." Het startpunt van iedere overwinning in de geestelijke oorlog ligt bij "HET BLOED VAN HET LAM " ....dus GOLGOTHA. De totale overwinning op het rijk der duisternis was reeds aangekondigd in Gen. 3 v.15 waar God tegen satan (de slang) zegt: "HET NAGESLACHT VAN DE(ze) VROUW ZAL U DE KOP VERMORZELEN." Zie ook Kol. 2 v.15. Vergeet niet dat achter Goliath nog een heel leger Filistijnen stond die zich NIET overgaven, wat ze wel zeiden te doen. 1 Sam. 17 v. 9. Toen satan op Golgotha was verslagen, was dit wel de absolute overwinning over zijn rijk der duisternis maar daarmede had zijn legermacht zich niet vrijwillig overgegeven. In les 7, de 3e les over David en Goliath wordt dit verder uitgewerkt aan de hand van Openbaring 12.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 6:

Vraag 1: Geloofden de Joden, inclusief de discipelen in de overwinning die Jezus zou behalen op Golgotha?
Vraag 2: Is het ook NU nog een noodzaak om "VAN TE VOREN" je belijdenis uit te spreken, zowel aan je geloofsgenoten als aan de vijand, de boze geesten in de hemelse gewesten?
Vraag 3: Goliath bralde 40 dagen lang zijn "belijdenis" uit onder honen en vloeken. Hoe werkt de boze vandaag de dag?
Vraag 4: Geef je mening eens over Psalm 22 genoemd in zowel les 5 als 6.
Vraag 5: Wat weet je te zeggen van de diepere betekenis van de staf in de hand van de herdersvorst of leider zoals MOZES?
Vraag 6: Geef eens een voorbeeld dat "GOLIATH" niet brallend op je of komt maar als een engel des lichts.
Vraag 7: Wie zijn (waren) the Heerscharen of slagorden waarvan David tegenover Goliath sprak? Heeft dat ook te maken met wat staat in Jozua 2 v.12 en Jozua 5 v. 13-15?
Vraag 8: Vertel eens in eigen woorden wat jouw persoonlijk geloof in het offer van Jezus Christus op Golgotha in jouw leven voor veranderingen heeft gebracht, te beginnen met het belangrijkste.
Vraag 9: Wat is het wapen (zwaard) waarmee onze vijand altijd reeds gestreden heeft? En wat betekent het dan om door je eigen zwaard onthoofd te worden?
Vraag 10: Als op Golgotha het BEGIN gekomen is van de overwinning hoe, waar en wanneer en door wie moet dan de definitieve EINDAFREKENING plaatshebben?

les 7

DAVID EN GOLIATH (3e deel)

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
In dit 3e deel van de strijd tussen David en Goliath worden de "BELIJDENISSEN" tegenover elkaar geplaatst. Ten diepste is dit de geestelijke oorlog en de verwachting of HET GELOOF hoe één en ander zal eindigen. Voordat Goliath tot de aanval overgaat heeft David HET LAATSTE WOORD.... en dat zal d.m.v. EEN GLADDE STEEN de vijand vellen. Zo zegt Openb. 12 v.11: "EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN EN DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS..." In les 8 volgt de genadeslag ....

DE BELIJDENIS VAN DAVID.
OP DEZE DAG ZAL IK DE LIJKEN VAN HET LEGER DER FILISTIJNEN AAN HET GEVOGELTE DES HEMELS EN AAN HET GEDIERTE DES VELDS GEVEN (v.46.) Zie ook Ezech. 39 v.17-22. De draagwijdte van David's woorden reikt eindeloos veel verder dan het toenmalige slagveld. Dat voor zonsopgang de aasgieren, hyena's en jakhalzen etc. de lijken der Filistijnen als een welkome maaltijd zullen beschouwen, leidt geen twijfel. Maar ... HET GEVOGELTE en de DIEREN hebben (ook) hier een diepere betekenis.

PRIJSGEVEN AAN DE DOODSMACHTEN.
In Gen. 40 v.18-23 ligt al een duidelijke heenwijzing van het prijsgeven aan de doodsmachten. En dat gold en geldt ook voor een afvallig, ongehoorzaam volk, zo blijkt uit Deut. 28 v.25-26. Het bleek in Israël een zeer grote schande om "als aas" te worden verscheurd en gegeten te worden en dus niet begraven te worden. Zie Psalm 79 v.1-3. Zie ook 2 Sam. 21 v.8-14 ...en HIERNA ONTFERMDE GOD ZICH OVER HET LAND. (v.14.) Iets duidelijker wordt het in Jer. 7 v.29-34 waarin God zegt dat Hij LIJKVERBRANDING verboden heeft. Als "aas" fungeren en lijkverbranding duiden op VERWOESTING (v.34) zonder vreugde en toekomst. Zie ook Jer. 15 v.1-4. De echte verandering komt echter pas: "...WANNEER IK MIJN GEEST OVER HET HUIS ISRAËLS HEB UITGESTORT" (Ezech. 39 v.17-29.) Dan ...zullen de VERWOESTENDE DOODSMACHTEN onmachtig zijn om hun zg. "OPRUIMINGSWERK" uit te voeren t.a.v. hen die voor EEUWIG de bruid van God zijn geworden. (v.18). Zie Hosea 2 v.13-19, dus ...

GODS GEEST BRENGT VERANDERING.
Wat gold voor de (verslagen) Filistijnen (v.46) geldt in de komende tijd voor de afvallige SCHIJNKERK. In Openb. 18 v.2 BABYLON genoemd. Een woonplaats van duivelen en een schuilplaats van alle ONREINE geesten en een schuilplaats van alle ONREIN en VERFOEID gevogelte.

David spreekt profetisch-geestelijk met het oog op "MORGEN" want hij getuigt verder: "OPDAT DE GEHELE AARDE wete, dat Israël een God heeft en deze gehele gemeente (menigte/leger) achter Hem wete, dat de Here NIET verlost door zwaard en speer. Want de strijd is des Heren en Hij geeft U (Goliath inclusief leger) IN ONZE MACHT...." Een strijd tussen 2 personen of legers zou zelfs vandaag nog moeilijk zijn om het DE GEHELE AARDE te laten weten, hoeveel te meer in David's tijd. Met David's profetie bewegen we ons dan ook op een ANDER NIVEAU bv. zoals God tegen Farao zegt: "DAARTOE HEB IK U DOEN OPSTAAN, OPDAT IK IN U MIJN KRACHT ZOU TONEN EN MIJN NAAM VERBREID ZOU WORDEN OVER DE GEHELE AARDE." (Rom. 9 v.17-18.) Ook FARAO was een beeld, net als Goliath, van de grote TEGENSTANDER (satan) van Gods volk. David zag reeds met zijn geest wat de profeet Zacharia zei in hst. 14 v.8-9.:

"DAN ZULLEN TE DIEN DAGE LEVENDE WATEREN UIT JERUZALEM VLIETEN VOORTDUREND EN OVERAL HEEN. EN DE HERE ZAL KONING WORDEN OVER DE GEHELE AARDE, TE DIEN DAGE ZAL DE HERE DE ENIGE (koning) ZIJN EN ZIJN NAAM DE ENIGE."

Op Golgotha werd dit bewerkt en David beeldde dit uit in zijn gevecht met Goliath wat Jezus getuigde in Matth. 28 v.18, na Zijn opstanding: "MIJ IS GEGEVEN ALLE MACHT IN HEMEL EN OP AARDE."

VERDER GETUIGDE DAVID...
"EN DAT DIT HELE LEGER (van Israël) WETE, DAT DE ZEGE NIET KOMT DOOR ZWAARD OF LANS, MAAR DAT HET DE HERE IS, DIE DE STRIJD BESLIST." Over het wapengekletter heen roept David als het ware uit dat de echte, ware strijd, dus de GEESTELIJKE STRIJD tegen een vijand in de onzienlijke wereld niet door aardse, tastbare wapens wordt beslist, maar dat het de Here is die de strijd voert...
In een profetie gaf eens een Leviet door: "ZO ZEGT DE HERE TOT U: WEEST NIET BEVREESD EN WORDT NIET VERSCHRIKT VOOR DEZE GROTE MENIGTE, WANT HET IS GEEN STRIJD VAN U MAAR VAN GOD..." Zo overwon koning Josafat door LOFPRIJZING terwijl God met zijn vijanden afrekende. (2 Kron. 20 v.14-30.) Het was weer DE GEEST DES HEREN die één en ander leidde. (v.14.) OOK DIT GETUIGDE DAVID NOG: HIJ GEEFT U IN ONZE MACHT....

David sprak als het ware BIJ VOORUITBETALING. Onder "U" viel niet alleen Goliath (lees satan) maar óók het GEHELE LEGER der Filistijnen. In termen van vandaag heet dat:

...EN JEZUS GAF HUN MACHT OVER ALLE ONREINE GEESTEN. (Marc. 6 v. 7 en 13.)
EN JEZUS GAF HUN MACHT EN GEZAG OVER ALLE BOZE GEESTEN. (Luc. 9 v.1-2)
JEZUS ZEI: "IK ZAG SATAN ALS EEN BLIKSEM UIT DE HEMEL VALLEN, ZIE IK HEB U MACHT GEGEVEN OM OP SLANGEN EN SCHORPIOENEN TE TREDEN EN TEGEN DE GEHELE LEGERMACHT VAN DE VIJAND... " (Luc. 10 v.17-20).
Paulus leert ons in Ef. 3 v.8-13: Wij, als bekeerde heidenen, hebben nu óók deel aan het KONINKRIJK van God en aan Zijn erfenis als huisgenoten Gods (Ef. 2) verzoend met de Vader door het kruis van GOLGOTHA, opdat (Ef. 3 v.10): "THANS, DOOR MIDDEL VAN DE GEMEENTE AAN DE OVERHEDEN EN DE MACHTEN IN DE HEMELSE GEWESTEN DE VEELKLEURIGE WIJSHEID GODS BEKEND ZOU WORDEN..."

OP GOLGOTHA BEGON DE OVERWINNING.
We zagen de bijbelse opdracht om de (geestelijke) strijd te voeren met de GEHELE vijandelijke legermacht, bestaande uit overheden, machten, boze geesten, óók genoemd onrein gevogelte, slangen of schorpioenen etc. De sleutel in deze geestelijke strijd kan Openb. 12 v.11 zijn: "EN ZIJ HEBBEN HEM OVERWONNEN DOOR HET BLOED VAN HET LAM EN DOOR HET WOORD VAN HUN GETUIGENIS. "

Het verzoenend werk van Jezus Christus op Golgotha volbracht, is het uitgangspunt, want daar werden we GERECHTVAARDIGD van alle ZONDESCHULD. Sinds Golgotha mogen we leven in het NIEUWE VERBOND (Matth. 26 v.26-28.) Onze GERECHTIGHEID is dat we weer recht en zonder zonde voor God de Vader kunnen staan. Dat is ons VERTREKPUNT en pas als door middel van de gemeente (Ef. 3 v.10) ALLE vijanden verslagen onder Jezus' voeten liggen, is het woord van David vervuld: nl.

HIJ GEEFT U IN ONZE MACHT.
1 Cor. 15 v.25-26 zegt: WANT HIJ (Jezus Christus) MOET ALS KONING HEERSEN TOTDAT HIJ (door middel van de gemeente) AL ZIJN VIJANDEN ONDER ZIJN VOETEN GELEGD HEEFT. Zie ook Hand. 2 v.34-35. In de 4e en laatste les over David en Goliath wordt deze strijd afgesloten.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 7:

Vraag 1: Waarom is jouw belijdenis ten diepste de "GEESTELIJKE OORLOG". Tegen wie spreek je die dan uit?
Vraag 2: Waarom ligt het accent zo op: "DEZE DAG"?
Vraag 3: Waarom was het in Israël zo' n schande om niet begraven te worden, maar "als aas" te blijven liggen?
Vraag 4: Waarom is lijkverbranding een absoluut onbijbelse handeling?
Vraag 5: Kun je aan de hand van in de les genoemde teksten ook zeggen wie en/of wat de eindoverwinning brengt in de geestelijke eindtijdoorlog?
Vraag 6: Verklaar de tekst eens in Openb. 18 v.2
Vraag 7: Kun je David ook profeet noemen? Toon dat eens aan.
Vraag 8: Wat was het meest effectieve "wapen" dat koning Josafat hanteerde?
Vraag 9: Welk instituut heeft God in de eindtijd een centrale rol toebedacht in de strijd tegen de gehele legermacht van de vijand?
Vraag 10: Zou je Openb. 12 v.11 één van de belangrijkste teksten voor de gemeente van Jezus Christus kunnen noemen?

les 8

DAVID EN GOLIATH. (4e deel)

KORTE BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE.
In dit 4e en laatste deel over David en Goliath zien we dat na het afleggen van de twee "belijdenissen" Goliath tot de aanval wil overgaan, maar... dan gaat ook David in een snelle handeling tot de (tegen)aanval over. Een in de beek glad geslepen steentje blijkt Goliath's "denkwereld" binnen te dringen en hem uit te schakelen. Zijn afgehouwen hoofd wordt als pand naar Jeruzalem gebracht.

DAVID NEEMT DE JUISTE MAATREGEL.
Met het vooraf zoeken van 5 geselecteerde steentjes had David de meest effectieve maatregel genomen die nodig was. Het slingeren van steentjes, daar was David zeer geoefend in. Het slingeren van grote(re) slingerstenen was vroeger zeer algemeen in het gehele Midden Oosten. Zie bv. 2 Kon. 3 v.25 en 2 Kron. 26 v.14. De steentjes die een herder gebruikte waren géén strijdwapens, maar dienden om de eigen schapen, die te ver van de kudde waren weggedwaald, door middel van een daarheen geslingerd steentje dat dan vlak voor het AFGEDWAALDE schaap terecht kwam, terug te roepen tot de orde van de kudde. De afstand was dan vrij groot.

EEN TWEELEDIG DOEL.
In het geval met Goliath werd het steentje NIET als correctiemiddel maar als AANVALSWAPEN gebruikt dat de vijand uitschakelt. Door erheen te snellen, dus de afstand tussen hen zo klein mogelijk te maken en zodoende de TREFKRACHT evenredig te vergroten, had David zijn deel gedaan en... God deed de rest. Denk aan een frontale autobotsing met hoge snelheid.
De steen trof niet alleen Goliath's voorhoofd, maar drong er ook in. Het voorhoofd wordt in de bijbel beschouwd als de plaats van het (gezonde) denken. In het andere geval van ONgezond oftewel ZONDIG DENKEN zien we bv. het voorhoofd melaats worden. Zie 2 Kron. 26 v.14 en 16-20 en Ezech. 3 v.7.
In het POSITIEVE geval lezen we in Openb. 7 v.3 en 14 v.1 dat het gehele denken doordrongen is van Gods gedachten, zoals het bij David was. Dit positieve zien we óók in Exod. 28 v.36-38 waar de HOGEPRIESTER (een beeld van de zoon van David), voortdurend een gouden plaat op zijn VOORHOOFD moest dragen waarin gegraveerd stond: "DE HERE HEILIG."
Deze Hogepriester was precies het tegenovergestelde van Goliath, nl. in zijn DENKEN en DOEN geheiligd. Dus zijn hele denken, ja zijn hart was op God gericht. Exod. 28 v.29-30.
...ZODAT DE STEEN IN ZIJN VOORHOOFD DRONG EN GOLIATH VOOROVER TER AARDE VIEL.
De volgende tekst vermeldt dan héél simpel: "ZÓ OVERWON DAVID DE FILISTIJN met een slinger en een steen, hij versloeg de Filistijn en doodde hem..." In de bijbel heeft het begrip "STEEN" diverse, zowel positieve als negatieve betekenissen.

IEDERE STEEN IS NOG NIET HETZELFDE.
Zo kennen we de GEWONE, alledaagse stenen maar we kennen óók de EDELSTENEN. Zie Openb. 21 v.19-21. God maakt een groot verschil tussen zg. ONBEHOUWEN stenen en GEHOUWEN stenen. Vele bijbelteksten maken ons duidelijk dat de eersten gebruikt moeten worden voor het maken van BRANDOFFERALTAARS en voor de bouw van de tempel(s) moesten GEHOUWEN stenen worden aangewend. Zie Deut. 27 v.5-6; Jozua 8 v.31; 1 Kron. 22 v.2; 2 Kron. 2 v.2 en 17-18; Jes. 9 v.9. Verder spreekt de bijbel van DODE EN VAN LEVENDE STENEN. Zie Ezech. 11 v.19; Hab. 2 v.19-20; 1 Petr. 2 v.4-5.
Het bewerken van stenen drukt dus een diepere, geestelijke werkelijkheid uit, hetzij goed hetzij kwaad. Zo lazen we dat het door het stromende beekwater geslepen slingersteentje van David uit de beek kwam. De beek waaraan TEREBINTEN groeiden die Jes. 61 v.3 noemt: TEREBINTEN DER GERECHTIGHEID en met al zijn onvolkomenheid was het volk/het leger dat daar stond aangetreden EEN PLANTING DES HEREN, tot Zijn verheerlijking...

WAT STELT DAT (slinger) STEENTJE NU VOOR.
Ook in dit beeld van slingersteentje is het steentje hier een beeld van HET WOORD VAN GOD. Door hetzelfde woord (steentje) worden Gods kinderen (schapen) gecorrigeerd, teruggeroepen naar de kudde. Maar zo'n steentje kan t.a.v. een evt. vijand een dodelijk wapen zijn. Zie de volgende serie teksten: Ps. 65 v.10; Ps. 1 v.3; Ps. 110 v.7; Jer. 17 v.7-8; Ez. 47 v.5-12; Joël 3 v.18.

NEGATIEF OF POSITIEF.
Een negatieve betekenis van steen vinden we in de bijbel bv. in Ps. 91 v.12; Jes. 5 v.2; Jes. 62 v.10; Matth. 13 v.20-21. Een positieve betekenis van (een) steen vinden we in de bijbel in: Ex. 31 v.18; Joz. 4 v.20; 1 Kon. 19 v.6; Jes. 28 v.16; Rom. 9 v.33; Openb. 2 v.17. Lees de bijbel, dus óók de geschiedenis van David steeds met een "geestelijke bril" op....
Door de stromende werking van het water in de beek was dit steentje in David's slinger geworden tot een gladde gepolijste steen. Zoals Ehud als verlosser door de Heer werd aangewezen en met zijn zelf geslepen tweesnijdend zwaard afrekende met de verdrukker van Israël, de koning van Moab, zó deed David met het geslepen steentje. Zie ook Jer. 23 v.29; Ps. 64 v.2-4 en 8; Hosea 6 v.4-6.

DE AFREKENING NA 40 DAGEN VAN BEPROEVING.
De reus valt voorover ter aarde. Schild en pantser (v.5-7) dienen vooral om de aanvallen van voren af te weren. Van achteren was men kwetsbaar bv. wanneer je bij vluchten de vijand de rug toekeert. Zo lag hij daar eerloos en weerloos...
Kon David voor zijn vader (v.18) een beter pand meenemen dan het afgehouwen hoofd van Goliath. Een zeker bewijs dat de vijand verslagen was en... dus zijn broers het goed maakten. Vergelijk dit eens met Joh. 6 v.38: "IK BEN NIET UIT DE HEMEL GEKOMEN OM MIJN EIGEN WIL TE DOEN, MAAR DE WIL VAN GOD DIE MIJ GESTUURD HEEFT." Profetisch zou David later zeggen in Ps. 40: v.7-9: "TOEN ZEIDE IK: ZIE IK KOM: IN DE BOEKROL IS OVER MIJ GESCHREVEN. IK HEB LUST OM UW WIL TE DOEN, MIJN GOD, UW WET IS IN MIJN BINNENSTE."
En dan neemt David het hoofd van de verslagen vijand naar Jeruzalem. Later zou hij deze stad pas veroveren op de Jebusieten en dan zou met het afgehouwen hoofd van de tegenstander dit pas echt een beeld worden van DE STAD VAN DE VREDE, een beeld van het NIEUWE JERUZALEM, OP HAAR BEURT WEER EEN BEELD VAN DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS.

ENKELE VRAGEN BIJ LES 8:

Vraag 1: Wat was wel het strijdwapen van een Oosterse herder?
Vraag 2: Kun je het verklaren dat aan het VOORhoofd van een mens zo'n betekenis wordt toegedacht?
Vraag 3: Wat zou het inhouden als God iemands voorhoofd van "KOPER" maakt of dat het als koper is? Jes. 48 v.3-4.
Vraag 4: Vertel eens in eigen woorden wat jij zou verstaan onder de woorden: "DEN HEERE HEILIG"?
Vraag 5: Wat zou het betekend hebben dat voor het maken van een BRANDOFFERALTAAR uitsluitend ONBEHOUWEN stenen gebruikt mochten worden?
Vraag 6: Verklaar eens dat voor het bouwen van een tempel (in Jeruzalem) alleen GEHOUWEN stenen mochten worden aangewend.
Vraag 7: Wie of wat zie je als een DODE of een LEVENDE STEEN?
Vraag 8: Tracht eens vijf (voor)BEELDEN te noemen waarmede Gods Woord wordt vergeleken.
Vraag 9: Wat vind jij van het hoofd van Goliath als PAND?
Vraag 10: Welke betekenis zie jij in het brengen van het afgehouwen hoofd van Goliath naar Jeruzalem?

Verder lezen? Het vervolg van deel 1 is hier te vinden.

Voor eigen gebruik zou je deze bijbelstudie eventueel kunnen printen.